Israël zal veilig wonen!

woensdag 01 september 2004 23:58

Vanuit de vaste overtuiging dat het conflict in het Midden-Oosten diepe religieuze wortels heeft en dat de onmacht van mensen om in vrede met elkaar te leven niet het laatste woord zal hebben, willen we, pleitend op Gods trouw aan het volk van zijn verbond, gehoor geven aan de klemmende oproep in het bijbelboek van de Psalmen en bidden om de vrede van Jeruzalem.

Deze speeche is uitgesproken tijdens een grote Israël-manifestatie in Barneveld. Aan deze bijeenkomst werd meegewerkt door een platform van 28 organisaties
 
 
Beste Israël-vrienden,
De tragische gebeurtenissen van gisteren onderstrepen op afschuwelijke wijze dat het thema van deze manifestatie een thema vol spanning is. Vol spanning, omdat het zover afstaat van de actuele situatie, omdat het ziet op een conflicthaard dat in het brandpunt van de internationale belangstelling staat, omdat – zoals het manifest stelt – de veiligheid in de wereld inderdaad onverbrekelijk samenhangt met het veilig wonen van Israël.
Het is veelzeggend dat ik ook bij vorige manifestaties en bijeenkomsten van vrienden van Israël kon, móest beginnen met het memoreren van bloedige aanslagen in de dagen ervoor.
 
Het thema ‘Israël zal veilig wonen’ laat zich lezen als een eis, of zelfs als een dreigement. Wij mogen het verstaan en ik versta het echter als de rotsvaste overtuiging, die zijn grond niet vindt in militaire strategie of geopolitieke overwegingen, maar in de vaste beloften van de God van Israël.
 
Israël zal veilig wonen, al wijst alles op het tegendeel, al ballen allerlei krachten zich samen tégen volk en staat van Israël. De zekerheid van een veilige en geborgen toekomst voor Israël ligt niet in VN-resoluties of volkenrechtelijke waarborgen, hoe belangrijk die ook mogen zijn, maar in de trouw van God aan het volk dat Hij zich uít alle volken verkoren heeft, waarin Hij zich áán alle volken heeft willen openbaren en waardoor het heil in het verlossingswerk van Jezus Christus tót alle volken is gekomen.
 
Die trouw van God van Abraham, Isaak en Jacob wordt door ons geloofd en beleden. Maar zij is niet slecht een geloofsveronderstelling, een abstracte aanname. Nee, Gods trouw is reëel, zichtbaar en tastbaar. Dat geldt in een mensenleven, dat geldt in het bestaan van het volk Israël. En net als menigeen die in zijn of haar leven met tegenslagen en moeiten te maken heeft, kan Israël erover meepraten dat de zekerheid omtrent Gods trouw bepaald geen garantie vormt van een moeitenloos bestaan. Onder ons is een bekende uitdrukking dat God ons levensschip geen rustige vaart heeft beloofd maar wel een behouden aankomst; sommigen mogen dat beschouwen als een tegeltjeswijsheid, maar het geeft intussen wel goed weer hoe we de Vaderlijke trouw van onze God mogen verstaan.
 
Want wie zou willen betwisten dat Gods trouw aan zijn volk door de eeuwen heen zichtbaar en tastbaar is gebleven, dwars door vervolgingen, diaspora, antisemitisme en holocaust heen. Het is toch een wonder dat dit volk, dat altijd opgejaagd is geweest, door de eeuwen heen de eigen identiteit heeft bewaard? En dan het Godswonder van 1948: een eigen staat, een eigen thuis voor dit opgejaagde, uit elkaar geslagen en vervolgde volk. Ja, ik blijf dit in de traditie van de ChristenUnie een Godswonder noemen, want menselijkerwijs is dit allemaal niet te begrijpen of te verklaren. Het is Gods hand, waarvan we geloven dat ze de geschiedenis leidt, die in dit alles zichtbaar is. Hij blijft trouw aan zijn beloften, bijbelse profetieën zijn en worden in de menselijke geschiedenis bevestigd. De geschiedenis van de mensheid is Gods geschiedenis. Hij is de alpha en de omega, het begin en het einde. Hij laat niet los wat zijn hand begon. Zou dat niet zeker gelden voor het door Hem uitverkozen volk?
 
Wij weten allemaal dat de totstandkoming van de staat Israël, het verkrijgen van een eigen nationaal tehuis, niet heeft geresulteerd in het veilig wonen waarover het thema van deze manifestatie spreekt. Van een beschermde woonvorm is zogezegd geen sprake gebleken. Integendeel: letterlijk vanaf dag 1 is het bestaan van de staat Israël een aangevochten bestaan geweest en is er de noodzaak geweest om zich te beschermen tegen omringende landen en extremistische organisaties die – krachtens hun officiële doelstellingen – uit waren (en helaas nog altijd zijn) op de vernietiging van de staat Israël.
 
Onze verbondenheid met Israël is er één met een volk in de verdrukking en in benauwdheid. Die verbondenheid is er wat de ChristenUnie betreft op bijbelse gronden. En vanwege historische en morele argumenten mag Israël aanspraak maken op onze politieke steun en onze vriendschap. Ik heb het vaker gezegd en ik herhaal het hier vandaag: echte vriendschap impliceert niet dat je kritiekloos bent. De beste spiegel is immers een goede vriend. Evenmin als liefde is echte vriendschap blind. Integendeel: echte vriendschap ziet juist heel scherp! Wie echt vriend wil zijn, steunt waar mogelijk en corrigeert waar nodig. Loyaliteit aan Israël doet niet af aan de gemeenschappelijke binding aan het volkenrecht en internationale rechtsbeginselen. En ook aan de Palestijnen moet recht worden gedaan; we willen er oog voor houden dat ook het Palestijnse volk lijdt onder het geweld. Trouwens ook onder het bewind van de Palestijnse Autoriteit; ik denk aan onze broeders en zusters, de Palestijnse christenen. En met het Manifest van vandaag zeg ik dat we terrorisme veroordelen, ongeacht of dat leidt tot Israëlische of Palestijnse slachtoffers, en dat we meeleven met allen die lijden. Maar laten we ook met elkaar vaststellen dat de houding van de Arabische wereld er nog altijd één van passiviteit is, bij het onverschillige af; alle harde woorden die op gezette tijden in de richting van Israël worden gesproken, kunnen niet verbloemen dat men de Palestijnen domweg aan hun lot overlaat en geen enkele wezenlijke bijdrage aan de oplossing van het conflict levert.
 
Als christen-politicus en als representant van een politieke beweging van christenen, wil ik zó voluit vriend van Israël zijn en daar ook met vrijmoedigheid voor uitkomen. En het is tegen deze achtergrond dat ik uit diepe overtuiging en met grote stelligheid staande houd dat voor een duurzame vrede in het Midden-Oosten vóór alles nodig is dat er sprake is van veilige en erkende grenzen voor Israël. Al het andere komt daarna.
Natuurlijk schrijf ik of schrijft Nederland aan Israël niet voor hoe dat moet worden ingevuld. Ons pas om meer dan één reden bescheidenheid. Maar ik vind het alleszins begrijpelijk dat Israël bijvoorbeeld de Golan niet zomaar kan prijsgeven. Dat zou, zo las ik ergens (en ik zeg eerlijk dat ik heb geaarzeld of ik het hardop zou zeggen), van heel Israël één groot concentratiekamp maken.
Veilige en erkende grenzen… Ja: dat staat óók in een VN-resolutie! Het is een kernpunt van de beroemde resolutie 242 uit 1967! Pas als de Arabische landen dit erkennen, volledige diplomatieke betrekkingen met Israël aangaan en hun verantwoordelijkheid ten aanzien van het beëindigen van iedere vorm van terrorisme werkelijk gestalte geven, kan een duurzame vredesregeling totstandkomen. En erkenning van de staat Israël impliceert de erkenning dat Jeruzalem de ongedeelde hoofdstad van die staat is. Zoals wijlen premier Rabin twee maanden voor zijn dood zei: “Er is geen staat Israël zonder Jeruzalem en geen vrede zonder een verenigd Jeruzalem.” De ChristenUnie blijft erop hameren Jeruzalem door de Nederlandse regering als de ondeelbare hoofdstad van Israël behoort te worden aangemerkt. De Nederlandse ambassade hoort dan ook niet in Tel Aviv, maar in Jeruzalem.
 
Beste Israël-vrienden, twee jaar geleden heb ik er in een toespraak tijdens een manifestatie in Den Haag op gewezen dat het nog altijd om Jeruzalem gaat. De woorden die Yasser Arafat in mei 1994 sprak, gelden ook vandaag nog: “Jeruzalem is het hoofddoel van onze strijd. Het gaat om een heilige oorlog om Jeruzalem te bevrijden.” Zolang dat de inzet blijft, is een oplossing onmogelijk. En ik herhaal wat ik toen zei: Jeruzalem was notabene al de hoofdstad van Israël toen Amsterdam nog een zompige polder was!
De ChristenUnie is een bondgenoot van een ieder die welke Palestijnse claim dan ook op Jeruzalem als hoofdstad van een toekomstig ‘Palestina’ van de hand wijst als flinterdun en onhoudbaar, of een dergelijke claim nu op theologische, op historische of op volkenrechtelijke gronden gebaseerd is.
 
En om nog maar eens zo’n heikel punt te noemen: de zgn. “bezette gebieden”. Mag ik daarover kort en goed zeggen dat ik mij zeer kan vinden in de stelling in het manifest dat het omwille van de veiligheid noodzakelijk is dat Israël in die gebieden aanwezig blijft. En laten we dan meteen de vertekening van de geschiedenis corrigeren dat het juist die aanwezigheid in de betwiste gebieden is die heeft geleid tot het Palestijnse geweld en terrorisme: Ronny Naftaniël en Wim Kortenoeven hebben mijns inziens in de CIDI-publicatie ‘Israël en de Palestijnen – tien moeilijke kwesties’ in kort bestek zeer helder aangegeven dat de historische gang der dingen omgekeerd was, dat er eerst – dus al vóór 1967 – het terrorisme was en pas daarna de aanwezigheid van Israël op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook. En ik deel van harte hun conclusie dat zolang het terrorisme voortduurt, het voor Israël onmogelijk is om een territoriaal compromis te sluiten dat een einde zou maken aan wat genoemd wordt de bezetting.
Wie spreekt over ‘veilig wonen’ voor Israël kan natuurlijk niet heen om de actualiteit van het zgn. veiligheidsbarrière, ook wel ‘de muur’ of ‘het hek’ genoemd. Mag ik eerst zeggen, tegen de geestelijke achtergrond van het thema, dat het hek niet de veiligheid zal brengen waar het thema van spreekt. Dat neemt niet weg dat het treffen van maatregelen als deze door Israël alleszins begrijpelijk is. Zeker, er dient oog te zijn voor de humanitaire gevolgen van het hek voor de Palestijnse bewoners en er is best verschil van mening mogelijk over het meest geëigende traject. Maar we kunnen over de veiligheidsbarrière niet spreken zonder de voorgeschiedenis erbij te betrekken. Zonder de terroristische aanslagen en de voortdurende dreiging van Palestijnse zijde in de richting van de Israëli’s was er geen muur. Als de Palestijnse Autoriteit de beloftes die zij in het kader van de Oslo-akkoorden op zich heeft genomen was nagekomen, waren er nu open grenzen geweest. Geen misverstand: met zeer velen heb ik de afgelopen jaren de spiraal van actie en reactie, aanslagen en vergelding, met gevoelens van machteloosheid en een groeiende moedeloosheid gadegeslagen. Net als iedereen die vurig verlangt naar vrede in het Midden-Oosten betreur ik dat Israël en de Palestijnen zich al zo lang in dit geëscaleerde conflict in een soort dodelijke omhelzing bevinden waarbij voor derden nauwelijks ruimte voor interventie lijkt te zijn.
Maar dit alles kán niet afdoen aan het goed recht van Israël om zich te verdedigen tegen de machten die al meer dan een halve eeuw het bestaansrecht van de staat Israël betwisten en door hun niet aflatende strijd tegen Israël het veilig wonen illusoir hebben gemaakt.
Ik vind het dan ook beschamend als ik zie, lees en hoor hoe gemakkelijk velen, ook politieke leiders, en ook in ons land, op hoge toon Israël de les lezen over het feit dat men met alle mogelijke middelen de eigen bevolking tegen terroristische aanslagen tracht te beschermen. Na 11 september 2001 en zeker na 11 maart 2004 – ‘Madrid’ – is er in West-Europa meer bereidheid dan ooit om onorthodoxe maatregelen in de strijd tegen islamitisch-fundamentalistisch extremisme en terrorisme te aanvaarden: “Het is wel heel dichtbij gekomen”, zeggen we dan en we geven groen licht voor wéér nieuwe maatregelen. Ik kom rechtstreeks uit het gebouw van de Tweede Kamer, waar de afgelopen weken opnieuw allerlei veiligheidshekken en barrières zijn geplaatst met het oog op de veiligheid van de Kamerbewoners. Treurig, maar nodig! En we doen het, omdat het helpt! Maar ten aanzien van Israël zeggen we vanuit de comfortabele leunstoel voor het Journaal dat de maatregelen van de Israëlische regering niet bijdragen aan het dichterbij brengen van de vrede in het Midden-Oosten… Vindt u het gek dat ik me voorzichtig afvraag of daar niet een element van hypocrisie in zit?
Overigens: ik besef terdege dat we niet over ‘de Palestijnen’ in generaliserende termen mogen spreken, als zouden het allemaal terroristen of potentieel gewelddadige fundamentalisten zijn. Niet voor niets heeft de ChristenUnie door de jaren heen oog gehad voor de moeitevolle positie van veel Palestijnen die te lijden hebben onder het autoritaire bewind van de Palesijnse leiders en onder de overheersende invloed van de extremistische clubs als Hamas, Al Fatah, de Islamitische Jihad e.d. De moeiten en belangen van het Palestijnse volk en hun principieel gerechtvaardigde nationale aspiraties moeten óók op onze agenda staan. Maar niemand kan ontkennen dat van Palestijnse zijde het beeld wordt bepaald en de toon wordt gezet door radicale en gewelddadige elementen, waardoor het perspectief van een oplossing waarbij ook aan de Palestijnse verlangens kan worden tegemoet gekomen, steeds verder weg is geraakt. Het is trouwens wel goed om er nog eens op te wijzen dat het tweestatenmodel, dat nu al zo lang de inzet is van een verbeten en bloedige strijd, in 1947 voor de Arabieren binnen bereik was, maar door hen werd afgewezen, juíst omdat zij meenden dat er geen plaats voor Israël was!
 
Wat de opstelling van Nederland betreft, moet me ook van het hart dat we diep teleurgesteld waren over de antwoorden van CDA-minister Bot van Buitenlandse Zaken op de Kamervragen die mijn fractiegenote Tineke Huizinga onlangs stelde over de steun van Nederland/EU aan de VN-resolutie van 20 juli, waarin Israël werd opgeroepen gehoor te geven aan de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof om de veiligheidsbarrière af te breken. De minister kwam niet verder dan de diplomatieke en nietszeggende opmerking dat Nederland en de Europese Unie vóór deze resolutie hebben gestemd “omdat de inhoud van deze resolutie in voldoende mate overeenkwam met het standpunt van de EU”… Zeer teleurstellend. Van een minister van een land dat zulke oude vriendschapsbanden met Israël heeft, had toch een andere opstelling verwacht mogen worden.
Die banden van vriendschap en betrokkenheid op een volk dat in benauwdheid leeft en moet vechten voor z’n voortbestaan, proef ik in iedere regel van het manifest. Een verademing! Israël heeft vrienden nodig! Israël heeft onze voortdurende steun nodig! Inderdaad: mét het manifest zeg ik dat “we onze verbondenheid met de staat Israël, het Joodse volk en Jeruzalem als de stad van de Messias uitdrukken door aanhoudend gebed en steun in woord en daad.” Wij van de ChristenUnie doen dat op onze plek, in het parlement, in de politieke arena.
En daarom wil ik afsluiten met een klemmend appèl op u allen om u, ieder op de eigen plaats en met de eigen mogelijkheden, te blijven inzetten voor vrede in het Midden-Oosten en om te blijven bidden voor een veilig wonen van Israël. Vanuit de vaste overtuiging dat het conflict in het Midden-Oosten diepe religieuze wortels heeft en dat de onmacht van mensen om in vrede met elkaar te leven niet het laatste woord zal hebben, willen we, pleitend op Gods trouw aan het volk van zijn verbond, gehoor geven aan de klemmende oproep in het bijbelboek van de Psalmen en bidden om de vrede van Jeruzalem.
 

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari