'Soms denk ik dat er eerst een shock nodig is' - Interview met Jan Huijgen en Arjan Bijman

huijgen - DWdinsdag 07 oktober 2014 12:11

Jan Huijgen is net klaar met 'straten' als ik aankom. Op het erf van zijn Eemlandhoeve moet een straat komen die uitloopt op een kapel; of: Natuurobservatorium, want een kapel mag het van de gemeente niet heten. Als je de natuur goed observeert, is zijn gedachte, dan wordt je geest van eerbied stil. De boer-filosoof oogt ontspannen. Maar schijn bedriegt.

Huijgen is een man met een missie: de regionale voedselcultuur weer tot leven wekken, te beginnen bij de regio Eemland, maar daarna ook de rest van Nederland en verder. Het recente bezoek van Patriarch Bartholomew I uit Constantinopel onderstreept zijn grensoverschrijdende ambities. Ik sprak met hem en een "maat die veel bezig is met energie", ondernemer Arjan Bijman uit Amersfoort. Twee ondernemers met idealen, maar ook met frustraties over de grenzen waar pioniers nu eenmaal op stuiten. "Van overheden, grote banken en bedrijven hoeven we het niet te verwachten. Nee, de beweging moet van onderen af komen".


Hoe kwamen jullie erbij om te kiezen voor een 'regionale insteek'?
JH: Toen ik twintig jaar geleden actief ging boeren, werd de Nederlandse landbouw gedomineerd door het streven naar schaalvergroting, efficiëntie, globalisering en industrialisering. Dat was het algemene model. De standaard in alle regio's werd: wij importeren voer, voeren daarmee onze dieren en exporteren vervolgens het vlees – waarna wij in Nederland met de rotzooi, de mest achterblijven. Dit was het effect van mondiale bewegingen: globale markten waren leidend geworden voor de ontwikkeling van de landbouw. Ik begon me af te vragen of dit een goede beweging was. Ze zorgt namelijk voor milieuproblemen, is slecht voor dierenwelzijn en doet het landschap verschralen. Bovendien komt de economie van boeren in de knel.


Hoe zag jouw alternatief eruit?
JH: Ik herontdekte de betekenis van landbouw – agri-cultuur: cultuur van de agri. Verbind burger en boer weer aan elkaar. En ik wilde het accent weer leggen op de lokale en regionale gemeenschap, in mijn geval de regio Amersfoort. De regionale economie moet weer centraal staan. Ik wil stad en platteland op elkaar laten aansluiten. Mijn domein is voedsel: meer voedsel moet binnen de regio worden afgezet. Dit vereist een nieuwe manier van denken – een paradigmawisseling of transitietraject, geënt op de streek en betrokken op de concrete omgeving en de menselijke maat.


Ben jij een soort ‘geiten wollen sokken-antiglobalist’?
JH: Globalisering en regionalisering moet je niet scheiden, ze gaan samen op. Maar ze schuren ook. Ik zie wel - en steeds meer - de keerzijde van de globalisering. Allereerst wordt er vaak geld en winst uit de regio getrokken, door aandeelhouders die op abstracte afstand staan. Supermarkten verkassen hun winst naar een hoofdkantoor ver weg. Zo raakt de regionale economie waar het om draait uit zicht. Zeggenschap en geld worden er uit getrokken.

Daarnaast zie ik steeds meer dat globalisering iets riskants heeft. Het systeem is erg kwetsbaar, doordat alles met alles – technologisch, economisch, logistiek - samenhangt. Dat zorgt voor grote risico's. Als Heathrow door een aanslag plat wordt gelegd heeft Londen geen voedsel meer. Zo simpel is het. Als je regio's meer zelfvoorzienend maakt en minder afhankelijk van wereldwijde voedselstromen, dan loop je minder risico’s. Er zit meer in de nabije omgeving dan mensen denken. Nu komt 95% van ons eten van all over the World en 5% uit de regio. Mijn ideaal voor de regio is dat we die verhouding kunnen verschuiven naar 80/20 of 70/30. 20 tot 30% van het voedsel uit de regio: welke nieuwe regionale economie kan hieruit ontstaan! Volgend jaar komt er een markthal in Amersfoort voor streekproducten. Prachtig, dat kan zorgen voor een structurele plek voor streekproducten voor onze stadse buren. Gespreide ‘hubs’ als deze zijn nodig gezien die kwetsbaarheid van het mondiale systeem. Google eens op Toronto Food Policy – en je ziet een stad initiatief op dit vlak oppakken. Steden en Burgemeesters hebben hierin een nieuwe taak.


(...)

Waarom worden regionale initiatieven zo weinig gesteund?
JH: Soms denk ik dat er eerst een shock nodig is voor men de noodzaak inziet van vernieuwing. Maar het heeft ook te maken met gebrek aan visie en moed. Er is lef nodig om iets te veranderen. Wie heeft dat nu? Ik zie op dit moment zo gauw niemand. En er zijn machten en krachten aan het werk, onderschat dat niet. In de landbouwwereld bestaan grote monopolies rond toevoer van zaden, meststoffen en bestrijdingsmiddelen en de ‘afvoer’ van het erf in handel, verwerking en retail. ‘Agropoliserende machten’. De ketens zijn zo sterk, daar kom je bijna niet doorheen. Er is weinig ruimte om andere wegen te gaan. Ook overheden hebben erg beperkte speelruimte. Christelijke politiek moet dit ‘onthullen’, het lef hebben om de ontwerpvragen rondom food opnieuw te stellen. Abraham Kuyper’s ‘Architectonische kritiek’ is actueler dan ooit. Wie neemt de tijd en heeft het lef nog om deze basisvragen opnieuw te stellen?


Hoe zou de ChristenUnie zich moeten opstellen?
JH: Allereerst visie hebben en de risico’s goed taxeren. We moeten het ongegronde optimisme van de onkwetsbaarheid van systemen aan de kaak stellen. Vervolgens constructief bouwen aan vernieuwing. Christelijke politiek werkt vanuit hoop, een begaanbare weg en beschikt bij uitstek over een gezonde ‘sense of realism’. Misschien dat hier de christelijke gemeenschappen – onze kerken – weer broedplekken zijn voor nieuw leven!
AB: Geef ruimte en faciliteer goede ontwikkelingen, dat moet de politiek doen. Dat kan uitstekend gekoppeld aan de bredere beweging naar de burger die nu aan de gang is. En koppel de participatiemaatschappij aan voedsel, energie, mobiliteit, werkgelegenheid en zorg.


Willen jullie tot slot nog iets kwijt?
JH: Iets waar ik me momenteel mee bezighoudt is de samenhang tussen bodem, voedsel, en gezondheid. Er zitten miljarden bacteriën in de bodem en dat correspondeert met de miljarden bacteriën in ons lichaam. Zit er geen parallel tussen de kwaliteit van onze bodem en de gezondheid van onze darmflora? Allemaal beestjes. De mens werd door God uit aarde gemaakt! Bodemleven, voedselkwaliteit en gezondheid: ze hangen intensiever samen dan we op dit moment beseffen en maatschappelijk hebben vormgegeven. Dit heeft gevolgen voor de zorg en zorgkosten, veel ziektes zijn voedingsgerelateerd. Focus op de regio, aandacht voor goed eten en een basic besef dat het leven een is draagt hieraan bij.

 

Jan Huijgen is boer en filosoof (www.eemlandhoeve.nl). Hij won in 2007 de Europese Mansholtprijs. Arjan Bijman is ondernemer op onder meer het gebied van duurzame energie.

Door Geert Jan Spijker

« Terug

Reacties op ''Soms denk ik dat er eerst een shock nodig is' - Interview met Jan Huijgen en Arjan Bijman'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2014

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari