Speech Joël Voordewind bij herdenking Armeense Genocide

JVoordewind_vierkantmaandag 22 april 2013 10:46

Vrijdag sprak Joël Voordewind op de herdenkingsbijeenkomst van de Armeense Genocide. Hieronder vindt u de tekst van zijn speech.

Vrienden, vandaag mag ik met jullie stilstaan bij de 98ste herdenking van de Armeense Genocide. Wanneer we zo’n verschrikkelijke gebeurtenis herdenken die al zoveel jaren achter ons ligt en waarvan de meeste overlevenden nu niet meer bij ons zijn, wordt het moeilijker om te herinneren wat voor leed de Armeniërs hebben moeten ondergaan. Maar de honderdduizenden doden, de genocide van het Armeense volk, mag nooit vergeten worden. Ik werd dan ook oprecht geraakt toen ik het verhaal van een van de overlevenden tot mij nam. Graag wil ik als eerbetoon aan hem, als aan al die slachtoffers vandaag een stukje van zijn verhaal delen, het verhaal van Sam Kadorian:
‘Turkse militairen kwamen en namen alle jongen tussen de 5 en 10 jaar oud mee. Ik was 7 of 8 jaar, ik werd ook meegenomen. Ze gooiden ons allen op één grote hoop op het strand en begonnen ons te steken met zwaarden en bajonetten. Ik denk dat ik in het midden van de jongens lag want ik werd slechts door één zwaard geraakt, op mijn wang. Maar ik kon niet huilen, ik was helemaal bedekt het bloed van andere lichamen die op mij lagen, maar ik kon niet huilen. Als ik had gehuild, dan had ik het niet overleefd om dit verhalen te delen. Toen het donker was, werd ik gevonden door mijn oma. Andere ouders kwamen om te zoeken voor hun kinderen, maar vonden slechts lichamen’. Dit is slechts één verhaal van één van de overlevenden van de genocide, verhalen die dit leed, dit onrecht een gezicht, een beeld geven.
Als mens, als christen als politicus voel ik me verbonden met de dood van honderdduizenden vrouwen, kinderen, ouderen en mannen in de kracht van het leven. Ik ben me er zeer van bewust dat deze tragedie, deze inktzwarte pagina in de geschiedenis van het Armeense volk nog altijd een gat slaan in de identiteit van Armeniërs vandaag. De keiharde ontkenning van het huidige Turkije die maar niet in het reine wenst te komen met haar bloedige geschiedenis is daar een grote oorzaak van. Het ontstaan van de Armeense diaspora is grotendeels ‘geboren’ na deze genocide.
Voor mij staan de verschrikkelijke gebeurtenissen die in het begin van de 20e eeuw hebben plaatsgevonden in het Ottomaanse Rijk symbool voor de diepe en duistere kant van de mensheid. Ongeveer twintig jaar na de Armeniërs stierven 6 miljoen joden onder het Nazi Regime. Recenter zagen we etnische zuivering in Rwanda maar ook vandaag worden mensen systematisch verkracht, gemarteld en vermoord. Ook daarom is het cruciaal dat we vandaag stil staan bij de Armeense genocide, dat men het nooit zal vergeten!
Ik sta hier natuurlijk ook als politicus van de ChristenUnie. Een partij die als vanouds een betrokkenheid ervaart met Armeniërs. In die traditie sta ik hier ook vandaag. In 2004 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen van voormalig ChristenUnie-leider André Rouvoet waarmee de Nederlandse overheid officieel de Armeense genocide erkent. Deze motie verzocht de Nederlandse regering zich in te spannen dat ook Turkije eindelijk tot erkenning komt dat zij een zeer bloedig verleden hebben. Hier zetten wij ons nog altijd voor in omdat Turkije al 98 jaar weigert te erkennen dat zij een genocide op haar geweten heeft. Ik weet dat mijn Amerikaanse collega’s nog altijd proberen dat Obama dit voorbeeld volgt. President Obama heeft slechts eenmaal het woord genocide in zijn mond genomen, maar dat was in campagnetijd voordat hij president werd. Nu onder druk van de belangrijke militaire bondgenoot Turkije durft hij dat niet.  Jullie weten hoe gevoelig deze kwestie daar ligt, moedige Turken die de genocide ter sprake brengen worden vermoord door Turkse extremisten of voor het gerecht gebracht. Wat ons betreft is er ook daarom géén plaats voor Turkije binnen de Europese Unie. Het werk is dus nog lang niet voorbij. Het is niet zonder reden waarom wij blijven pleiten voor een herdenkingsmonument bij het Vredespaleis in Den Haag. Tot nu toe is daar afwijzend op gereageerd, maar we geven niet op. Nederland moet blijven investeren in de banden met Armenië en binnen de Europese Unie en dus ook bij onze Amerikaanse bondgenoot onophoudend pleiten voor de erkenning van deze verschrikkelijke genocide.
Ik ben ook pas weer terug uit Syrië. Iedereen weet hoe verschrikkelijk de situatie daar is. Massa’s mensen met iedereen zijn eigen trieste verhaal. Ouders die kinderen zijn verloren en kinderen die ouders zijn verloren. Kinderen die meevechten in deze brute oorlog en oneindige stromen van vluchtelingen. Opmerkelijk ook zijn Armeniërs uit de diaspora. Ooit gevlucht voor de genocide in het Ottomaanse Rijk nu op de vlucht geslagen naar Armenië weer uit vrees voor eigen leven. Weer is de christelijke minderheid een extra doelwit, waaronder de Armeniërs. Zij willen niet echt een kant kiezen in dit conflict maar zijn voor de vele radicaal islamatische strijdgroepen een extra interessant slachtoffer. Ik probeer ook namens de ChristenUnie op te komen voor deze extra kwetsbare groep mensen. Ik heb de Minister van Ontwikkelingssamenwerking gevraagd om ook op te komen voor deze groep (en dat heeft ze toegezegd toch?) en bij onze Minister van Buitenlandse Zaken heb ik aandacht gevraagd omdat juist deze groep vergeten dreigt te raken.
Van Syrië, terug naar de herdenking vandaag. We naderen het moment dat de genocide 100 jaar geleden heeft plaatsgevonden. Wat zou het mooi zijn als binnen de komende twee jaar, Turkije schoon schip zal maken en dat er na al die tijd verzoening en vergeving kan plaatsvinden tussen de Armeniërs en de Turken. De ChristenUnie-fractie zal zich hiervoor blijven inzetten, daar mogen jullie op rekenen. Dank u wel.

« Terug

Nieuwsarchief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari