Bijdrage Arie Slob aan het plenair debat over beleid kabinet loonontwikkeling en aanpak econ. crisis

dinsdag 05 maart 2013 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Fractievoorzitter Arie Slob aan een plenair debat met minister-president Rutte, minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, minister Dijsselbloem van Financiën en minister Kamp van Economische Zaken 

Onderwerp:   Debat over het beleid van het kabinet als het gaat om de loonontwikkeling, de aanpak van de economische crisis en over de sterk oplopende werkloosheid

Kamerstuk:    33 566

Datum:            5 maart 2013

De heer Slob (ChristenUnie):

Voorzitter. Vandaag is het precies een jaar geleden dat vijf heren en één dame achter de hekken van het Catshuis verdwenen. Wat is er in dat jaar inmiddels veel gebeurd. Zij bleven er tot 21 april zitten en kwamen uiteindelijk met lege handen naar buiten. In de maanden daarna weten wij wat er is gebeurd: verkiezingen, een nieuw kabinet, een kabinet dat met een regeerakkoord kwam waarvan de eerste regels spraken van "een onverwoestbaar geloof in de toekomst, een rotsvast vertrouwen in wat Nederlanders samen voor elkaar krijgen en de diepe overtuiging dat ons land de komende jaren een stabiel en daadkrachtig kabinet nodig heeft om hiervoor kracht en energie vrij te maken". Als je nu tot je door laat dringen waar wij ruim vier maanden later zijn aanbeland, dan vraag je je af of dat rotsvaste vertrouwen en die diepe overtuiging er nog steeds wel zijn. Mijn analyse van dit moment is dat het kabinet en ook de coalitie zich eigenlijk over een heel smal koord voortbewegen en dat het nog maar zeer de vraag is of zij de overkant gaan halen.

En dat in een tijd van crisis! Het CPB --  ik denk trouwens dat de heer Coen Teulings vanavond tranen van ontroering in zijn ogen heeft gekregen omdat de heer Wilders het CPB zo naar voren bracht als een betrouwbare instantie met cijfers die deugen -- maakte afgelopen week duidelijk dat de tekorten hoger worden, dat de werkloosheid fors oploopt, dat veel oudere werknemers maar ook heel veel jongeren aan de kant staan en dat jonge mensen die hun opleiding hebben afgemaakt, niet op de arbeidsmarkt terechtkomen maar in de digitale kaartenbak van het UWV. Dat is een zeer zorgelijke situatie: grote problemen op de arbeidsmarkt, economische problemen en een instabiel kabinet.

De vraag is wat er dan moet worden gedaan. Ik wil het kabinet en de coalitie in dit debat drie dingen vragen. Kabinet en coalitie, wilt u alstublieft ietwat consistenter zijn in uw optreden naar buiten, in de woorden die u spreekt en in de wijze waarop u zoekt naar oplossingen in deze tijd van crisis? Het is van tijd tot tijd immers echt niet meer volgen. Waar koerst u nu op af? Wat is uw visie? Dat vraag ik aan de minister-president via u, mevrouw de voorzitter. De uitlating van de minister van Sociale Zaken dat de koopkracht weer wat zou moeten toenemen en dat mensen weer wat meer zouden moeten verdienen, was de oorspronkelijke reden van dit debat. Daarna kregen we een brief waarin alle voor- en nadelen van loonmatiging op een rijtje werden gezet. De uiteindelijke conclusie was dat de sociale partners daarover gaan. Afgelopen vrijdag was er een akkoord waarmee zeer grote groepen weer op de nul worden gezet. Dit soort uitlatingen kun je niet aan elkaar krijgen. Dat voedt geen vertrouwen, maar juist wantrouwen. In een tijd van crisis hebben we juist nodig dat het vertrouwen weer gaat groeien. Daar hoort ook een kabinet bij dat duidelijk leiding geeft en dat aangeeft waar het naartoe wil.

Dat geldt ook voor het crisispakket op het punt van het Infrafonds; dat is al eens als voorbeeld genoemd. Een paar maanden geleden werd 250 miljoen uit het Infrafonds gehaald om een politiek probleem op te lossen. De minister van I en M gaat het land door om overal te vertellen dat bepaalde projecten niet doorgaan of worden doorgeschoven, maar afgelopen vrijdag was er ineens weer 500 miljoen beschikbaar. Daar is geen touw aan vast te knopen. Het is een mooi herstel van een fout die gemaakt is, maar dit voedt wantrouwen. Mensen denken namelijk: wat is daar volgende week nog van over? We hebben visie en een duidelijke lijn nodig. Ik vraag dit kabinet om daar alert op te zijn.

Een tweede punt is dat we in deze tijd zowel in als buiten het parlement moeten kunnen samenwerken, want we zullen inderdaad -- het is vanavond een paar keer gezegd -- moeten proberen om samen uit de crisis te komen en om mensen weer aan het werk te helpen. Daarbij is het echter ook belangrijk dat onnodige drempels om tot zo'n samenwerking te komen, worden geslecht. Ik heb er in de richting van de heer Samsom één genoemd, namelijk de verlaging van de WW-duur. Ik koppel dat niet automatisch aan het ontslagrecht; ik heb het over de verlaging van de WW-duur, zoals het kabinet die in het regeerakkoord heeft staan. Dat is echt een onding en dat zorgt voor onnodige drempels, zowel in de polder als in deze Kamer. Wat is er dan mooier dan om nu te zeggen: mensen, deze drempel slechten we even; we bieden ruimte om te komen tot een alternatief. Spreek dat gewoon klip-en-klaar uit. Dat geeft lucht en ruimte en biedt mogelijkheden om samenwerking aan te gaan. Ik vraag de minister-president om dat straks in zijn eerste termijn te doen.

Een derde punt dat grote urgentie moet hebben en dat we de afgelopen tijd toch wat hebben gemist, is dat de groeiende werkloosheid echt vraagt om een daadkrachtige regering en, om het huiselijk te zeggen, om een zeer assertieve Asscher. Vandaag is er een mooie beweging op het punt van de aanpak van de jeugdwerkloosheid, Ik zie wel een aantal zaken die al op de planning stonden en die nu bij elkaar worden gezet, maar het is wel nodig dat we daar echt met elkaar aan gaan sleuren en dat we de jongeren weer een kans gaan geven. Minister Asscher wil met een ambassadeur komen. Ik zou haast zeggen: kom weer met een Hans de Boer, met mensen die aanzien hebben en die met kracht partijen in de samenleving bij elkaar kunnen brengen. Laat dit niet zomaar weglopen! Ik zeg het de heer Krol na: ook ten opzichte van de oudere werknemers zullen we iets soortgelijks moeten doen om te proberen om de grote, groeiende groep ouderen die aan de kant staan, daadwerkelijk kansen te geven. Zij hebben gewoon een extra steuntje nodig. Ik vraag het kabinet om daar straks op in te gaan.

Tot slot. Het zijn heel spannende weken. Wij kijken natuurlijk naar het kabinet, maar achter het kabinet zien wij de samenleving, waar heel veel vertwijfeling is, waar heel veel mensen onzeker zijn en waar de problemen in razendsnel tempo toenemen. Het kabinet heeft afgelopen vrijdag een soort openingszet gedaan. Ik vond het een beroerde openingszet, want het was een wat samengeharkt lijstje. Maar goed, er ligt iets. De bal ligt nu bij de sociale partners. Die zal straks terugkomen bij de Kamer. Mijn fractie is --  kijk hiervoor terug naar het afgelopen jaar -- altijd bereid om verantwoordelijkheid te nemen, waar dat kan en verantwoord is, maar niet ten koste van alles. Akkoorden en voorstellen die ons worden voorgelegd, zullen wij altijd nadrukkelijk toetsen aan de vraag of zij ook aandacht hebben voor gezin en gemeenschap, of er echt recht mee wordt gedaan aan mensen in moeilijke omstandigheden en of er daadwerkelijk mee wordt toegewerkt naar een duurzame economie. Wij zullen zien wat er terug gaat komen. De zorgen zijn op dit moment groot en nog niet verdwenen. Ik hoop op een kabinet dat straks laat zien dat het de leiding neemt en beseft dat er nu echt iets moet gebeuren.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari