Coöperatie – een christelijk participatieperspectief - opinie Woord & Dienst

Wouter Beekersdonderdag 05 februari 2015 08:17

'De participatiesamenleving biedt kansen, áls overheid, markt, kerk en samenleving coöpereren. Misschien moeten we dus meer spreken van een coöperatiemaatschappij dan een participatiesamenleving,' zegt WI-directeur Wouter Beekers in het protestants opiniemagazine Woord & Dienst.

Als we onze regering moeten geloven, is de participatiesamenleving het perspectief van de eenentwintigste eeuw. Dit perspectief baart sommigen echter zorgen. De overheid zou verantwoordelijkheden over de schutting gooien en mensen zouden overvraagd raken. Anderen zien nieuwe kansen. Nieuwe saamhorigheid kan ontstaan en voor de kerken is een nieuwe rol weggelegd. De participatiesamenleving kent kansen en bedreigingen, en zowel voor- als tegenstanders hebben gelijk. Misschien wel de grootste bedreiging is dat we blijven denken in ‘óf overheid óf samenleving’. En misschien wel de grootste kansen ontstaan wanneer de zoeken naar een nieuwe coöperatie tussen overheid én samenleving.

Brief van de burgemeester
Laat ik dat toelichten met behulp van een beeld. Want soms zeggen beelden meer dan duizend woorden. Dat beeld ontleen ik aan de documentaire ‘de brief van de burgemeester’, onlangs uitgezonden door de NCRV. Deze documentaire gaat om een straat in het Oost-Groninger dorp Finsterwolde met verschillende problemen: vervuiling, gevaarlijk achterstallig onderhoud aan woningen, onderlinge spanningen en sociaal isolement. In plaats van een cohort sociale hulpverleners de buurt in te sturen, schrijft de burgemeester de bewoners een brief. Het ideaal van de participatiesamenleving indachtig, zet hij in op de eigen kracht van de bewoners.

De burgemeester biedt de bewoners een ‘eigen kracht-conferentie’ aan. Het principe is dat betrokkenen, onder begeleiding van een ‘eigen kracht-coördinator’ zelf gaan nadenken over hun problemen, een oplossing daarvan en hun eigen rol in het geheel. Er zijn ook al kerken die van dat populaire participatie-instrument gebruik hebben gemaakt. In het verhaal dat volgt, leren we dat er perspectief zit in de participatiesamenleving. We zien beelden van bewoners die zich aangesproken voelen, elkaar opzoeken, elkaar gaan aanspreken op de rommel die ze achterlaten, mensen die samen de straten aanharken, aanbellen bij hun geïsoleerde buren en wanneer ze er samen niet uitkomen, ook weer samen naar de burgemeester gaan.

Maar de documentaire laat ook iets zien van het probleem van de participatiesamenleving, of liever gezegd: van het probleem van een participatiesamenleving waar de overheid haar handen van aftrekt. In het midden van de documentaire zien we de ‘eigen kracht-conferentie’. Daar kondigt de ‘eigen kracht-coördinator’ aan dat zijn taak hier ophoudt. Een voor een drukt hij de bewoners de hand en wenst hun het ‘aller, allerbeste toe’. Ontredderd blijven de buurtbewoners achter. Die ontreddering is illustratief. Veel burgers voelen zich bekocht door een overheid die mooie woorden en wensen uitspreekt ten aanzien van de participatiesamenleving, maar daarvoor zelf geen verantwoordelijkheid wil nemen.

Coöperatiemaatschappij
In het denken over de rolverdeling tussen overheid en samenleving heeft de christelijke denktraditie wat te brengen. Christelijke denkers uit het verleden leren ons dat dé participatiesamenleving niet bestaat. De samenleving is geen ongedeeld geheel. De samenleving bestaat alleen in meervoud, zo stelde Thomas van Aquino al. Die samenleving ontstaat niet door de plicht tot participatie, maar door een coöperatie van heel verschillende mensen. Mensen hebben elkaar nodig en komen door onderlinge samenwerking tot bloei. De Duitse calvinist Johannes Althusius merkte op dat God Zijn talenten ongelijkmatig onder mensen verdeeld heeft. Niet alles aan één, maar iets aan de ene en iets aan de anders. Zodat we elkaar nodig hebben. Zo zijn we elkaar tot hand en voet (1 Korintiërs 12). Zo ontstaat een echte samenleving, een ‘coöperatiemaatschappij’.

Christelijke denkers leren ons dat de samenleving niet alleen gebaat is bij coöperatie van mensen, maar ook bij coöperatie van de verschillende maatschappelijke verbanden. Denkers als Abraham Kuyper en Herman Dooyeweerd benadrukken dat er geen participatiesamenleving is met daarboven een overheid of kerk. De samenleving, dat is een verzameling van verschillende maatschappelijke kringen: gezinnen, scholen, bedrijven, overheden, kerken, enzovoorts. Die staan ook niet los van elkaar, maar hebben ieder wel hun eigen verantwoordelijkheid. Neem de Vrije Universiteit, waaraan zij verbonden waren. Zoals een goede universiteit betaamt, was deze onafhankelijk: van overheid, markt én kerk. Maar de universiteit ontving dankbaar financiële steun van de overheid en ondernemers. En men begreep heel goed dat geloofsovertuigingen, zoals bijvoorbeeld geformuleerd door de kerk, van grote invloed zijn op het intellectuele debat. Vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid kan de ene maatschappelijke kring prima coöpereren met de andere.

Eenentwintigste eeuw
Dat was allemaal toen. Hoe is het nu? Het is goed vandaag de dag om mensen en maatschappelijke initiatieven weer wat meer ruimte te geven. Mensen hebben behoefte aan meer zeggenschap over hun leven. In veel nieuwe initiatieven wordt binnen het sociale zekerheidsstelsel gezocht naar meer zeggenschap. Neem Buurtzorg, de Thomashuizen (voor gehandicapten) of de Herbergiers (voor dementerende bejaarden). Allemaal gebruiken zij ondernemerschap en overheidssteun om aan nieuwe kleinschalige oplossingen vorm te geven. Mensen vinden meer zeggenschap over hun leven in verbondenheid met elkaar en in verbondenheid met instituties zoals de overheid. Wanneer mensen totaal aan hun lot worden overgelaten,  zal dat de zeggenschap over hun levens niet vergroten.

Goede voorbeelden daarvan geven bijvoorbeeld nieuwe maatschappelijke initiatieven uit kerkelijke kring. Neem de vrijwilligersnetwerken Stichting Present of Stichting Hulp in Praktijk (HiP). Met overheidssteun brengen zij vrijwilligers in contact met mensen in nood. En zij doen dit ook steeds in samenwerking met professionals die de mogelijkheid hebben langdurig in contact te blijven met mensen in problemen, waar vrijwilligers dat soms niet kunnen. Laten we daarom niet inzetten op een participatiesamenleving zonder overheid, maar op een coöperatiemaatschappij. De overheid houdt daarin een coördinerende rol. En met financiële steun en begeleiding kan de overheid voor de broodnodige duurzaamheid van initiatieven zorgen. In nieuwe initiatieven werken ambtenaren, professionals (buurtagenten, wijkconciërges, welzijnswerkers, enzovoorts), ondernemers en burgers samen. Juist op die kleine schaal wisselen zij hun talenten uit en doen een samenleving opbloeien.

Plaats van de kerk
Dan rest de vraag welke rol de kerken hebben in de samenleving van vandaag. Veel gemeentelijke overheden kijken verlekkerd naar de kerken, als sterke netwerken die een bijdrage kunnen leveren aan de participatiesamenleving. Deels is dat terecht, want zorg verlenen is voor veel geloofsgemeenschappen een roeping. Het is voor iedereen mooi als kerken de ruimte krijgen hun maatschappelijke roeping te vervullen. Maar we dienen ons ervan bewust te zijn dat kerken een eigen rol en verantwoordelijkheid hebben. Zorgen voor de naaste is voor christenen niet alleen een fysieke of sociale aangelegenheid. Wij zien ook om naar onze naaste door het spirituele niveau op te zoeken, het geloofsgesprek. Veel kerken vinden in de geloofsverkondiging, door woord en daad, hun bestemming. Dat is iets moois. Het morele gesprek levert ook inspiratie en waarden op die de samenleving in beweging kunnen zetten.
Het is goed als politici en bestuurders kerken uitnodigen hun maatschappelijke rol te vervullen. Maar zij dienen te beseffen dat kerken daar hun eigen invulling aan zullen geven. Kerken op hun beurt zullen daarover steeds duidelijkheid moeten verschaffen. Zij komen niet tot hun bestemming wanneer zij voor het karretje van de burgerparticipatie worden gespannen. Laat kerken en kerkleden luisteren naar hun eigen roeping. Daarbij is ook de samenleving gebaat.

 
Dit artikel verscheen in de januari-editie van het blad Woord & Dienst, een opiniërend magazine voor protestants Nederland. In deze editie staat ook het artikel 'Een fenomeen met oude papieren', geschreven met en door Govert Buijs. Het artikel, dat ook de participatiesamenleving als onderwerp heeft, verwijst meermaals naar de door Buijs uitgesproken Groenlezing van 2014.
Wouter Beekers is directeur van het Wetenschappelijk Instituut. Met Robert van Putten schreef hij het boek Coöperatiemaatschappij. Over solidariteit organiseren in de eenentwintigste eeuw.

« Terug

Reacties op 'Coöperatie – een christelijk participatieperspectief - opinie Woord & Dienst'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2015

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari