Bijdrage Arie Slob aan de Algemene Politieke Beschouwingen

woensdag 25 september 2013 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Fractievoorzitter Arie Slob aan de Algemene Politieke Beschouwingen

Onderwerp:   Algemene Politieke Beschouwingen

Kamerstuk:    33 750

Datum:            25 september 2013

De heer Slob (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter. In de week voor Prinsjesdag was ik op bezoek bij de Reaktgroep in Den Haag. Dat is een plek waar mensen die vastgelopen zijn, worden geholpen om hun leven weer op te pakken. Ik ontmoette daar Ruud, eind 50. Zijn huwelijk was stukgelopen en na jaren trouwe dienst was hij door zijn werkgever op straat gezet. Hij was letterlijk met de gordijnen dicht thuis komen te zitten. Het was donker in zijn leven geworden. Ruud vertelde mij zijn droevige verhaal, maar ook hoe hij met steun van hulpverleners zijn leven langzaam maar zeker weer wat op de rails had gekregen. Zij hadden hem onder andere een bonsaiboom gegeven om voor te zorgen. Om voor die boom te kunnen zorgen, had hij de gordijnen weer open moeten doen en zo kwam er weer licht binnen. Een indrukwekkend verhaal.

De avond daarvoor was ik in de Kloosterkerk, ook in Den Haag, zo'n 200 meter van het parlement verwijderd. Daar werd de jaarlijkse kroonbede gehouden. Mij trof daar de sfeer. Geen polarisatie en verdeeldheid, maar eenheid en ook een oprechte zorg over wat er in ons land en de wereld gaande is. Handen werden gevouwen en er werd gebeden om wijsheid en bezieling voor de bestuurders van dit land, voor het kabinet, voor de Kamer, voor ons dus. Het was prachtig om daarbij te zijn.

Ik merkte bij mijzelf dat zowel die ontmoeting met Ruud als die kroonbede mij ontzettend goed deed. Ik merkte ook bij mijzelf in die tijd dat een gevoel van moedeloosheid mij wat begon te besluipen, als je dagelijks te maken hebt met die sterk verslechterde economische situatie. Met die bedrijven die over de kop gaan. Met die duizenden en duizenden mensen, ook in mijn directe omgeving, die zonder werk zitten, ook veel jonge mensen. Met die eurocrisis. Wij hebben het er niet meer zo veel over, maar die is natuurlijk nog steeds sluimerend. Met in mijn ogen een toch wat zwalkende regering en een politiek die aan de ene kant voor miljarden ombuigt en hervormt, maar aan de andere kant soms bijna dagelijks haar eigen onmacht etaleert; ik reken mijzelf daar ook toe. Dat is geen fijn beeld.

De vraag die tijdens deze politieke beschouwingen gesteld moet worden, is hoe wij die negatieve spiraal doorbreken. Welk perspectief gaan wij burgers in deze tijd van recessie geven? Hoe krijgen wij die gordijnen weer open en komt het licht weer binnen? Waar blijft die hoopvolle agenda voor de samenleving waar de samenleving ook zo naar snakt? Ik weet het wel: de vraag stellen is die nog niet direct beantwoorden. Er is veel onzekerheid in deze tijd, maar één ding weet ik wel: de weg uit de crisis ligt niet in verdeeldheid maar in eensgezindheid, niet in terugzakken en elkaar de put in praten maar in aanpakken — hand aan de schop — niet in populisme maar in realisme. Wij moeten met elkaar weer op zoek naar gedeelde wijsheid en bezieling, naar zo'n bonsaiboom om weer licht te krijgen.

Ik neem aan dat de minister-president er zich ook van bewust is dat het er voor hem nu op aankomt. Op zijn schouders rust de grote verantwoordelijkheid om nu echt aan te pakken. Hij kan zich niet meer verschuilen achter vakministers, Olli Rehn of momenten in de toekomst. Voor nu geldt echt: niet doorschuiven of wegduiken maar aanpakken. De indringende vraag aan hem is dan ook: waartoe is hij bereid? Is hij bereid in te schikken of blijft hij met zijn kabinet in het eigen begrotingsgelijk hangen met als gevolg dat wij in deze tijd van crisis geen millimeter dichter bij een echt perspectief voor onze burgers komen? Dat is deze dagen de kwestie.

De eerste vraag die wij daarna moeten beantwoorden, is of wij in het komend jaar weer aanvullend 6 miljard moeten bezuinigen, boven op alle forse bedragen die wij in de afgelopen tijd al bezuinigd hebben. Die bezuinigingen bestonden voor een deel uit lastenverzwaringen. Mijn fractie heeft de vraag over die 6 miljard uiteindelijk ontkennend beantwoord. Laat er geen misverstand over bestaan: wij vinden nog steeds dat gestreefd moet worden naar begrotingsevenwicht en wij lopen niet weg voor moeilijke besluiten. Wij hebben altijd het lef gehad onze nek uit te steken. Maar wij hebben ook altijd de vraag gesteld die nu, na alles wat er in korte tijd is gebeurd, weer gesteld moet worden: wat zijn de gevolgen van te nemen besluiten voor werkgelegenheid, gezinnen, ouderen, chronisch zieken, gehandicapten, voor mensen die noodgedwongen langs de kant staan?

Alles afwegende, ook de met onze steun reeds genomen ingrijpende besluiten over het langer doorwerken en de versobering van de hypotheekrenteaftrek, vindt mijn fractie nog eens 6 miljard niet verantwoord. Alleen naar 2014 kijken is te beperkt. Daarom zeg ik: kabinet en coalitie, verbreedt uw horizon. Wij zijn uiteindelijk op 3 miljard uitgekomen, al heeft het CPB er in de doorrekening nadrukkelijk bijgezet dat onze plannen na 2014 leiden tot een verbetering van het EMU-saldo. Het loopt dus op boven de 3 miljard. 3 miljard is nog steeds een fors bedrag, maar daarmee spelen wij voor nu wel geld vrij om onder andere de belasting voor gezinnen te verlagen en arbeid goedkoper te maken, kortom, om op werkgelegenheid in te zetten.

Koopkrachtherstel en herstel van werkgelegenheid gaan hand in hand. Mochten het kabinet en de coalitie onverkort vasthouden aan die 6 miljard voor 2014, dan zijn zij zich er hopelijk wel van bewust dat zij de deur dichtgooien om echt met elkaar tot een resultaat te komen. Dat zou heel onverstandig zijn, maar ze gooien ook de deur dicht om te werken aan een hoopvolle agenda voor Nederland.

De heer Samsom (PvdA):
Die metafoor van de deuren blijft ons parten spelen.

Ik had eerder aan de heer Pechtold al de volgende vraag gesteld. Ik snap heus dat u minder wilt doen dan vanuit Brussel wordt gevraagd, want dat creëert ongelooflijk veel ruimte om alle mooie dingen te doen die wij allemaal graag zouden willen, zoals de lasten voor burgers en bedrijven verlichten. Maar hoe ziet u dat voor zich? U stond vorig jaar in een omgekeerde samenstelling met mij in een ander betoog over 3%. Toen was de rotsvaste overtuiging: dat moeten wij doen, want dat is nodig. Nu zegt u: het hoeft niet meer. Stel dat wij hierin meedenken, op welke manier denken wij Brussel dan gezamenlijk zo te overtuigen dat het dit accepteert, die boete inslikt en ons, met alle andere partnerlanden, verder op onze weg stuurt?

De heer Slob (ChristenUnie):
Juist omdat wij toen aan de andere kant stonden, om maar even uw woorden over te nemen, moet je heel erg oppassen voor wat je daar nu weer bovenop zet. Ik merk bij u één ding, dat ik net ook merkte bij een interruptie met de heer Pechtold, namelijk dat u een andere keuze maakt dan wij. U stelt Brussel op één. Wij stellen werkgelegenheid op één. Daar zou het nu om moeten draaien. Wij zouden alles op alles moeten zetten om de werkgelegenheid te bevorderen. Met alle structurele maatregelen in onze tegenbegroting — daarom lopen ze na 2014 veel verder op dan die 3 miljard — ben ik ervan overtuigd dat wij in Brussel wel een goed verhaal hebben.

De heer Samsom (PvdA):
Dat is een niet-terechte tegenstelling. Brussel staat nergens op één, maar het is wel belangrijk om ons te houden aan afspraken die we met elkaar hebben gemaakt, waarvan u een groot voorstander was. Dat lijkt me een goed uitgangspunt bij het bedrijven van politiek. Bovendien is het op een gegeven moment noodzakelijk om die begroting in kleine stapjes in evenwicht te gaan brengen en tegelijkertijd een pakket te maken dat de werkgelegenheid niet aantast. U zegt: ik denk dat we in Brussel wel een goed verhaal hebben. Zouden wij als Kamer het kabinet kunnen opzadelen met iets waarvan wij denken dat het wel een goed verhaal is, maar waarvan wij het niet weten, en waarmee we het forse risico lopen dat het daar spaak loopt, met alle consequenties van dien?

De heer Slob (ChristenUnie):
Als je in Nederland om je heen kijkt, zie je dat de werkgelegenheid onder druk staat, en zie je de werkloosheid explosief oplopen. Ik heb het vandaag al eerder gezegd: we hebben in absolute aantallen nog nooit zo veel werklozen gehad. Tel daar nog eens de mensen in de bijstand bij op, dan ga je over het miljard. Ik hoorde de heer Roemer 900.000 zeggen, maar volgens mij ga je dan zelfs over het miljard. Dat zijn er ongelooflijk veel. Dan kan het niet anders dan dat wij, als wij een nationale verantwoordelijkheid dragen voor die mensen, alles op alles zetten om hen aan het werk te krijgen. Natuurlijk moet je met elkaar ook werken aan begrotingsevenwicht. Daar lopen we niet voor weg, zij het niet voor hetzelfde bedrag als waarvoor u hebt gekozen, maar het is nog wel steeds een behoorlijk fors bedrag. Dan moeten de mouwen maar even worden opgestroopt in Brussel.

De heer Samsom (PvdA):
Allereerst: het creëert een schijntegenstelling tussen die 3 miljard van u en een enorme werkgelegenheid die daaruit zou komen. Ik moet dat nog zien, maar ik ben heel benieuwd, en graag bereid om daarnaar te kijken. Dat u 3 miljard minder bezuinigt, zou dan tienduizenden, of misschien wel honderdduizenden banen opleveren. Dat zou fantastisch zijn. Maar dan moet u het kabinet wel een beetje helpen met een redenering die daar vervolgens stand houdt. Ik vind —met alle respect voor wat u probeert; ik snap het heel goed — de bewering dat dat een goed verhaal moet zijn niet overtuigend genoeg. U moet het kabinet, en misschien ons ook wel helpen om een redenering te bedenken die wel stand houdt, zodat we geen ongelukken maken waarvan we later spijt krijgen.

De heer Slob (ChristenUnie):
Toch wel ontroerend is de enorme aandacht die de heer Samsom heeft voor Brussel, en voor het tevreden stellen van Brussel. Ik las overigens gisteren dat hij ook de financiële markten niet in beweging wil brengen, maar dat is weer een ander argument. Als we kijken naar die 6 miljard en naar de doorrekening van het CPB, dan zal hij ook gezien hebben — want de heer Samsom ziet al die cijfertjes — dat ook het kabinet niet eens op die 6 miljard uitkomt. Het kabinet komt uit op 5,2 miljard, want achter de post medicijnen staat bij het CPB een grote nul. Dat maakt nog wel wat uit. Die 6 miljard is dus ook al niet die 3%. Het is een bedrag waarvoor is gekozen, en waaraan het kabinet zelf niet helemaal voldoet. Het gaat om de inhoud: wat doen we voor al die mensen die langs de kant staan? Ik vind dat dat centraal moet staan in het debat hier. Laten we dan eens kijken waar we uitkomen.

De voorzitter:
Het is een verkapte tegenvraag, dus ik geef u het woord.

De heer Samsom (PvdA):
In de referentieregels die Brussel daarvoor hanteert, is daarover afgelopen voorjaar uitgebreid gediscussieerd. Die maken er 6 miljard van. Als het minder zou zijn, zou uw pakket ook 800 miljoen minder zijn. Zo komen we er niet. Ik vroeg oprecht naar een redenering. Niet omdat ik geïnteresseerd ben in Brussel, maar omdat ik geïnteresseerd ben in Nederland, in Europa, en de consequentie die uw keuze zou hebben voor Nederland in Europa, voor Nederland als geheel. Die boete, bijvoorbeeld. Ik vroeg echt om een sterkere redenering, uit de overtuiging dat, als we die kunnen vinden, we er misschien nog over na kunnen denken.

De heer Slob (ChristenUnie):
Die redenering is natuurlijk heel goed te geven. Allereerst begin je natuurlijk bij de burgers van je land en wat uiteindelijk voor hen goed is. Daar gaat het uiteindelijk primair om. Als het gaat om begrotingen, het op orde brengen daarvan en het afbouwen van schulden, dan weten we dat Nederland geen Frankrijk is, om maar even een vergelijking te maken met een ander Europees land. Wij hebben vooral vorig jaar grote wissels omgezet als het gaat om langer doorwerken en de hypotheekrenteaftrek. Daar zou best nog een stap gezet kunnen worden — zie onze tegenbegroting — maar dat zijn echte structurele verbeteringen die nog niet direct in 2014 de begroting op orde brengen en ons op die 6 miljard brengen, maar dat tikt straks ontzettend aan, ook in harde euro's. Dat kunnen wij Olli Rehn — sorry, we mogen hier geen namen noemen — de eurocommissaris die zich met alle Europese landen bemoeit, wel uitleggen.

De heer Zijlstra (VVD):
Volgens mij deed de heer Samsom net een duidelijke poging richting de heer Slob om te kijken waar er nou overeenkomsten zitten. Ik ga dat ook nog maar eens proberen. Als de heer Slob zegt dat de ChristenUnie tot 3 miljard wil gaan en dat het ophoudt als het meer is, wordt het een lastige discussie. Ik wil de heer Slob eraan herinneren dat het geen 3% wordt. De Eurocommissaris van begrotingsdiscipline heeft al gezegd dat het voor het komende jaar genoeg is om 6 miljard structureel in te voeren. Er is al een gebaar gemaakt. De kans dat er nog een tweede gebaar wordt gemaakt, is naar mijn mening niet heel groot.

Als duidelijk is dat aan die taakstelling moet worden voldaan, vindt de heer Slob dan dat wij daar ook zelf aan moeten voldoen? Ik ga zo nog zeggen om welke andere reden we aan die taakstelling moeten voldoen, maar we hebben toch met een vingertje naar andere landen gewezen, zo van "u zult en u moet". En de tweede reden: is de heer Slob het met mij eens dat we dit uiteindelijk niet voor Brussel doen? We doen het uiteindelijk om de schuld die wij bij onze kinderen en kleinkinderen neerleggen niet groter te later worden maar te proberen hem onder controle te krijgen. Dat is waarom we het doen. Volgens mij is dat de reden die ook de ChristenUnie ervan moet overtuigen om op dit punt een beweging te maken.

De heer Slob (ChristenUnie):
Dat laatste argument heeft bij ons zeker meegespeeld toen wij in de afgelopen zomer veel tijd staken in een tegenbegroting. Inderdaad: ook wij hebben gekeken hoe ver we kunnen komen. Ik kan niet tegen mijn kinderen en kleinkinderen zeggen: voor jullie nemen we nu maatregelen die er op korte termijn voor zorgen dat er heel veel extra werklozen komen en dat de gezinsportemonnee keihard gepakt wordt, zodat ouders het hoofd bijna niet boven water kunnen houden en hun kinderen bijna geen goede verzorging kunnen bieden. Ik heb geen kleinkinderen, maar dat komt misschien nog wel een keer. Er zijn er heel veel in Nederland. Ik kies dan eerst voor hen, ook op die korte termijn, omdat ik weet dat we maatregelen hebben getroffen die juist op de lange termijn echt gaan doorwerken. Er kunnen er bovendien nog wel een paar extra getroffen worden.

Ook wij zaten met het probleem waar de heer Pechtold net over sprak. Ook wij hadden een lijstje met bezuinigingsbedragen die we niet mochten inboeken, omdat we te laat waren. We kunnen hier dan een welles-nietesspelletje beginnen over wie daar schuldig aan is. U, mevrouw de voorzitter, weet echter als geen ander dat wij heel graag voor de zomer dat fundamentele debat hadden willen voeren. U bent immers onze voorzitter. We hebben het kabinet toen gevraagd om de complete lijst op tafel te leggen, zodat wij daar onze voorstellen bij konden leggen en tot iets konden komen. Het kabinet zou dan de hele zomer hebben om met wetgeving en dergelijke te komen en om uiteindelijk verder te gaan. Dat is categorisch afgehouden. In ieder geval hebben we daar in deze zaal niet zo over kunnen spreken.

De heer Zijlstra (VVD):
Dat is me nou net te gemakkelijk.

De heer Slob (ChristenUnie):
Ik vond het tot nu toe erg gemakkelijk gaan, dat klopt.

De heer Zijlstra (VVD):
Het kabinet, en ik kan me ook mijzelf in dat debat herinneren, heeft wel degelijk zeer uitnodigend gevraagd om het aangeven van mogelijkheden. Ook oppositiepartijen konden aangeven welke bezuinigingsmogelijkheden zij zagen. Dit is nu de begroting die voorligt. Ik snap dat er enig chagrijn is en dat men zegt: als we dit eerder hadden gedaan, hadden we misschien bepaalde maatregelen kunnen treffen. Begrotingen worden echter altijd op dit moment vastgesteld. We moeten uitgaan van hetgeen nu voorligt. In 2007 was de heer Rutte leider van de oppositie. Hij zei in dit huis dat er meer dan 30 miljard bezuinigd moest worden. Als we toen geluisterd hadden, hadden we deze discussie überhaupt niet gevoerd. Maar ja, dat is niet gebeurd. We zijn dus bezig om vanuit het heden oplossingen te verzinnen.

Ik stel de heer Slob dezelfde vraag nog eens. Als duidelijk is dat we er in het maken van een pakket van oplossingen — ook vanwege die schuld aan onze kinderen — niet aan ontkomen om onze begrotingsdiscipline in te vullen, is ook de heer Slob dan bereid om die beweging te maken als hij in de inhoudelijke discussie ziet dat dat nodig is?

De heer Slob (ChristenUnie):
Weer redenerend vanuit die 700.000 mensen die langs de kant staan en die gezinnen die zware aanslagen op hun portemonnee te verduren krijgen in de komende tijd: wij vinden dat er op die fronten echt bewogen zal moeten worden. Kijkend naar wat er mogelijk is, hebben wij uiteindelijk een pakket van 3 miljard kunnen neerleggen. Daarin moeten we natuurlijk ook nog een aantal zaken van dit kabinet herstellen. Niet al het beleid van het kabinet is immers ons beleid. We hebben daar ons stinkende best voor gedaan, om me maar even in die taal uit te drukken. Nogmaals, als deze coalitie, maar ook de regering morgen zegt: ja, beste mensen, maar die 6 miljard is voor ons in beton gegoten, want we hebben met de heer Rehn gesproken, de eurocommissaris van begrotingsdiscipline, dus het moet en het zal, dan denk ik dat het lastig zal gaan worden, ook gezien de tegenbegrotingen van mijn collega's, want niemand redt het. Maar het kabinet redt het zelf ook niet, dat komt er ook niet. Laten we dus met enige souplesse en vanuit de inhoud kijken waar we met elkaar kunnen komen.

De heer Zijlstra (VVD):
Ik ben blij met die laatste opmerking, want het gaat er inderdaad om waar we kunnen komen en wat de realiteit is. Daar moeten we aan voldoen. Ik ben blij dat de heer Slob een opening biedt. Het kabinet vult echter wel degelijk die 6 miljard in, want dat bijvoorbeeld de 800 miljoen voor geneesmiddelen voor de zomer al was geregeld en daardoor door het CPB nu niet wordt meegenomen, betekent niet dat ze niet hard zijn. Sterker nog, dit kabinet heeft zich gecommitteerd aan 6 miljard en weet dus dat als het bepaalde doestellingen niet invult, het die op een andere manier moet invullen. Ik ben echter blij met de opening die de heer Slob biedt, omdat dat betekent dat we daar waar het nodig is elkaar zullen kunnen vinden.

De heer Slob (ChristenUnie):
Waar het nodig is, dat is die hoopvolle agenda voor Nederland. Voor die hoopvolle agenda is nodig dat we inzetten op werkgelegenheid, dat we aandacht hebben voor de cruciale positie van gezinnen in ons land, dat we duurzaamheid als innovatiesleutel om uit de crisis te komen ook nadrukkelijk een plek geven en dat we gerechtigheid als leidend principe voor het handelen van de overheid als uitgangspunt nemen. Dat zijn wat ons betreft de zaken waarover gesproken zal moeten worden.

Ik begin met de werkgelegenheid. Er waren nog nooit zo veel werklozen. Het is echt heel triest dat zo veel mensen langs de kant staan. Dat is een maatschappelijk drama en het moet prioriteit nummer één zijn om dat aan te pakken. Mijn fractie, al mijn fractiegenoten hebben in de afgelopen dagen in aanloop naar de algemene politieke beschouwingen op verschillende plekken in het land — we zijn in Hoogeveen geweest, in Zwolle, in Rotterdam, in Amsterdam, in Amersfoort, in Veenendaal en nog wat plaatsen — gesproken met werkzoekenden. We hebben hun persoonlijke verhalen gehoord en dat waren heel vaak schrijnende verhalen. Dat zijn mensen die zich letterlijk blauw solliciteren en die vaak niet eens een ontvangstbevestiging krijgen op hun brieven, of mensen die mails van het UWV ontvangen die ondertekend zijn met "uw e-coach", of mensen die na 40 jaar trouw dienstverband op de klinkers zijn terecht gekomen, of jongeren die met een mooi diploma op zak er maar niet tussen kunnen komen. Dat betekent heel veel zorgen en heel veel onzekerheid.

Maar ons is ook nog iets anders opgevallen bij deze mensen: hun veerkracht. Het zijn mensen waarvan je kunt zeggen: hoe harder het stormt, hoe rechter ze gaan staan. Mensen die netwerkgroepen gingen vormen, die zich op oudere leeftijd gingen omscholen, die vrijwilligerswerk gingen doen als ze daar toestemming voor kregen. Ik zie het echt als onze plicht — daarom is het voor ons prioriteit nummer één — dat we ons maximaal voor deze mensen inzetten. Aan deze mensen moeten we volgens mij laten zien waar zo'n begrip als participatiemaatschappij, dat opeens uit de lucht is komen vallen, echt voor staat. Dat staat niet voor eigen verantwoordelijkheid, maar dat staat voor onderlinge verantwoordelijkheid. Dat staat niet voor onder het mom van bezuinigingen overheidstaken over de schutting van de samenleving gooien, maar juist voor het bevorderen van die onderlinge verantwoordelijkheid, zoals gelukkig in ons land ook al veel gebeurt. Ik denk aan de inzet van kerken, voedselbanken, Humanitas, Leger des Heils, Present, noem maar op. Ik denk ook aan de inzet van duizenden en duizenden mantelzorgers en vrijwilligers. Tegen het kabinet zou ik willen zeggen: frustreer deze mensen niet, maar stimuleer ze.

Als we willen komen tot een hoopvolle agenda voor werkgelegenheid, moeten we arbeid goedkoper maken en dan moeten we die oude afspraak van vorig jaar onverkort ook in 2014 door gaan voeren. Dan maak je arbeid goedkoper en dan creëer en behoud je werkgelegenheid. Dan moeten we wat ons betreft niet alleen vanwege de veiligheid, maar ook vanwege de werkgelegenheid een aantal kabinetsplannen die nu voorliggen, gaan schrappen. Dat zijn plannen die met name in kwetsbare gebieden heel veel werkgelegenheid gaan kosten, direct en indirect. We moeten de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie dus gaan helpen om in ieder geval Veldzicht nog open te houden in Balkbrug, want die hele omgeving is al zo kwetsbaar als het gaat om werkgelegenheid, of de Grittenborgh in Hoogeveen, nog zo'n heel kwetsbare regio als het gaat om werkgelegenheid.

En we moeten ook een keer stoppen met de bezuinigingen op Defensie. Ik vind het echt in- en intriest. Ik heb de heer Zijlstra al in een interruptie meegegeven dat het kabinet onverstoorbaar verdergaat, nadat eerst de VVD en het CDA met de PVV voor bijna 1 miljard hadden bezuinigd. Ik vind eerlijk gezegd dat de VVD zich daar een beetje voor moet schamen, want zij doet iedere keer toch echt iets anders dan wat zij de mensen belooft. Geen militair gelooft de VVD nog.

Naast een hoopvolle agenda voor werkgelegenheid is er ook een hoopvolle agenda voor gezinnen nodig. Het kabinet wekt een klein beetje de indruk — laat dat "klein beetje" maar weg — dat je, als je kinderen hebt en je zelf voor hen zorgt, iets verkeerds doet. Je wordt namelijk gewoon veel harder in je portemonnee getroffen dan mensen die een deel van de zorg hebben uitbesteed, wat overigens ook heel goed kan lopen. Zij komen er financieel veel slechter van af. Dat is raar. Zij worden keihard in de portemonnee gestraft. Straf deze ouders niet, maar waardeer hun werk. Vitale gezinnen zijn cruciaal voor onze samenleving. Degenen die dat niet willen geloven, adviseer ik om het rapport van de Kinderombudsman dat recentelijk is uitgekomen, nog eens door te lezen. Dan zie je hoe kwetsbaar kinderen kunnen zijn en hoe belangrijk het gezinsverband waarin zij opgroeien, voor hen is. Schrappen dus die ingrepen in de kindregelingen! Laat gezinnen niet het kind van de rekening worden. Wij doen daar in onze tegenbegroting voorstellen voor.

Ik heb het over zorg voor kinderen. Ik weet dat het een gevoelig punt is, maar toch vraag ik op een moment als dit bij het kabinet aandacht voor het ongeboren leven. Wij zien dat jaarlijks circa 30.000 vrouwen geen andere weg meer zien dan abortus provocatus. Wij erkennen dat een ongewenste zwangerschap vaak heel veel pijn en moeite met zich meebrengt, maar wij zouden zo graag ook naast deze vrouwen en hun partners willen gaan staan en hen willen helpen. Dat kan door bijvoorbeeld tienermoederopvanghuizen, zoals die in Gouda staan, niet te sluiten maar centraal te financieren. Dan kan die zorg daar gegeven worden. Wat zou het mooi zijn als wij tot een gezamenlijke inzet zouden komen om te voorkomen dat deze vrouwen in nood tot de verregaandste stap overgaan die bij ongewenste zwangerschappen kan worden genomen. Dat komt bij mij diep vanbinnen. Is het kabinet bereid om daar maximaal voor te gaan?

Inzake zorg vraag ik ook om een reactie van het kabinet op onze plannen uit de tegenbegroting om de bezuinigingen op de langdurige zorg iets te dempen, met name op de dagbesteding en de persoonlijke verzorging. Die zijn belangrijk, met name omdat ouderen en chronisch zieken het op dit moment heel zwaar hebben. Wij willen hun perspectief bieden.

Naast werkgelegenheid en aandacht voor gezinnen hoort bij een hoopvolle agenda ook een onderwerp als duurzaamheid. Wij hebben de aarde in bruikleen gekregen van onze Schepper. Wij moeten daar zuinig op zijn. De minister-president deed een paar maanden geleden nog de oproep om ons al consumerend uit de crisis te laten komen. Wij hebben dat in een eerder debat ook gewisseld. Ik vond het een misplaatste oproep. Juist in een tijd als deze moeten wij beseffen dat het niet meer wordt wat het was. Wij hebben op te grote voet geleefd, ook in ecologisch opzicht. Geef duurzame innovatie daarom nu een kans. Ik denk dan aan kleinschalige initiatieven. Gelukkig geeft het kabinet daarvoor nu wat ruimte. Ik denk aan het energieakkoord. De ambitie had best nog wel iets hoger gekund, maar daarin worden wel heel goede stappen gezet. Belast vervuilend gedrag en bevorder zo duurzaam gedrag. In dat opzicht biedt de crisis soms ook een kans. Stimuleer nog meer dan ooit energiezuinigheid. Dan heb je dubbele winst. Ik denk bijvoorbeeld aan een project als Nul op de meter. Minister Blok voor Wonen en nog iets, afbraak van Rijksdiensten, heeft daarbij al een beweging gemaakt.

Ik vraag vandaag ook aandacht voor voedsel. De milieudruk is hoog. Dat geldt ook voor voedselverspilling. Als je daarop gaat letten — je moet dan ook naar jezelf kijken — is het onvoorstelbaar wat er op dat front allemaal misgaat. Wij zien dat de overvloed van voedsel ook zorgt voor overconsumptie. Obesitas, anorexia, boulimia worden steeds meer maatschappelijke problemen. Ik vraag het kabinet om projecten en onderzoeken die bevorderen dat wij beter met ons voedsel omgaan, te stimuleren. Waardeer degenen die ons voedsel produceren. Geef boeren een eerlijke prijs.

Ik kom op mijn laatste punt. Bij een hoopvolle agenda hoort, naast aandacht voor werkgelegenheid, gezinnen en duurzaamheid, ook aandacht voor het handelen van de overheid zelf. Daar hoort een woord bij dat we niet zo veel meer gebruiken, een woord dat niet iedereen meteen begrijpt, namelijk "gerechtigheid". Ik ben ervan overtuigd dat op ons de plicht rust om overheidsmacht dienstbaar te maken aan de gerechtigheid. Toen ik bij de Kroonbede was, overigens met een aantal collega's, deed de Haagse predikant Peter Strating van de Havenkerk een indringende oproep aan politici — ik voelde me ook aangesproken — om daar juist in een tijd als deze inhoud aan te geven: recht doen aan mensen, recht doen aan wat kwetsbaar is, recht doen aan degenen die zelf geen stem meer hebben, dichtbij en ver weg.

Ik vraag het kabinet in hoeverre het zo'n begrip als "gerechtigheid" als een leidend principe voor zijn handelen ziet. Ik vraag dat niet helemaal voor niets, want bij het doorploegen van de begroting kom ik toch weer ergens — het zijn heel kleine lettertjes en het is ook maar een klein bedrag — die bezuiniging op de weduwen en weduwnaars tegen. Ik dacht dat het kabinet zich zou inspannen om te bekijken of het er alternatieven voor kon vinden, maar de bezuiniging is toch blijven staan. Zo kunnen we niet omgaan met deze mensen met jonge kinderen. Laten we bekijken of we er ook op dit punt uit kunnen komen.

Ik zie ook het gejojo met ontwikkelingssamenwerking. Ik heb de heer Samsom daar ook al op aangesproken. Dit is echt weer zo'n "nu even niet". Natuurlijk, dat fonds kan niet gelijk worden gevuld, maar stop het geld dan direct in de begroting, die toch al aan het teruglopen is door de koppeling aan het bnp. Wij doen dat in onze tegenbegroting. Nu is het toch een verkapte bezuiniging. De VVD kennen we op dit onderwerp, evenals haar verkiezingsretoriek, om het zo maar even te noemen. Van de PvdA had ik echter anders verwacht. Ik kan het niet anders zeggen.

Bij gerechtigheid hebben we het ook over het asielbeleid. Er zijn in de afgelopen maanden beloftes gedaan door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en door de PvdA. We zullen hen daaraan houden en we zullen er nog verder over spreken.

Ik denk ook aan de mensenhandel. Dat was een prioriteit van dit kabinet. Wat zien we nu gebeuren? Het aantal meldingen van gedwongen prostitutie is met 64% toegenomen. Het lukt het kabinet nog niet eens om het wetsvoorstel regulering prostitutie door de Eerste Kamer te krijgen. Ik vraag de minister-president: hoeveel urgentie heeft deze strijd tegen moderne slavernij, tegen mensenhandel nog? Wat kunnen we op korte termijn van het kabinet verwachten?

Bij gerechtigheid denken we uiteraard ook aan Syrië, met 2 miljoen vluchtelingen, aan Kenia, aan Pakistan — wat daar in het afgelopen weekend is gebeurd, is hartverscheurend — en aan Egypte, waar men recentelijk zo is getroffen door heel veel leed. Laten we hen waar mogelijk bijstaan. Compassie voor onze medemens stopt namelijk niet bij de grenzen.

Ik kom tot een afsluiting. Mijn fractie beseft dat het kabinet voor een heel moeilijke opgave staat. De bewindspersonen zijn in dat opzicht niet te benijden. Onze houding ten opzichte van het kabinet is helder. We staren ons voor 2014 niet blind op percentages of getallen, hoe belangrijk die ook zijn. We kijken vooral naar de effecten van maatregelen op gezinnen, op werkzoekenden, op duurzame ontwikkelingen en op de verantwoordelijkheid die we hebben voor mensen in kwetsbare omstandigheden. Ontwikkel voor hen een hoopvolle agenda! Mijn fractie wil daaraan meewerken door het goede te zoeken voor ons land, de negatieve spiraal waarin we terecht zijn gekomen, te doorbreken en voor perspectief te zorgen. Namens mijn fractie wens ik de leden van het kabinet, maar ook mijn collega's en allen die ons ondersteunen, daarbij Gods onmisbare zegen toe.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

 

 


« Terug

Nieuwsarchief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari