Bijdrage Arie Slob aan het plenair debat over het gemeenschappelijk asielbeleid in Europa

donderdag 10 september 2015 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Fractievoorzitter op het onderdeel Immigratie en Asiel ten dienste van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie aan een plenair debat met minister-president Rutte en staatssecretaris Dijkhoff van Veiligheid en Justitie

Onderwerp:   Debat over het gemeenschappelijk asielbeleid in Europa

Kamerstuk:    19 637          

Datum:           10 september 2015

De heer Slob (ChristenUnie):
Voorzitter. Wat zijn we bereid te doen? Dat is de vraag die vandaag voorligt. Het vluchtelingenvraagstuk dat al jaren omvangrijk is, is namelijk zeer dichtbij gekomen. Hoewel het in verhouding tot het totaal aantal vluchtelingen in de wereld nog steeds een beperkte groep is, komen er steeds meer vluchtelingen richting Europa. We kennen de beelden, niet alleen van het jongetje op het strand. Het vluchtelingenprobleem en -vraagstuk heeft steeds meer een gezicht gekregen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dat soms ongemakkelijk voelt. Zeker als we de vraag "wat te doen?" niet alleen aan de overheid adresseren maar ook persoonlijk proberen te beantwoorden. Ik hoop dat iedereen daar naar eer en geweten afwegingen in maakt en in de persoonlijke situatie bekijkt wat mogelijk is. Ik heb daarvan inmiddels mooie voorbeelden gezien, te beginnen in de stad waar ik zelf woon en waar opnieuw een aantal honderden vluchtelingen worden opgevangen.

Wat doet onze regering? Sinds dinsdag weten we dat, tenminste: we hebben een brief. Het goede nieuws is dat Nederland op korte termijn bereid is zich aan te sluiten bij de herverdeling van vluchtelingen in Europa. Dat heeft de steun van de ChristenUnie. In deze situatie is het onvermijdelijk en verstandig om dit met andere Europese landen op te pakken. Maar zelfs als dat niet zou lukken, zou ik het kabinet willen vragen om het voorbeeld van Duitsland te volgen en ruimhartig te bezien welk aandeel van de vluchtelingenstromen wij kunnen oppakken.

Het kabinet heeft ook een langetermijnvisie ontwikkeld. Kort samengevat komt die erop neer dat de opvang en screening van vluchtelingen buiten Europa zou moeten plaatsvinden. Er zijn vragen te stellen bij het realiteitsgehalte van de langetermijnvisie. In landen als Libanon, Jordanië en Turkije worden al miljoenen vluchtelingen opgevangen. Er moeten, zo is ook gisteren op een hoorzitting aangegeven, verdragen worden aangepast. Maar mocht het lukken, dan zijn we wel jaren verder. Als het kabinet hiervoor in Europa niet de handen op elkaar krijgt, en de eerste tekenen wijzen daarop, sluiten we ons dan níet aan bij de herverdeling in Europa? Het zal toch niet waar wezen dat we dan weglopen voor onze verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de aanpak van de vluchtelingenproblematiek van dit moment?

Het kabinet verlangt meer opvang in de regio. We weten dat daar nu al het zwaartepunt ligt. We weten ook dat deze opvang vaak tekortschiet. Wat nodig is, is een grotere inbreng van Nederland en andere landen in die opvang. Dan is de nu voorgestelde 110 miljoen echt nog te mager. Er is nu al een tekort van bijna 3 miljard dollar voor de opvang van de Syriërs in de regio. Er is dus meer geld nodig, niet alleen voor voedsel en drinken maar ook voor gezondheidszorg en onderwijs voor de kinderen. Juist het ontbreken van die goede opvang heeft de voeten van veel vluchtelingen in beweging gezet, in het bijzonder een paar weken geleden, toen het Wereldvoedselprogramma vanwege het ontbreken van voldoende donorgelden de hulp drastisch moest terugschroeven. En die situatie heeft zich eind vorig jaar ook al voorgedaan. Wat is de visie van het kabinet op de aanpak van het probleem zelf, de situatie in Syrië en de bestrijding van ISIS daar? Hoever wil Nederland daarin gaan? Wat ons betreft, zouden we ruimte moeten geven voor bombardementen in Syrië zelf, uiteraard ingekaderd in een duidelijke strategie.

Wat zijn we bereid te doen? Mijn fractie ziet de aanpak van de vluchtelingenproblematiek als een nationale zaak en zou daar graag met het kabinet en met zo veel mogelijk andere partijen gezamenlijk de schouders onder zetten, maar ook met de samenleving waar al zo veel mensen klaar staan om iets bij te dragen of dat reeds doen. Om die reden hoop ik oprecht dat de kabinetsvoorstellen zoals wij die ontvangen hebben en nu bespreken, meer zijn dan het pacificeren van meningsverschillen in de coalitie en dat er ruimte is voor aanpassingen waar dat nodig en mogelijk is.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2015

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari