Spreektekst Joël Voordewind WGO Jeugd

maandag 18 november 2019

Spreektekst Joël Voordewind t.b.v. wetgevingsoverleg met minister de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en minister Dekker voor Rechtsbescherming

Het betreft hier de voorbereide spreektekst. De daadwerkelijk uitgesproken spreektekst mogelijk met interrupties volgt later

Kamerstuknr. 31839

‘Mijn laatste klinische behandeling stopte abrupt na vier maanden, ik was nog lang niet klaar voor de echte wereld, maar ik kon daar ook niet meer blijven. Ik werd opgegeven en ik kwam totaal gebroken thuis. Na die opname heb ik mezelf nooit meer echt terug gevonden.’ Aldus Iris in een van haar laatste blogs. Iris leed aan autisme, anorexia, PTSS, depressies en ADHD. Ze vroeg uiteindelijk om euthanasie en kreeg dat ook. Een uur voor haar overlijden had ik nog contact met haar. Ze wilde niet dood, maar ze was moe van haar strijd voor de juiste, integrale behandeling. Voor elke zorgvraag moest ze apart behandeld worden en waren er wachtlijsten. Ik weet dat de zorg voor jongeren als Iris zeer complex en ingewikkeld is en dat er geen pasklare oplossingen zijn. Maar we moeten alles doen wat we kunnen om de zorg voor deze zeer kwetsbare jongeren meer passend en integraal te maken! Dat was de laatste noodkreet van Iris aan ons.

Deze noodkreet wordt bevestigd door het inspectierapport en de verschillende andere rapportages die we hebben ontvangen. Kinderen en jongeren ontvangen nu niet tijdig de goede hulp en ondersteuning, waardoor schrijnende situaties kunnen ontstaan. Jeugdzorgprofessionals ervaren een hoge werkdruk en aanbieders staan financieel onder druk. De transformatie in de jeugdhulp is nog niet compleet voltooid, maar ondertussen doen gemeenten wel enorm hun best om de zorg voor jeugdigen zo dicht bij huis en zo snel mogelijk aan te bieden.

Veel problemen bij kinderen en jongeren komen voort uit spanningen en conflicten binnen gezinnen, door relatieproblemen, schulden, armoede, verslavingen bij de ouders en psychiatrische problemen. Deze problemen vragen om een integrale gezinsgerichte aanpak op lokaal niveau. Hierbij dient allereerst het netwerk rond het gezin te worden betrokken. Uit onderzoek blijkt dat in Rotterdam de wijkteams bij multiprobleemgezinnen maar weinig inzetten op een netwerkaanpak, terwijl dit wel heel goed kan werken. Ook hoor ik maar weinig over de familiegroepsplannen, terwijl het inzetten van het netwerk juist uithuisplaatsing kan voorkomen. Al met al heb ik het gevoel dat de stap van een echte gezinsgerichte, netwerkaanpak, ondersteund door het lokale team, vaak wordt overgeslagen en te snel naar professionele jeugdhulp wordt gegrepen. Graag een reflectie van de minister hierop.

Als er professionele jeugdhulp nodig is, dan is samenwerking tussen gemeenten om specialistische vormen van jeugdzorg regionaal of bovenregionaal te regelen cruciaal. Als deze samenwerking niet van de grond komt, kan het Rijk ingrijpen. De vraag is echter of de plannen van beide ministers proportioneel zijn. Ja, we zien dat de samenwerking in bepaalde regio’s niet van de grond komt. Maar dan moeten in die specifieke regio’s de problemen aangepakt worden. Het kan niet zo zijn dat we vanuit Den Haag de gemeenten opnieuw de wet gaan voorschrijven, bijvoorbeeld door te bepalen hoe de lokale teams precies moeten werken Bij de gemeenten zijn zeker nog zaken te verbeteren, maar welke lessen trekken de ministers over hun eigen rol?

De plannen moeten nog worden uitgewerkt, maar ik heb alvast de volgende vragen:

  • Hoe wil de minister de zorg op drie niveaus gaan organiseren en tegelijkertijd voorkomen dat er nieuwe schotten ontstaan? En is het met mij eens dat waar mogelijk de zorg altijd weer teruggebracht moet worden naar het lokale niveau, zo dicht mogelijk bij het gezin?
  • In de Haagse regio heeft de rechter geoordeeld dat de gemeenten geen faire tarieven betalen. Wat gaat de minister doen om tot kostendekkende tarieven te komen voor aanbieders in alle regio’s, hierbij rekening houdend met de beperkte middelen die gemeenten hebben voor jeugdzorg? Tegelijkertijd is er bij regionale samenwerking straks minder democratische controle. Eerlijke tarieven zijn goed, maar hoe voorkomen we dat de gemeenten straks wel mogen betalen, maar steeds minder kunnen bepalen? Is de minister het met mij eens dat extra geld onvermijdelijk is de wachtlijsten, met name in de jeugdbescherming, aan te pakken?
  • Wat gaat de minister van Rechtsbescherming doen om de samenwerking tussen de Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis en de GI’s te stroomlijnen? En hoe staat het in dat licht met de uitvoering van het Actieplan verbetering feitenonderzoek?
  • Hoe zorgen we dat het niet blijft bij een verschuiving van zorg naar andere niveaus, maar dat we ook een kwaliteitsslag maken naar betere en integrale behandelingen? Zo moet er bij de aanpak van eetstoornissen niet alleen worden gekeken naar het eetgedrag, maar vooral ook naar onderliggende trauma’s of hulpvragen.
  • Welke maatregelen worden er nu concreet genomen om de wachtlijsten en administratieve lasten te verminderen? Krijgt de Jeugdautoriteit ook een vorm van doorzettingsmacht om wachtlijsten weg te werken?
  • Wanneer kan de Kamer de uitwerking in wetgeving tegemoet zien? En wat gebeurt er tot er wetgeving is, want een dergelijk traject gaat wel even duren. Hoe concreet willen de ministers de Jeugdwet verder invullen, bijvoorbeeld als het gaat om de vijf basisfuncties voor de gemeentelijke toegang tot jeugdhulp?

De zorg voor kinderen die levenslang en levensbreed ondersteuning nodig hebben, moet beter. Gemeenten kijken door een herstelgerichte bril, maar deze groep vraagt om een eigen benadering met een eigen afslag in de toegang. Wil de minister hierover met de gemeenten in gesprek gegaan en daarbij ook aandacht vragen voor het belang van respijtzorg voor deze doelgroep?

Dan tot slot de gezinshuizen. De cijfers over het eerste halfjaar laten zien dat er 17% minder kinderen gezinsgericht werden opgevangen. Hoe verklaart de minister dit? En hoe staat het met de doorontwikkeling van de gezinshuizen nu het kwaliteitskader is vastgesteld? Ik lees dat er wordt onderzocht wat er nodig is m.b.t. her- en bijscholing en welke nieuw scholingsaanbod daar bij hoort. Wanneer hoort de Kamer de uitkomsten van dit onderzoek n.a.v. de motie van de CU en CDA? En hoe staat het met het doorlopen van de zorg in gezinshuizen na 18 jaar? Is de minister ook bereid dit voor het Nidos mogelijk te maken voor de asielkinderen?

Voorzitter, ik rond af. De problemen in de jeugdzorg vragen om goede samenwerking tussen rijk en gemeenten, niet om nieuwe stelselwijzigingen over de hoofden van gemeenten heen. Ik wil beide ministers dan ook oproepen het gesprek met gemeenten en jeugdzorgaanbieders aan te gaan. En daarbij ook te kijken welke financiële impact deze nieuwe maatregelen hebben, zodat gemeenten voldoende middelen hebben om goede en passende jeugdzorg te financieren.

Meer informatie

« Terug