Niet alleen bezuinigen, ook hervormen

201003 Remmelt de Boerdinsdag 16 november 2010 13:27

Lees hier de bijdrage van Remmelt de Boer bij de Algemene Financiële Beschouwingen in de Eerste Kamer.

Mijnheer de voorzitter,

Deze bijdrage is namens de fracties van ChristenUnie en S.G.P. Onze fracties zien met genoegen dezelfde minister van Financiën als onder het vorige kabinet achter de regeringstafel zitten. We wensen hem veel sterkte en wijsheid toe bij de zware taak die op zijn schouders rust. We hopen en verwachten ook, dat hij evenals in de vorige periode zijn uiterste best zal doen om elementen van het financiële beleid waarvan hij zich een voorstander toonde, zoals verdere vergroening ervan, zal voortzetten.

We houden deze financiële beschouwingen in een bijzondere situatie. We spreken immers over beleidsstukken die niet door het huidige kabinet zijn opgesteld, maar door het vorige. Uit het feit dat hij namens het kabinet echter deze beleidsvoorstellen verdedigt maken onze fracties op, dat het huidige kabinet deze voorstellen als de zijne heeft overgenomen. Klopt dat voor 100%?

Toch is het ook voor de hand liggend, om vandaag ook de financiële paragraaf uit het coalitie- en gedoogakkoord van het kabinet Rutte te betrekken. Dat willen we straks dan ook doen. Daarbij is het voor onze fracties wel van groot belang om inzicht te krijgen in de achtergronden van waaruit het huidige kabinet financieel beleid wil voeren. We weten daarbij – en dat moet zeker ook in rekening worden gebracht – dat we financieel-economisch is een uiterst moeilijke situatie verkeren. De grote crisis van de laatste jaren heeft diepe sporen nagelaten in onze maatschappij. De toegenomen enorme staatsschuld en de grote financieringstekorten zijn daar gevolgen van. Inderdaad, er lijken tekenen van herstel te zijn. Terecht wordt er links en rechts op gewezen, dat bijv. het aantal werklozen lager is dan enige tijd geleden werd verwacht. Daar kunnen we oprecht dankbaar voor zijn. Tocht blijven er op dit moment honderdduizenden mensen thuis zitten, omdat er voor hen geen werk is. Dat kan en mag niet en vraagt stevig beleid van de rijksoverheid. En is het economisch herstel stevig genoeg? Aarzelende koersen geven o.i. nog een flinke onzekerheid weer. En wat zijn de verwachtingen voor de komende tijd, voor zover te voorzien? In dit verband vragen we met name naar de ontwikkelingen in Europa. Is het niet zo, dat de positieve ontwikkelingen in Europees verband zich met name beperken tot enkele landen, met als positieve uitschieters Duitsland en Nederland? De recente opstelling van de Duitse bondskanselier Merkel laat duidelijk zien, waar de werkelijke macht in Europa ligt. En hangt de financiële ontwikkeling in met name Zuid-Europese landen niet als een zwaard van Damocles boven ook ons hoofd? En om nog een stap verder te gaan: zijn de mondiale ontwikkelingen positief te noemen wat betreft ons land? We zien een steeds sterkere en snellere opkomst van de z.g. nieuwe economieën. Terwijl er nog meer grote landen in de startblokken staan om mondiaal een grotere partij mee te gaan blazen, enorme landen als Indonesië bijv. In het IMF wordt de invloed van Europa teruggebracht. En wat is de positie van ons land t.a.v. de G-20? We zijn daar naar het lijkt niet meer een daar graag geziene gast. Mag ons land zo nu en dan opdraven als het anderen uitkomt? Hoe is onze positie t.a.v. de G-20 nu concreet? En vergelijk die eens met de positie van een land als Zwitserland? En wat is het domino-effect van een zwakkere positie bij de G-20 voor de positie bij het I.M.F. en vervolgens bij de Wereldbank? Vragen en nog eens vragen. Onze fracties zouden het zeer op prijs stellen, als de minister nadrukkelijk in wil gaan op de huidige mondiale financiële positie van Nederland. Maar ook over de financiële ontwikkelingen en de recente situatie in de E.U. als gevolg van de opstelling van Duitsland inzake wijziging van het EU-verdrag i.v.m. stabiliteit van de eurozone. Want is het niet zo, dat een permanent vangnet voor eurolanden die in financiële problemen komen er in de praktijk niet toe zal leiden, dat de sterke landen, waaronder Nederland, elk moment kunnen worden aangeslagen om financiële middelen beschikbaar te stellen voor die probleemlanden? En als we dan ook nog bedenken, dat minister-president Rutte akkoord is gegaan met een verhoging van 2,9% van de E.U.-begroting, terwijl het coalitieakkoord juist spreekt over € 1 miljard bezuinigen op de uitgaven voor Europa, dan hebben we hier toch al te maken met de eerste grote deuk in het bezuinigingspakket van dit kabinet? Dus grag antwoorden op deze vragen. Om zo actuele helderheid te krijgen over de werkelijke financieel-economische situatie waarin regering en Staten-Generaal in 2011 samen moeten besturen. En dan een reflectie die niet in algemene termen blijft hangen, maar op zo’n manier, dat ook de burger in ons land meer inzicht krijgt in en begrip krijgt voor de werkelijke situatie waarin ons land zich bevindt. Onze fracties vinden dit van groot belang, omdat we de indruk hebben, dat veel burgers denken dat die hele financieel-economische crisis nog wel meevalt. Veel burgers merken daar immers niets van? Dus, hoezo bezuinigen?

Wat onze fracties betreft is het echter zeker wel noodzakelijk dat er de komende jaren fors bezuinigd wordt om de overheidsfinanciën weer op orde te krijgen. Meer geld uitgeven dan beschikbaar is, is niet alleen voor de burger maar ook voor de overheid op termijn desastreus. Vriend en vijand zijn het daar overigens ook wel over eens, al verschillen de opvattingen over de omvang van de noodzakelijke bezuinigingen. Er dient bij die bezuinigingen wat ons betreft ook een goed evenwicht te zijn tussen a. bezuinigingen als gevolg van fundamentele wijzigingen in thans bestaande structuren, denk bijv. aan de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, aan de woningmarkt, aan de arbeidsmarkt, b. het aanbrengen van bezuinigingen als gevolg van het hanteren van de z.g. kaasschaafmethode, een methode waar op zichzelf ook niets op tegen is, en c. het stimuleren en dus beschikbaar stellen van meer financiële middelen voor ontwikkelingen, die nodig zijn om het perspectief van een goede verdere ontwikkeling van ons land te stimuleren. Daarbij is voor ons aandacht voor het onderwijs van uitermate groot belang. Investeren in onderwijs is investeren in de toekomst van kinderen en van de ontwikkeling van burgers en maatschappij. We komen hier nog nader op terug. Nu echter al de vraag: deelt de minister deze insteek van onze fracties?

De principiële vraag voor ons is nu, vanuit welk perspectief wil dit kabinet financieel-economisch beleid voeren. Die vraag hebben we destijds ook gesteld aan de vorige minister van financiën. Die vraag stellen we ook nu weer. We willen deze vraag ook graag nader toelichten. Daarbij ontkomen we er niet aan een tweetal visies tegenover elkaar te stellen. Allereerst de liberale visie die stelt: het marktmechanisme moet ruim worden toegepast. De markt heeft het primaat boven de overheid, als het gaat om het aanbieden van producten of diensten. Niet voor niets was de titel van een rapport van de Telderstichting uit 2007 getiteld: Vertrouwen in de markt. Naar een liberaal privatiseringsbeleid. Daar tegenover staat o.i. de socialistische insteek die stelt, dat zaken van algemeen belang door de publieke sector, door de overheid dienen te worden behartigd. Waar staat nu dit kabinet. Waar staat deze minister van financiën. Dat is van belang, zeker ook omdat het regeerakkoord in de Inleiding al spreekt over: “Dit kabinet gelooft in een overheid die alleen dat doet wat zij moet doen, liefst zo dicht mogelijk bij de mensen”. En dan volgen prachtige zinnen over ondernemerschap, rechten en plichten, ambities en wat niet al. Maar duidelijk is: de visie die dit kabinet heeft t.a.v. de overheid wordt een “geloof”genoemd. Onze fracties nemen daarom de vrijheid hier een andere visie tegenover te stellen. Een visie, waarin niet het primaat van de markt en ook niet het primaat van de overheid van belang is. We hebben de vorige minister van Financiën in dit verband de visie van prof. Goudzwaard voorgelegd. Dat willen we ook nu doen. Met Goudzwaard zijn we van mening, dat mensen, juist omdat ze zo verschillend zijn, des te meer op elkaar zijn aangewezen en elkaar van dienst kunnen zijn in wat ze aan goederen aanbieden en van elkaar vragen. De markt is dan ook een uiting van menselijke gemeenschap, is de plaats van onderlinge menselijke ontmoeting en dienstverlening. Er moet sprake zijn van onderling dienstbetoon. Dat betekent dat de overheid er is ten gunste van de burger en dat dat ook geldt voor de markt. Dat is de christelijk-sociale traditie waarin onze partijen staan en waaruit, aldus Goudzwaard, eigenlijk ook het Nederlandse poldermodel is geboren. 1)

We vragen deze christen-democratische minister te willen reageren op onze stellingname: niet de markt, niet de overheid, maar een maatschappij waarin mensen, ook via hun organisaties primair op elkaar zijn aangewezen met onderling dienstbetoon, ondersteund door overheid en markt, moet ons perspectief zijn voor het financieel-economisch beleid.

Het moge duidelijk zijn, dat wat onze fracties betreft deze insteek onze stellingname zal bepalen bij het beoordelen van het financieel-economisch beleid van deze regering. Daarbij willen we bovendien opmerken, dat dat betekent dat met name de zorg voor de zwakken in onze samenleving en de omgang met de schepping voor ons van eminent belang zijn en zeer zeker mede ons standpunt zullen bepalen.

Mijnheer de voorzitter, we willen nu enkele opmerkingen maken over de financiële paragraaf uit het coalitie- en gedoogakkoord. Daarna willen we afsluiten met een reactie op de financiële voorstellen voor 2011.

Wat betreft het coalitie- en gedoogakkoord willen we beginnen met het stellen van enkele vragen. Maar allereerst: de inzet is hard. “Door de vergrijzing, de kredietcrisis en de Europese schuldencrisis is het saneren van de overheidsfinanciën een harde noodzaak”, stelt het kabinet. Daarom moet er in ieder geval € 19 miljard worden bezuinigd. Analyseren we de drie genoemde veroorzakers van het veroorzaken van de financiële crisis, dan is slechts één, nl de vergrijzing, redelijk precies in kaart te brengen. Sterker nog, die zagen we al jaren geleden aankomen. Moeten we dan nu concluderen, dat vorige kabinetten daar te weinig op hebben geanticipeerd? De twee andere veroorzakers, de kredietcrisis en met name de Europese schuldencrisis, heeft ons land niet in de hand. Hoe groot is dan ook de kans, dat het voorgenomen beleid inderdaad de beoogde doelstellingen bereikt? Oftewel: hoe komen we aan € 18 miljard? Wat doet het kabinet als de aannames voor beleid niet effectief genoeg blijken te zijn? Wordt er dan meer bezuinigd? En wat doet het kabinet, als de aannames te royaal zijn en de doelstellingen eerder bereikt worden dan gepland? Wordt er dan minder bezuinigd? Het is immers nauwelijks te verwachten, dat de aannames van groei, die gedaan zijn tot 2015, zullen uitkomen? Opvallend is ook, dat het kabinet stelt dat het STREEFT naar een begrotingsevenwicht in 2015. De heldere taal uit de verkiezingstijd van: we willen een begrotingsevenwicht is daarmee aanmerkelijk verzacht. Overigens, ons is nog steeds niet duidelijk waarom gekozen is voor € 18 miljard aan bezuinigingen. Dat getal lijkt meer het resultaat van politiek overleg, dan het gevolg van financieel-economische overwegingen. Is dat zo. En zo nee, wat is de legitimatie van die € 18 miljard? Al met al kunnen onze fracties zich niet aan de indruk onttrekken, dat dit kabinet eigenlijk uitgaat van een robuustere economische groei dan in de plannen is ingeboekt. Dat zal ook nodig zijn, wil de beoogde bezuiniging werkelijk gehaald worden. We wezen al op de tegenvallers inzake de bijdragen voor Europa. We wijzen ook op de ingeboekte bezuinigingen die bereikt moeten worden door een kleinere overheid. Wat dat laatste betreft geven wij de minister op een briefje, dat die forse bezuinigingen niet bereikt zullen worden. De minister w3eet toch ook, dat het overheidssysteem heel moeilijk is te veranderen, zeker in een kabinetsperiode? We hebben dat systeem wel eens vergeleken met een boksbal: als je er tegenaan duwt en schopt komt het met dezelfde vaart weer bij jezelf terug. En nogmaals, wat gaat de minister doen als de ingeboekte bezuinigingen inderdaad niet haalbaar blijken te zijn?

Nu wil het kabinet wel aanvullende instrumenten ontwikkelen. Dat lijkt onze fracties een prima zaak. Kan de minister al meer mededelen over de nieuwe begrotingsregels die zullen worden gepubliceerd? Worden die in ieder geval zo stevig, dat extreme uitgaven explosies als recent bij de kinderopvang kunnen worden voorkomen? Maar zijn die ook zo flexibel, dat niet te voorziene omstandigheden kunnen worden opgevangen? Je kunt een organisatie, zelfs een overheid immers niet een vierjarig keurslijf aanmeten waar geen mogelijkheid van creativiteit meer bij mogelijk is, mocht dit kabinet onverhoopt 4 jaar blijven regeren? Wil de ondernemer in deze minister hierop reageren? We vragen dit met klem, omdat het coalitieakkoord erover spreekt, dat bij de budgettaire verwerking van het akkoord de bedragen in de financiële bijdrage LEIDEND zijn. Wat moet ik me voorstellen bij: leidend? Kan dat ook betekenen, wat we hopen, dat daar waar te negatieve ontwikkelingen zijn wat betreft de ontwikkeling van koopkracht, er gecorrigeerd gaat worden? Dan is er naar de mening van onze fracties nl. al direct werk aan de winkel. Uit berekeningen van het CPB blijkt immers dat met name aan de onderkant van de inkomens mensen in de periode tot 2015 er het meest op achteruit gaan. Die achteruitgang kan in vier jaar oplopen tot 5% bij een alleenverdiener op , dan 120% wettelijk minimumloon en tot liefst 7,5% bij een alleenverdiener met minder dan 175% wettelijk minimumloon. De minister zal toch met me eens ijn, dat dit niet kan? Ook voor dit kabinet van VVD en CDA moet de zorg voor zwakken in de samenleving toch ook werkelijk een grote zorg zijn? De minister weet toch ook, dat 1 of enkele % minder inkomen bij hogere inkomsten nauwelijks te merken is, maar juist bij de laagste inkomens het verschil maakt of, om een voorbeeld te noemen, kinderen wel of niet naar het zwembad kunnen? Waarom dan juist daar de grootste daling van inkomen veroorzaken? Is de minister bereid te overwegen of hier financiële herstelmaatregelen mogelijk zijn?

Nadere informatie vragen onze fracties ook over de alinea in het coalitieakkoord dat gaat over het Fonds Economische Structuurversterking, het FES. Welk deel van de belegde ruimte wordt nu overgeheveld naar departementale begrotingen en wat mag daarmee gedaan worden? En de onbelegde ruimte komt ten goede aan de algemene middelen en wat mag daarmee gedaan worden? Nog meer potverteren met gasbaten? Graag een concreet antwoord op deze vragen.

Twee punten uit het regeerakkoord willen we nog kort aanstippen. De regering wil naar kleinere overheden. We hadden het daar al even over. Op zichzelf hebben onze fracties daar geen bezwaar tegen. Integendeel. Burgers kunnen ook verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen doen en laten. Ze kunnen ook verantwoordelijkheid dragen voor elkaar. Omzien naar een ander en zorg voor onze wereld is ook in onze hedendaagse samenleving een groot goed. Maar dan is het toch uiterst merkwaardig en ook niet te rijmen met de uitgangspunten van dit kabinet, als je ziet dat zorgen voor je naaste en voor de wereld wellicht juist zwaarder belast gaat worden, bijv. door te morrelen aan de mogelijkheden om giften als aftrekpost bij de belastingaangifte op te voeren of om de investeren in groenbeleggingen zwaarder te belasten. Wat voor beleid zit daar eigenlijk achter? Dan gebruik je goede doelen toch ook als financiële melkkoe voor de overheid? Willen we dat?

En een tweede punt: we gaven al kort aan, dat dit kabinet grote structuurwijzigingen in het beleid uit de weg gaat. We wezen ook op het niet kunnen varen op een vaste ontwikkeling voor de komende jaren. Wat dat betreft is blauwdruk denken simpelweg verouderd. Maar is het kabinet ook bereid om scenario’s te ontwikkelingen die in werking kunnen treden als verwachte ontwikkelingen volstrekt anders worden? Concreet denken we daarbij aan de ontwikkeling van de woningmarkt. Dat dit kabinet niet wil tornen aan de hypotheekrente is een feit. Maar de minister is toch met mij van mening, dat die status quo niet zal blijven bestaan? En dat je dus ook plannen tot aanpassing daarvan gereed moet hebben om niet overvallen te worden, bijv. door een nieuwe crisis: de FED is met extra $600 miljard immers al weer bezig met het creëren van een nieuwe probleemballon, die leidt tot plotselinge en ondoordachte aanpak van de woningmarkt? Regeren is toch vooruitzien, langer dan één kabinetsperiode? Onze fracties hechten zeer aan een futurologisch antwoord van de minister over dit onderwerp.

Tenslotte de voorgestelde maatregelen voor het jaar 2011. Aan het begin van onze bijdrage gaven we al aan, dat deze maatregelen grotendeels nog op het conto van het vorige kabinet mogen worden geschreven. Het zal geen verbazing wekken, dat onze fracties zich daar dan ook bij willen aansluiten. Waarbij we met name de bezuinigingen op de kinderopvang, mits aangebracht daar waar te royaal gebruik wordt gemaakt van de voorzieningen en bij diegenen die betalen kunnen, zeer zeker ondersteunen.

Mijnheer de voorazitter, afgelopen woensdag werd in ieder geval in delen van Oost- en Noord-Nederland de traditionele Dankdag gehouden. Die Dankdag heeft een eeuwenlange traditie en wordt gehouden in jaren van voorspoed en in jaren van tegenspoed. Onze fracties willen daar nu bij aansluiten, door – ondanks de financiële problemen waar de overheid en waar burgers mee te worstelen hebben – onze dankbaarheid te verwoorden voor de goede gaven die onze goede God dagelijks aan mensen geeft.

Namens de fracties van ChristenUnie en S.G.P.,

R. de Boer, 101109.

Labels
Eerste Kamer

« Terug

Reacties op 'Niet alleen bezuinigen, ook hervormen'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2010 > november