Bijdrage Gert-Jan Segers aan het algemeen overleg EU-uitbreiding

woensdag 11 december 2013 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers als lid van de vaste commissie voor Europese Zaken aan een algemeen overleg met minister Timmermans van Buitenlandse Zaken   

Onderwerp:   EU-uitbreiding

Kamerstuk:    23 987

Datum:            11 december 2013

De heer Segers (ChristenUnie): Mijnheer de voorzitter. Anderhalve week geleden heeft Paul Scheffer een mooi artikel geschreven in NRC Handelsblad. Hij zoomt een beetje uit, kijkt naar Europa en zegt dat er eigenlijk heel veel overeenkomsten zijn. Als je de Europese landen vergelijkt met landen elders in de wereld, hebben ze allemaal betrekkelijk weinig corruptie, een redelijk functionerende rechtsstaat, een hoge mate van gelijkheid en, heel belangrijk, diversiteit. Vervolgens komt hij tot een uitdaging aan het politieke midden. Volgens hem moet het politieke midden de grenzen kunnen aangeven tot waar de integratie kan plaatsvinden en tot waar de uitbreiding van de Unie kan plaatsvinden. Toen hij naar Brussel ging, kwam hij tot de schokkende ontdekking dat hij nul op het rekest kreeg. Men zei: wij zetten kleine stapjes, het is een beetje beredderen van het heden en er is geen perspectief op de lange termijn. Dat vond hij zeer kwalijk.

Er zijn partijen -- ik begrijp net dat D66 geen federalistische partij is; dat is mooi om te weten -- die neigen naar federalisme en er zijn partijen die helemaal van de Europese Unie af willen. Daartussenin zit het politieke midden, dat zal moeten aangeven waar de grenzen van de Unie ophouden, zowel op het gebied van integratie als territoriaal. Een grenzeloze Unie provoceert immers haar eigen tegenstand en wellicht ook haar eigen nederlaag. Als je geen perspectief biedt, zullen burgers zich uiteindelijk van Europa afkeren. Dan zijn wij verder van huis. Schep duidelijkheid! Dat is het pleidooi van Scheffer. Ik vraag de minister of hij die duidelijkheid kan scheppen, hier en nu. Waar ligt de grens? Wij weten allemaal dat bijvoorbeeld de uitbreiding met Turkije ontzettend moeilijk zal zijn. Voor mijn fractie is het duidelijk dat daar geen perspectief in zit. Denk aan Rusland. De eerste twintig jaar ziet dat er ook niet naar uit. Het zou helder zijn om grenzen te trekken en aan te geven dat wij niet toegaan naar een "Verenigde Staten van Europa". Het zal altijd een samenwerking van soevereine landen zijn. Die helderheid vraag ik van de minister.

We moeten ook duidelijk zijn voor nieuwkomers. Wij hebben net de discussie gehoord over de Bulgaren en Roemenen en het vrije verkeer van werknemers. Dat is een pijnlijke discussie. Mijn fractie vindt het beter om een warm welkom op de lange termijn te organiseren dan een koele entree op de korte termijn, waarbij landen als tweederangslanden en burgers als tweederangsburgers worden behandeld. Dat is oneerlijk. Dat is niet fair tegenover deze nieuwkomers. Dat is de makke en het pijnlijke van de huidige discussie.

Het is goed om de rechtsstaat voorop te plaatsen. Het kabinet doet dat. Zou het niet goed zijn om de onderhandelingen te beginnen en te eindigen met de hoofdstukken 23 en 24 over de rechtsstaat? Bij Turkije is dat niet gebeurd. Hoe kun je het echter op allerlei terreinen eens worden als je het op zo'n fundamenteel terrein als de rechtsstaat niet eens bent? Zou dat niet de route moeten zijn? Moet je niet beginnen met onderhandelingen over de rechtsstaat? De hoofdstukken 23 en 24 zouden als eerste moeten worden geopend, want zij zijn de kurk waarop de onderhandelingen en de samenwerking drijven.

Ik ga specifiek in op twee landen: Turkije en Albanië. Ik heb al iets over Turkije gezegd. Wij zien dat het met de persvrijheid slechter gaat in Turkije. De mensen zijn slechter af met de persvrijheid dan vorig jaar. Het gaat de verkeerde kant op. Er is op dit moment minder persvrijheid in Turkije dan in Rusland. Wij maken ons ontzettend veel zorgen over Rusland en de persvrijheid daar, maar in de Press Freedom Index staat Turkije lager dan Rusland, terwijl wij met Turkije praten over toetreding tot de Europese Unie. Wat ons betreft, is dat veelzeggend.

Wij delen de zorgen van de VVD-fractie over Albanië ten aanzien van de mate van corruptie. Het is niet wijs om nu te zeggen dat het land kandidaat-lidstaat kan worden. Op de lange termijn zou dat wel kunnen. Ik vraag de minister of wij hierover nu geen helderheid moeten scheppen en of wij niet moeten zeggen dat het land nu geen kandidaat-lidstaat kan worden.

Ik kom op mijn laatste punt, dat ik al even heb genoemd in een interruptie op het betoog van de heer Verheijen: het automatisme dat nieuwkomers op termijn de euro als munt moeten adopteren, dat er een relatie is tussen de Unie en de euro. Zou het niet heilzaam zijn, zeker gezien de economische verschillen waar de heer Verheijen op wees, om dat automatisme los te laten en daar veel ontspannener mee om te gaan? Als daar een verdragswijziging voor nodig is, dan moet dat maar. Zou dat niet de inzet moeten zijn van het Nederlandse kabinet?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari