Bijdrage Carla Dik-Faber aan de Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI)

woensdag 09 november 2016

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber aan een plenaire begrotingsbehandeling met minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en staatssecretaris van Rijn, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Onderwerp:   Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI)

Kamerstuk:    34 550          

Datum:           9 november 2016

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter. Afgelopen zaterdag had ik een gesprek met Chiara. Zij was net 17 toen haar zoontje Damian werd geboren en dat was best een ingewikkelde tijd. Ze wilde haar kindje graag houden, maar had geen geld en wist niet hoe ze haar school moest afmaken. In de eerste jaren kreeg ze wel wat ondersteuning, maar ze heeft ook heel veel zelf moeten uitzoeken. Gelukkig gaat het nu goed met Chiara en haar zoontje Damian en is er ook weer contact met de vader. Chiara helpt nu naast haar werk mee om op scholen voorlichting te geven aan jongeren om tienerzwangerschappen te voorkomen.

Van hulpverleningsorganisaties horen we over vrouwen als Chiara. Het zijn jonge vrouwen die wel willen kiezen voor hun kind, maar die zich vanwege school en een gebrek aan financiën gedwongen voelen om hun zwangerschap af te breken. Dit zijn praktische zaken die we met elkaar kunnen oplossen. We zien ook dat jonge moeders nog te vaak tussen wal en schip vallen, bijvoorbeeld omdat er geen passende huisvesting is of omdat het maanden duurt voordat zij via de gemeente hun financiën op orde hebben. Werk, school, zorg en inkomen zijn allemaal verschillende loketten bij de gemeente en dan is er nog de zorg voor de baby. Wat gaat de staatssecretaris doen om te komen tot betere integrale hulp aan deze jonge moeders?

Afgelopen week, aan de vooravond aan de Week van het Leven, heeft de ChristenUnie samen met de VBOK (Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind) het tienermoederfonds gelanceerd. Dat fonds springt eigenlijk in het gat dat de overheid laat vallen. We willen deze meiden en hun kinderen de helpende hand bieden, zowel financieel als praktisch. Als je zo jong onbedoeld zwanger bent, staat je wereld op zijn kop. Het is belangrijk dat er dan een plek is waar je naartoe kunt gaan voor een luisterend oor en keuzehulp. Deze Kamer heeft in meerderheid besloten dat Siriz en Fiom hiervoor extra geld krijgen, waarbij Siriz ook ambulante hulp en opvang biedt. Het is mooi dat het kabinet besloten heeft om dit geld ook de komende jaren beschikbaar te stellen, maar het is geoormerkt tot 2018. De doelgroep is echter te klein om dit helemaal aan gemeenten over te laten. Kennis en kunde van Siriz mogen wat ons betreft niet door een dwangmatige decentralisatie op het spel worden gezet. Ik hoor hier graag een reactie op en overweeg een motie of amendement op dit punt.

De minister en ik hebben elkaar al vaak gesproken over de NIPT, de Niet Invasieve Prenatale Test. Ik ben blij in de brief van de minister te lezen dat zij hamert op kwalitatief goede en objectieve counseling. Uit onderzoek blijkt dat de gemiddelde duur van een counselinggesprek negen minuten is en dat vrouwen ervaren dat er binnen dit tijdsbestek onvoldoende gelegenheid is voor een ethische reflectie en hulp bij besluitvorming. In de scholing van zorgverleners valt ook nog het een en ander te verbeteren. Daarom hebben wij met het amendement 1 miljoen vrijgemaakt om de counseling bij de NIPT te verbeteren.

Borstvoeding geven is goed voor moeder en kind. Ruim 80% van de vrouwen kiest ervoor om na de bevalling borstvoeding te geven. Dat is natuurlijk heel goed nieuws. We zien echter dat veel vrouwen daar al snel weer mee stoppen. Daar liggen heel veel redenen aan ten grondslag, maar in ieder geval niet de reden dat moeders geen borstvoeding meer zouden willen geven. Met de juiste begeleiding wordt borstvoeding echt een keuze van de vrouw, in plaats van het resultaat van knelpunten die kunnen worden opgelost. Via het consultatiebureau of een vergoeding uit het basispakket zou lactatiekundige zorg beschikbaar kunnen worden gesteld. Wil de minister hiervoor een adviesaanvraag indienen bij het Zorginstituut? Ik overweeg op dit punt een motie in te dienen.

De ChristenUnie vindt het belangrijk dat onze jongeren gezond opgroeien. Dat ze gezond opgroeien, is niet vanzelfsprekend. Het is triest om te moeten constateren dat de volgende generatie minder gezond opgroeit en dat de ambitie van het kabinet niet verder reikt dan het bijbuigen in plaats van het ombuiten van deze trend. De ChristenUnie ziet graag dat er een rookvrije generatie opgroeit. Vorig jaar heeft de Tweede Kamer een motie van mevrouw Volp en van mij aangenomen over een convenant voor een displayban. Ik zie eerlijk gezegd wel een paar goedbedoelde, maar toch ook halfslachtige initiatieven. Intussen blijven echte maatregelen uit. Zowel de eerste als de tweede deadline voor het convenant is niet gehaald. Ik hoop dat niet alleen mijn geduld, maar ook het geduld van de staatssecretaris begint op te raken. Ik hoor heel graag een reactie. De ChristenUnie ziet het liefst dat verkoop van rookwaren alleen plaatsvindt vanuit tabaksspeciaalzaken. Waarom niet nu al deze stap zetten?

Als het gaat om de gezondheid van jonge mensen baart ook de hoeveelheid sluipsuikers in producten ons zorgen. De tijd van vrijblijvendheid is nu wel voorbij. Bij het algemeen overleg over preventie zullen wij hierover zeker verder spreken. Wij werken op dit moment aan een amendement om te komen tot betere zorg voor jonge mensen met diabetes.

Soms worden jongeren het slachtoffer van loverboys, eergerelateerd geweld of internationale mensenhandel. Fier is een organisatie met specialistische kennis die zich ontfermt over deze getraumatiseerde jongeren. Bij de decentralisaties zijn afspraken gemaakt om ervoor te zorgen dat deze specialistische hulp niet zou verdwijnen. Het gaat daarbij over een budget van €500.000 voor individuele begeleiding. Dit geld zou geoormerkt worden, maar is nu tóch verdeeld over de centrumgemeenten vrouwenopvang. Dit is gebeurd tegen de afspraken in. Wil de staatssecretaris in de decembercirculaire alsnog dit geld oormerken? Of, als dat niet lukt, wil hij dan met een tijdelijke oplossing voor 2017 komen, zodat de hulpverlening wel gecontinueerd kan worden?

Suïcidepreventie is meer dan ooit nodig. We zien helaas cijfers die niet dalen, maar stijgen. Er is de laatste jaren een stijging van 3% tot 7%. Er is al extra geld beschikbaar gesteld. Daar zijn we blij mee. Maar de ChristenUnie vindt dat er meer nodig is voor onder meer het doorontwikkelen van het Suïcide Preventie Actienetwerk en voor suïcidepreventie in Caraïbisch Nederland. Daarom heb ik samen met mijn collega Joel Voordewind daarvoor een amendement ingediend.

Organisaties zoals het Leger des Heils luiden de noodklok over de opvang van mensen met verward gedrag, met verslavings- en/of psychische problematiek. De systemen sluiten deze mensen uit. De geprotocolleerde werkelijkheid sluit niet aan bij hun zorgvraag. Wat gaat het kabinet hieraan doen? Vroegtijdige signalering is belangrijk, maar er is onvoldoende ambulante capaciteit opgebouwd. Niet overal is 7 dagen per week 24 uur per dag zorg in de wijk beschikbaar. En er zijn wachtlijsten. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen is hierover een motie van de ChristenUnie met brede ondertekening van de Kamer aangenomen. Kan de minister aangeven op welke wijze ze aan de slag is gegaan met de uitvoering van deze motie? Het Landelijk Platform GGz pleit voor een plan van aanpak ambulantisering, waarbij zorgverzekeraars, gemeenten en zorgaanbieders onder regie van het Rijk samenwerken aan het opbouwen van de ambulante hulp. Wil de minister deze handschoen oppakken?

De ggz is graag bereid om bij te dragen aan de zorg voor mensen met verward gedrag, maar de financiering daarvan is een knelpunt. Om 7 dagen in de week 24 uur per dag zorg beschikbaar te hebben in de wijken, is geen prestatievergoeding, maar een beschikbaarheidsfinanciering nodig. De ggz komt dan ook tot een ander rekensommetje dan de minister. Er is niet 30 miljoen, maar 140 miljoen voor nodig. Wat gaat de minister met deze oproep doen? Mensen met verward gedrag horen niet in de politiecel, maar verdienen zorg. Het is daarom begrijpelijk dat de politie zich terugtrekt. Maar waar kunnen mensen nu een melding doen? Is de minister bereid, hiervoor een landelijk telefoonnummer in het leven te roepen?

De ratificatie van het VN-Gehandicaptenverdrag was een historisch moment. Wat hebben we er lang op moeten wachten. Maar het is goed dat mensen met een beperking zich nu erkend voelen en volwaardig kunnen meedoen in onze samenleving. Samen met Otwin van Dijk, onze oud-collega, en Linda Voortman heb ik een amendement ingediend om toegankelijkheid de norm te laten zijn. Dit wordt nu uitgewerkt in een AMvB, waarover een internetconsultatie heeft plaatsgevonden. Het kabinet kreeg bijna 600 reacties. Ik kan ze samenvatten met een van de schrijvers: "Te vrijblijvend, te weinig, te weinig specifiek, te traag." Dit kan het kabinet niet naast zich neerleggen. Pakt de staatssecretaris deze handschoen op en zorgt hij ervoor dat toegankelijkheid nu wel de norm wordt? Gaat hij alsnog in gesprek met de alliantiepartners, zoals eerder door VWS gesuggereerd, om een nieuwe AMvB te slaan? Met 600 reacties heeft hij input genoeg. Ik overweeg op dit punt een motie. Meedoen in onze samenleving moet gewoon zijn.

Het werk van mantelzorgers is van onschatbare waarde en verdient onze steun. Uit onderzoek blijkt dat een op de zeven mantelzorgers zwaar belast is. Ook Alzheimer Nederland heeft onderzoek gedaan, waaruit hetzelfde blijft. Casemanagement en dagbesteding zijn belangrijke voorwaarden om de zorg te kunnen volhouden voor een partner met dementie. Sinds de decentralisatie is er gekort op de dagbesteding, terwijl gemeenten tegelijkertijd geld op de Wmo overhouden. Hier ligt in de eerste plaats een verantwoordelijkheid voor gemeenteraden. Ik vraag de staatssecretaris vanuit zijn stelselverantwoordelijkheid erop toe te zien dat er voldoende dagbesteding wordt ingekocht. Ook vraag ik hem, ervoor te zorgen dat mantelzorgers altijd op de mogelijkheid van casemanagement dementie wordt gewezen. Bij de helft van de mantelzorgers gebeurt dat namelijk niet, en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Intussen komen er iedere keer weer berichten binnen bij het Signaalteam over onvoldoende expertise van zorgverzekeraars en het uit elkaar vallen van ketens dementiezorg. Alles overziend blijft de ChristenUnie van mening dat een aparte betaaltitel voor casemanagement dementie nodig is, conform de aangenomen Kamermotie van collega Bruins Slot.

Aandacht voor levensvragen en zingeving wordt steeds meer gezien als luxe. Op veel plekken wordt deze zorg wegbezuinigd. Ik ben dan ook erg blij met mijn aangenomen motie, samen met collega Mona Keijzer, om geestelijke zorg expliciet een plek te geven in het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Juist in de laatste fase van een mensenleven is geestelijke zorg van belang. Dat geldt ook voor ouderen die nog thuis wonen. Ze hebben niet altijd een plek om aan te kloppen. In navolging van onderzoek door ZonMw naar de betekenis van zingeving in de zorg en het advies van de commissie-Schnabel pleit ik dan ook voor een vorm van wijkpastoraat. In navolging van de wijkverpleegkundigen en de wijkpsycholoog is het belangrijk dat ook geestelijke zorg een plek in de wijken krijgt. Wil de staatssecretaris de mogelijkheden hiervoor onderzoeken?

Ook is belangrijk dat geestelijke zorg beter in de zorgopleidingen verankerd wordt. Gelukkig zie ik dat er ook mooie initiatieven zijn met lokale vrijwilligersnetwerken. Het Expertisenetwerk ouderen en levensvragen doet daarvoor goed werk. Ik ga mijn amendement dat ik vorig jaar al heb ingediend, maar dat helaas werd weggestemd, opnieuw indienen. Want wie weet, met de kennis van vandaag krijgt het wel steun.

Vorige week heeft de staatssecretaris een uitgebreide brief over palliatieve zorg naar de Kamer gestuurd. Ik ben blij met het versnellen van de indicatiestelling als de zorg opgeschaald moet worden. Maar de palliatieve zorg blijft een wirwar van regelingen waar de administratieve lastendruk hoog is. De staatssecretaris erkent dat hier veel winst te boeken is. Wat gaat hij concreet doen? In het bijzonder vraag ik hem, het makkelijker te maken voor mantelzorgers om respijtzorg te regelen. Verder ligt er een advies om te komen tot structurele financiering van geestelijke verzorgers. Nu komt het inschakelen van geestelijke begeleiding onvoldoende van de grond, omdat het ten koste gaat van andere zorg. De staatssecretaris grijpt terug op een onderzoek uit 2010. Is hij bereid, met de Vereniging van geestelijk verzorgers nader onderzoek te doen naar de waardering van spirituele en geestelijke zorg in de palliatieve fase?

Dit is waarschijnlijk de laatste begroting van VWS van deze bewindspersonen. Ik ben het lang niet altijd met hen eens, maar ik wil ze wel danken voor hun inzet in de afgelopen jaren. Ik zie uit naar de beantwoording van mijn vragen.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl

« Terug