Bijdrage Eppo Bruins aan het algemeen overleg Eurogroep/Ecofinraad

donderdag 14 juni 2018

Bijdrage Eppo Bruins aan een algemeen overleg met minister Hoekstra van Financiën en staatssecretaris Snel van Financiën

Kamerstuknr. 21 501 - 07

De heer Bruins (ChristenUnie):

Voorzitter. We moeten een land beoordelen op zijn daden en niet op zijn plannen, zo schreef Minister Hoekstra naar aanleiding van de plannen van de nieuwe regeringscoalitie in Italië. Dat vind ik een goede benadering. Deze benadering geldt niet alleen voor onverstandige plannen, maar ook voor verstandige plannen. Ook daarbij komt het aan op daden. In het verleden zijn er tal van mooie afspraken gemaakt over de euro en de verplichtingen die deze met zich meebrengt, zoals in het Stabiliteits- en Groeipact. Ik denk aan het 3% tekort en de 60% staatsschuld. Ik denk aan al die coördinatieafspraken, zoals de «sixpack» en de «twopack». Ook voor al die afspraken geldt dat we ze beoordelen aan de hand van de daden van de lidstaten en de banken. Alleen al die overweging is genoeg om uiterst behoedzaam te opereren als het gaat om een Europees deposi-togarantiestelsel en de achtervang in het ESM, laat staan om de fiscal capacity voor de eurozone. In een zone waarin landen hun risico’s niet allemaal duurzaam hebben weten te reduceren, is het overgaan tot een bepaalde mate van risicodeling niets anders dan het bij voorbaat zwaaien met de creditcard van de belastingbetalers hier in de richting van landen en banken daar, die hun risico’s in onvoldoende mate hebben geredu-ceerd. Dan is het risico van moral hazard nooit ver weg. Ik liet aan het begin de naam Italië al vallen.

Enkele weken geleden bespraken we een mooi risicoreductiepakket. Een mooie set afspraken, even afgezien van de leverage ratio; daar is genoeg over gezegd. Maar ook hiervoor geldt dat de afspraken nog moeten worden omgezet in daden. Als deze zichtbaar zijn, is een verder gesprek mogelijk. Tegelijk kunnen we met elkaar instituties en arrangementen zo inrichten dat het al dan niet uitvoeren van afspraken onze belastingbe-talers per definitie minder pijn doet. Een mooi voorbeeld is het terug-brengen van het maximum gedekte deposito richting het pre-crisisniveau, inclusief een eigen risico. De motie van collega Omtzigt en mijzelf is gelukkig aangenomen. Nét aangenomen, met een kleine meerderheid tot mijn verbazing, maar zij is aangenomen.

Het pièce de résistance van de komende eurogroepvergadering is ongetwijfeld de discussie over de verdieping van de EMU. Duidelijk is dat de werking van de EMU moet verbeteren. De vraag is hoe en in welke volgorde. Ik beperk mij in dit AO tot het stellen van een aantal vragen over deze materie. Allereerst een vraag over de gemeenschappelijke achter-vang van het SRF. De inkt van het pakket risicoreductiemaatregelen is nauwelijks droog of er wordt een discussie geopend over een gemeen-schappelijke achtervang, die ondergebracht moet worden bij het ESM. Het kabinet staat daarvoor open, onder een aantal in de brief van 8 juni duidelijk opgeschreven voorwaarden. Als de achtervang werkelijkheid wordt, ontstaat er als ik het goed zie een verbinding tussen de Neder-landse belastingbetaler en een zeg Griekse, Cypriotische of Italiaanse bank. Natuurlijk begrijp ik het mechanisme en heb ik in de brief gelezen dat de rekening uiteindelijk altijd door de banken betaald moet worden. Natuurlijk snap ik dat de risicoreductie die moet plaatsvinden er sowieso toe moet leiden dat er geen beroep wordt gedaan op het SRF, laat staan op de achtervang. Maar toch vraag ik de Minister om in te gaan op het potentiële risico dat de belastingbetaler hier loopt in relatie tot banken elders. Natuurlijk onderken ik dat het risico minimaal is, mits iedere speler zich aan de afspraken houdt. De daden. Maar zijn en worden de afspraken en instituties zo stevig dat het risico daadwerkelijk niet aan de orde is? Deze vraag stel ik ook omdat de Minister in dezelfde brief schrijft dat Nederland voorstander is van stappen die leiden tot het doorbreken van de wisselwerking tussen banken en overheden.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik ben blij met de inbreng van de ChristenUnie. Volgens mij heeft Carola Schouten deze keer meegekeken, want ik hoor nu duidelijk weer dat kritische geluid van vroeger. Daar ben ik blij om – ik zei het al heel kort, want mijn tijd was op – want deze Minister schuift toch op richting de backstop en richting het EDIS, waar de ChristenUnie en de heer Bruins zich ook zorgen over maken. Stemt de ChristenUnie dan in, of geeft de ChristenUnie deze Minister een mandaat mee om in te stemmen, met een EDIS dat geleidelijk of parallel wordt ingevoerd? Het geleidelijk invoeren van de maatregel dat nationale depositogarantiestelsels aan elkaar kunnen lenen, is natuurlijk niet zonder risico. Ik kan mij voorstellen dat de ChristenUnie en de PVV wat dat betreft op de rem gaan staan.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Ik ben blij dat de heimwee van mijn collega naar mevrouw Schouten vandaag iets minder is. Ik ben blij dat ik hem, in vergelijking met vorige week, daarmee tevreden heb kunnen stellen. In het regeerakkoord hebben we de duidelijke afspraak gemaakt dat voordat er tot een EDIS wordt gekomen er een risicoreductie plaatsvindt, en dat ook de risicoweging van staatsobligaties op bankbalansen wordt geïntroduceerd. Dat heeft de ChristenUnie altijd gevonden en dat vinden wij nog steeds. De Minister schrijft in zijn brief dat hij dat punt wil opbrengen in het kader van de discussie over EDIS. Ik vertrouw erop dat de Minister geen onverstandige stappen zet, want het is een heel verstandige Minister die we op de stoel hebben zitten.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Volgens mij heeft de heer Bruins de geannoteerde agenda niet helemaal goed gelezen, want er staat duidelijk dat de Minister voorstander is van eventueel een parallelle behandeling, om te kijken naar de prudentiële behandeling van de staatsobligaties op de bankbalansen. Met andere woorden: parallel aan de backstop, aan het EDIS, wil hij daarover onderhandelen. Dat is geen voorwaarde meer voor deze Minister. Die heeft hij laten vieren. Verderop staat dat hij voorstander is van een geleidelijke introductie van het EDIS. Met andere woorden: geleidelijk, parallel onderhandelen over de risicoweging van staatsobligaties. Dat zijn allemaal signalen – hopelijk pakt meneer Bruins die toch met mij op – dat het EDIS er gewoon komt, maar dat de Minister zich daarnaast, parallel, zal inzetten voor eventuele obligaties en deposito’s.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Het is heel goed dat de heer Van Dijck er nogmaals op wijst dat er nog steeds een enorm risico is en dat we dus heel goed moeten oppassen dat risicodeling geen verliesdeling wordt. Hij heeft het er zelf altijd al over: pas op dat het niet een transferunie wordt. We zijn het er natuurlijk allemaal over eens dat de buffers en de risico’s zo moeten worden ingebouwd dat het noorden niet automatisch moet kromliggen voor het zuiden. Het zuiden moet zijn zaakjes op orde hebben. Daarvoor dient verdere risicoreductie plaats te vinden. In mijn bijdrage van zojuist heb ik ook gezegd dat de inkt van dat lovenswaardige risicoreductiepakket van enkele weken terug nog niet droog is of Brussel bouwt alweer druk op: nu hebben we risicoreductie gedaan; laten we dan ook risicodeling doen. Ik zie in de woorden van de Minister niet dat hij daar zomaar in meegaat. Hij is een goede onderhandelaar en heeft veel talenten. Ik ga ervan uit dat hij Nederland heel verstandig zal vertegenwoordigen en dat hij geen stappen neemt die Nederland onnodig in gevaar brengen. Tegelijkertijd hebben we ook gemerkt dat als je Mister No wordt genoemd, je buitenspel staat. Je moet blijven meepraten. Als je iets goeds wilt bouwen, moet je aan die tafel zitten en meepraten. Dat doet Onze Minister op een voortreffelijke manier.

De voorzitter:

Gaat u verder met uw betoog.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Het EDIS kwam al even op in de interruptie. De Minister wil het punt van risicoweging van staatsobligaties op bankbalansen ter sprake brengen. Wie is er in de eurozone ontvankelijk voor dit punt? De inzet van de Minister om tot versterking van het ESM te komen, lijkt mijn fractie een goede. Op een aantal punten lijkt daar brede steun voor onder de lidstaten. In de laatste zin van de alinea hierover gaat het over «het verder uitbouwen van een ordelijk raamwerk voor de herstructurering van onhoudbare overheidsschuld.» Hoe groot is de steun hiervoor eigenlijk onder de collega-ministers in de eurozone? Daar ben ik wel benieuwd naar.

De laatste twee korte zinnen en punten. Naar aanleiding van de opmerking van het IMF moet me van het hart dat ik die fetisj met inflatie zo langzamerhand ingewikkeld vind worden, terwijl een structureel iets lagere inflatie zo langzamerhand het nieuwe normaal lijkt te zijn geworden. Hoe denkt de Minister hierover? En het laatste: wat zijn voor de Minister de prioriteiten binnen het werkprogramma van de eurogroep voor het komende halfjaar? Kan hij daar iets over zeggen?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank.

Verdere informatie

« Terug