Inbreng verslag (wetsvoorstel) Cynthia Ortega inzake Wijziging Rijkswet op het Nederlanderschap

dinsdag 17 juli 2012 00:00

Inbreng verslag (wetsvoorstel) van ChristenUnie Tweede Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn als lid van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken inzake Wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap

Onderwerp:   Wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap ter aanscherping van de voorwaarden voor verkrijging en verlening van het Nederlanderschap

Kamerstuk:   33 201

Datum:            17 juli 2012

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met teleurstelling kennisgenomen van het onderhavig wetsvoorstel welke beoogt aspirant-Nederlanders maximaal te stimuleren om zich in te zetten voor volwaardige participatie en integratie.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering of de huidige wet- en regelgeving is geëvalueerd. Zij vragen de regering bovendien of de huidige wet- en regelgeving het mogelijk maakt dat burgers de Nederlandse nationaliteit verliezen zonder daarvan op de hoogte te zijn. Deze leden vragen de regering aan te geven of Artikel 15 van de Rijkswet op het Nederlanderschap strijdig is met artikel 3 Eerste Protocol bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.

De leden verzoeken de regering te onderbouwen of, en zo ja in hoeverre, burgers met een dubbele nationaliteit minder loyaal zijn dan wel minder dienstbaar zijn aan de Nederlandse samenleving.. In lijn met de opmerkingen van de Raad van State vragen deze leden de regering op welke manier het bezitten van meerdere nationaliteiten een obstakel vormt voor de integratie in – en betrokkenheid met- de Nederlandse samenleving..

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering haar stelling, dat een status met meerdere nationaliteiten leidt tot onhelderheid in rechten en plichten, te onderbouwen met argumenten, statistieken en concrete voorbeelden. Genoemde leden vragen de regering aan te tonen dat het hier niet gaat om individuele gevallen maar om structurele problematiek welke een wijziging van wetgeving rechtvaardigt. De leden vragen de regering of er een vergelijking heeft plaatsgevonden met andere landen binnen de Europese Unie en, indien hiervan sprake is, of de Kamer deze informatie kan ontvangen. Indien hiervan nog geen sprake is, geven deze leden de regering in overweging een dergelijke vergelijking alsnog uit te voeren. Bovendien vragen deze leden de regering aan te geven hoe het onderhavig wetsvoorstel zich verhoudt tot de uitspraak van het EHRM in Genovese vs. Malta.

De leden van de ChristenUnie-fractie zijn met de Raad van State van mening dat de afstandeis geen effectief middel is betrokkenheid te versterken en vragen de regering waarom zij niet ingaat op het advies om de afstandseis te heroverwegen. Deze leden vragen voorts de regering naar de nut en noodzaak van het verliezen van de Nederlandse nationaliteit indien vrijwillig een andere nationaliteit is verworven. Zij vragen de regering in het bijzonder welk probleem, behoefte of doel hiermee gediend wordt en in hoeverre het automatisch verlies van de Nederlandse nationaliteit voldoet aan het proportionaliteitsbeginsel. De leden vragen de regering of zij de uitzonderingen die sinds 2003 in de wet zijn verankerd heeft geëvalueerd waardoor de voorgestelde beperkingen zou rechtvaardigen. De leden verzoeken de regering, indien dit niet het geval is, een dergelijke evaluatie alsnog te overwegen.  

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering, in het kader van het middelenvereiste, of een bijstandsuitkering op enig moment in de drie jaren voorafgaande het verzoek ervoor zorgt dat het verzoek zonder meer wordt afgewezen.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering aan te geven waarom zij niet heeft voorzien in een uitzonderingspositie voor vluchtelingen en andere personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming met betrekking tot de inkomens- en kwalificatie-eis. Deze leden vragen de regering aan te geven of het redelijkerwijs van vluchtelingen kan worden verwacht dat zij aan de strengere eisen kunnen voldoen.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering aan te geven in hoeverre het proportioneel is om misdrijven begaan door jeugdigen in de leeftijd jonger dan 15 jaar voor vier jaar voorafgaande aan de aanvraag. Deze leden vragen in dit verband of ook misdrijven waarvoor een geldboete en/of een taakstraf is gegeven ook beschouwd worden als ernstige strafbare feiten. De genoemde leden vragen de regering in hoeverre hier sprake zal zijn van individuele toetsing. In dit kader vragen deze leden de regering ook aan te geven wanneer er sprake is van een serieuze verdenking terwijl er (nog) geen sprake is van een rechtelijke uitspraak.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering of Sint Maarten, Curaçao en Aruba ook zijn geconsulteerd. Indien dit het geval is, kan de regering alsnog aangeven of er sprake was van (fundamentele) bezwaren en of er naar aanleiding hiervan nog wijzigingen zijn aangebracht. 

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari