‘Jullie zijn mijn handen’ (Column ND)

columnndwoensdag 05 september 2012 09:00

Deze zomer liep ik op een rustig pleintje in Genua een kleine kerk binnen. Na een stadswandeling verlangden de benen naar een beetje rust en de oren naar stilte, terwijl de ogen zich tegoed konden doen aan de Bijbelse taferelen op het plafond. Toen zag ik opeens een Christusbeeld naast me staan en juist dat wat er aan ontbrak, is me bijgebleven. Het was namelijk een beeld zonder handen, met daaronder de woorden ‘jullie zijn mijn handen’. Vergeleken met de kledingwinkels waar mijn vrouw en dochters nog naar toe wilden, was de kerk een veel aangenamere plaats om te verblijven. Mijn voeten hadden nog wel wat meer rust gewild en de koelte van de kerk was aangenamer dan de hitte buiten, maar het was na een tijdje duidelijk. Ik moest de kerk uit en de stad weer in.

Ramez en Rebecca Atallah zijn twee van de meest energieke en visionaire mensen die ik ken. Ramez had als zoon van Egyptische migranten een aangenaam verblijf in Canada kunnen hebben. Rebecca had als dochter van zendelingen in Haïti weer in Canada kunnen neerstrijken. Maar samen werden ze geroepen om in het vaak bloedhete en altijd stoffige Egypte te gaan leven. Ramez werd directeur van het Bijbelgenootschap en hielp dit slaperige genootschap een grote, creatieve uitgever van Bijbelse lectuur te worden, met winkels door heel Egypte. Rebecca heeft een groot hart voor de allerarmsten en zet zich al jaren in voor Sudanese vluchtelingen, gehandicapten en de vuilophalers van Caïro. Zij zijn de belichaming van Gods compassie met mensen en als de handen van Christus. De handen die hongerigen brood gaven, kinderen zegenden en de handen waar de spijkers doorheen gingen.

Vijf jaar geleden vertrok ik uit Egypte en nam ik onder anderen afscheid van Ramez. Toen hij me vroeg wat ik na mijn studiejaar in de VS in Nederland wilde gaan doen, vertelde ik hem dat ik me geroepen voelde me weer met politiek te gaan bemoeien. ‘Ook daar zijn ambassadeurs van Christus nodig’, zei hij. Het zijn woorden die me deze dagen geregeld weer in gedachten komen. Net als die woorden onder dat Christusbeeld in Genua: ‘jullie zijn mijn handen’.

Ik bevind me nu in de hitte van een campagne. Ik merk hoe cynisch politici bij tijd en wijle bejegend worden en hoe verkeerd gekozen woorden zomaar bij je vandaan kunnen lopen en een eigen leven kunnen leiden. Er is de heftige afwisseling van vreugde over mooie reacties op onze inzet en de teleurstelling over geestverwanten die je genadeloos kunnen veroordelen. Ik heb me vol overgave in deze campagne gestort, maar vraag me op een stil moment wel eens af of ik inderdaad die ambassadeur van Christus ben. Of ik zijn liefde inderdaad handen en voeten geef. En in de hitte van de dagelijkse politieke strijd is er soms zomaar de verleiding me weer terug te trekken in de koelte en stilte van een besloten kerk.

Toch is er meer wat me aanmoedigt door te gaan. Zoals het inspirerende voorbeeld van Ramez en Rebecca die in het hete Caïro in woord en daad volgelingen van Christus zijn. Net als zoveel anderen in deze wereld doen ze recht, blijven ze trouw en wandelen ze nederig met God (Micha 6:8). Ik wil dat ook. Ook de prachtige mogelijkheid om hier in alle vrijheid geloof en politiek te combineren, moedigt me aan. In alle bescheidenheid sluit ik me aan bij een rijke traditie van christelijk-sociale politiek en zal ik er alles aan doen om die traditie vitaal te houden.

En dan zijn er ook de kwesties die schreeuwen om een gelovig antwoord. De crisis waarin we ons bevinden, de moderne slavernij die met een prostitutiewet een legaal vernisje kreeg, een samenleving waarin zoveel mensen met de rug naar elkaar toestaan, de vervuiling van de schepping, de morele richtingloosheid van onze cultuur. Oog in oog met de samenleving waarin God me geplaatst heeft, herinner ik me die woorden weer: jullie zijn mijn handen. Ook in de politiek. En als de hitte van het politieke leven soms zwaar valt, als het niet meevalt om middenin de wereld Christus’ handen te zijn, dan is het de Gekruisigde zelf die ons, mij geruststelt. Want het is allang volbracht. En dat scheelt.

Gert-Jan Segers is kandidaat-Kamerlid en staat voor de verkiezingen van 12 september op de vierde plaats op de lijst van de ChristenUnie.

« Terug

Reacties op '‘Jullie zijn mijn handen’ (Column ND)'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari