Bijdrage Cynthia Ortega aan wetgevingsoverleg wetsvoorstel Wijziging Gemeentewet

maandag 02 juli 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn als lid van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken aan een wetgevingsoverleg met minister Spies van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Onderwerp:   Het wetsvoorstel Wijziging van de Gemeentewet en enige andere wetten in verband met het afschaffen van de bevoegdheid van gemeentebesturen om deelgemeenten in te stellen

Kamerstuk:   33 017

Datum:            2 juli 2012

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie): Voorzitter. Sinds het aantreden van het inmiddels demissionaire kabinet heeft mijn fractie allerlei maatregelen, voornemens en plannen voorbij zien komen die betrekking hebben op bestuurlijk Nederland. Vaak miste mijn fractie een degelijke onderbouwing gestoeld op een heldere en beargumenteerde visie. Ook bij dit wetsvoorstel over het afschaffen van de keuzemogelijkheid van gemeenten om deelgemeenten in te stellen, missen we die overtuigingskracht. Wezenlijke vragen over het nut en de noodzaak van het voorstel blijven namelijk allemaal onbeantwoord. Vandaag zal ik namens mijn fractie wederom een poging doen om deze vragen beantwoord te krijgen.

In de nota naar aanleiding van het verslag pareert het kabinet de vragen van onder andere mijn fractie opzichtig door in algemeenheden te blijven hangen. Ik herhaal hier de vraag of de minister met specifieke voorbeelden kan komen van het feit dat deelgemeenten de afgelopen jaren trekken van een afzonderlijke bestuurslaag zijn gaan vertonen. Op welke manier is dit onwenselijk gebleken? Graag krijg ik hierop een klip-en-klaar antwoord. Hetzelfde geldt voor de vraag van mijn fractie of en in hoeverre de deelgemeenten hebben bijgedragen aan een goede dienstverlening en het verkleinen van de afstand tussen burger en overheid. De minister ontwijkt deze vraag door simpelweg te stellen dat dergelijke argumenten geen legitimatie kunnen vormen voor het behouden van een extra bestuurslaag. Graag krijg ik toch gewoon een antwoord op deze vraag. Door de vraag te ontwijken, gaat de minister voorbij aan een cruciaal punt van de ChristenUnie: wat is het nut en de noodzaak van dit wetsvoorstel? Wil de minister alsnog ingaan op deze vraag en met steekhoudende argumenten komen? Dit is echt de kernvraag van mijn fractie. Waarom komt de minister met dit wetsvoorstel? Functioneren deelgemeenten en stadsdelen niet goed? Zo ja, op welke wijze? Waarom moet dit wetsvoorstel voor de verkiezingen behandeld worden? Waarom ontnemen we gemeenten de keuzevrijheid terwijl er maar twee gemeenten gebruikmaken van deze mogelijkheid?

Dan kom ik op de consequenties van dit wetsvoorstel. De minister erkent schoorvoetend dat de gemeenteraden in Amsterdam en Rotterdam meer werk zullen krijgen door dit wetsvoorstel en dat dit nog erger zal worden als het aantal raadsleden zal worden verminderd. Voor Rotterdam en Amsterdam geldt dat zij nog meer op hoofdlijnen zullen moeten gaan werken. Eigenlijk zegt de minister: het werk blijft hetzelfde, maar we beknibbelen op de democratische controle; hoe je het invult, mag je zelf uitzoeken, want het is niet aan de regering om een visie te hebben op toekomstig binnengemeentelijk bestuur in Amsterdam en Rotterdam. Elders stelt de minister dat zij geen indicatie kan geven van de eventuele extra kosten die gemeenten te verwerken krijgen, maar dat dit ook niet relevant geacht wordt. Dat is tekenend voor de handelwijze van dit kabinet. De Wet werken naar vermogen is daar ook een mooi voorbeeld van. Allerlei verantwoordelijkheden en ingrijpende wijzigingen worden doorgevoerd ten nadele van gemeenten. Vervolgens verschuilt de regering zich achter het wettelijk kader. Het zou de minister sieren als zij dit onverkort zou toegeven.

De rol van Rozenburg en Hoek van Holland is al nadrukkelijk aan de orde gekomen in de schriftelijke ronde. Ook hier is de beantwoording van de minister weinig overtuigend. Zij zegt de eigenheid van deze twee voorbeelden te willen respecteren. In het geval van Rozenburg erkent de minister dat de omvorming tot een deelgemeente nadrukkelijk aan de orde is geweest. Nu zegt de minister dat deze bijzondere positie ook prima tot zijn recht komt in de vorm van een bestuurscommissie, maar dat het aan Rotterdam zelf is om dit nader in te vullen. De minister geeft zelf aan dat er een wezenlijk verschil is tussen een deelgemeente en een bestuurscommissie. Een bestuurscommissie is namelijk echt een uitgeklede bestuursvorm, maar dat is blijkbaar voldoende voor Rozenburg, volgens de minister tenminste. Wil de minister nu eens gewoon zeggen wat er gaat gebeuren met Rozenburg en Hoek van Holland? Voorziet zij dat zij kunnen opgaan in een bestuurscommissie of is het tijd om iets anders te bedenken als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, wat mijn fractie echt niet hoopt? Moeten zij misschien weer zelfstandige gemeenten worden?

Mijn fractie betreurt het dat de minister niet wil aangeven wat voor consequenties dit wetsvoorstel heeft voor de kwaliteit van het werk door de raad en of dit de afstand tussen de burger en de overheid vergroot. Daar de minister aangeeft dat de gemeente na afschaffing van de deelraden nog altijd een heel pallet aan mogelijkheden heeft om het gemeentelijke bestuur naar eigen inzicht in te richten, vraag ik de minister wat er overblijft van haar voornaamste argumenten voor dit wetsvoorstel, namelijk het verminderen van de bestuurlijke drukte?

Ik kom nu op de mogelijkheid tot het instellen van een territoriale bestuurscommissie. Dit soort commissies verschilt op twee cruciale punten van de deelgemeenten. Er kan namelijk geen sprake zijn van een overdracht van een aanzienlijk deel van de belangen van de gemeente. Bovendien mogen deze commissies geen bevoegdheden overdragen die door strafbepaling of bestuursdwang gehandhaafd kunnen worden. Hoe wordt er ten eerste getoetst of er sprake is van een aanzienlijke overdracht? Ziet de minister ten tweede mogelijkheden om dit verbod op een aanzienlijke overdracht voor territoriale bestuurscolleges weg te nemen? Graag krijg ik een klip-en-klaar antwoord op deze vragen. Ik ben zeer benieuwd naar de antwoorden van de minister. De schriftelijke beantwoording heeft mijn fractie namelijk niet kunnen behagen. Mijn fractie ontkomt er bijna niet aan, te denken dat wij hier alweer te maken hebben met een sterk staaltje van symboolpolitiek.

Tot slot. De burgers zijn inmiddels gewend aan deelgemeenten en aan stadsdelen. Wat betekent het eigenlijk voor de burgers als wij alles weer moeten omzetten? Ik als rasechte Rotterdammer zit echt niet te wachten op het afschaffen van de deelgemeenten en met mij ook andere inwoners.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari