Andere opvattingen zijn nog geen aantasting van de rechtstaat - opiniestuk Trouw

Mirjam Kosten.jpgvrijdag 21 februari 2020 08:45

Het lijkt erop dat in de parlementaire ondervraging over de ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen de rechtsstaat soms als synoniem gezien wordt voor de wat vage frase ‘hoe we met elkaar in dit land leven’. Dat is niet alleen slordig, het is schadelijk voor het juiste functioneren van die geliefde rechtsstaat.

Bij de verhoren ligt het woord ‘rechtsstaat’ de commissie voor in de mond. Die liefde lijkt me oprecht. Mooi natuurlijk want zeker parlementsleden zouden daar iets mee moeten hebben.

Soms maakt liefde ook blind. Afgelopen maandag werd de oud-voorzitter van de salafistische as-Soennah moskee aan de tand gevoeld over buitenlandse geldstromen naar de moskee. Tuhanan Kuzu en Aukje de Vries verhoorden de heer Taheri over de financiering van gebouwen en projecten uit zijn tijd als voorzitter. Daarnaast probeerde met name De Vries de mate van orthodoxie – of fundamentalisme – te achterhalen. En daar werd het nogal glibberig.

Stel je voor dat de Nederlandse wet een voetbalveld is. Binnen dat veld speelt zich het spel, het samenleven af. De overheid is scheidsrechter en wie zich over de grenzen van het veld beweegt, is ‘uit’: strafbaar.

Wat zich regelmatig vormt in het debat over orthodoxe religie is een met krijt afgetekend veldje bínnen dat grote veld. Dat veldje bestaat uit ‘wat we in Nederland normaal vinden’, de ongeschreven mores, de publieke opinie. Het is een stuk kleiner en veel orthodoxen en fundamentalisten staan daar buitenspel – omdat ze een andere mening toegedaan zijn dan de meeste Nederlanders. Je zou ook kunnen stellen dat zij zich met hun opvattingen zelf buitenspel plaatsen. Het punt is echter dat theoretisch alle opvattingen gelijk zijn voor de wet. In een rechtsstaat tenminste.    

Bij Taheri ging het over het wel of niet de hand schudden van een vrouw. Wie de positie van religie in het publieke domein al langer volgt, kan een patroon herkennen. Er zijn namelijk veel meer gevallen die zich in dat gebied bevinden. Denk aan opvattingen over seks, gezondheid en omgangsvormen. Wie buiten de mainstream valt is vreemd en misschien zelfs gevaarlijk. Dat zou kunnen. Ik zie een ander gevaar: dat het tweede speelveld dwingender en kleiner wordt en gaat functioneren als wet binnen de wet en, problematischer, dat ook de overheid zich daarop oriënteert.  

De parlementaire ondervragingssommissie doet er goed aan zich bezig te houden met de buitenste lijnen omdat die formele belijning de rechtsstaat bepaalt. Taheri mag er een heleboel niet-salonfähige opvattingen op nahouden vóór hij werkelijk buitenspel staat. Dus vrouwenbesnijdenis: nee, strafbaar. Lees maar na in artikel 303 van het Wetboek van Strafrecht waar het valt onder zware mishandeling met een mogelijke strafverzwaring als de dader de opvoeder is. Het idee dat vrouwenbesnijdenis niet aanvaardbaar is, wordt niet alleen breed gedragen maar is ook door een zorgvuldig wetgevingsproces gegaan.

Dat is van een totaal ander kaliber dan vrouwen geen hand geven of kinderverjaardagen niet vieren: het is triest, maar geen spelbreuk. Het publiek mag jouwen en de politiek mag zich er afkeurend over uitlaten. Sterker nog, dat moeten we doen want de rechtsstaat is niet alleen formeel maar ook materieel ingevuld. Het is ongemakkelijk om te zien dat meespelen niet afdwingbaar is: bedenk maar eens een wetsartikel dat verplicht tot begroetingen.

Laat de overheid op haar beurt erop toezien dat binnenste veld van ‘hoe we met elkaar leven’ niet te verwarren met de buitenste lijnen, want daar tekent zich de rechtsstaat af.

Mirjam Kosten schreef dit opiniestuk dat verscheenin Trouw op 21 februari 2020.

« Terug

Nieuwsarchief > 2020

juni

mei

april

maart

februari

januari