Bijdrage Arie Slob aan het plenair debat Wijziging Natuurbeschermingswet 1998 en Flora- en faunawet

woensdag 03 april 2013 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Fractievoorzitter Arie Slob aan een plenair debat met staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken

Onderwerp:   Wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet i.v.m. uitbreiding van de werkingssfeer van beide wetten naar de exclusieve economische zone

Kamerstuk:    32 002

Datum:            3 april 2013

De heer Slob (ChristenUnie):

Voorzitter. Een aantal collega's hebben al het bijzondere verloop van dit wetsvoorstel geschetst. Ik ben er de afgelopen dagen ook weer eens ingedoken. Het is inderdaad bijzonder. Het vorige debat, zo'n tien maanden geleden, werd namens de ChristenUnie gevoerd door Esmé Wiegman, die inmiddels mijn oud-collega is. Nu sta ik hier om de honneurs waar te nemen en mag ik de voorganger van de voorganger van deze staatssecretaris bedanken voor zijn beantwoording in eerste termijn. Hoe gek kunnen wij het met elkaar bedenken?

De vraag is gerechtvaardigd waar dit kabinet staat ten aanzien van dit wetsvoorstel. Er zijn beoordelingen gegeven van amendementen. In eerste termijn zijn al beoordelingen gegeven van situaties. Ik hecht er dus sterk aan om van de staatssecretaris te horen waar het kabinet op dit punt staat.

Twee zaken zijn voor ons in het bijzonder van belang. Ik zeg daarbij direct dat wij op dit moment onze afweging nog niet kunnen maken. In onze eerste termijn hebben wij heel nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de verhouding tussen dit wetsvoorstel en de werking ervan én de samenhang met het gemeenschappelijk visserijbeleid, waarover in die tijd nog steeds volop discussie was. De beantwoording van de staatssecretaris was wat ons betreft niet heel erg duidelijk. Ik hoor graag van deze staatssecretaris hoe zij de samenhang ziet. De voorganger van de voorganger van deze staatssecretaris zei bijvoorbeeld: indien nodig, kunnen de visserijbeperkende maatregelen uitsluitend via het gemeenschappelijk visserijbeleid worden genomen.

Als je dan verder leest in het verslag, zie je dat het gemeenschappelijk visserijbeleid "de beste manier" was, dus niet de enige manier. Er is echt onduidelijkheid over wat dit wetsvoorstel en de maatregelen die bij het gemeenschappelijk visserijbeleid horen, zullen betekenen voor de bescherming van natuurwaarden op die prachtige zee die wij met elkaar graag willen beschermen, maar waar wij ook graag een aantal activiteiten willen laten plaatsvinden. Dan zullen wij moeten zoeken naar een goede weg. Die helderheid zou ik graag van het kabinet krijgen.

Als je de werking van het wetsvoorstel tot je laat doordringen, moet duidelijk zijn wat wij hoe willen beschermen. Het is belangrijk dat keuzes onderbouwd worden. Wij moeten voorkomen dat er straks bij wijze van spreken willekeurig wat lijntjes op de kaart worden getrokken waar wij dan met elkaar aan vastzitten. Belangrijk is dat wij proberen om degenen die bij die mooie Noordzee betrokken zijn, mee te nemen. Daar hoort de visserijsector bij. Wij weten dat de sector bereid is om grote stukken natuurgebied op zee te sluiten voor visserij, mits daar nulmetingen bij geleverd worden, alsmede een strakke monitoring in de komende jaren. Als de effecten tegenvallen, moet er weer ruimte komen om gebieden open te stellen voor visserij. Dat zijn wezenlijke reële zaken waarover wij graag duidelijkheid willen hebben. Ik vraag de staatssecretaris om die duidelijkheid.

De heer Van Gerven (SP):

De heer Slob gaf aan dat wij nog over deze wet moeten stemmen. Daarbij zal blijken of de wet wordt aangenomen. De positie van de ChristenUnie is daarbij cruciaal, zo is mijn inschatting. Hoe staat de ChristenUnie tegenover de voorliggende wet en tegenover het amendement van de SP?

De heer Slob (ChristenUnie):

Het is altijd mooi om te horen dat de opstelling van de ChristenUnie cruciaal is. Dat is inderdaad bij meer wetgeving het geval. Wij hanteren overigens altijd dezelfde afweging, of onze opstelling nu wel of niet cruciaal is. Wij proberen uiteindelijk de reikwijdte van wetgeving scherp te hebben. Uiteindelijk maken wij een afweging of wij daar wel of niet onze verantwoordelijkheid aan kunnen geven. Ik heb daarnet een heel indringende vraag bij de staatssecretaris neergelegd over de reikwijdte van deze wet in verhouding tot het gemeenschappelijk visserijbeleid. Ik wacht haar beantwoording in tweede termijn af. Ik moet in alle eerlijkheid bekennen dat wij het amendement van de SP nog even goed moeten bestuderen. Er liggen heel veel amendementen voor, waaronder een amendement op stuk nr. 18 van de ChristenUnie samen met het CDA. Van de staatssecretaris hoor ik graag hoe zij daartegen aankijkt. Vorig jaar werd het oordeel aan de Kamer overgelaten. Kortom, wij zullen de amendementen in samenhang moeten bekijken. Ik zal het oordeel van de regering daarbij uiteraard betrekken.

De heer Van Gerven (SP):

Ik constateer dat de toon van de inbreng van de heer Slob anders is dan die van zijn voorganger, mevrouw Wiegman. Zij had een vrij duidelijke economische inzet. Zij noemde vooral de belangen van de visserij of de vermeende belangen van de visserij. De heer Slob wil ook kijken naar de ecologische belangen van de Noordzee. Dat vind ik winst. Ik beveel het SP-amendement op stuk nr. 20 van harte in zijn aandacht aan. Wil de heer Slob ingaan op de tegenstelling tussen de Raad van State en het kabinet? Vindt hij het niet vreemd dat de grootste beïnvloeder van de zee, de visserij, uitgesloten wordt van de wetsinvloed?

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik weet niet of de heer Van Gerven denkt dat het helpt als hij zulke uitlatingen doet over mijn gewaardeerde oud-collega mevrouw Wiegman, die volgens mij de afgelopen jaren met een warm hart voor natuur en milieu haar werk heeft gedaan, waarbij ze inderdaad economische activiteiten in samenhang daarmee heeft beoordeeld. Zo heb ik haar bijdrage in eerste termijn de afgelopen dagen herlezen. Ik vond dat een uitstekende bijdrage, waarin ze terecht het kabinet vroeg helder te maken wat er uiteindelijk gaat gebeuren als de wet wordt aangenomen. Wat is de werking daarvan, ook als je weet dat er ook op allerlei andere terreinen afspraken worden gemaakt die ook hun uitwerking hebben? We moeten zien te voorkomen dat we in Nederland met allerlei eigen regelgeving bezig zijn, die bij wijze van spreken een flinke kop zet op wat vanuit Europa naar ons toe komt. Verder moeten we voorkomen dat we allerlei vertegenwoordigers die te maken hebben met de zee tegen elkaar uitspelen. We moeten juist proberen gezamenlijke doelen te creëren en ons daarvoor sterk te maken, omdat het uiteindelijk een gemeenschappelijk belang is om goed met de zee om te gaan, met alle activiteiten die daarin plaatsvinden. Vanuit die optiek zullen wij kijken naar de amendementen, zal ik goed luisteren naar wat de staatssecretaris te vertellen heeft en zullen we een eindafweging moeten maken met betrekking tot dit inderdaad heel ingewikkelde wetsvoorstel.

Ik kom toe aan de Doggersbank en de Klaverbank. Ik begrijp dat mijn voorganger daar speciale gevoelens bij heeft, want zij heeft ze in het bijzonder genoemd. Mijn fractie is wel benieuwd hoe het nu eigenlijk staat met het FIMPAS-project, waar de Doggersbank om onduidelijke redenen uit is gehaald, omdat meerdere landen daarbij betrokken waren. Wij hebben de indruk dat er nog steeds achter de schermen heel veel getouwtrek is over het maken van keuzes rond deze banken. Ik krijg graag helder wat daar gaande is, en hoe zich dat verhoudt tot dit wetsvoorstel. Van sommige collega’s begrijp ik dat ze de reikwijdte wat verder willen verbreden.

De vraag van D66 was zeer relevant: wat zijn de gevolgen als we deze wet niet aannemen? Ik hoor in de wandelgangen geruchten over bepaalde fracties die niet van plan zijn om voor te stemmen. Wat zouden de gevolgen zijn? Vallen er dan ineens grote gaten? Of wordt dat opgevangen door allerlei andere afspraken, ook internationaal? Wat gebeurt er dan?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


« Terug

Nieuwsarchief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari