Inbreng aanbestedingswet

donderdag 27 april 2006 15:55

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel ‘regels voor het gunnen van overheidsopdrachten door aanbestedende diensten en opdrachten door speciale-sectorbedrijven (Aanbestedingswet)’. Zij hebben met betrekking tot dit wetsvoorstel de volgende vragen en opmerkingen.

De minister somt in de Memorie van Toelichting (MvT) een groot aantal problemen op waar men in de aanbestedingspraktijk tegenaan loopt. Zo is er onder andere sprake van verkokering en versnippering van aanbestedingsregels en laat de toegankelijkheid van regelgeving te wensen over. Met het oog op de vele problemen en de vraag of de huidige wettelijke voorzieningen voor de toekomst toereikend zijn, heeft de minister getracht een ‘modern wettelijk kader om beter dan voorheen een goede uitvoering van de Europese en internationale aanbestedingsverplichtingen te bereiken’ voorgesteld. De leden van de ChristenUnie-fractie waarderen de komst van een nieuwe kaderwet op basis waarvan nadere regels kunnen worden gesteld. Zij vragen de minister echter wel op wat voor termijn hij denkt te komen met nadere regelgeving, vooral omdat veelvuldig gesproken wordt over de mogelijkheid tot het stellen van regels en de gesignaleerde problemen pas opgelost worden nadat nadere regelgeving tot stand is gekomen.

Ook vragen deze leden de minister om duidelijkheid over de verhouding van onderhavig wetsvoorstel met de nog uit te komen aanbestedingsrichtlijn. De Kamer heeft er nu geen zicht op en kan niet zien hoe de wet zich met de richtlijn verhoudt. Deelt de minister de mening van deze leden dat de Kamer zo niet goed af kan wegen waarom bepaalde zaken in de richtlijn geregeld worden en niet wettelijk worden vastgesteld? Hoe kijkt men in Brussel aan tegen de keuze van de minister om zoveel mogelijk regels vast te leggen via lagere wetgeving en in de kaderwet vooral een grondslag neer te leggen?

Zij vragen de minister ook of hij nadrukkelijk het belang van het bedrijfsleven in het oog zal houden bij het opstellen van nadere regelgeving. Denkt hij te kunnen voldoen aan het tussentijdse advies van september 2005 van de Regieraad Bouw dat bij het streven naar transparantie het van belang is, dat één uniform gehanteerd reglement zich in de bouwpraktijk kan ontwikkelen tot de standaard’. Gaat de minister de uitwerking toetsen aan de praktijk en zijn voorstellen voorleggen aan experts uit het bedrijfsleven?

Een van de problemen is dat veel opdrachten onder de EU-drempel vallen, waardoor zij niet met EU-regels te maken hebben. Vanuit de sector zijn geluiden te horen dat de EU-regels duidelijke regels zijn, wat niet zozeer geldt voor regels ten aanzien van opdrachten onder deze drempel. Wat denkt de minister te gaan doen om deze duidelijkheid wel te creëren? Hoe denkt de minister in dit verband over een eenduidig stelstel met als uitgangspunt de Europese regelgeving? Gaat dit de gesignaleerde verkokering en versnippering tegen?

De leden van de fractie van de ChristenUnie-fractie waarderen de aandacht voor integriteit door middel van de voorgestelde integriteitsverklaring. De overheid moet zich er inderdaad voor hoeden zaken te doen met niet-integere ondernemers. De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben zich herhaaldelijk ingezet om de integriteit te bevorderen, met name in de bouwwereld, zoals bleek uit motie Slob (28244, 36). Heeft de minister inzicht in de effectiviteit van de in de motie gevraagde ‘eenduidige omschrijving van disciplinaire maatregelen bij integriteits-schendingen’?

Hoe ziet de minister het mogelijke concurrentienadeel voor Nederlandse bedrijven ten opzichte van buitenlandse inschrijvers door de invoering van de verplichte integriteitsverklaring, zoals o.a. door VNO-NCW en MKB Nederland wordt opgemerkt? Deelt de minister de mening van deze leden dat de verplichting om een integriteitsverklaring aanbesteden te vragen mogelijk drempelverhogend werkt voor het MKB? Zo ja, heeft de minister suggesties om met behoud van een vorm van integriteitstoetsing toch aanbestedingen richting het MKB te stimuleren?

De leden van de fractie van de ChristenUnie merken op dat de minister, ondanks mogelijkheden daartoe (artikel 81 van richtlijn 2004/18/EG en artikel 72 van richtlijn 2004/17/EG), geen gebruik maakt van het instellen van een aanbestedingsautoriteit.
Zij vragen de minister om verduidelijking van zijn keuze, omdat het bedrijfsleven en de ondernemersorganisaties zelf wel interesse lijken te hebben in een dergelijke autoriteit. Klachten vanuit de aannemers van opdrachten worden nu bijvoorbeeld minder snel geuit omdat de klacht gericht moet worden aan de overheidsinstantie zelf, met daarbij het risico dat men hierdoor in de toekomst opdrachten misloopt. Ook het Adviescollege administratieve lasten (Actal) heeft de instelling van een toezichthouder ter overweging meegegeven. Op welke wijze is de afweging gemaakt bij het wel of niet instellen van een toezichtsautoriteit? Deze leden menen dat vooral het gegeven dat ondernemers ervoor pleiten sterk mee moet wegen in de beoordeling. Het kan immers bijdragen aan het vertrouwen tussen de aannemers en de aanbestedende diensten, en dat lijkt hen wel wat waard! Hoe denkt de minister daarover?

De minister merkt bij de gesignaleerde problemen op dat de professionaliteit van de aanbestedende dienst vaak ondermaats is. Deze signalering wordt onderschreven door het bedrijfsleven. De leden van de ChristenUnie-fractie waarderen de initiatieven die ontplooid zijn om dit te verbeteren, zoals de interdepartementale projectdirectie Professioneel Inkopen en Aanbesteden (PIA), het Kenniscentrum Europa decentraal en het kenniscentrum PIANOo. Twee vragen wat betreft deze initiatieven: waarom zijn er een aantal van deze initiatieven, waarvan twee vanuit het ministerie van EZ en is er niet gekozen voor één instantie waar men terecht kan? Zou dat, in het kader van efficiëntie en duidelijkheid, niet beter zijn? Aanvullend, heeft de minister zicht op de resultaten en de effectiviteit van deze initiatieven? Deze leden zijn met name geïnteresseerd in de resultaten van PIANOo en Europa decentraal. Wordt er veel gebruik gemaakt van deze centra? Hebben de centra in de ogen van de minister hun meerwaarde al bewezen? Kan de minister toezeggingen doen over het aanbieden van resultaten van de verschillende centra?

Deze leden vinden inzicht in resultaten en meerwaarde van de genoemde centra met name van belang in het kader van de ‘Nalevingsmeting aanbesteden 2004’. De minister stelt dat er resultaat is geboekt ten opzichte van 2002, maar nog niet voldoende. Het blijkt dat voornamelijk kleine entiteiten, zoals gemeenten en waterschappen, niet goed in staat zijn om de Europese aanbestedingsrichtlijnen na te leven. Juist deze kleinere entiteiten hebben echter veel aan te besteden en zijn een grote opdrachtgever van het MKB. Wat heeft de minister gedaan met de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport om te monitoren of de juiste beleidsmaatregelen worden getroffen om naleving van de Europese aanbestedingsrichtlijnen te stimuleren? Hoe heeft de minister de resultaten en de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport verwerkt in het wetsvoorstel Aanbestedingswet? Richten de kenniscentra van de overheid zich ook specifiek op de zwakkere sectoren, zoals die naar voren kwamen uit de nalevingsmeting?

In dit verband denken deze leden dat het een verstandige keuze is van de minister om gebruik van TenderNed verplicht te stellen, vooral omdat te verwachten is dat het gebruik van TenderNed bijdraagt aan verhoging van de concurrentie én transparantie. Zij hebben wel enkele vragen over de invoer en het gebruik van TenderNed. Wanneer denkt de minister dat dit instrument volledig functioneel en uitgetest is en dus ingevoerd kan worden? Is het verstandig om dit instrument geleidelijk in te voeren voor de verschillende categorieën aanbestedende diensten? Wat zijn de overwegingen om te kiezen voor de geleidelijke invoer en niet een gelijktijdige invoer, vooral gezien de geconstateerde versnippering en onduidelijkheid?

In aansluiting op de constateringen uit de ‘Nalevingsmeting aanbesteden 2004’ vragen de leden van de ChristenUnie-fractie aandacht voor het MKB. Zoals gezegd zijn vooral gemeenten grote opdrachtgevers van het MKB. Presteren de gemeenten onder de maat qua aanbesteding, dan heeft dat direct gevolgen voor het MKB. Deze leden waarderen de aandacht die de minister besteedt aan het vergroten van de kennis van aanbestedende diensten en speciale- sectorbedrijven van aanbestedingsregels en de inzet om het inkoop- en aanbestedingsbeleid te professionaliseren. Is de minister het met deze leden eens dat de complexiteit van opdrachten en het niet voldoende professioneel opereren door aanbestedende diensten Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen bemoeilijkt en een drempel vormt in de bevordering van het integer handelen?

In de MvT (pag12) geeft de minister aan dat functionele opdrachten in plaats van tot op detail uitgewerkte voorstellen bij kunnen dragen aan innovatie. De leden van de fractie van de ChristenUnie onderschrijven dit en menen dat dit ook bij zal dragen aan duidelijkheid voor het bedrijfsleven. Zij vragen de minister er op toe te zien dat het niet blijft bij het bieden van de mogelijkheid daartoe maar actief de ontwikkeling naar functionele omschrijving te bevorderen. Graag reactie hierop.

Is de minister bereidt om in de voorziene evaluatie, maar zo mogelijk eerder, verslag te doen van de mate waarin gebruik is gemaakt van functionele opdrachten in plaats van het gedetailleerd omschrijven van de opdrachten? Dat zelfde geldt voor het gunningscriterium, als de minister er voor pleit niet automatisch te kiezen voor de laagste prijs, maar het criterium ‘economisch meest voordelige aanbieding’ (MvT pag. 12). Deze leden zien de meerwaarde in van laatstgenoemde benadering en vragen de minister om een actieve bevordering hiervan. Zij vragen de minister ook toe te zien op vereenvoudiging van de opdrachten, om zo de mogelijkheden van het MKB om mee te dingen naar opdrachten en deze aan te kunnen nemen te vergroten. Hoe denkt de minister over het bevorderen van aanbieden van varianten, gezien de bijdrage hiervan aan het ontwikkelen van innovatieve alternatieven?

« Terug

Reacties op 'Inbreng aanbestedingswet'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari