Verslag overleg verkleining groepsgrootte vso-zmlk

woensdag 19 april 2006 14:50

De heer Slob (ChristenUnie) vindt het jammer dat er nu weer met de
minister moet worden gesproken over de uitvoering van zijn motie. Na
het laatstgehouden overleg had hij de indruk dat er alleen nog een ministeriële
regeling moest worden geformuleerd, maar helaas is dit niet het
geval. Ook het onderwijsveld is teleurgesteld. Er leek een einde te komen
aan de onzekerheid en daarom werden er al formatieplannen opgesteld.
Nu de regeling bekend is geworden, is duidelijk dat het doel van de motie
niet wordt gehaald, namelijk een n-factor 7 met de totale zorg die de leerlingen
in deze klassen nodig hebben. De berekening van de minister leidt
er toe dat er bij een totale zorg hooguit n-10 mogelijk is. Om dan toch tot
n-7 te komen, moet er worden geschrapt in bepaalde onderdelen van de
zorg en dit zal met name ten koste gaan van de klassenassistenten.
Dit was niet de bedoeling van de motie en de scholen zijn verbijsterd. Hij
voelt er niet veel voor om in dit overleg rekensommetjes te maken en te
vergelijken. De vergelijking van de minister gaat in bepaalde opzichten
mank. De Kamer heeft veel reacties ontvangen van directeuren van
scholen en van leerkrachten, maar ook van de WEC-Raad, de Besturenraad
en het OCNV. Zij komen tot een andere uitkomst dan de minister.
Bovendien wijzen zij erop dat er nauwelijks of niet met hen is gesproken.
De heer Slob dringt erop aan dat de minister in overleg met die instanties
probeert een fatsoenlijke oplossing te vinden.
Hij merkt overigens op dat de vergelijking tussen cluster 3 en 4 alleen
betrekking had op de aard van de problematiek van de kinderen. Het
streven is erop gericht om ook voor deze leerlingen tot een groepsgrootte
van zeven te komen en daar gaat de vergelijking dus wel op.

… [Nadere gedachtenwisseling]

De heer Slob (ChristenUnie) vindt het vreemd dat de WEC-Raad in een
persbericht schrijft dat de motie-Verhagen pootje wordt gelicht door
minister Van der Hoeven. Hoe kan zo’n instantie die altijd heel constructief
meedenkt en meerekent, die als geen ander het veld kent en ook in de
positie verkeert om te vertolken wat er in het veld leeft, tot zo’n conclusie
komen? Hij kan dit uit het antwoord van de minister niet afleiden. Overigens
is haar redenering consistent, want zij houdt vast aan de koppeling
tussen cluster 3 en 4. Als zij geen wezenlijk verschil ziet tussen de leerlingen
in beide, dan is de uitkomst van haar overwegingen begrijpelijk.
Als er echter met dat verschil rekening wordt gehouden, zal de uitkomst
anders zijn. Als de Kamer vraagt om het terugdringen van de groepsgrootte
van twaalf naar zeven kan de eindconclusie toch niet zijn dat er
bijvoorbeeld flink moet worden gesneden in de klassenassistenten? Dit
kan de minister toch niet afdoen met de opmerking dat het de scholen vrij
staat om de formatie naar eigen wensen in te zetten? Hij kondigt aan dat
hij zich niet bij deze uitkomst neerlegt en de Kamer om een uitspraak zal
vragen. Hij dringt erop aan dat de minister met de betrokkenen, de
WEC-Raad, de Besturenraad en OCNV contact opneemt om te bezien of er
tot gezamenlijke conclusies kan worden gekomen.

« Terug

Reacties op 'Verslag overleg verkleining groepsgrootte vso-zmlk'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari