Bijdrage wijziging Electriciteitswet i.v.m. regels omtrent onafhankelijk netbeheer

woensdag 19 april 2006 10:36

De heer Slob (ChristenUnie):
Voorzitter. Wij hebben al vele, vele uren gesproken over de Splitsingswet, laatstelijk vorige week donderdag, niet helemaal tot in de kleine uurtjes, maar wij kwamen aardig in de buurt. Ik herhaal mijn opmerking in eerste termijn dat het niet allemaal tevergeefs is geweest. Onder druk van de Kamer is er veel verbeterd aan het wetsvoorstel, bij nota van wijziging of door de amendementen die nog in stemming zullen worden gebracht. Naar ik begrepen heb, komt er ook nog een aantal moties. Iedere verbetering van dit wetsvoorstel zal mijn fractie steunen.

Ik vond de eerste termijn van de minister teleurstellend. Ik zeg dat in alle openheid. Wij hebben steeds een open houding gehad. Wij hebben op alle manieren meegedacht en meegedaan. Ik vind dat de minister enigszins een karikatuur maakt van degenen die kritisch zijn over het wetsvoorstel, onder andere door te stellen dat zij helemaal niets willen. Dat is klinkklare onzin, om het wat hard te zeggen. Voorop staat dat de bewijslast voor een verandering ligt bij de degene die iets voorstelt. Wij zijn schouder aan schouder opgetrokken bij het veilig stellen van de voorzieningen. Het gaat ons om zekerheid voor de vitale netten. Wij willen voorkomen dat de energienetten bij een overname van relatief kleine, Nederlandse geïntegreerde energiebedrijven worden meegezogen.

Wij hebben grote moeite met de verplichte splitsing, vooral ook omdat wij daarmee vooruitlopen op de Europese troepen. Ik constateer ook dat er enige beweging zichtbaar is in de andere Europese landen, bijvoorbeeld in België. Door vooruit te lopen, nemen wij echter een zeker risico. Ik denk daarbij aan de gesplitste bedrijven die overblijven. Alles overziend kan mijn fractie deze stap niet zetten. Wij zullen dus tegen dit wetsvoorstel stemmen. Het lijkt ons beter om het wetsvoorstel aan te houden totdat er meer duidelijkheid is over wat er in een aantal andere Europese landen gebeurt. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland met de Splitsingswet (het wetsvoorstel Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet in verband met nadere regels omtrent een onafhankelijk netbeheer) als eerste lid van de Europese Unie overgaat tot verplichte splitsing van de nu nog geïntegreerde energiebedrijven,
overwegende dat daarmee een ongelijk speelveld in de Europese Unie ontstaat, waardoor de dan niet langer geïntegreerde Nederlandse energiebedrijven een gemakkelijke overnameprooi kunnen worden voor geïntegreerde Europese energiebedrijven;
voorts overwegende dat met splitsing van de geïntegreerde energiebedrijven het onafhankelijk netbeheer het beste gewaarborgd is;
van mening dat verplichte splitsing van de Nederlandse energiebedrijven op dit ogenblik vanuit Europees perspectief ongewenst is;
voorts van mening dat zowel het juridisch als het economisch eigendom van de energienetten in handen behoort te zijn van overheidspartijen;
overwegende dat middels het amendement van het lid Hessels c.s. (30212, nr. 22) meerderheidsprivatisering reeds wordt voorkomen;
verzoekt de regering, de splitsingswet aan te houden totdat in een aantal andere Noordwest-Europese landen vergelijkbare wetgeving wordt voorgesteld;
verzoekt de regering voorts, in de tussentijd in ieder geval het juridisch eigendom van de energienetwerken veilig te stellen,
en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Slob. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 30 (30212).

De heer Crone (PvdA):
Is uw motie wel consistent met het tegen de wet stemmen? U zei dat door het amendement-Hessels de netten veilig worden gesteld. Als u tegen de wet stemt -- en u wilt natuurlijk dat wij dat allemaal doen -- wordt dit amendement niet aangenomen.
U doet net alsof wij de klok stil kunnen zetten, maar er verandert nu heel veel. U ziet dat onze bedrijven met net en al in het buitenland willen investeren, hetgeen grote risico's met zich kan brengen. Die worden afgewenteld op de netten, want dat kan niet anders, maar dan is het wel te laat. Vendrik heeft hier gisteren ook nog eens alle horror scenario's geschetst. Stilstaan is volgens mij dan ook geen optie.

De heer Slob (ChristenUnie):
Met deze motie geven wij de minister de duidelijke opdracht -- en dat kan ook zonder deze wet -- om ervoor te zorgen dat de netten in publieke handen blijven, zoals dit moment ook het geval is. Dat willen wij ook zo houden. Daar hebben wij dus niet per se de wet voor nodig. Wel geef ik u toe dat als dit wetsvoorstel in stemming wordt gebracht en er ook zal worden gestemd over de amendementen, wij zeker voor die amendementen zullen stemmen omdat die een extra borging in het wetsvoorstel brengen. Dat is voor ons ook de reden geweest om het desbetreffende amendement van de heer Hessels mede te ondertekenen. Een van onze bezwaren is steeds geweest dat wij vooruitlopen op de Europese troepen, zoals ik dat maar heb genoemd, en dat het ons beter lijkt om op dat punt maar wat voorzichtiger te zijn en even te wachten om die verplichting via wetgeving door te voeren tot er enige duidelijkheid is op dat punt. Ik constateer dat die er op dit moment nog niet is en hoop natuurlijk dat die er wel snel komt. Wij zouden daarop willen wachten en dat is onze politieke keuze. Dat laat onverlet dat ook wij zien dat er van alles beweegt. Wij zijn ook in dat opzicht niet ziende blind, maar wij maken een andere politieke afweging.

De heer Crone (PvdA):
Die respecteer ik en ik hoop met u dat die duidelijkheid er in Europa snel komt. U geeft in ieder geval uw inconsistente gedrag toe: u stemt tegen de wet, maar gelukkig wel voor enkele amendementen. Gelukkig stemmen wij dus allemaal voor die wet, want als wij dat niet zouden doen, zijn die amendementen ook niets meer waard!

De heer Slob (ChristenUnie):
Neen, want als u en anderen voor mijn motie stemmen, zouden wij de minister ook de duidelijke opdracht geven om het een en ander op het gebied van die netten te doen. Ik kan echter ook tellen en herinner mij ook heel goed hoe het debat de afgelopen donderdag is verlopen. Ik ga ervan uit dat het CDA straks zal zeggen dat zij, alle zegeningen tellende, uiteindelijk ook wel mee zal gaan. Dat betekent dat wij dan ook constructief mee willen denken over amendementen. Zo werkt dat ook bij uw fractie, ook als u van plan bent tegen de desbetreffende wet te stemmen!

De heer Crone (PvdA):
Het is een beetje goedkoop om aan cherry picking te doen, de leuke dingen eruit te pikken en vervolgens zeggen dat je niet meedoet aan de grote boodschap die ons overigens ook zwaar op de maag ligt. Je kunt dan mooi aan de kant blijven staan en heb je altijd gelijk!

De heer Slob (ChristenUnie):
Deze opmerking vind ik erg goedkoop. Ik herinner mij nog goed de discussies over de Wet werk en bijstand in deze Kamer toen uw fractie ook een bepaald stemgedrag vertoonde.

De heer Crone (PvdA):
Maar precies omgekeerd aan wat u nu doet. Wij hebben gepoogd die wet te verbeteren. Als je amendementen dan niet worden aangenomen en er wordt toch bezuinigd, dan maak je de eindbalans op. U dient een motie in en zegt eigenlijk dat het er niets toe doet of wij er wel of niet voor zullen stemmen omdat u uiteindelijk toch tegen het wetsvoorstel zal stemmen! Dat vind ik flauw. U moet de beraadslaging afwachten, afwachten welke moties er misschien nog meer worden ingediend, maar u weet nu al dat u toch tegenstemt. Dat hoort niet, u moet uw eindoordeel pas opmaken als u alle amendementen en moties hebt kunnen overzien!

De heer Slob (ChristenUnie):
Neen, want het Europese argument heb ik al verschillende malen met nadruk genoemd, is ook voortdurend teruggekomen in onze schriftelijke inbrengen en in al onze debatten hierover, zowel plenair als tijdens het wetgevingsoverleg. Toen heeft de meerderheid van de Kamer noch de minister op dit punt soelaas geboden, dus blijft dit argument gewoon staan. Ook dat maakt deel uit van de eindafweging die wij maken in deze tweede termijn waarvan wij hebben afgesproken dat wij daarin ons politieke oordeel zouden vellen. Daarnaast constateer ik dat er inderdaad een groot aantal amendementen ligt en dat er wellicht ook nog andere moties komen. Alles dat hetgeen er nu ligt kan verbeteren, zullen wij uiteraard steunen. Het zou wel raar zijn als wij dat niet deden. Dat is niet goedkoop maar ook in dat opzicht consequent zijn!

De heer Vendrik (GroenLinks):
Waarom heeft de heer Slob gekozen voor een motie waarin de regering wordt gevraagd om het wetsvoorstel terug te nemen, terwijl hij eigenlijk wil regelen dat de inwerkingtreding van de splitsingswet vooruit wordt geschoven? Ik vraag dat, omdat de achterliggende gedachte bij deze motie volgens mij is dat hij vindt dat het privatiseringsverbod, dat afloopt in 2007, verlengd moet worden.

De heer Slob (ChristenUnie):
Als mijn motie is uitgedeeld, kan de heer Vendrik met eigen ogen zien dat deze opdracht aan de minister in de motie staat.

Waarom heb ik gekozen voor een motie? Ik heb dat gedaan, omdat ik niet verwacht dat de minister in tweede termijn zal zeggen: het idee van de heer Slob is een fantastisch idee en ik zal het zeker gaan doen. Ik ken de minister goed genoeg om te weten dat hij dat zeker niet zal doen. Hij wil door. Hij voelt goed aan dat het moment is gekomen om iets te regelen waaraan hij al zolang heeft gewerkt, en waarschijnlijk ook nog eens met ruime steun van de Kamer. Een en ander laat onverlet dat mijn fractie haar eigen afweging maakt en dan is het niet onlogisch om de Kamer een uitspraak voor te leggen waarin ons standpunt is vastgelegd.

De heer Vendrik (GroenLinks):
Het staat de heer Slob uiteraard vrij om in tweede termijn een motie in te dienen. Ik wilde eigenlijk vooral van hem horen waarom hij heeft gekozen voor een motie in plaats van voor een amendement dat regelt dat het tijdelijke privatiseringsverbod voorlopig van kracht blijft en wordt gekoppeld aan de definitieve inwerkingtreding van de splitsingswet.

Het enige argument dat de heer Slob voor zijn motie noemt, is dat privatisering van de commerciële delen mogelijk wordt als zijn motie niet wordt overgenomen. Daaraan is volgens hem namelijk het gevaar verbonden dat die commerciële delen worden opgekocht door buitenlandse geïntegreerde bedrijven. Als ik alsnog een amendement indien om dat te verhinderen of om te borgen dat die toekomst zich niet zal materialiseren, verandert daardoor dan de opstelling van de fractie van de ChristenUnie?

De heer Slob (ChristenUnie):
Waarom een motie en geen amendement? Ik heb niet overwogen om een motie in te dienen, omdat in deze fase een motie het meest logische middel is om in de Kamer steun te verwerven voor ons standpunt. Overigens acht ik de kans dat mijn motie door de Kamer wordt aangenomen, niet zo heel groot.

Donderdag hebben wij al over de privatisering van de commerciële delen gesproken. Tot nu toe heb ik nog niets van de hand van de heer Vendrik gezien. Ik heb wel de reactie van de minister gehoord. Hij stelt dat het haast onmogelijk is om het op deze manier te regelen. Mocht zo'n regeling toch mogelijk blijken, dan kan dat wellicht leiden tot een heroverweging van ons standpunt. Gezien de door de minister geschetste Europese mogelijkheden, beschouw ik een verbod op privatisering van de commerciële delen eigenlijk als een gepasseerd station.

« Terug

Reacties op 'Bijdrage wijziging Electriciteitswet i.v.m. regels omtrent onafhankelijk netbeheer'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari