Inbreng wijziging van de Wet BOPZ (voorwaardelijke machtiging en dwangbehandeling)

donderdag 18 mei 2006 16:09

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ). Het wetsvoorstel voorziet in een uitbreiding van de voorwaardelijke machtiging en een verruiming van de mogelijkheden tot dwangbehandeling binnen psychiatrische ziekenhuizen. De leden van de ChristenUnie-fractie erkennen dat dwang in bepaalde gevallen nodig kan zijn, maar vinden dat daarmee zorgvuldig en terughoudend moet worden omgesprongen. Het wetsvoorstel vormt voor de leden van de ChristenUnie-fractie daarom aanleiding tot het stellen van een aantal vragen.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering waarom niet expliciet in het wetsvoorstel is opgenomen dat de behandelaar er naar moet streven om de instemming van de patiënt met het behandelingsplan te verkrijgen. In de Memorie van Toelichting staat slechts dat het streven naar instemming al voortvloeit uit de eis van goed hulpverlenerschap. Is het gezien de ingrijpendheid van een dwangbehandeling en de risico’s die daaraan verbonden zijn niet noodzakelijk om expliciet in de wet op te nemen dat de behandelaar moet streven naar instemming van de patiënt?

Met de voorgestelde wetswijziging kan tot dwangbehandeling worden besloten, wanneer aannemelijk is dat zonder die behandeling het gevaar dat betrokkene door een stoornis van de geestesvermogens doet veroorzaken niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering wat precies moet worden verstaan onder ‘redelijke termijn’. Deelt de regering de mening van de leden van de ChristenUnie-fractie dat iedere patiënt recht heeft op goede zorg en dat daarom niet de duur van een opname in een psychiatrisch ziekenhuis bepalend zou moeten zijn voor een beslissing om tot dwangbehandeling over te gaan maar het therapeutische belang van de patiënt?

De verruiming van de mogelijkheden tot dwangbehandeling betekent een verschuiving van het criterium dat een patiënt een gevaar moet zijn voor zichzelf of anderen naar het criterium dat aannemelijk is dat zonder dwangbehandeling het herstel van de patiënt aanmerkelijk langer zal gaan duren. Deelt de regering de mening van de leden van de ChristenUnie-fractie dat dit criterium veel moeilijker objectiveerbaar is en daardoor voor de rechter veel moeilijker toetsbaar?

De Wet BOPZ is al een aantal keer gewijzigd. In de praktijk blijkt echter dat de naleving van de wet te wensen over laat. Het ontbreekt behandelaren soms aan de nodige kennis waardoor wordt afgezien van een dwangopname, terwijl daar gezien de situatie wel aanleiding toe was en de wet daarvoor ook de mogelijkheden biedt. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering op welke manier behandelaren worden voorgelicht over de Wet BOPZ en of de regering bereid is maatregelen te nemen om die voorlichting te verbeteren.

Artikelsgewijs
Artikel 38 c: de leden van de ChristenUnie-fractie vragen de minister waarom gekozen is voor een maximumtermijn van drie maanden voor een gedwongen behandeling.

« Terug

Reacties op 'Inbreng wijziging van de Wet BOPZ (voorwaardelijke machtiging en dwangbehandeling)'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari