Debat wetsvoorstel Kiezen op Afstand

donderdag 19 juni 2003 14:41

Bijdrage ChristenUnie debat over ‘Kiezen op Afstand’ (wetsvoorstel dat ruimte wil geven aan o.a. experimenten met kiezen met pc en telefoon vanuit het buitenland en het zonder kiezerspas in een ander stembureau kunnen stemmen. Dit is het eerste debat met minister Thom de Graaf (D66), bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties.

De heer Slob (ChristenUnie): Voorzitter. Ik sluit mij aan bij alle felicitaties aan allen die hier vandaag, in welke rol dan ook, hun maidenspeech houden. Het zal opgevallen zijn dat mijn fractie geen schriftelijke bijdrage heeft geleverd bij de behandeling van dit wetsvoorstel. Daaruit mag geen desinteresse van onze fractie voor dit onderwerp worden afgelezen, integendeel. Om praktische redenen moesten wij daarvan afzien. De afgelopen jaren hebben wij met grote interesse, maar ook wel met de nodige zorg de ontwikkelingen rond "Kiezen op afstand" gevolgd. Dit onderwerp kent een lange aanloop en het verwachtingspatroon is altijd hoog geweest, met name bij de voormalige woordvoerders van de PvdA en de VVD. Ik heb gemerkt dat de nieuwe woordvoerders van deze fractie in dit spoor verdergaan. Bij dit onderwerp hebben wij ook de nodige teleurstellingen gehad. In april vorig jaar moest toenmalig minister Van Boxtel met nagenoeg lege handen terug naar de Kamer.
De fractie van de ChristenUnie heeft er begrip voor dat na de deceptie van vorig jaar het nadenken over "Kiezen op afstand" niet stil is gezet, zowel door de regering als door het parlement. Het doet ons deugd dat het verwachtingspatroon bij de mogelijkheden die "Kiezen op afstand" kan opleveren en bij alle technische voorwaarden waaraan voldaan moet worden, tot een wat realistischer peil is teruggebracht. Ik merk dat vooral bij de regering. Uit het betoog van de heer Dubbelboer maak ik op dat hij nog wel de nodige verwachtingen heeft. Ik pleit er sterk voor om vooral met beide benen op de grond te blijven.
Dit wetsvoorstel getuigt naar onze mening van voldoende realisme. Ons spreekt de zorgvuldigheid aan waarmee de regering door middel van redelijk overzichtelijke experimenten wil bezien of er op dit dossier voortgang geboekt kan worden. Er wordt eerst getest. Ik noem dat droog oefenen. Dit lijkt mij heel goed, vooral voor het stemmen per pc of per telefoon. Het verleden heeft ons geleerd dat daarvoor veel van de benodigde techniek wordt gevraagd. Voor de fractie van de ChristenUnie staat vast dat er, mochten wij ooit nieuwe technieken zoals stemmen per pc of telefoon toepassen -- dus als wij na het droog oefenen in het diepe springen -- absolute gewaarborgd moet zijn dat het geheime karakter, de toegankelijkheid en de betrouwbaarheid van de stemming gegarandeerd zijn en blijven. Experimenten zijn spannend, maar zij moeten aan deze absolute voorwaarden voldoen.
Wij krijgen graag de toezegging van de minister dat de uitkomsten van de testen worden teruggekoppeld naar de Kamer. De Kamer moet altijd de mogelijkheid behouden om de experimenten te stoppen als dat nodig mocht blijken.

De heer Dubbelboer (PvdA): Wij hebben het steeds over het geheime karakter, de betrouwbaarheid en de toegankelijkheid. Vrije stemmingen kunnen echter niet gegarandeerd worden.

De heer Slob (ChristenUnie): Ik sprak met name over het stemmen per pc en per telefoon. U heeft het beeldende voorbeeld gegeven van iemand die met een honkbalknuppel degene die zijn stem wil uitbrengen, kan beïnvloeden. Ik probeer mij daar iets bij voor te stellen en dat kost wat moeite. Bij schriftelijke stemmingen kunnen zich ook dergelijke situaties voordoen. Misschien moeten wij dat risico nemen. Bij stemmen vanuit het buitenland is dat onontkoombaar. Wij kunnen deze mensen moeilijk tickets sturen zodat zij hun stem in Nederland kunnen uitbrengen. Dat gaat veel te ver, nog los van de kosten. Hoewel, misschien is dat nog wel goedkoper dan dit project, maar daar kom ik straks nog op terug.
Wij willen met nadruk de vinger aan de bestuurlijke pols houden. Als volgens ons niet voldaan wordt aan alle voorwaarden, moeten wij ook de mogelijkheid hebben om de experimenten te stoppen. Als die mogelijkheid er is en als de genoemde waarborgen worden ingebouwd, hebben wij inhoudelijk geen bezwaar tegen deze voorstellen, mede gezien de kleinschaligheid van de opzet.
Er is nog een ander punt van afweging en dat zijn de kosten. De heer Van der Staaij heeft hier met nadruk op gewezen. Uit de meest recente informatie maak ik op dat hiervoor 8,1 mln euro beschikbaar is. Dat vind ik overigens een ongelooflijk hoog bedrag. Hoe ziet de minister de uitgaven van dit bedrag voor dit doel in het licht van de huidige economische situatie? Er zal behoorlijk gesnoeid moeten worden en is het dan te rechtvaardigen om een dergelijk bedrag beschikbaar te stellen voor een sterk beperkt experiment? Met dit bedrag kan de minister alleen maar toe tot en met de verkiezingen voor het Europees Parlement. Er zijn geen middelen voor experimenten na juni 2004. Wellicht moet er dan wel weer een gelijksoortig bedrag beschikbaar worden gesteld. Uit de stukken die in het kader van het regeerakkoord zijn verstrekt, maak ik op dat hier geen extra middelen voor zijn uitgetrokken. Dit geld zal ergens vandaan moeten komen en dat betekent dat dit ten koste gaat van andere uitgaven die wij wenselijk vinden. Ik vond het jammer dat de heer Dubbelboer aan deze vragen geen aandacht heeft besteed, maar ik mocht hem niet interrumperen. Ik nodig hem nu uit, dit in tweede termijn wel te doen. Ik meen dat de PvdA een groot aantal prioriteiten in het regeerakkoord heeft gemist, bijvoorbeeld in het sociaal beleid en het milieubeleid. Zouden die onderwerpen niet veel meer prioriteit moeten hebben dan deze experimenten, hoe waardevol zij misschien op zichzelf zijn? Deze afweging moeten wij nu ook maken.
Als de genoemde financiële gegevens kloppen, vraag ik mij af of wij nu deze eerste uiterst kostbare stap moeten zetten. Wij kunnen namelijk al met redelijke waarschijnlijkheid zeggen dat deze stap straks om financiële redenen geen vervolg zal krijgen. Ik krijg hier graag een duidelijke reactie van de minister op. Los van de inhoudelijke beoordeling van dit wetsvoorstel, is dit voor ons een belangrijke afweging. In de beantwoording van de minister zal dit element voor ons heel zwaar wegen bij de afweging of wij uiteindelijk het groene licht voor deze experimenten kunnen geven.

Bijdrage in 2e termijn

De heer Slob (ChristenUnie): Voorzitter. Ik heb in mijn eerste termijn aangegeven dat mijn fractie verheugd is over het realisme en de zorgvuldigheid waarmee regering de voorstellen rond kiezen op afstand bejegent. Ik denk dat zij inmiddels door ervaring wijs is geworden. Het wetsvoorstel is nog voorbereid door het vorige kabinet, maar het doet mij deugd dat minister De Graaf in hetzelfde spoor is verder gegaan en dat realisme en die zorgvuldigheid in zijn eerste termijn nadrukkelijk heeft uitgestraald en zelfs onder woorden heeft gebracht. Ook heb ik waardering voor zijn reactie op het betoog van de heer Dubbelboer, want diens experimenteerdrift is wel heel groot. Er is helemaal niets mis met experimenten, ook niet op dit terrein, maar dit is natuurlijk geen scheikundedoos waarmee kinderen nog wel eens wat knutselen. Wij hebben het hier over democratische processen en instrumenten, tot en met de techniek aan toe, die wij gebruiken om die democratische processen voortgang te laten vinden en verder te versterken. Daarbij moeten wij uiterste zorgvuldigheid betrachten en kunnen wij ons absoluut geen miskleunen veroorloven.
De experimenten die in dit wetsvoorstel staan, leiden wat ons betreft niet tot problemen, want zij zijn bescheiden, zij zijn te overzien en zijn ook voorzien van een duidelijke onderbouwing. Ik ben heel blij met de mondelinge toezegging van de minister dat de resultaten van de tests met pc en telefoon nadrukkelijk worden teruggekoppeld naar de Kamer. De Kamer kan vervolgens vanuit haar eigen verantwoordelijkheid een oordeel geven over de vraag of men kan stoppen met droog oefenen om in het diepe te springen.
Net als de heer Van der Staaij hebben wij bedenkingen tegen de mogelijkheid die bij nota van wijziging is geboden om in beginsel experimenten met pc en telefoon in Nederland mogelijk te maken. Ik ben het van harte eens met de heer Van der Staaij dat daarover eerst discussie gevoerd moet worden, met name over de waarborgen van geheimhouding. Daarom zet ik een dikke streep onder zijn vragen aan de minister en zijn constatering dat het op zijn plaats zou zijn om die discussie eerst uitgebreid te voeren en daaruit conclusies te trekken, voordat er enig experiment in Nederland zelf plaatsvindt. Het punt is dat wij door onze eventuele steun aan dit wetsvoorstel de ruimte bieden om met dat soort experimenten te beginnen. Dat leidt bij ons tot een dubbel gevoel, omdat wij nog lang niet zover zijn. Wij kunnen ons wel iets voorstellen bij het stemmen per pc en telefoon vanuit het buitenland, want dat gaat op dit moment al per brief, maar ik vind dat iets heel anders dan daarvoor op allerlei fronten ruimte bieden in Nederland. Daarop wil ik graag een reactie van de minister.
Daar komt nog bij dat er ook geld beschikbaar moet zijn voor dergelijke experimenten en dat geld is er op dit moment niet. Daarover zullen wij dus apart moeten praten. Ik vind geld wel een punt van aandacht, want zeker gezien de noden in de samenleving is hiervoor al heel veel geld beschikbaar gesteld. Ik maak uit de antwoorden van de minister op dat het grootste gedeelte van dat geld inmiddels op is. Het schiet dus ook niet echt op als wij nu zouden stoppen, want daarmee zou maar een gering bedrag worden bespaard dat vervolgens ergens anders in kan worden gestoken. Ik ben geen doemdenker, maar ik ben toch bang dat de experimenten na juni 2004 niet voortgezet kunnen worden, zodat de zaak een aantal jaren stil komt te liggen. Als je bedenkt dat de techniek zich razendsnel ontwikkelt, is het de vraag of de ervaringen die met de techniek van nu zijn opgedaan in 2007 solide genoeg zijn om op voort te bouwen.

Mevrouw Spies (CDA): Ik heb nog een vraag aan de heer Slob met betrekking tot het wetsvoorstel en de nota van wijziging. Ik deel een groot aantal zorgen met hem. Hij geeft aan op twee gedachten te hinken met betrekking tot het via de nota van wijziging verruimen van de groep kiesgerechtigden die eventueel via internet of de telefoon zou kunnen stemmen. Overweegt hij een amendement in te dienen om die verruiming weer ongedaan te maken, of is hij niet van plan zo ver te gaan?

De heer Slob (ChristenUnie): De nota van wijziging is mede gebaseerd op wensen die de minister uit de Kamer hebben bereikt. De minister heeft een inschatting gemaakt van het draagvlak voor zo'n uitbreiding en ik heb zelf de indruk dat die op een Kamermeerderheid zou kunnen rekenen. Derhalve moet je realistisch zijn en je afvragen of het zin heeft een amendement in te dienen om iets uit het wetsvoorstel te halen waarvan je weet dat een meerderheid van de Kamer hier nadrukkelijk om heeft gevraagd. Als wij op uw steun zouden kunnen rekenen en er zouden zich behalve de heer Van der Staaij nog andere gegadigden aandienen -- misschien heeft de heer Dubbelboer interesse om zich aan te sluiten -- dan vind ik dat zeker een poging waard.
De minister is heel eerlijk geweest en ook ik wil open kaart spelen over het standpunt van de ChristenUnie-fractie met betrekking tot de financiën. Hoe belangrijk wij dit soort processen ook vinden, het heeft voor ons geen prioriteit. Wij hebben onder andere bij de regeringsverklaring aangegeven waar onze prioriteiten wél liggen.

« Terug

Reacties op 'Debat wetsvoorstel Kiezen op Afstand'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari