Inbreng liberalisering postmarkt

dinsdag 06 juni 2006 16:20

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met belangstelling kennis genomen van de laatste stappen die genomen worden om te komen tot een volledige geliberaliseerde postmarkt. In elke marktsituatie staat voor de leden van de ChristenUnie-fractie het belang van de consument centraal. Consumenten moeten er vanuit kunnen gaan dat de verstuurde post vertrouwelijk behandeld wordt. Verder dient de bezorging stipt plaats te vinden en dit alles tegen een redelijke prijs. In het voorliggende wetsvoorstel worden er heldere voorwaarden gesteld om te komen tot een vertrouwelijke behandeling. Door middel van de universele postdienst wordt bezorging op tenminste vijf dagen in de week gegarandeerd.

De Nederlandse markt wordt met voorliggend wetsvoorstel eerder vrijgegeven dan de Europese postrichtlijn beoogd. De minister wijst er op dat er niet onafhankelijk van andere EU-landen vorm wordt gegeven aan de liberalisering van de postmarkt. De minister wijst hierbij op de situatie in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Wat is de stand van zaken in andere niet genoemde Europese landen, zo vragen de leden van de fractie van de ChristenUnie.
Daarnaast vragen deze leden wat de stand van zaken is met betrekking tot de genoemde problemen bij het heffen van btw op postdiensten (MvT, pag. 2). Waar doen deze problemen zich precies voor en in hoeverre zijn desbetreffende problemen reeds opgelost?

De volledige liberalisering van de postmarkt beoogt het ontstaan van meer keuze mogelijkheden, lagere prijzen en betere kwaliteit voor de (zakelijke) gebruiker. De minister acht het hierbij wenselijk dat de concurrentie niet alleen tussen diensten, maar ook tussen infrastructuren tot stand komt. Graag ontvangen de leden van de fractie van de ChristenUnie hierop een nadere toelichting. Deze leden vragen de minister hierbij vooral in te gaan op de aan- dan wel afwezigheid van een natuurlijk monopolie.

Het is mogelijk dat de verlener van de universele postdienst een verzoek indient de aanwijzing in te trekken (MvT, pag. 11). Tijdens de selectieperiode blijft de verlener van de universele postdienst echter verplicht de universele postdienst te leveren, ook moet de verlener verplicht deelnemen aan de selectieprocedure. Het is mogelijk dat tijdens de procedure blijkt dat er geen andere kandidaat is. Hoe dient er met deze situatie te worden omgegaan, zo vragen de leden van de fractie van de ChristenUnie.
Deze vraag brengt ons bij de te verwachten ontwikkelingen in het postgebruik. In hoeverre is zijn de huidige bepalingen met betrekking tot de universele dienstverlening toekomst bestendig? Is een evaluatie na vier jaar in dit licht een afdoende termijn, zo vragen de leden van de fractie van de ChristenUnie.

Wanneer er sprake is van netto kosten dan zal dit worden opgebracht door alle postvervoerders samen. Hoe groot acht de minister de kans dat er in de toekomst daadwerkelijk netto kosten zullen ontstaan? Hoe dient er gehandeld te worden in het geval waarin netto kosten niet voorzien, maar toch opgetreden zijn?
Bij het bepalen of er daadwerkelijk sprake is van netto kosten wordt er onder andere gekeken naar immateriële voordelen. Wat schaart de minister allemaal onder immateriële voordelen? Tot slot op dit gebied nog een laatste vraag, in hoeverre kan het systeem van financiering van netto kosten ongewenst gedrag – zoals het niet maximaal minimaliseren van de kosten - met zich meebrengen, zo vragen de leden van de fractie van de ChristenUnie.

De verlener van de universele dienst dient inzicht te geven in de kosten en opbrengsten voortvloeiend uit de universele dienst. Daarnaast dien er ook een evenredig deel van de overige kosten te worden toegerekend aan de universele dienst. In hoeverre gaat het hierbij om bedrijfsgevoelige informatie en in hoeverre dient deze informatie openbaar te worden gemaakt?

De OPTA en de NMa hebben een taak met betrekking tot handhaving en toezicht. De OPTA ziet toe op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de voorliggende wet. Terwijl de NMa toeziet op de naleving van de algemene mededingingsregels. In de memorie van toelichting wordt gesteld dat het van belang is dat het college overeenstemming bereikt met de NMa over de invulling van algemene mededingingsbegrippen bij de toepassing van sectorspecifieke regels. Hoe wordt hieraan vorm gegeven, zo vragen de leden van de fractie van de ChristenUnie.

Binnen de verschillende postvervoerbedrijven zijn enkele tienduizenden Nederlanders werkzaam. Het is belangrijk dat er op een zorgvuldige wijze met deze werkgelegenheid wordt omgesprongen. Het is niet wenselijk dat er een race-to-the-bottom plaats zal gaan vinden met betrekking tot concurrentie op arbeidsvoorwaarden. Welke ontwikkeling verwacht de minister op dit gebied, zo vragen de leden van de fractie van de ChristenUnie.

Artikelsgewijs, artikel 2
De definitie van brief wordt aanzienlijk gewijzigd ten opzichte van de Postwet. Hierdoor kan er geen verschil meer gemaakt worden tussen brieven en brieven die vallen onder het zogenaamde drukwerkbegrip. Op brieven is het briefgeheim van toepassing, in hoeverre was het briefgeheim ook van toepassing op het zogenaamde drukwerk in de Postwet, zo vragen de leden van de fractie van de ChristenUnie.

« Terug

Reacties op 'Inbreng liberalisering postmarkt'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari