Bijdrage Arie Slob aan het algemeen overleg Visserij

woensdag 04 juni 2014 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamer Fractievoorzitter Arie Slob met de commissie voor Economische Zaken op het onderdeel Visserij aan een algemeen overleg met staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken

Onderwerp:   Visserij

Kamerstuk:    29 664

Datum:            4 juni 2014

De heer Slob (ChristenUnie): Dank u wel voor deze aankondiging, voorzitter.

Voorzitter. Ik heb drie onderwerpen. Ik begin met de aanlandplicht, een dossier waar al ontzettend lang over gesproken is. Wij kennen de staatssecretaris als iemand die heeft gezegd te zoeken naar -- ik geloof dat het zelfs haar eigen woorden zijn -- de rek en de ruimte in de regelgeving. Dat is een mooie omschrijving. De vissers moeten deze maand hun plannen voor de pelagische visserij indienen bij de Europese Commissie. De heer Dijkgraaf gaf al aan dat er signalen zijn dat de lidstaten nauwelijks uitzonderingen zouden willen toestaan terwijl we weten dat de Pelagische RAC in een advies aandringt op een ruime toepassing van de zogenaamde de-minimusregeling. Ik vraag de staatssecretaris om in de plannen voor de Noordzee de rek en de ruimte maximaal te zoeken.

Ik ben benieuwd hoe het zit met de te maken afspraken tussen de lidstaten over de handhaving. Volgens mij hangt dat nog steeds en kunnen we straks met verschillende regimes te maken krijgen op de Noordzee. Hoe gaat dat? Dat is toch een nog wat open vraag.

Ik sluit mij kortheidshalve aan bij de opmerkingen over de gebiedsafbakening en de tonggrens.

Mijn tweede onderwerp heeft te maken met de regeling voor de beroepsvistuigen. Ik ben er eens stevig ingedoken. Ik begrijp niet zo goed wat er gebeurt met de visserscoöperaties. Ze dreigen op deze manier in één klap hun visinkomsten kwijt te raken. Ik mis een goede onderbouwing daarvan, een onderbouwing waardoor je zegt: ja, dat is logisch, het moet op deze manier. Ik hoor graag van de staatssecretaris wat hier gaande is. Het is best lastig om de beroepsvissers gelijk van de coörporatievissers te onderscheiden omdat ook beroepsvissers soms deeltijdvissers zijn. De coörporatievissers verdienen daar nog een boterham aan. Je zou toch denken dat je ook naar de vangstcijfers kijkt. Hoe gaat de staatssecretaris om met het recht op eigendom? Kortom, ik heb hier heel wat vragen over, mede omdat de coöperaties een aantal heel mooie nuttige extra taken hebben, zoals het tegengaan van stropen en het bestrijden van de exotische rivierkreeften. Graag krijg ik nog wat opheldering over dit onderwerp.

De stemmingsbel gaat inmiddels, maar ik denk dat ik mijn betoog nog wel kan afmaken. Dat lukt wel, want we kunnen hard lopen.

Ik heb de brief over het IJsselmeer gelezen en weet dat de staatssecretaris er keihard aan gewerkt heeft om de partijen bij elkaar te houden. Ik complimenteer haar daarvoor, want dat is een inspanning die zij gepleegd heeft met haar mensen. Maar wat er nu ligt, kan het volgens mij niet wezen. Ik zeg dat er maar gewoon hardop bij. Het gaat om een getrapte aanpak, waarbij de 40% uit de lucht komt vallen; er is niet echt een onderbouwing voor. We weten allemaal dat dit juridisch gezien allemaal heel kwetsbaar is. Ik heb het dan nog niet eens over de vraag of dit de duurzaamheid zal gaan bevorderen, wat toch de insteek was in het masterplan. Daarbij heeft men elkaar indertijd wel kunnen vinden.

De voorzitter: Mijnheer Slob, ik krijg net een telefoontje. We moeten nu echt naar de zaal.

De vergadering wordt van 15.37 uur tot 15.45 uur geschorst.

De voorzitter: De heer Slob was aan het woord. We geven hem vier minuten spreektijd, want hij moet nog een stukje terugvallen.

De heer Slob (ChristenUnie): Voorzitter. We hebben net over drie moties gestemd. Ze zijn alle drie verworpen, maar dat terzijde.

Ik was gebleven bij het IJsselmeer en had al aangegeven dat ik waardering heb voor alle inspanningen, maar dat wat er nu ligt, de getrapte aanpak, het gewoon niet kan zijn. Ik mis de onderbouwing van de 40%. We weten dat het juridisch kwetsbaar is, maar ook dat allerlei doelen die we willen bereiken en die in het masterplan goed omschreven staan, op deze manier echt niet bereikt zullen worden. We komen in een juridische wirwar terecht. Dat moeten we niet willen. Ik zou heel graag wel het masterplan weer als uitgangspunt willen nemen, nadrukkelijk zonder dat we gelijk allemaal getallen erop plakken, hoewel er natuurlijk wel geld ligt. We moeten de intentie uitspreken dat we met elkaar gaan proberen om meerjarig geld beschikbaar te krijgen, meer dan wat er nu al ligt. Dat hoeft inderdaad niet alleen allemaal van de overheid vandaan te komen. Ik heb zelf in mijn schriftelijke vragen aangegeven -- de staatssecretaris heeft die beantwoord -- dat er misschien ook nog wel voeding voor dat transitiefonds te vinden is in een deel van de opbrengst van de delfstofwinning of andere exploitaties, zoals windmolens in het IJsselmeergebied. De staatssecretaris meldt in de antwoorden: dat is juridisch niet mogelijk, punt. Ik zou daar graag enige onderbouwing van willen hebben. Het moet onze opdracht zijn om niet met een oplossing te komen die geen oplossing is, maar we moeten er gewoon uit gaan komen. Daarbij mag best een beroep gedaan worden op de partijen eromheen. We moeten zorgen dat er meer geld gaat komen dan alleen wat er nu ligt, zonder dat we gelijk weer in allerlei getallen vast komen te zitten.

Ik hoop niet dat dit weer een vervolg gaat krijgen van blijven hangen en blijven hangen. Volgens mij is er dan geen enkele winnaar meer en zijn er alleen verliezers, terwijl er wel wat moet gebeuren.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

 

 

 

« Terug

Nieuwsarchief > 2014

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari