Bijdrage Arie Slob aan het plenair debat over de regeringsverklaring

dinsdag 13 november 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Fractievoorzitter Arie Slob aan het plenair debat met minister-president Mark Rutte over de regeringsverklaring

Onderwerp:   Debat over de regeringsverklaring

Kamerstuk:    33 410

Datum:            13 november 2012

De heer Slob (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter. Het zal u misschien ook niet ontgaan zijn; er gebeurde net iets heel bijzonders bij mijn collega Pechtold. Hij citeerde zonder bronvermelding. De libertijn Pechtold citeerde uit de Bijbel. Er is hoop voor Nederland als dat gebeurt. Hij citeerde uit Spreuken 11, vers 14: "Door gebrek aan visie gaat het volk ten onder". Het is niet de eerste keer in de parlementaire geschiedenis dat deze tekst tijdens een debat over de regeringsverklaring wordt aangehaald. Dat deed ook een illustere voorganger van deze minister-president. Ik dacht dat zijn naam door iedere spreker vandaag zou worden genoemd. Dat is niet gebeurd. Hij, de heer Joop den Uyl, haalde in 1973 ook deze tekst aan. Hij hoopte op die manier wat extra draagvlak in de Kamer te vinden voor zijn plannen.

Het zou niet misstaan hebben als deze tekst ook in de regeringsverklaring was opgenomen. Als de heer Pechtold het al aandurft, waarom zou de heer Rutte het met zijn achtergrond dan niet durven? Mocht een verwijzing naar de Bijbel of iemand als Joop den Uyl voor een deel van het kabinet of het hele kabinet een brug te ver zijn geweest, dan kan ik u het volgende melden. Diezelfde tekst heeft ook Franklin Delano Roosevelt in 1933 aangehaald bij zijn inaugurale rede, toen hij gekozen was tot president van Amerika. Dat deed hij midden in een tijd van financiële en economische crises. Dan heb je een leidraad en een kompas nodig. Letterlijk staat er overigens in deze tekst: "Door gebrek aan visie gaat het volk ten onder, een keur van raadgevers brengt het tot bloei." Visie, raadgevers; als ik ook even denk aan wat er de afgelopen twee weken is gebeurd, hoe toepasselijk is dit dan voor de minister-president, zijn kabinet en de coalitiepartners?

Nadat wij zes maanden demissionair zijn geregeerd, kennen wij sinds ongeveer vorige week maandag weer een kabinet dat missionair is, voor zover je dat zo mag noemen. Eindelijk is er weer een kabinet dat kan steunen op een meerderheid, in ieder geval in de Tweede Kamer. De Eerste Kamer is nog een probleem, maar in de Tweede Kamer is dat wel het geval. Ik overdrijf niet als ik zeg dat dit kabinet behoorlijk aangeschoten uit de startblokken is gekomen, vooral door het gedoe over de nivellerende zorgpremie. De eerste de beste horde bleek al te hoog te zijn. Wij dachten nog zo na 12 september het gedoe van de afgelopen jaren eindelijk achter ons te kunnen laten. Wij kregen er helaas nieuw gedoe voor terug. Dat is slecht voor het kabinet en de partijen die het kabinet dragen, maar ook voor ons land.

Ons land heeft een stabiele regering nodig die de enorm grote problemen van deze tijd daadkrachtig kan aanpakken.

Burgers, ook de kiezers van de PVV, verwachten dat volgens mij van ons. Burgers, onder wie ook een miljoen gezinnen met opgroeiende kinderen, hebben te maken met werkloosheid of de grote dreiging daarvan. Burgers maken zich grote zorgen over de sterk oplopende zorgkosten of over de woningmarkt die volledig op slot zit. Sommige mensen kunnen hun huis al meer dan twee jaar niet kwijt. Sommigen maken zich zorgen over de arbeidsmarkt waar ook heel weinig beweging in te krijgen is. Zij maken zich druk over de vraag of er nog een toekomst is voor hun kinderen. Dit is dus een tijd waarin de hand aan de ploeg moet worden geslagen. Weg met het gedoe van de afgelopen jaren. Weg met de onnodige polarisatie. Die zijn we meer dan zat. Er moet gewerkt worden aan herstel van vertrouwen. Maar het is niet eenvoudig om dat herstel van vertrouwen weer inhoud te geven, zeker niet in een tijd dat er miljarden en miljarden bezuinigd moeten worden. Dat vraagt veel van de leiders van dit land. Burgers moeten namelijk meegenomen worden in de keuzes die gemaakt worden. Dat kan pas echt als keuzes rechtvaardig en noodzakelijk worden gevonden door de mensen die ermee te maken krijgen. Daarom hoort er achter de keuzes die gemaakt worden een overtuigende visie neergelegd te worden.

Dat vind ik wel een probleem van dit kabinet, ook weer luisterend naar de regeringsverklaring. Het kabinet dat nu zitting heeft genomen in vak-K, heeft een akkoord meegekregen dat vooral via een uitruil op grote onderwerpen tot stand is gekomen. Over die uitruil heeft inmiddels weer een nieuwe uitruil plaatsgevonden. Ik heb het al een keer eerder gezegd: "uitruilen" klinkt wel mooi en gaat ook snel, maar het heeft ook iets dubbels. We hebben het namelijk niet over het uitruilen van wintersportartikelen waarvoor op dit moment in Nederland allerlei ruilbeurzen worden gehouden. We hebben het over het bestuur van ons land. Een land ruil je niet uit, een land bouw je op. En bij opbouwen hoort een visie. Daar hoort een duidelijke visie en een overtuigend verhaal over het hoe, het waarom en het waartoe bij. Geen uitruilvisie dus, maar een visie op de toekomst van ons land en een visie die verdergaat dan het feit dat we het huishoudboekje van de Staat weer op orde willen brengen, hoe belangrijk dat ook is.

Ik sta hier namens de fractie van de ChristenUnie. Ik beloof het kabinet dat we het met een open en constructieve houding tegemoet zullen treden. Wij zullen voorstellen van dit kabinet toetsen aan wat voor ons een centraal begrip is: gerechtigheid. Wij vragen dit kabinet, zich in te zetten voor wat kwetsbaar is en vaak geen stem heeft. Wij vragen dit kabinet om onrecht te bestrijden, niet alleen in eigen land, maar ook daarbuiten. Wij willen dat er recht gedaan wordt aan mensen, aan volken en aan Gods schepping. Dat drijft ons en dat motiveert ons. Hiervoor zetten wij ons in. Wij vragen het kabinet ook om dat te doen. Wij zullen van daaruit de kabinetsvoorstellen met een open houding beoordelen. Wij voeren geen oppositie om het oppositie voeren. Wat goed is in onze ogen, zullen we ook goed noemen, maar als iets slecht is, of misschien zelfs goed slecht, dan zal het kabinet ons hinderlijk op zijn weg vinden.

Ik kom bij een aantal voornemens uit het regeerakkoord. In een interruptie op het betoog van de heer Zijlstra vroeg ik al aandacht voor de positie en de waarde van het gezin. Gezinnen hebben we in allerlei variaties: alleenverdieners, tweeverdieners, gezinnen met kinderen, soms een beperkt aantal en soms ook grote gezinnen. Ik wijs op een interview in de Volkskrant met Steffart Buijs, vader van vijf kinderen. Hij voelde zich eigenlijk een beetje gestraft voor het feit dat hij zo'n groot gezin heeft. Hij wil met zijn gezin een bijdrage leveren aan de samenleving. Daar zijn gezinnen ook voor bedoeld. Gezinnen zijn belangrijke pijlers waarop onze samenleving rust. Dat is de plek waar jonge mensen zich kunnen ontwikkelen. Dat is de plek waar waarden en normen worden overgedragen. Dat is de plek waar kinderen worden voorbereid om uiteindelijk een zelfstandige plek in de maatschappij in te kunnen nemen. Hoewel de situatie van gezinnen enorm kan verschillen, vrezen wij een opeenstapeling van maatregelen zoals we die in het regeerakkoord op allerlei plekken tegenkomen. Ik wijs op de verlaging van de kinderbijslag, de oplopende zorgkosten, de hypotheekrenteaftrek die zal afnemen -- onvermijdelijk, maar het gaat gebeuren -- en schoolboeken die zelf betaald moeten worden.

Ik kan zo nog wel even doorgaan: hogere kosten voor studerende kinderen, oplopende energiekosten.

Mijn vraag aan de minister-president is hoe hij ervoor zorgt dat er geen onevenredige belasting van gezinnen gaat plaatsvinden. Wie is er binnen het kabinet primair verantwoordelijk om dat in de gaten te houden? Er is immers veel verdeeld over verschillende bewindspersonen. Het viel mij op dat er wel een extra minister is gekomen voor de rijksdienst, maar niet voor het gezin. Dat zal een kwestie van prioriteiten zijn voor dit kabinet, maar ik vraag de minister-president wie de coördinerende verantwoordelijkheid voor het gezinsbeleid krijgt. Wij zouden het plezierig vinden als hij dat morgen aan ons bekend kan maken. We weten dan ook wie we daarop primair kunnen aanspreken. Ik vraag de minister-president met klem de positie van gezinnen voortdurend in het oog te houden. Ondergraaf deze belangrijke pijler van onze samenleving a.u.b. niet.

Ik vraag ook aandacht voor mensen met een beperking. Denk ook aan chronisch zieken en gehandicapten. We hebben al in interrupties onderling met elkaar gesproken over wat er allemaal op deze mensen afkomt en welke zorgen er zijn. Er zijn ook zorgen die in gezinnen gevoeld worden als er binnen gezinnen een kind is met een beperking, soms zelfs meer dan een. Wij vonden het beleid van het vorige kabinet rondom deze groepen op zijn zachtst gezegd slecht. Er zaten voorstellen tussen die we bestreden hebben en waaraan we gelukkig een einde konden maken via afspraken die we in het voorjaar konden maken. Maar ook nu komt er heel veel op deze groep mensen af. Ik denk aan de AWBZ. Het is onvermijdelijk dat er iets mee gebeurt, maar we moeten dat wel zorgvuldig doen. Ik denk aan wat er in de thuiszorg gebeurt en aan wat er in de dagbesteding gebeurt. Noem maar op. De inzet van de ChristenUnie is dat mensen zo lang mogelijk thuis verzorgd kunnen worden en dat er goede opvang voor hen is als dat niet meer kan. Ik vraag de minister-president om ook deze groep nadrukkelijk in de gaten te houden. Ik ben blij om te horen dat in ieder geval vanuit de Kamer het recht op persoonsgebonden budget geborgd gaat worden. Laten we dat met elkaar klip-en-klaar afspreken. Dat is heel belangrijk voor heel veel mensen in dit land. Ik vraag ook aan de minister-president om organisaties die bij de zorg horen, zoals patiëntenorganisaties, nadrukkelijk te betrekken bij de uitvoering van de plannen. De Kamer heeft dit twee weken geleden uitgesproken via een motie die ik heb ingediend. We gaan ervan uit dat het kabinet die zal gaan uitvoeren.

We zijn blij met het voornemen van het kabinet om eindelijk het VN-gehandicaptenverdrag te ratificeren. Er was inmiddels al een Kamermeerderheid voor. Het kabinet heeft het nu ook in het regeerakkoord opgenomen. Ik vraag de minister-president om te bevorderen … Nee, laten we gewoon afspreken dat dit voornemen in 2013 zal worden uitgevoerd. Laten we niet langer wachten dan noodzakelijk.

De ChristenUnie staat voor grondwettelijk verankerde vrijheden in ons land. We willen graag ook andere mensen met andere opvattingen de vrijheden gunnen die we ook zelf graag willen hebben. Dat zeg ik onder andere namens de ongeveer 300.000 mensen die op de ChristenUnie hebben gestemd, onder wie heel veel gelovige mensen die hun levensovertuiging niet alleen voor de binnenkamer van hun huis willen reserveren, maar die daar ook buiten hun huis inhoud aan willen geven. Ik vraag het ook namens andere minderheden in dit land. Grondrechten zijn universeel, hoewel sommigen dat enigszins vergeten leken te zijn in de afgelopen jaren. Die rechten gelden voor iedere burger in Nederland. Er zijn zorgen of die grondrechten in de komende jaren voldoende geborgd zijn. Ik vraag de minister-president om morgen klip-en-klaar uit te spreken dat grondwettelijke rechten, zoals de vrijheid van godsdienst, de vrijheid van onderwijs, maar ook het recht om een vereniging op te richten en om iets te organiseren, ook bij dit kabinet in de komende jaren voor alle Nederlanders geborgd zijn.

De ChristenUnie is van mening dat onze verantwoordelijkheid niet ophoudt bij onze eigen mensen en onze eigen grenzen. Dit betekent dat wij heel veel moeite hebben met een paar maatregelen uit het regeerakkoord die de mensen over de grenzen betreft. De betreffende maatregelen vinden wij echt heel hard. Ik ben even heel erg aangeslagen bij een opmerking van de heer Zijlstra over ontwikkelingssamenwerking. Nadat het vorige kabinet al een miljard bezuinigd had, konden we voorkomen dat daar via het Catshuisakkoord 750 miljoen bij zou komen. Daar waren we blij mee, maar we vinden het heel erg dat er nu toch weer zo'n fors bedrag bezuinigd gaat worden op ontwikkelingssamenwerking.

Het was mij een lief ding waard geweest als alle commotie van de afgelopen twee weken over de zorgpremie -- ik begrijp die commotie wel -- eens een keer over een onderwerp als dit was gegaan. De mensen die het raakt, komen niet in beweging. Zij weten bij wijze van spreken niet eens waar wij mee bezig zijn. Nederland heeft altijd vooropgelopen, maar nu bestaat het grote risico dat andere landen ons in deze bezuiniging zullen volgen. Ik vind dat heel erg triest, want het gaat om mannen, vrouwen en kinderen, gezinnen, die dagelijks strijden voor hun leven. Zij hebben te maken met gebrek aan water en voedsel en hebben geen dak meer boven hun hoofd. Zij moesten vluchten vanwege oorlog in hun land. Nu bezuinigen wij in korte tijd zo fors op het budget voor deze mensen. Ik hoop dat het ons nog gaat lukken in de komende tijd om, waar mogelijk, vanuit de Kamer initiatieven te nemen om te borgen dat onze inzet wel groot zal blijven, maar ik heb er een zwaar hoofd in. Ik kijk naar de Partij van de Arbeid. Die was altijd een medestrijder, maar heeft dit idee losgelaten. Maar goed, we geven niet op.

Ik ben wel blij dat de burgers in het land zelf extra in beweging komen. Het zijn mensen die vaak al veel gaven voor dit soort onderwerpen. Ik vraag de collega's om even naar de site www.verknalhetniet.nl te kijken. Daar zie je al een eerste beweging van burgers. Zij zeggen: wij laten het vuurwerk straks zitten, dat geld steken wij nu in het gat dat gevallen is door deze forse bezuiniging.

Iets anders wat ons bezighoudt, is het onderwerp van mensen die in een uitkeringssituatie terechtkomen. Die situatie moet natuurlijk zo kort mogelijk duren. Wij moeten alles in het werk stellen om die mensen, waar het maar kan, weer aan het werk te helpen. Dat is wel iets anders, zo zeg ik met een blik op het regeerakkoord, dan in crisistijd, bij een oplopende werkloosheid, die door het beleid van dit kabinet niet minder wordt, de WW-duur zo fors te verlagen. Dit zal keihard aankomen bij mensen, mensen die hun baan kwijtraken en vaak gezinnen moeten voeden. Zij zullen grote klappen te verwerken krijgen. De eerste klap komt al -- bam, zou ik haast willen zeggen -- als die mensen hun werk kwijt zijn. Dan moeten zij werk gaan zoeken in een tijd waarin dit heel moeilijk is. Zij krijgen dan 70% van hun laatstverdiende loon. Uiteindelijk zal een deel van hen erachter komen dat het toch niet lukt in dat jaar. Dan komt de grootste klap, een heel harde klap, want dan gaan zij in een jaar tijd naar bijstandsniveau. Ik vind dat echt heel erg. Ik weet dat er nu een potje is gevormd en dat de minister van Sociale Zaken dit beheert, maar waaraan het geld precies besteed zal worden, is erg vaag gehouden. Zelfs al zou het een verzachting van deze maatregel zijn, dan is deze nog steeds heel hard. Ik vind dat erg en ik betreur dat. Dat had wat ons betreft anders gemoeten. Daar zit je dan, als werkloze vader of moeder met kinderen en een huis dat je niet kwijt kunt, met inkomsten op bijstandsniveau. Ik hoop dat we hier niet de situatie krijgen die in andere delen van Europa op dit moment helaas al werkelijkheid is. Welk perspectief biedt u, zo vraag ik de minister-president, deze gezinnen?

Wij hebben ook moeite met de aanscherping van de Algemene nabestaandenwet. Deze is een paar jaar geleden al fors aangepakt. Nu zal dat nog erger worden: weduwen en weduwnaars zullen na één jaar al geen gebruik meer kunnen maken van de Algemene nabestaandenwet. Dat zou weleens tot heel schrijnende situaties kunnen leiden. Waarom is dit niet betrokken bij de uitruil? Dit is immers ook een heel zware maatregel die, mede als je kijkt naar de opbrengsten, best gemist had kunnen worden.

Ik vraag aandacht voor de werkgelegenheid, ook in de bouw. De PvdA beloofde 50.000 banen in augustus. Zij had een prachtig banenplan, maar daar heb ik niets van teruggezien. Het woordje "bouw" is één keer gevallen in de regeringsverklaring. Ik kan nu al melden dat morgen namens een aantal fracties een amendement zal worden ingediend bij de behandeling van het Belastingplan. Daarmee proberen wij in ieder geval één maatregel, het lage btw-tarief, terug te krijgen voor de bouw. Dat zou een klein beetje kunnen helpen.

Er is nog iets wat ons bezighoudt: de verbondenheid die wij, om meerdere redenen, voelen met het volk Israël. Dit volk ligt in deze dagen weer letterlijk onder vuur. De afgelopen dagen zijn zo'n 115 raketten op Israël afgevuurd. Vandaag was dat er maar eentje. De beschietingen zijn gestopt, want Israël heeft wat maatregelen genomen. Dat was noodzakelijk. Het lijkt alsof dit regeerakkoord een wijziging inhoudt van het beleid voor het Midden-Oosten zoals we dat in de afgelopen twee kabinetsperiodes hebben gekend.

Ik vraag de minister-president of dit zo is. Kijkend naar wat er de afgelopen dagen weer richting Israël is gebeurd, vraag ik hem of hij onze opvatting deelt dat Israël het recht heeft op veilige en erkende grenzen. Kunnen wij ervan opaan dat het kabinet zich daar ook voor inzet in de komende jaren?

Mevrouw de voorzitter, tot slot richt ik mij tot de bewindspersonen. Het zijn er heel wat: een aantal oud-bekenden, een aantal nieuwe gezichten in dit vak en een aantal mensen die wij al vanuit de Kamer kennen, maar nog niet in hun hoedanigheid als bewindspersoon. U, de bewindspersonen van dit kabinet, bent allen -- dit klinkt zwaar, maar het is wel zo -- dienaren van de Kroon. Dit betekent dat u geroepen bent om te dienen. Dat is een heel grote en zware verantwoordelijkheid. Ik hoop dat ieder van u afzonderlijk in de komende tijd echt in uw hart laat kijken, dat u compassie laat zien en dat u een vuur laat zien voor de problemen in dit land en de mensen in dit land, en dat u wilt werken aan echte oplossingen voor de problemen. Ik hoop dat u, als bewindspersonen van het kabinet-Rutte II, straks bekendstaat als dienstbare politici, want die heeft ons land nodig. Politici die niet hun eigenbelang of het partijbelang prefereren, maar het belang van ons land en van al de prachtige inwoners dienen en ook verantwoordelijkheden nemen voor mensen buiten ons land.

Aan het begin citeerde ik uit het Bijbelboek Spreuken en kwam ik via Joop den Uyl, Roosevelt en Alexander Pechtold, die zich ook dit rijtje mag plaatsen, op mooie citaten. In het Bijbelboek Spreuken staat ook: "Zonder kennis van zaken helpt ook ijver niet en wie overhaast te werk gaat, maakt fouten." Dat is een wijsheid die wij misschien een paar weken geleden eens hadden moeten lezen. In het boek der Psalmen staat: "Het begin van wijsheid is ontzag voor de Heer, wie leeft naar zijn wet, getuigt van goed inzicht". Dat zijn zulke prachtige, mooie wijsheden. Ik heb hierover zitten te denken. Het zou mooi zijn als u tijdens iedere kabinetsvergadering een paar van die wijsheden leest. Als u mij dat vraagt, ben ik best bereid om een leesrooster voor u te maken. Dit zijn wijsheden om mee te nemen, eeuwen geleden opgeschreven maar nog iedere dag actueel.

Mevrouw de voorzitter, ik kom tot een afronding. Ik wens de minister-president, als primus inter pares van dit kabinet, maar ook alle bewindspersonen op welke plek dan ook heel veel wijsheid en Gods zegen toe bij hun werk. Ik hoop dat zij er plezier in hebben, want dat hoort bij het werk, ook al zijn de problemen groot. Werk samen met de Kamer! Van de uitgestoken hand van de vorige keer is niet zo veel terechtgekomen, maar dit is een nieuwe kans, een nieuwe ronde. Probeer het! Laten wij met elkaar zoeken naar wijsheid en proberen om dit land echt verder te helpen op een manier die past bij wat de burgers van ons mogen verwachten.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari