AO over de droogte dd. 260803

dinsdag 26 augustus 2003 20:07

Tekst bijdrage ChristenUnie Algemeen Overleg over de droogte
met ministers Remkes (BZK), Veerman (LNV) en staatssecretaris Schultz (V&W)
dd.26 augustus 2003

woordvoerder Arie Slob


Van de warmte en droogte in de afgelopen weken hebben veel mensen plezier gehad. Er zit echter ook een schaduwzijde aan deze weergesteldheid, die te beschrijven is met woorden als Code Rood, lage waterstanden, sproeiverbod, eendbotulisme, blauwalg enz. De grote vraag is: was er nu echt iets aan de hand of beleefde Nederland een storm in een glas water, de afgelopen zomer? De brief van het kabinet laat geen onduidelijkheid bestaan: er was en is geen sprake van een crisis als gevolg van de aanhoudende droogte. Ik moest aan deze conclusie denken toen ik vanmorgen de berichten doorkreeg over de dijkdoorbraak bij Wilnis. Het is nu te vroeg voor conclusies, maar de ChristenUnie pleit voor een diepgaand en onafhankelijk onderzoek naar de oorzaken van deze doorbraak. Mogelijk is er een verband met de droogte. Dat zou een ander licht doen werpen op de conclusie van het kabinet.

Los van de vraag of we hier met een crisis te maken hebben, plaatst de droogte ons wel voor een aantal ingrijpende vragen, zowel voor de korte als voor de langere termijn.

Een beslissing van het Hoogheemraadschap Rijnland die echter veel stof deed opwaaien was het binnenlaten van zilt water uit de Hollandse IJssel. Was het nu wel zo’n verstandige zet van de staatssecretaris om de beslissing van het Hoogheemraadschap zonder meer haar zegen te geven? De argumenten van TNO tegen deze stap doet de staatssecretaris af als berustend op een misverstand over oppervlakte- versus grondwaterstand, maar of die repliek helemaal stand houdt is nog maar de vraag. Als ik de brief van staatssecretaris Schultz goed begrijp, dan redeneert zij dat een lage oppervlaktewaterstand schadelijk is voor dijken en kaden, en mogelijk paalrot aan heipalen veroorzaakt. Het paalrot-argument is geloof ik snel weer ingeslikt toen TNO stelde dat paalrot pas optreedt als de heipalen als gevolg van grondwaterdaling zo’n twee jaar droogstaan. Verder noemt ze het tegengaan van verdere inklinking van het veenweidegebied als belangrijk argument, maar ik had juist begrepen dat je inklinking niet kunt tegengaan door het oppervlaktewaterstand, maar juist door de grondwaterstand, terwijl TNO daarbij aandroeg dat de inklinking van het veenweidegebied zoals we allemaal weten een eeuwenlang proces is dat nauwelijks wordt beïnvloed door de actuele grondwaterstand, laat staan de oppervlaktewaterstand. In het algemeen stelde TNO dat het ministerie en de waterschappen de wisselwerking tussen de stand van het oppervlaktewater en de stand van het grondwater overschatten, en het gevaar van onomkeerbare verzilting van het grondwater onderschatten. Ik heb daarom vraagtekens bij de repliek van de staatssecretaris dat het om een misverstand gaat, en hoor graag de nadere onderbouwing van haar standpunt.

Dan kom ik op de kostenkant van de zilt waterinlaat. Mogelijk ontstaat er veel schade aan de bomenteelt in Boskoop, de bollenteelt, de glastuinbouw en de vollegrondsgroente-teelt in de omgeving. Omdat deze schade direct gevolg is van overheidsoptreden, lijkt het mij voor de hand liggen dat de overheid welwillend omgaat met eventuele tegemoetkoming van geleden schade in de Zuid-Hollandse tuinbouwsector. Dit zijn immers geen normale ondernemersrisico’s meer. Graag een reactie.

Ik vraag ook aandacht voor de landbouw in zijn totaliteit. Het kabinet geeft aan dat de droogte geen grote gevolgen voor de landbouw heeft. Ik deel voor dit moment die conclusie. Het is mij wel opgevallen bij de vele bedrijfsbezoeken die ik in de afgelopen weken heb afgelegd dat veel boeren bezorgd zijn voor de toekomst. Een geringere productieopbrengst betekent nog niet automatisch –zoals wel verondersteld wordt- dat de prijzen zullen stijgen en de boeren daarvan zullen profiteren. Dat is nog maar zeer de vraag. Voor dit moment vraag ik specifiek aandacht voor het uitrijverbod voor dierlijke mest v.a. 1 september a.s. Het ligt in de rede –gezien de droogte- om dit verbod met 2 a 3 weken uit te stellen.

Ook de schade aan sommige natuurreservaten staat aan de kostenkant: Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten wijzen erop dat dat de gevolgen van de ziltwaterinlaat nog jaren merkbaar zal zijn. Hiervoor vragen wij ook nadrukkelijk aandacht.

Nu nut en noodzaak van de ziltwaterinlaat discutabel blijft, rijst de vraag of niet al veel eerder de beslissing had kunnen worden genomen om zoet water uit het IJsselmeer aan te voeren, en dan met name met het oog op de zoetwaterbehoefte van de landbouw. Mijn vraag is dan ook waarom het zo lang moest duren voordat hiertoe is besloten. Wat zijn nu eigenlijk de bezwaren tegen de IJsselmeer-maatregel? De brief rept maar heel summier van ‘beperkingen voor de scheepvaart’ zonder dit te specificeren, terwijl het heel wat meer moeite kost om het zilte water weer weg te spoelen. Graag wat meer uitleg hierover. Betekent het gegeven dat al één week nadat gestart werd met de inlaat van zilt water besloten is om toch over te stappen op aanvoer uit het IJsselmeer dat in de toekomst niet meer zo gauw zal worden gesteund op inlaat van zilt water? Oftewel: leert deze ervaring ons dat het verstandiger is om voortaan direct over te gaan tot zoet water aanvoer en niet onnodig schade te veroorzaken met de tussenstap van zilt water?

Op de langere termijn speelt hier niet de vraag of, maar hoe structureler moet worden ingespeeld op de weersextremen. Staatssecretaris Schultz, maar ook anderen hebben hierover al uitlatingen gedaan in de media. In talloze beleidsnota’s liggen bovendien al enige tijd voornemens vast om in de planologische beslissingen water als leidend principe te hanteren. Daar ontkomen we niet aan nu de gevolgen van de klimaatverandering manifest worden. Of het nu via zoetwaterbuffers of anderszins moet, dát het gaat gebeuren is mijn primaire zorg! Al veel te lang wordt uitvoering van het waterbeheer op de lange baan geschoven. Ik vraag de staatssecretaris dan ook welke initiatieven zij verwacht te zullen ontplooien in het komende jaar.

Voor de binnenscheepvaart is het gevaar nog niet geweken. Het doet mijn fractie goed dat over de schade voor het binnenvaartverkeer verwezen is naar de Regeling Nadeelcompensatie V&W. Het valt echter niet te hopen dat we waterstanden onder de 2 meter krijgen.

Het bevreemdt mijn fractie wel hoe laconiek wordt gesproken over de onderhoudssituatie van de binnenvaarwegen. Er is achterstand van de baggerwerkzaamheden, maar zonder veel sense of urgency merkt de staatssecretaris op dat er nu eenmaal geen geld is, en dat ze moet afwachten hoeveel geld het kabinet in haar goedheid straks zal vrijmaken. Ik zou zeggen: spring op de bres, staatssecretaris! Dit is uw kans om extra middelen naar het goede doel te sluizen!

In een vroeg stadium werd ‘code rood’ gegeven voor de energiesector, welke gelukkig na een week alweer naar code oranje kon teruggebracht. Intrigerend was de weigering van energiebedrijven om inzage te geven in hun noodplannen. Hun argumenten hiervoor zijn zelfs in deze omstandigheden slecht te begrijpen. Als zij wettelijk verplicht zijn om de noodplannen openbaar maken, dan moeten ze zich niet verschuilen achter schijnargumenten. Kan de minister van Economische Zaken uitleggen hoe hij heeft gereageerd op deze houding van de energiebedrijven?

Tot slot : ik refereerde al aan een groot aantal bedrijfsbezoeken die ik afgelegd heb. Mij viel op dat de boeren heel intens hopen én ook bidden dat er weer regen zal gaan komen. Deze hoop en bede wordt ook door de fractie van de ChristenUnie gedeeld. Ik hoop dat we dat deze week zullen gaan meemaken. Het is heel hard nodig.

« Terug

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari