Bijdrage Arie Slob aan het plenair debat over het begrotingsakkoord 2014

woensdag 16 oktober 2013 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Fractievoorzitter Arie Slob aan de Algemene Financiële Beschouwingen

Onderwerp:   Debat over het begrotingsakkoord 2014

Kamerstuk:    33 750

Datum:            16 oktober 2013

De heer Slob (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter. Drie weken geleden stond ik hier ook tijdens de algemene politieke beschouwingen. Toen hebben we hier twee dagen geprobeerd te debatteren met het kabinet. Ik heb toen namens de ChristenUnie onder andere gezegd dat de weg uit de crisis niet ligt in verdeeldheid, maar in eensgezindheid, niet in terugzakken en elkaar de put in praten, maar in aanpakken — de spade in de grond — en niet in populisme, maar in realisme. We moeten met elkaar weer op zoek naar gedeelde wijsheid en bezieling. Maar, mevrouw de voorzitter, de bal lag toen nadrukkelijk bij het kabinet en bij de coalitie. Zij moesten, om te beginnen, het eigen begrotingsgelijk loslaten. Wij weten hoe de twee dagen zijn verlopen: er was geen doorkomen aan. Helemaal aan het einde van het debat kwam uiteindelijk de uitnodiging om verder te praten, eerst via de heer Zijlstra, later van de minister-president. Die uitnodiging hebben wij aanvaard, want hangmatpolitiek past niet bij ons.

Toen wij richting het ministerie van Financiën gingen, stonden wij op scherp. Met onze tegenbegroting waren wij tot de tanden toe gewapend om de kabinetsplannen ook echt aan te passen. Wij hadden twee hoofddoelen; ik heb die tijdens de algemene beschouwingen ook al naar voren gebracht. Het eerste doel is perspectief bieden aan mensen op het terrein van de werkgelegenheid. Werkgelegenheid hoort op nummer één te staan. Wij kunnen ons niet zo maar neerleggen bij die 700.000 werkzoekenden en het feit dat de aantallen stijgen. Wij zullen daaraan iets moeten doen voor de korte en de lange termijnen. Dit was voor ons niet acceptabel. Voor de korte termijn heb ik nadrukkelijk aandacht gevraagd voor regionale werkgelegenheid. Nederland is meer dan alleen de Randstad.

Het tweede hoofddoel betreft de gezinnen. De kabinetsplannen, en ook de meerjarenplannen, waren op dit punt onaanvaardbaar. Dat moest anders en dat kon ook anders. Wij hebben dat in onze tegenbegroting duidelijk gemaakt.

Zo zijn wij aan tafel gaan zitten. Ik kan melden dat de gesprekken op het ministerie van Financiën zwaar zijn geweest. Er is hard gewerkt, tot in de kleine uurtjes. Ik voel het bij wijze van spreken nog in mijn lijf; de gesp van mijn broekriem is een gaatje opgeschoven. Maar het resultaat mag er zijn, al blijft het nog steeds een zwaar pakket. Wij hebben het resultaat vrijdagavond in een stemmige omgeving naar buiten gebracht. Als ik terugkijk, kan ik zeggen dat ik het ook wel een passende omgeving vond. Hoewel de koffie met cake en de broodjes ontbraken, hebben wij wel grote delen van de kabinetsbegroting ten grave gedragen. Dit was de dag waarvan ik hoopte dat hij ooit zou komen.

Het kabinet en de coalitie, VVD en Partij van de Arbeid, hebben eindelijk hun eigen begrotingsgelijk losgelaten. Dat heeft veel inspanning gekost. Zij hebben gedoogd dat door de oppositie substantiële wijzigingen in de begrotingen en het meerjarenbeleid konden worden doorgevoerd. Daarom kan ik hier zeggen: gedogers van Partij van de Arbeid en VVD, bedankt.

Bedankt namens de 2,5 miljoen Nederlandse gezinnen die opgelucht kunnen ademhalen nu de aanslagen op de kindregelingen zijn verijdeld. Dat is, mijnheer Buma, geen klein onderwerp. Maar ook bedankt namens de vele werkzoekenden in ons land die niet opeens een baan zullen hebben, maar wel meer perspectief hebben dan hiervoor. En ook bedankt namens alle betrokkenen van bijvoorbeeld Veldzicht in Balkbrug, en namens de militairen en de inwoners van Ermelo en Assen. In die plaatsen was de vreugde echt heel groot. Direct en indirect raken de wijzigingen van de kabinetsplannen aan honderden en honderden banen. In Ermelo en Assen gaat het ook om een stuk waardering van militairen die na de afbreuk van Rutte I — VVD en CDA met één miljard bezuinigingen — nu weer nieuwe bezuinigingen op zich zagen afkomen. Zij zien dat nu eindelijk een andere richting wordt ingeslagen. Ook bedankt namens de zzp'ers die bijvoorbeeld in de bouw werken. Zij halen opgelucht adem omdat dit voor de korte termijn al heel nadrukkelijke wijzigingen tot gevolg zal hebben.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik heb een vraag aan de heer Slob over de bezuinigingen op Defensie. Hij zegt dat die van tafel zijn. Betekent dit dat hij de extra bezuinigingen die nog resten, niet zal steunen?

De heer Slob (ChristenUnie):
De bezuinigingen zijn in die zin van tafel dat in de afsprakenlijst die is opgesteld, nu een aantal positieve dingen voor Defensie zijn opgenomen. Ik noem de uniformering van het loonbegrip die wordt gerepareerd. Verder gaat in het kader van een integraal arbeidsmarktbeleid, regionaal extra geld naar Defensie. Dat zullen wij steunen. Wij hebben daarover afspraken gemaakt. Ik ben echter niet gebonden aan zaken waarover we geen afspraken hebben gemaakt.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dat betekent dus dat we samen én dit extra geld naar Defensie kunnen brengen én de bezuiniging van het kabinet in zijn geheel kunnen stoppen?

De heer Slob (ChristenUnie):
Als we samen hadden willen optrekken, had het CDA moeten aanschuiven. Misschien hadden we dan nog een veel groter bedrag voor Defensie kunnen binnenhalen. Ik ben het inderdaad met de heer Van Haersma Buma eens dat wat er in de vorige kabinetsperiode is gebeurd, eigenlijk onaanvaardbaar is. Ik ben dan ook blij dat hij dat met terugwerkende kracht misschien ook erkent. In die tijd stonden de SGP en de ChristenUnie echter helemaal alleen in deze Kamer. Er was geen enkele andere fractie die naar voren stapte en zei dat dit zo niet kon. We kunnen dat natuurlijk niet zomaar repareren. Zulke forse bedragen schud je niet zomaar uit je mouw. Ik ben blij dat het nu voor het eerst is gelukt om toch punten ten goede aan te brengen in de plannen van het kabinet. Ik ben echter niet gebonden aan zaken waarover we geen afspraken hebben gemaakt. Ik ben wel gebonden aan het feit dat er nu extra geld komt. Ik zal daaraan uiteraard mijn steun geven.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dat is wel wezenlijk, want het kabinet in de persoon van minister Dijsselbloem op zondag, evenals de heren Zijlstra en Pechtold nu, suggereerden dat drie kwart van het gehele kabinetsbeleid, het regeerakkoord, hiermee is gesteund. Dat betekent ook dat de bedragen van het regeerakkoord nu overeind staan, tenzij de heer Slob in het overleg van de vijf partijen met alternatieven komt. Ik heb dat eerder ook gevraagd. Mijn beeld tot nu toe was dat zolang dat niet gebeurt — en ik zou het heel fijn vinden als het anders is — die 90 miljoen extra voor Defensie inderdaad bovenop het extra gekorte geld komt, namelijk 300 miljoen eraf en nu 90 erbij, en niet op het bedrag voor die korting. Wat is het nu? Komt die 90 miljoen bij het bedrag dat er staat of komt het bij het bedrag dat er voor de begroting stond?

De heer Slob (ChristenUnie):
Er wordt nu gerefereerd aan uitspraken van de minister van Financiën die hij zondag op de televisie heeft gedaan. Ik zat toen in de kerk, dus ik heb dat niet gezien. De bedragen die nu hierin staan, zullen in de begroting natuurlijk een plek moeten krijgen. Te zien is zelfs dat ze ook meerjarig terugkomen. Wij zullen dat steunen. Wij zijn vrij om, op het moment dat de begrotingen hier liggen, weer met het kabinet in debat te gaan en te kijken of we nog extra aanvullingen hebben of wijzigingen kunnen doorvoeren. Als de heer Van Haersma Buma daarvoor een prachtige dekking heeft die misschien ook acceptabel is voor anderen in de Kamer, ben ik gaarne bereid om daaraan mee te werken.

De voorzitter:
Dat was de vierde vraag. Gaat u verder, mijnheer Slob.

De heer Slob (ChristenUnie):
Ik gaf al aan dat er ook mensen blij zijn met dit pakket omdat het kabinetsbeleid daarmee is gewijzigd. Ze zijn er blij mee, ook al zit er veel pijn in. Als er niet was ingegrepen vanuit de oppositie, had het kabinetsbeleid gewoon kunnen doorgaan. Ik denk aan de chronisch zieken en gehandicapten. Zij hebben erop aangedrongen dat een landelijke regeling zou blijven bestaan. Die landelijke regeling blijft bestaan en er wordt zelfs een behoorlijk bedrag in gestopt: meer dan 400 miljoen euro. Ik denk ook aan de weduwen en wezen; de Anw blijft intact. Ik had niet verwacht dat ons dat zou lukken, maar die aanval is dus afgeslagen. Het is ook fijn dat er extra geld naar onderwijs gaat, en ook naar onderdelen van het onderwijsbeleid. Ik denk daarbij onder andere aan passend onderwijs, waarvoor dat ook zeer passend is. Ik vind het ook fijn dat we weer wat aan vergroening gaan doen. Verduurzaming leek een beetje van de agenda verdwenen te zijn en nu is er weer een begin ten goede gemaakt.

Ik hoop dat er rust in het land zal komen. De economische situatie blijft onverminderd ernstig, maar een politieke crisis zoals door sommige fracties in deze Kamer wel werd gewenst, zou die situatie alleen maar verder verdiept hebben. Geen burger zou daar beter van geworden zijn. Het kabinet en de coalitie, de Partij van de Arbeid en de VVD, zijn nu wel gewaarschuwd. Er is door hen in de afgelopen periode met vuur gespeeld en de politieke blaren zitten nog aan de vingers. Het had ook slechter kunnen aflopen. Ons doel en de reden om de afgelopen weken naar het ministerie van Financiën te gaan en mee te praten, was niet om het kabinet van de rand van de richel weg te halen. Ons doel was om een bijdrage te leveren aan een hoopvolle agenda en perspectief te bieden voor mensen in het land. Als ik kijk naar de afspraken die we hebben kunnen maken, kan ik niet anders dan constateren dat dit op onderdelen ook is gelukt. Het is niet bij alles gelukt. Nee, inderdaad is het niet bij alles gelukt. Er is veel buiten gebleven. We zullen dus nog heel vaak tegenover dit kabinet staan als het bijvoorbeeld gaat over het asielbeleid, medisch-ethische kwesties en ontwikkelingssamenwerking. Net kwam het onderwerp studiefinanciering ook langs. We zijn niet voor een leenstelsel en we blijven dan ook tegen een leenstelsel. Ik denk wel dat de marges voor dit kabinet om een leenstelsel te realiseren, door de ingreep bij deze begrotingen kleiner zijn dan zij daarvoor waren. Maar we zullen het zien. We zullen misschien nog vaak tegenover het kabinet komen te staan, maar ik hoop en verwacht dan een andere houding dan die welke wij drie weken geleden en daarvoor hebben ontmoet. Dan hoop ik op en verwacht ik ook de houding die wij in de afgelopen week hebben gezien.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
De heer Slob heeft inderdaad een ijzeren conditie. Ik kan daarvan uit eerste hand getuigen, want zaterdagochtend was ik relatief vroeg hier en toen klaterde er een applaus in de Statenpassage omdat de heer Slob zijn leden aan het toespreken was. Maar dit terzijde.

Daarna voerden wij een discussie bij Tros Kamerbreed en toen zei de heer Slob iets opvallends. Hij herhaalde het net, en daarom wil ik er toch nog eens naar vragen. Ik noem bijvoorbeeld de bezuinigingen op Ontwikkelingssamenwerking. De heer Slob zegt: wij van de ChristenUnie behouden ons het recht voor om daar gewoon tegen te zijn. Daarbij gaat het om een bedrag van 750 miljoen à één miljard structureel tot 2017. Dat zou wel eens een flink gat in de begroting kunnen slaan, in de begroting voor 2014, maar ook in de begrotingen daarna. Begrijp ik goed dat dit gewoon kan? Heeft de heer Slob zich niet verplicht om die bezuinigingsdoelstelling voor zijn rekening te nemen?

De heer Slob (ChristenUnie):
Wat die conditie betreft: als de heer Van Ojik een keer mee wil gaan hardlopen, dan is hij van harte uitgenodigd. De duinen zijn mooier in Den Haag, en anders gaan we langs de mooie IJssel in Overijssel.

De heer Van Ojik kijkt wat bezorgd bij zijn vraag over de begroting, alsof hij bezorgd is dat het misschien niet goed komt met de begrotingen voor Ontwikkelingssamenwerking. Zoals uit de lijst blijkt, hebben wij geen afspraken over Ontwikkelingssamenwerking gemaakt. Ik ben volledig vrij om daar, als ik dat zou willen, tegen te stemmen. Ik zou het nog mooier vinden — daarom heb ik wat steun gemist aan tafel — als het ons zou lukken om toch nog weer extra geld voor Ontwikkelingssamenwerking beschikbaar te krijgen. Dat is immers waar het uiteindelijk om gaat. Er wordt zo vaak gesproken over de motorblokken, over drie vierde en over het wel of niet tegen de begroting stemmen, maar uiteindelijk gaat het erom dat wij de goede dingen voor de mensen in het land doen. Wij moeten proberen om dat met elkaar te doen, want wij redden dat niet alleen. Dat geldt zeker nu wij hier met een soort minderheidskabinet te maken hebben, maar ook omdat het nodig is om in een tijd van crisis te proberen met elkaar zover mogelijk te komen.

U bent afgehaakt bij de gesprekken, mijnheer Van Ojik. Dat hebt u overigens allemaal netjes gemotiveerd. Dat respecteren wij ook. Als het bij de komende begrotingsbehandelingen misschien lukt om ons samen toch nog sterk te maken op een aantal punten, dan is Ontwikkelingssamenwerking er denk ik één. Tot uw dienst!

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik neem dat graag aan en we zullen dat zeker doen. Voor mij is het in dezen echter wel belangrijk om precies helder te hebben wat de heer Slob nu zegt. Als ik hem goed hoor, zegt hij in feite dat de bezuinigingen op Ontwikkelingssamenwerking niet in "de plaat" staan. Ik heb geleerd dat dit zo heet bij Financiën: de plaat; dat was voor mij echt een ontdekking. Hij is dus vrij — ik zeg het in mijn eigen woorden — om daartegen te zijn. De gedachte dat hiermee de begrotingen voor 2014, laat staat de begrotingen voor de jaren daarna, zijn zeker gesteld, staat op z'n minst toch een beetje losse schroeven, of niet?

De heer Slob (ChristenUnie):
De heer Van Ojik kijkt nu weer bezorgd. Ik moet het even heel zakelijk houden. De heer Van Ojik is er een tijd bij geweest. Wij hebben inderdaad gesproken over de begrotingen die er waren, maar mede op ons verzoek en overigens ook op verzoek van D66 zijn er een aantal onderwerpen bij gehaald die meer jaren doorlopen. De kindregelingen voor het komende jaar is een eerste begin, maar in de jaren daarna gaan die pas echt aantikken. Dan komt er wetgeving, en als die in 2014 wordt afgetikt, heb je de jaren daarna het nakijken. Die wilden wij ook op tafel hebben. Wij hebben een groot aantal wijzigingen in de begrotingen doorgevoerd, maar wij hebben ook afspraken gemaakt over een aantal zaken die meer jaren doorlopen. Daarbij zal ik de vinger aan de pols houden. Ik zal mijn verantwoordelijkheid nemen, ook voor de minder fijne dingen. Er zijn immers ook een paar vervelende bezuinigingen afgesproken. Bezuinigen is nooit fijn. Daar zijn wij dus verantwoordelijk voor. Ik heb echter alle ruimte om tegen de dingen te stemmen die daarbuiten vallen en mij niet bevallen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Als je de begroting voor 2014 steunt, dan steun je niet alleen de maatregelen die nu in het pakket zitten, maar de hele begroting, inclusief de bezuinigingen op Ontwikkelingssamenwerking. Ik kan het niet anders zien.

De heer Slob (ChristenUnie):
Alle begrotingen worden hier stuk voor stuk, los van elkaar, behandeld. We leggen de lijst met de gemaakte afspraken ernaast. Dan zullen we ook zien welke vallen onder welke begroting. De heer Van Ojik zal dan zien dat over de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking niets is afgesproken. Ik verwijs naar de afsprakenlijst. Ik heb dan mijn beide handen — en dat geldt ook voor onze woordvoerder — volledig vrij. Als wij dat willen, kunnen wij dan tegenstemmen. Maar wie weet gaat het ons lukken om daar toch nog wat wijzigingen in door te voeren. Ik hoop daarbij wel op uw steun.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik begrijp het ook niet helemaal. Als je je vrij voelt om tegen de begroting te stemmen op het onderdeel Ontwikkelingssamenwerking, waarvoor nota bene een bezuinigingsoperatie van 750 miljoen euro op stapel staat, kun je als ChristenUnie toch niet aan de buitenwereld verkopen dat je je verantwoordelijkheid hebt genomen en politieke rust en stabiliteit hebt gecreëerd? Op elk moment en op alle onderwerpen waarover geen akkoord is, kan het misgaan. Het wordt dus nog steeds aanrommelen; niet alleen met de begroting voor 2014, maar ook daarna. Dan moet je je afvragen: waar heb je je als partij eigenlijk voor geleend?

De heer Slob (ChristenUnie):
Ik krijg haast de indruk dat mevrouw Thieme ons wil aanmoedigen om bezuinigingen op Ontwikkelingssamenwerking te gaan steunen. Volgens mij kennen we elkaar niet zo bij dit onderwerp. Ik probeer het even terug te zetten naar de juiste proporties. Allereerst hebben we afspraken gemaakt over de begroting voor 2014. Dat is ons gelukt. Kijk eens naar onze tegenbegroting: veel zaken die daarin stonden, hebben we een plek gegeven in de begroting van het kabinet. Ik heb het daarvoor bedankt, want daarvoor heeft het toch wel wat moeten loslaten. Dat heeft het gedoogd. Er zijn onderwerpen waarvoor wij hebben geknokt. Ontwikkelingssamenwerking is wel aan de orde geweest, maar het is erbuiten gevallen, dus we zullen op een later moment moeten proberen om dit op een andere manier, hier in de debatten, te regelen. Eén ding is natuurlijk wel duidelijk: wij zullen vóór een ook voor het kabinet vrij zwaar punt, het Belastingplan, gaan stemmen. Waarom? Omdat de lasten voor arbeid nu op een ongelooflijke manier zullen worden verlaagd: er zal 1,8 miljard euro voor de verlaging van de lasten voor arbeid in 2014 in het Belastingplan terechtkomen. Daarvoor heb ik hier tijdens de algemene politieke beschouwingen staan knokken. Het is ook voor het kabinet belangrijk, want als we geen belastingplan hebben, loopt de boel echt vast. Dat heeft het nu veiliggesteld en wij zullen daar steun aan geven.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik ken de heer Slob als een eerlijk man. Hij moet dan ook eerlijk zijn als hij naar buiten toe verkoopt waarom hij zijn steun heeft gegeven aan dit kabinet. Dat was omdat hij bepaalde onderdelen wilde, omdat hij voor zijn achterban graag wat cadeautjes wilde hebben. Dát is het eerlijke verhaal. Als hij beweert dat hij het heeft gedaan om politieke stabiliteit te creëren, zodat de regering kon gaan regeren, is dat verhaal niet houdbaar. De heer Slob heeft net aangetoond dat over Ontwikkelingssamenwerking, of de griffierechten of pensioenen die al eerder in het debat zijn genoemd, nog helemaal geen ei is gelegd, waardoor deze regering elke keer weer terecht zal kunnen komen in de — om met de heer Samsom te spreken — grindbak van de rauwe realiteit.

De heer Slob (ChristenUnie):
Wij voeren deze debatten nu in een tijd van crisis. Wij kijken naar mogelijkheden om het kabinetsbeleid nog te veranderen. Als je dat afdoet als cadeautjes krijgen, heb je volgens mij weinig van deze tijd begrepen. Als we het toch hebben over cadeautjes krijgen, kan ik u één ding wel vertellen: ik had mijn achterban geen groter plezier kunnen doen dan substantiële wijzigingen in de ontwikkelingssamenwerkingsbegroting te regelen. Dat is niet gelukt, dat geef ik hier ronduit toe. Ik heb ook de ruimte om daarop terug te komen in het debat en nog een keer een poging te wagen, want ik vind het de moeite waard om ook iets te doen voor de armsten van de wereld. Wij hebben ons echter uiteindelijk gecommitteerd aan deze afsprakenlijst. Ik zie daarin zo goed als alle doelen terugkomen die ik had bij de algemene politieke beschouwingen. Dat gaf mij uiteindelijk de vrijmoedigheid om te zeggen: oké, wij gaan hiermee akkoord; wij zullen onze verantwoordelijkheid hiervoor nemen, ook voor de pijnlijke kanten die eraan vastzitten.

De heer Roemer (SP):
Ik ben blij met de duidelijkheid die de heer Slob nu geeft over de vraag waartegen hij nou precies ja heeft gezegd. Ik hoop dat ik hem goed heb begrepen. Hij zei in ieder geval dat hij zijn handtekening heeft gezet bij de afspraken over het Belastingplan, en dat hij daarmee eigenlijk ook het voortbestaan van het kabinet heeft gered. Maar het is dus niet gezegd dat alle individuele begrotingen op voorhand kunnen rekenen op de steun van de ChristenUnie-fractie. Heb ik het zo goed verwoord?

De heer Slob (ChristenUnie):
Ik kan hier vrijuit spreken over het Belastingplan, omdat de wijzigingen die daarin zullen worden doorgevoerd — zie de afsprakenlijst — zo substantieel zijn, dat ik zelfs uitzie naar de behandeling ervan. Ik bedoel, er is nogal wat gebeurd in de afgelopen drie weken. De andere begrotingen zullen wij uiteraard op hun merites beoordelen, met de afsprakenlijst in de hand. Misschien kan ik het nog ergens terugvinden. Ik weet echter wel dat wij, kijkend naar het kabinetsbeleid, de houding hadden om echt een en ander te doen op het gebied van gezinnen en het Belastingplan. Het Belastingplan in de oude vorm was voor ons namelijk niet acceptabel. Daarover hebben we nu afspraken kunnen maken en ik kan namens de Tweede Kamerfractie zeggen dat we daar onze steun aan zullen geven.

De heer Roemer (SP):
Het gaat natuurlijk ook om relevante onderdelen uit die begroting die daarna allemaal naar de Kamer zullen komen. De heer Zijlstra was er in zijn eerste termijn, bij een interruptie van mij, stellig van overtuigd dat voor de hele begroting nu steun is gevonden bij deze drie partijen. Dat is dus gewoon niet waar. Dat vindt mijnheer Zijlstra misschien minder leuk, maar dat zijn dus de feiten.

Ik was blij met uw geste richting Ontwikkelingssamenwerking. Daarop zullen we elkaar snel kunnen vinden. Ik wil ook bekijken of dit nog kan bij de Dienst Justitiële Inrichtingen. Daarin hebben we gezamenlijk opgetrokken. We hebben elkaar altijd gevonden in de strijd om zo veel mogelijk open te houden. Veldzicht is met uw inspanningen open gebleven. Betekent dit dat er in de Kamer voor u nog ruimte is om andere open te houden? Ik zie namelijk geen verschil. Ik ben er blij mee dat Veldzicht openblijft, maar waarom moet die in de Achterhoek bijvoorbeeld wel gesloten worden?

De heer Slob (ChristenUnie):
Als het ons lukt om vanuit de Kamer gedekte voorstellen in te dienen die op een brede meerderheid kunnen rekenen en waarmee we nog verder kunnen gaan dan ik vorige week in de onderhandelingen heb kunnen regelen, dan sta ik tot uw dienst.

De heer Roemer (SP):
Maar dat betekent …

De heer Slob (ChristenUnie):
Het is wel jammer dat u niet aangeschoven bent. U hebt nu zulke mooie voorstellen.

De heer Roemer (SP):
Die voorstellen doen we niet in een achterkamer, die doen we netjes hier. Ik zal ze graag straks met u indienen. Ik dien graag een voorstel in om meer van deze instellingen open te houden. Daar hebben we samen voor geknokt. Ik ben blij dat nu helder is dat de begroting niet staat, zoals de heer Zijlstra wel dacht. Op tal van onderwerpen voelen de partijen zich vrij om met nieuwe voorstellen te komen, de samenwerking te zoeken en tegen te stemmen als iets hun niet bevalt.

De heer Slob (ChristenUnie):
Ik heb goed nieuws voor de heer Roemer. Alle begrotingsbehandelingen zijn zeer relevant. Dan zullen we uiteraard spreken over de wijzigingen die in dit afsprakenpakket worden doorgevoerd. Als er nog meer mogelijkheden zijn, gaan we het gewoon nog een keer proberen. We hebben namelijk echt nog wel andere voorstellen voor begrotingen die we niet in dit pakket hebben kunnen krijgen. Dan kijken we hoever we kunnen komen. Als we die welwillende houding van VVD en PvdA een beetje kunnen vasthouden in de Kamer, kan er nog wel wat moois gebeuren. Ik zie mijnheer Zijlstra al in een houding zitten van "kom maar op met je voorstellen!".

De voorzitter:
Maar mijnheer Buma staat bij de interruptiemicrofoon, dus geef ik hem het woord.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
De heer Slob is enthousiast over de ruimte die hij nog heeft, ondanks het akkoord. De vraag is of er sprake is van echte ruimte of dat het alleen gaat om ruimte op het spreekgestoelte. Ontwikkelingssamenwerking is een zeer belangrijk punt voor de ChristenUnie. Is de heer Slob vrij om de begroting van Buitenlandse Zaken af te stemmen vanwege de bezuinigingen op Ontwikkelingssamenwerking?

De heer Slob (ChristenUnie):
Laten we het even in een goede volgorde doen. Ik vraag me namelijk af of mensen hiermee geholpen zijn. We proberen eerst nog wijzigingen door te voeren. In de vorige periode waren we u helemaal kwijt op dit onderwerp, maar ik hoop dat u nu weer naast ons staat om te proberen om hier nog iets aan te doen. Laten we daar eerst maar eens mee aan de slag gaan. We hebben ook woordvoerders die daar behoorlijk gemotiveerd voor zijn. Als we voortdurend stuklopen op dat soort onderwerpen en een en ander buiten de gemaakte afspraken in de afsprakenlijst valt, heb ik inderdaad de ruimte om tegen te stemmen. Tegenstemmen is echter niet mijn eerste optie. Dat is net zoiets als een motie van wantrouwen indienen voordat het debat begint. Dat is een beetje in die categorie, maar dat doen we niet.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dit gaat natuurlijk over de aard van de afspraken. Tot nu toe zei het kabinet dat het nu zekerheid heeft over de begroting voor 2014. Er is een begrotingsakkoord. U zegt nu dat u toch tegen kunt stemmen. Wat is het nu? Is er een begrotingsakkoord of is er geen begrotingsakkoord?

De heer Slob (ChristenUnie):
Wij hebben afspraken gemaakt over de begrotingen. U ziet daar prachtige dingen in terug, dingen die volgens mij het CDA-hart ook sneller laten kloppen. Ook al hebben anderen het gerealiseerd, u zult er toch ook blij mee zijn. Dat hebt u volgens mij ook gezegd. Daar staan wij ook voor. Dat zal onze houding ten opzichte van begrotingen zeer zeker in positieve zin bepalen.

Neem bijvoorbeeld het onderwijs. Hier staat een onderwijsman van huis uit. Als er extra geld naar Onderwijs gaat, zul je wel gek zijn om tegen de begroting te stemmen. Dan kunnen de uitgaven namelijk niet doorgaan en daar hebben de mensen in het onderwijs helemaal niets aan. Dat geldt natuurlijk voor nog een paar begrotingen. Als er pijnlijke punten in zitten, kun je op onderdelen zeggen dat je ertegen bent. Je wilt echter ook bepaalde uitgaven laten doorgaan. Dat is bijvoorbeeld een afweging bij de begroting van Defensie. Als er extra geld naar Defensie gaat, en we tegen de begroting stemmen, kan dat extra geld ook niet weggezet worden. Dat geldt ook bij de justitiebegroting. Dus dat zijn allemaal afwegingen die gemaakt moeten worden in de komende maanden. Het is ook wel een geruststelling want die begrotingsbehandelingen gaan nog wel ergens over.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dat vind ik toch wel wat moeilijk, want de heer Slob loopt totaal weg voor alles wat er voor dat zwarte gordijn is gezegd, alles! Er werd gezegd: er is een begrotingsakkoord. Nee, zegt de heer Slob nu, er is geen begrotingsakkoord, ik kan iedere begroting afstemmen. Dat is echter niet wat de andere sprekers namens de het akkoord sluitende partijen hebben gezegd. Ik kan alleen maar constateren dat de heer Slob blijkbaar de afspraken anders interpreteert dan alle deelnemers tot nu toe naar buiten hebben gebracht.

De heer Slob (ChristenUnie):
Nu begint de heer Buma weer over afstemmen. Ik heb ruimte om in de komende weken met mijn mensen, de vijf mensen die mijn fractie telt, die gideonsbende, bij iedere begrotingsbehandeling er vol voor te gaan om te proberen begrotingen nog verder te wijzigen dan we nu in de afspraken hebben gedaan, maar ik ben inderdaad gecommitteerd aan de afspraken die gemaakt zijn waarvan er sommige meerjarig doorlopen. Daar ben ik op aanspreekbaar, ook als het gaat om de bezuinigingen die daaraan vastzitten.

De heer Roemer (SP):
Ik probeer toch iets meer duidelijkheid te krijgen. De ruimte die de heer Slob zich toe-eigent wordt beetje bij beetje steeds groter en ik ben ook blij voor hem. Ik noem een voorbeeld om te kijken hoe concreet dit nu precies is. Er zijn afspraken gemaakt om de forse bezuinigingen op gezinnen te verbeteren. In plaats van 800 miljoen is het nu 500 miljoen. Dus er is 300 miljoen verbeterd. Legt de heer Slob zich nu neer bij de 500 miljoen bezuinigingen die nog steeds terechtkomen op de gezinnen en heeft hij zich daaraan gecommitteerd of voelt hij nog steeds de ruimte om nieuwe meerderheden in de Kamer te zoeken om ook die bezuinigingen van 500 miljoenen weg te nemen?

De heer Slob (ChristenUnie):
Het is veel meer dan 500 miljoen, hoor. U moet maar eens goed naar de doorrekeningen kijken. Dat tikt behoorlijk aan. Een paar weken geleden, toen minister Asscher naar buiten kwam met zijn invulling van de kindregelingen met die draconische bezuinigingen ernaast, zijn er gezinnen geweest die via de RTL-site ingevuld hebben wat dit voor hen zou gaan betekenen. Het betekende voor hen honderden euro's op jaarbasis die ze kwijt zouden raken, ook als die schoolboeken nog eens weg zouden vallen, waardoor ze nog eens €300 per kind zouden kwijtraken. Dus het gaat om fors geld. Ik denk dat we in ons tegenverhaal bijna het maximale veilig hebben gesteld waar het gaat om hetgeen door het kabinet werd voorgesteld inzake de kindregelingen. Als er ergens nog een klein plusje op gezet kan worden, zal ik dat afwegen maar ik denk dat we voor de gezinnen heel erg blij mogen zijn met hetgeen hier gepresteerd is. Ik zeg in alle eerlijkheid dat ik van tevoren niet had verwacht dat we zo ver zouden komen, maar het is wel gelukt.

De heer Roemer (SP):
Nu krijgen we een beetje duidelijkheid op dat punt. Er ligt echter nog een enorme bak aan verslechteringen voor gezinnen met kinderen waar u zich altijd hard voor gemaakt hebt, en die hebt u niet weggekregen. Maar dat slikt u en daarmee committeert u zich, want dat is dan wel de afspraak?

De heer Slob (ChristenUnie):
Er is bijvoorbeeld een afspraak gemaakt over de 100 miljoen rond de kinderopvang, waarvan de heer Van Ojik de trotse eigenaar is. Die is ook in de plaat opgenomen, maar 50 miljoen van dat bedrag komt bij de hoge inkomens terecht. Dat had wat mij betreft ook wel op een andere plek terecht mogen komen, maar goed, dat accepteer ik. Dat is gebeurd. Dat staat ook in ons verhaal. Ik zie niet zo heel veel mogelijkheden meer als het gaat om gezinnen om er nog allerlei aanvullende dingen voor te doen, omdat we volgens mij nu al de hele breedte beslaan, maar als u straks nog voorstellen heeft, zou ik zeggen: ga ook met onze woordvoerders praten, wie weet wat we nog kunnen doen. Het is in ieder geval prachtig dat u nu ook in beweging komt om te kijken wat we nog richting het kabinet kunnen doen; dat had de afgelopen weken overigens ook gekund.

Tot slot nog het volgende, waarbij ik nog even de ambiance van die persconferentie in gedachten heb. Ik moest denken aan paus Franciscus. Tien jaar geleden, bij het uitbreken van de crisis in Argentinië, was hij daar bisschop en heeft hij een oproep gedaan, ook aan politici, om te werken aan hoop en perspectief voor burgers in plaats van — ik citeer wat hij toen zei — "op te trekken als een sombere stoet en bezig te zijn met het leggen van een grafsteen op de eigen zoektocht". Hij deed ook een oproep om de schaduw van wantrouwen te laten verdwijnen. En ik zeg hem dat na. Ik ben ervan overtuigd dat de gemaakte afspraken van de vorige week daarvoor een eerste aanzet geven en ik vraag het kabinet voortvarend en loyaal over te gaan tot de uitvoering daarvan.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


« Terug

Nieuwsarchief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari