Bijdrage Arie Slob aan het plenair debat over de Voorjaarsnota 2012

woensdag 04 juli 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Fractievoorzitter Arie Slob aan een plenair debat met minister de Jager van Financiën

Onderwerp:   Debat over de Voorjaarsnota 2012 (inclusief het onderwerp CPB-cijfers)

Kamerstuk:   33 280

Datum:            4 juli 2012

De heer Slob (ChristenUnie):
Voorzitter. De omstandigheden waarin deze Voorjaarsnota tot stand is gekomen, zijn op zijn zachtst gezegd bijzonder te noemen. Financieel-economisch en politiek waren en zijn het roerige tijden, een tijd van budgettaire krapte, forse tegenvallers, nieuwe recessie, lage economische groei. Maar het is ook een tijd waarin degenen die in 2010 regeringsmacht naar zich toe hadden getrokken na weken van getob om tot een crisisaanpak te komen, hopeloos hebben gefaald en uiteindelijk met lege handen terugkwamen in het parlement. Al is het alweer even geleden, we weten allemaal dat enkele partijen in korte tijd, met het nodige voorwerk in fractieverband, tot het zogenaamde Lenteakkoord hebben kunnen komen. Dat akkoord vormt een belangrijke basis voor deze Voorjaarsnota. Ik las ergens het volgende. Er was een acuut probleem dat vroeg om een acute oplossing; het was een unieke situatie.

Ik heb mij op deze plaats al eerder verantwoord voor de rol die ook de ChristenUnie in dit proces heeft gespeeld. Ik ga dat hier nu niet overdoen. Ik constateer wel, mede op basis van de doorrekeningen van het CPB, dat we erin zijn geslaagd om ons primaire doel te halen, namelijk het verder terugdringen van het begrotingstekort en het maken van een eerste begin met hervormingen op de arbeidsmarkt, in de zorg en op de woningmarkt, opdat we voor de langere termijn financieel perspectief en perspectief voor burgers kunnen bieden.

Voor genoegzaam achteroverleunen is geen enkele ruimte. Het CPB spreekt over de periode tot 2017 in termen als "zeven magere jaren". Er ligt nog een enorm grote opgave. De toestand van de rijksfinanciën is onverminderd slecht. Het CPB heeft berekend dat als gevolg van het Lenteakkoord het begrotingstekort verbetert naar 2,9% in 2013. Het tekort daalt in de jaren daarna nog wel, maar minder snel. Dat laatste verbaast mijn fractie niet. De gepleegde inspanningen waren vooral op 2013 gericht. Na de verkiezingen van 12 september, als er een nieuwe kabinetsperiode aanbreekt, zullen aanvullende afspraken gemaakt moeten worden om het tekort verder terug te dringen, zodat we zicht krijgen op structureel begrotingsevenwicht. Wat ons betreft wordt dit gekoppeld aan verdere hervormingen met betrekking tot de onderwerpen die ik net heb genoemd. Wij hebben in ons programma een meerjarenperspectief neergezet met dit soort nieuwe maatregelen. Op een enkel onderdeel wijkt het inderdaad af van het Lenteakkoord, maar dat is niet vreemd, omdat een perspectief moet worden geboden voor meerdere jaren.

Ik heb een aantal vragen over de Voorjaarsnota. Opnieuw -- dat is eigenlijk een refrein -- blijkt dat er forse overschrijdingen zijn van het Budgettair Kader Zorg. Je vraagt je toch af, na al onze inspanningen van de afgelopen jaren, waarom het ons toch niet lukt om dit chronische hoofdpijndossier eens echt in de greep te krijgen. Er is al zo vaak beterschap beloofd. Ik vraag aan de minister of hij daar nog eens even op wil ingaan, want we zullen daar toch meer financiële greep op moeten gaan krijgen.

In de schriftelijke inbreng is er aandacht gevraagd voor het opnieuw bezien van de verschillen tussen de raming en het feitelijke aantal leerlingen en studenten. In deze situatie hebben we te maken met een schaarse meevaller: 220 mln. Voor 2013 is daar al een bestemming voor gevonden. Het is toch opvallend dat dit gebeurt. De kans dat de leerlingenaantallen de komende jaren verder dalen, is behoorlijk groot.

Mijn fractie wil de meevallers die daardoor ontstaan, heel graag voor het onderwijs behouden en vooral ten goede laten komen aan het behoud van onderwijs in krimpgebieden. Graag krijg ik hierop een reactie van de minister.

Ik sluit mij kortheidshalve aan bij de vragen en opmerkingen van mevrouw Blanksma over het rapport van de Algemene Rekenkamer over garanties en de risico's die wij daarmee lopen. Het lijkt mij ontzettend belangrijk dat wij ook in begrotingen inzichtelijk maken welke risico's dat zijn en dat wij een specifiek risicobeleid voeren, omdat de risico's zich behoorlijk hebben opgestapeld. Wil de minister daarop ingaan? De opeenstapeling van die risico's kan gelijktijdig tot heel grote klappen leiden.

In interruptie op mevrouw Blanksma-van den Heuvel heb ik al aandacht gevraagd voor een nieuw risico in de vorm van de afspraken die in Europees verband zijn gemaakt om direct vanuit het noodfonds steun aan banken te gaan geven. Wij spreken morgen nog met de regering over het hoe en waarom van de enorme beleidswijziging die heeft plaatsgevonden. Ik verwijs ook naar de discussie die vorige week is gevoerd. Ik vraag de minister van Financiën wel om in te gaan op de vraag welke directe risico's het voor burgers heeft. Die risico's komen bij wijze van spreken direct voor rekening van de belastingbetalers. Wat zal het concreet inhouden? Stel dat in de komende maanden een aantal zwakke Spaanse banken omvallen, wat voor situatie ontstaat er dan?

Het kabinet heeft de loonmatiging voor ambtenaren doorgetrokken. Dat heeft onze steun; dat is ook in het Lenteakkoord afgesproken. Wij zien echter dat het heel moeilijk is om greep te krijgen op zbo's. Er hebben wel kortingen op budgetten plaatsgevonden. Netjes omschreven houdt het in: geen indexatie voor contractloonstijging voor het UWV en de Sociale Verzekeringsbank. Dat zijn er echter maar twee zbo's. Waarom heeft de regering het niet doorgetrokken naar alle zbo's, om op die wijze hetgeen wij voor ambtenaren beogen ook voor zbo's te laten gelden? Graag krijg ik hierop een reactie van de minister van Financiën. Ik overweeg om hierover in tweede termijn een motie in te dienen.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari