De altijd ontevreden ChristenUnie-volksvertegenwoordiger

zaterdag 14 februari 2015 12:00

Op 30 januari 2015 vierde de ChristenUnie een feestje: de partij bestaat dit jaar 15 jaar. Op dat feest hield politiek leider Arie Slob hield een toespraak. Was hij blij met die 15 jaar? Jazeker. Want wat is er veel bereikt! Maar er was ook ontevredenheid bij hem te bespeuren...

Ongedurig was Arie Slob. Hij maakte zijn publiek duidelijk vol te zijn van ongeduld en aandrift om geen genoegen te nemen met misstanden in de economie. Met uitbuiting van vrouwen in de mensenhandel, met de verwoesting van de schepping en met ongerechtvaardigde zelfverrijking. Met mensen zonder hulp in de kou laten staan. Als vluchteling of als vreemdeling. Als werkloze of als oudere hulpbehoevende. Of eenzaam achter de geraniums.

Een rechtvaardige wereld
Het vuur dat zich van hem meester maakte wens ik iedere vertegenwoordiger van de ChristenUnie toe. Natuurlijk: de ChristenUnie is altijd bereid tot verantwoordelijkheid voor het bestuur van ons land. En we mogen blij zijn als we daartoe in de gelegenheid worden gesteld. Maar dan begint het pas. Dan kunnen we concreet aan de slag om onze idealen dichterbij te brengen, in het vaste vertrouwen dat er altijd hoop is. Dat is ook de diepe drijfveer achter Psalm 72, de zogenaamde psalmnorm. Die wijst immers vooruit naar het evangelie. Niet voor niets stelt Jezus in de Bergrede aan ieder van ons persoonlijk precies diezelfde indringende vragen als Psalm 72 aan heersers en politici voorhoudt. Wat heb jij gedaan voor zwakken in de samenleving? Voor verdrukten?
Verdergaan op die weg betekent nogal wat. Het werk is namelijk nooit af. Om met Jezus te spreken: de armen zullen altijd onder ons zijn. Daar leggen we ons niet bij neer; het is juist een aansporing om elke dag aan een meer rechtvaardige wereld te werken. Dat is hard nodig, zeker in de wereld van nu. Denk aan het Midden-Oosten dat in brand staat en de grote aantallen vluchtelingen. Maar zie ook de uitdagingen in ons eigen land: het in goede banen leiden van de hervormingen in de zorg, werken aan werk voor meer mensen, het klimaatvraagstuk, de tegenstellingen tussen arm en rijk, en spanningen tussen bevolkingsgroepen.

Drie grote uitdagingen zie ik voor me.

Een eerlijke economie
Een eerlijke economie betekent werken aan een duurzaam herstel van de economie. Dat is alleen mogelijk als we verder kijken dan deze economische crisis en ook het oog slaan op de crises daarachter: de slinkende grondstoffen- en voedselvoorraden, de energie- en klimaatcrisis. En op alle morele vragen die daarachter weer schuil gaan.
De les is: lapmiddelen voldoen niet. Het is dus zaak wezenlijke stappen te zetten richting een eerlijker en duurzamer economie. We moeten stappen zetten richting een  economie waarin Bijbelse principes als rentmeesterschap een rol spelen, en waarin voor roofbouw dus geen plaats is; een economie waarin beseft wordt dat een samenleving die armen en bezitlozen blijvend zonder perspectief laat geen toekomst heeft; een economie waarin we weten dat onze rijkdom niet gepaard mag gaan met de uitbuiting van medemensen. Het is tijd voor een economie waarin de moderne slavernij rond kinderarbeid, gedwongen arbeid in werkkampen en mensenhandel geen plaats heeft.

Een dienstbare samenleving
De tweede uitdaging die ik zie is werken aan een samenleving waarin we elkaar zien staan. Dat mag overigens niet betekenen dat de samenleving aan zijn lot wordt overgelaten. Bij meer nadruk op onderlinge zorg is het nog steeds de verantwoordelijkheid van de overheid at hulpbehoevenden recht wordt gedaan. De vermindering van het aantal Wajonguitkeringen en Wsw-plaatsen, bijvoorbeeld, gaat hand in hand met het creëren van arbeidsplaatsen voor deze werknemers bij het bedrijfsleven zelf. Het is aan de overheid om eraan bij te dragen dat dat werk inderdaad aangeboden wordt en dat deze werknemers op die manier wordt rechtgedaan.

Een respectvolle wereld
De derde uitdaging is van een iets andere orde. In een tijd van terreur in Frankrijk en gruweldaden van IS is dit punt echter maar al te actueel: respect voor elkaars (geloofs)overtuigingen, juist als die tegenover elkaar staan en schuren. Het zal er op aankomen om alles op alles  te zetten om verdeeldheid en polarisatie in de samenleving tegen te gaan. Tegelijk is het belangrijk dat we werken aan een vrijheidsbesef dat geen ruimte claimt ten koste van de ander, maar juist ten gunste van de ander. Of die ander nu christen is of moslim, jood of atheïst, links of rechts. Het creëren van die vrijheden moet overigens gebeuren in het besef  dat vrijheden ook verdedigd moeten worden tegen dreigingen van buiten. Ook meerderheden (en minderheden) die vrijheden van anderen wel willen beperken vormen een bedreiging voor de ruimte om te leven volgens een eigen (geloofs)overtuiging.
Een samenleving met respect voor elkaars overtuigingen kan nooit een gesloten samenleving zijn. Zo’n samenleving betekent immers dat je je verantwoordelijk voelt voor elke medeburger. Of die burger hier geboren is, of hier naartoe is gevlucht: die criminaliseer je niet, zoals het kabinet van plan was met de strafbaarstelling van illegaliteit. Gelukkig hebben we dat weten te voorkomen. Eenieder is gemaakt naar Gods beeld, ook asielzoekers. Daarom verdienen ook zij een menswaardige behandeling. Daar blijven we voor strijden.

Besluit
Kortom: werk genoeg. Want er is maar al te veel onrecht. En zolang er onrecht is, kunnen en mogen wij niet stilzitten. Zolang blijft een ChristenUnie-vertegenwoordiger een ontevreden mens.


Joel Voordewind schreef deze blog naar aanleiding van zijn artikel 'De I CU campagne' in DenkWijzer. Hij is lid van de ChristenUnie-fractie van de Tweede Kamer en campagneleider voor de Provinciale Staten-verkiezingen op 18 maart.

« Terug

Reacties op 'De altijd ontevreden ChristenUnie-volksvertegenwoordiger'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2015

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari