Geslaagd WI-congres over onderwijsvrijheid

overhandiging de school van de burger onderwijscongresdonderdag 06 november 2014 13:25

Het WI kijkt terug op een geslaagd congres over onderwijsvrijheid, dat afgelopen zaterdag plaatsvond. Sprekers en gasten uit onder meer het onderwijs, onderwijsorganisaties en de politiek bezonnen zich op het belangrijke thema van vrijheid van onderwijs. Tijdens het congres presenteerden Geert Jan Spijker, Jet Weigand en Jan Westert bovendien de nieuwe bundel ‘De school van de burger. Onderwijsvrijheid in de participatiesamenleving’ aan Tweede Kamerlid Joël Voordewind.

Tijdens het congres vonden vier lezingen plaats. Daarnaast hadden de deelnemers de mogelijkheid deel te nemen aan een van vier workshops over onderwijsvrijheid.
Een samenvatting van de lezingen vindt u hieronder.

Professor Paul Frissen
Professor Paul Frissen (Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling) verzorgde de eerste lezing, over het belang van artikel 23. ‘Burgers zijn gelijk’, begon hij, ‘in het recht te verschillen. Dat geldt ook voor het onderwijs.’ Volgens Frissen bestaan er twee vormen van vrijheid: negatieve vrijheid – de vrijheid van externe bemoeienis –, en positieve vrijheid – de vrijheid te kunnen zijn en doen wat we zelf graag willen. De overheid doet ons geloven ons ten minste de negatieve vrijheid te geven, door volgens eigen zeggen terug te treden en meer verantwoordelijkheid bij de burger neer te leggen. Frissen waarschuwt echter: ‘Ik neem totaal geen terugtredende overheid waar, met name in het onderwijs. Bovendien: waar de overheid terugtreedt, vergroot zij over het algemeen de controle.’ Een politieke meerderheid geeft een overheid niet het recht vrijheden van burgers in te perken door haar bemoeienis te vergroten, vindt hij. ‘De bevoegdheden van de overheid mogen niet afhankelijk zijn van de politieke kleur van de meerderheid. Sterker nog, het ligt in onze grondwet verankerd dat ten minste bijzondere scholen zelf invulling mogen geven aan het onderwijs.’ Professor Frissen sluit af met een oproep. ‘We hebben vrijheid van onderwijs. Laten we die vrijheid dan ook nemen en die ons eigen maken.’

Arnold Jonk
Arnold Jonk, hoofd van de inspectie van onder meer het primair onderwijs, vertelde over de enorme verschillen die hij tegenkomt in het onderwijs. ‘Ik bezoek wel eens een Montessorischool en een streng islamitische school vlak na elkaar. De verschillen zijn enorm, maar dat zegt niets over de kwaliteit van het onderwijs. Tussen type onderwijs en de kwaliteit daarvan is geen correlatie.’ Wat hem betreft is er dan ook geen sprake van een spanning tussen de inspectie van en de variëteit in het onderwijs. Wel is het belangrijk dat de overheid zich realiseert dat het ‘wat’ en het ‘hoe’ in het onderwijs niet zijn los te koppelen, zegt hij. De commissie Dijsselbloem adviseerde de overheid de verantwoordelijkheid te geven over wat er onderwezen moet worden; hoe dat moest gebeuren, zou dan aan de school zelf zijn. Tot slot benadrukte Jonk het belang van een duidelijke identiteit voor scholen. ‘Het is belangrijk dat scholen een visie hebben. Inspecteurs zien graag een school met eigenheid.’

Jan Westert
Jan Westert, voorzitter van het WI en van de Landelijke Vereniging van Gereformeerde Scholen, riep op alle onderwijs bijzonder te maken. ‘Onderwijs is niet neutraal, ook openbaar onderwijs niet. En dat is logisch: onderwijs gaat om veel meer dan cijfers en prestaties. Het gaat om vorming. Toch hebben we ons de laatste tijd in het onderwijs te veel op resultaten gericht, en te weinig op de vorming van kinderen.’ Aangezien de tegenstelling tussen openbaar en bijzonder onderwijs vervaagt, en de overheid steeds meer taken teruggeeft aan de burger, is het wat Westert betreft de hoogste tijd dat ook het onderwijs weer van de burger wordt. ‘In het onderwijs ligt een belangrijke taak voor christenen’, zegt hij. ‘We moeten aan de overheid geven wat aan de overheid toekomt, maar aan God wat God toekomt. In het christelijk onderwijs geven we God wat Hem toekomt, door onze kinderen te laten zien wie Jezus Christus is, en zijn liefde aan hen door te geven.’

Joël Voordewind
‘Met de sleutelrol die is weggelegd voor de docent, moeten ook politiek en overheid hun plek weten,’ zei Tweede Kamerlid Joël Voordewind. De moeite die de overheid steeds weer heeft met het loslaten van het onderwijs laat nauwelijks ruimte voor de inbreng van ouders. ‘Uiteindelijk is de bijzondere school van de ouders. De overheid moet dus wel een stap terug doen.’ Uniforme kinderen bestaan niet, en dus bestaan uniforme scholen ook niet, zegt Voordewind. 'Hij noemt het voorstel alle onderwijs bijzonder te maken interessant, ook voor Kamerdebatten en komende verkiezingsprogramma’s.' Wel waarschuwt Voordewind voor de uitdagingen die invoering van zo’n nieuw  schoolbestel met zich meebrengt, zoals de eerder voorgestelde acceptatieplicht. Ook hij roept scholen op hun eigenheid en kleur niet te verliezen. ‘Ga niet op in de massa. Geef ouders echt wat te kiezen.’ 

« Terug

Nieuwsarchief > 2014

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari