Vragen over inperking godsdienstvrijheid in Indonesië

dinsdag 02 mei 2006 16:55

Vragen van de leden
Huizinga-Heringa (ChristenUnie) en
Van der Staaij (SGP) aan de
minister van Buitenlandse Zaken over
de inperking van de
godsdienstvrijheid in Indonesië.
(Ingezonden 2 mei 2006)
1
Kent u het bericht dat in Indonesië
eind vorige maand een decreet in
werking is getreden dat het beleggen
van kerkdiensten in publieke
gebouwen verbiedt en het voor
christenen nog moeilijker maakt om
een vergunning te krijgen voor het
bouwen van kerken?1
2
Deelt u de mening dat dit decreet een
inperking van de vrijheid van
godsdienst betekent en daarmee in
strijd is met de Indonesische
grondwet en internationale
mensenrechtenverdragen?
3
Bent u bereid bij de Indonesische
autoriteiten aandacht te vragen
voor de inperking van de
godsdienstvrijheid? Zo ja, op welke
manier bent u bereid dat te doen?
Bent u tevens bereid aan te dringen
op intrekking van dit decreet?
4
Hoe beoordeelt u dit decreet in relatie
tot de positie van christenen in
Indonesië? Deelt u de mening dat er
sprake is van een verslechtering van
de positie van christenen in
Indonesië?

1 «Tienduizend kerken in onzekerheid.
Indonesische christenen luiden in Nederland
de noodklok», Nederland Dagblad, 26 april
2006.


Antwoord
Antwoord van minister Bot
(Buitenlandse Zaken). (Ontvangen
24 mei 2006)
1, 2 en 4
Op 21 maart 2006 hebben de
ministers voor Religies en voor
Binnenlandse Zaken een nieuwe
regeling uitgevaardigd die aangeeft
op welke wijze de interreligieuze
verhoudingen in Indonesië moeten
worden georganiseerd. Evenals de
bestaande regeling uit 1969 stelt de
nieuwe regeling onder andere
voorwaarden aan het openen van
nieuwe gebedshuizen. De regeling is
tot stand gekomen met inbreng van
alle erkende religieuze
gemeenschappen en is dan ook
geaccepteerd door hun
vertegenwoordigers, inclusief de
katholieke en protestante
koepelorganisaties. De belangrijkste
wijziging is dat nieuw op te richten
religieuze overlegfora waarin lokale
vertegenwoordigers van alle religies
zitting hebben (de zogeheten Forum
Kerukunan Umat Beragama, FKUB),
de lokale bestuurshoofden zullen
gaan adviseren over
toestemmingsaanvragen voor het
openen van nieuwe gebedshuizen. De
FKUB hebben ten doel de religieuze
harmonie in Indonesië te bevorderen
en dienen als overlegfora om lokale,
religieuze spanningen te bespreken
en op te lossen.
De nieuwe regeling is geen verdere
inperking van het bestaande recht op
godsdienstvrijheid in Indonesië. De
randvoorwaarden die worden gesteld
voor het verkrijgen van een
vergunning voor de opening van
nieuwe gebedshuizen gelden zowel
voor christelijke gebedshuizen als
voor gebedshuizen van andere
religies. Deze regeling laat onverlet
dat men in Indonesië vrij is zijn geloof
te belijden.
Er is geen sprake van een algemene
verslechtering van de positie van
christenen in Indonesië. Zoals
onlangs in het antwoord van de
minister-president op vragen van het
lid Van der Staaij (TK 2005–2006,
1339) is gesteld, hebben er echter wel
sluitingen van illegale gebedshuizen
plaatsgevonden door radicale
groepen die daarmee het recht in
eigen hand namen. Deze incidenten
hebben een lokaal karakter en waren
gericht tegen gebedshuizen zonder
vergunning. Het gebrek aan
handhavingscapaciteit bij de overheid
is een belangrijke onderliggende
factor bij deze incidenten. Op
nationaal niveau is er sprake van
goede relaties tussen
vertegenwoordigers van de
verschillende religieuze groepen.
3
Gegeven mijn visie op de nieuwe
regeling, zoals hierboven beschreven,
zie ik geen aanleiding om aan te
dringen op intrekking daarvan. Zoals
aan u gemeld (TK 2005–2006, 1339 en
30 300 III, nr. 15), zijn de kwestie van
de kerksluitingen en het belang van
wederzijds begrip tussen culturen en
religies onlangs reeds door de
minister-president besproken met
president Yudhoyono.

« Terug

Reacties op 'Vragen over inperking godsdienstvrijheid in Indonesië'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari