Column-serie 'God doet recht'

Rob1woensdag 01 oktober 2008 11:47

In een serie van twee columns onderstreept Rob Nijhoff in september de politieke relevantie van het boek 'God doet recht' van Bram van de Beek. "Sneller dan mij lief is illustreert het wereldnieuws het gelijk van Van de Beek dat politiek vluchtig is en tot op grote hoogte om macht draait. De geopolitieke kaarten worden rap geschud. De Russische beer duikt ijskoud weer onder in het oorlogswak van de kernwapenwedloop – nu met Reaganesk ruimteschild; aldus Putin, pardon, Woefwoef Medvedev."

"De wereld draait door. Christenpolitiek na Srebrenica"

Waar Reagan, Solsjenitsin en nog wat factoren zo'n kwart eeuw terug de val van het Sovjetcommunisme inleidden, daar kraakt nu de westerse ongedekte kredietwagen, en wil de doorgaans nogal neoliberale oliekapitalist Bush als onverwachte verpersoonlijking van vadertje staat enkele vermolmde banken opfleuren met een forse lik - opnieuw - niet werkelijk gedekt overheidsgeld.

‘God doet recht', koos prof. Bram van de Beek als titel voor zijn ‘eschatologie'-boek (2008). Want waar mensen dat proberen, roepen ze meestal nieuw onrecht op. Dat geldt ook voor de politiek - ook wanneer christenen die bedrijven. ‘Christelijke politiek' klinkt daarom niet alleen pretentieus, maar valt ook snel tegen. (Donner is dan ook niet happig op deze term; dat snap ik beter sinds het dappere CDA-getuigenis rond het ‘embryomoordakkoord' en het terugwerven van katholieke ChristenUnie-stemmers daarna via het Katholiek Nieuwsblad). Trots wijs ik daarom op het bescheiden ‘christenpolitiek' hierboven. In beide termen zou het mij overigens gaan om politieke lijnen, posities en keuzes die je als christen in de politiek of als partij van christenen kunt verantwoorden.

Van de Beek stelt de overheid voor om met Calvijn ‘evenwicht' als weinig-pretentieus politiek streven te kiezen. Deze terughoudendheid laat al een fors christelijk-gestempelde politieke visie zien. Dat Calvijn - theocratisch of ‘theonoom' - meer overheidstaken zag, laat Van de Beek duidelijkheidshalve weg, en daarom ik hier ook. ‘Theocratie' is bij Van de Beek van een kruisteken voorzien: ‘God regeert vanaf het hout' - en deze eschatologische verhoging mag van mij het ‘theocratisch debat' verversen - van vragen bij Calvijn's Genève tot en met de discussie binnen de huidige SGP. Maar hieronder richt ik me vooral op het christelijk gehalte van een visie hoe ‘evenwicht' in de samenleving eruit ziet. Daarbij zoek ik bewust elementen bij Van de Beek zelf.


Hoeft men zich voor dat ‘maatschappelijk evenwicht' niet te beroepen op het christelijk geloof (248)? Moet het ‘specifiek christelijke' maar niet worden ‘ingebracht in het politieke discours'(248n178)? In elk geval ligt bij christenen een specifieke motivatie achter hun betrokken, hulpvaardig handelen, al dan niet in de politiek: ‘Als Christus voor deze wereld gestorven is, dan delen wij in de zorg voor deze wereld' (225), schrijft Van de Beek, en citeert instemmend daarbij: ‘deshalb ist die Resignation gegenüber dem Unrecht, der Lüge und Gewalttat nicht mehr zeitgemäss.' Zodat ‘denen ihr Recht werde, die Unrecht leiden'. Deze ‘zorg voor elkaar, geduld en liefde' (340) houdt hopelijk niet op zodra een christen onrecht of ‘onevenwichtigheden' aantreft buiten christelijke kring. ‘Wie in Christus is, doet wezen en weduwen recht' (289), welke levensbeschouwelijke richting deze wezen of weduwen ook zijn toegedaan.

Nu geldt dat voor iedere christen voor wie geloof niet zonder daden ‘werkt', goed doen. Maar heeft een christen iets te zoeken in de oude aardse politiek? ‘Als we leiderscapaciteiten hebben, dan behoren we die in de kerk te gebruiken.' Zo klinkt in zijn bundel praktijkverhalen Eén mens maakt verschil (2007:132) wat Van de Beek ook in 2008 schrijft over leiderschapsgaven (241). Hij beroept zich hier op Origines die in zijn tijd schreef geen regeringsverantwoordelijkheid te willen nemen. Nu ontwaakte bij mij de politieke interesse pas toen ik mij in de praktijk van het bedrijfsleven bewust werd van de doorgaans kwetsbare positie van een werknemer tegenover zijn werkgever. De uitdrukking ‘overheid als schild voor de zwakke' kreeg voor mij betekenis; opeens zag ik de zin van wetgeving die rechtsbescherming biedt, en van een functionerende rechtsstaat.


Schild voor de zwakke. Dat is een andere verwoording van Calvijn's maatschappelijk evenwicht. Daarin zit dus meer dan een harmonisch evenwichtsdenken van Griekse filosofen (167). Daarin klinken bijbelse, oud- en nieuwtestamentische noties door - noties waarvan het kruis niet maar het symbool is geworden, maar een realiteit die de werkelijkheid toont van sterk en zwak in deze wereld. Deze werkelijkheid geeft mij niet alleen werkmotivatie, maar geeft mijn visie op overheidsoptreden ook inhoud.

Daarmee is die overheid als overheid niet christelijk, al zou de meerderheid van een kabinet christen zijn. Maar een kabinet met christenen kan wel accenten zetten om maatschappelijk evenwichten zoveel mogelijk te herstellen. En daarbij hoeft het de persoonlijke en inhoudelijke motivatie van christelijke smaldelen net zo min te verzwijgen als Paarse kabinetten hun fervente focus op individuele autonomie. Tegelijk hoeft geen enkel kabinet overigens eigen visies op te leggen aan de samenleving; beleid uitleggen mag, visies opleggen niet. De vingerafdruk van een aantal jaren kabinetsbeleid blijft in de samenleving toch al achter via regelgeving en praktijk; en wat belangrijker is: in de samenleving behoort gewetensvrijheid te heersen; bovendien zijn daar andere organisaties dan overheidsorganen speciaal bedoeld en beter geschikt voor de ideële vorming van hun eigen leden en/of andere burgers.

Nee, pretenties over structurele verbeteringen in de maatschappij hoeven christenpolitici niet te voeren. Niets is hier blijvend. ‘De liefde heeft in deze wereld de gestalte van de gehoorzaamheid tot de dood. (...) Zij krijgt niet de gestalte van overwinning. Het is niet zo dat het christelijke leven de structuren van de maatschappij gaat bepalen. Wie denkt dat te kunnen bereiken, heeft niet ontdekt hoe zwaar de zonde is' (240). Eens. Ter bemoediging kan men wel wijzen op de afschaffing van de slavernij (zie de film Amazing Grace). Maar sindsdien zijn vormen van laagbetaalde loonslavernij en andere vormen van mensenhandel nog springlevend, en veel oorlogslachtoffers van Srebrenica niet meer.

Onrecht. Het zien daarvan appelleert niet alleen, het betekent ook inhoudelijk, ook politiek-inhoudelijk, een stellingname: dit zie ík als onrecht. In de bijbel geeft juist het Oude Testament talloze voorbeelden van onrecht. Inclusief de machteloze herhaling daarvan. De monotone herhaling die haakt naar het kruis. Maar de uitbuiterij door decadente rijken en de minachting voor ‘bijstandsmoeders' staan ondertussen wel zwart op wit. En dat vult bij christenen hun politieke visie.

Zelfs het thema dat men tegenwoordig ‘duurzaamheid' noemt, heeft politiek-inhoudelijk bijbels-theologische wortels. Wortels die Van de Beek dan ook prompt raakt. Allereerst door het accent op ‘duur' te relativeren. ‘We moeten niet de gerechtigheid doen om een lange geschiedenis te hebben, maar om een rechtvaardige geschiedenis te hebben' (315). Maar tegelijk met inzet: ‘Het geloof in het ware leven in de heerlijkheid is geen vlucht uit de wereld. Het is immers haar vervulling. Het gaat om (...) positieve hoop op een verheerlijking van ons leven. Daarom zijn we zuinig op de wereld. Daarom zijn we kritisch op de machtigen die de aarde vernielen alsof het hun privé-bezit is dat ze naar believen kunnen uitbuiten. (...) De aarde is van de Here en al haar volheid. Zij is bedoeld om Hem als koning te verwelkomen (...). De hele schepping kijkt ernaar uit - er is alleen een aantal mensen die daarvan geen weet hebben en doen alsof zij koning zijn over alles' (265).

Heeft politieke inspanning nog zin als een christen met huid en haar, dus ook qua ‘nationaliteit', verbonden is aan het Nieuwe Jeruzalem? Wat zal hij zich bekommeren om zure Nederlanders die christenen meestal alleen associëren met hypocrisie, onzelfstandigheid, betutteling en saaiheid? En waarom zou je je politiek of diplomatiek druk maken over wereldmachten die elkaar en zichzelf het leven zuur máken? Met of zonder inzet van christenpolitici: de wereld draait door.

Nog een keer de vrije val van dat vliegtuig daarom (zie: Dit is de dag. Chrisistheologie na Srebrenica). Die duurt in aardse tijd inmiddels immers al millennia. Neem aan dat elke stoel een schietstoel is - de enige manier om aan de naderende crash te ontsnappen. Weinig zin heeft ‘cockpitpolitiek' of passagierspaniek wanneer die zich tijdens de val met scheurtjes in de stoelbekleding bezighoudt. Maar een gezagvoerder die zoveel mogelijk het zuurstofgehalte op peil probeert te houden in de diverse compartimenten, doet goed werk. Dan kunnen zoveel mogelijk passagiers nog bij bewustzijn de oproep horen klinken om de enge knop van hun schietstoel in te drukken. Nee, die oproep komt niet uit de cockpit. Het lijkt wat onduidelijk of dat geluid nu van beneden komt of van boven. Maar het is wel waar. En ter zake.

---

Dit is de tweede en laatste column om de politieke relevantie van Bram van de Beek 2008 God doet recht (Zoetemeer: Meinema) te onderstrepen. Lees hier de eerste column.

 

 

« Terug

Nieuwsarchief > 2008

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari