Motie ChristenUnie overdrachtsbelasting

maandag 27 oktober 2003 11:15

Tijdens het notaoverleg Fiscaliteit, landbouw en natuur heb ik een motie ingediend i.v.m. in de landbouwpraktijk ervaren problemen rond de overdrachtsbelasting. Ik heb de regering gevraagd met een overzicht van die knelpunten te komen en waar mogelijk met oplossingen daarvoor. Staatssecretaris Wijn gaf aan dat hij geen knelpunten kende. Ze waren op het ministerie nooit gemeld. Ik had echter bronnen die juist aangaven dat er regelmatig contact met het ministerie over was geweest, maar dat er niets mee gebeurde. Aanpak van deze kenlpunten is van belang in het kader van bedrijfsovernamen. Bijgaand artikel uit Oogst bevestigt mijn gelijk om de motie 'gewoon' in te dienen. Dinsdag 28/10 zal de motie in stemming gebracht worden.


Artikel uit Oogst:

Overdrachtsbelasting als obstakel

Bedrijfsovernames zijn lastiger geworden, ondervinden boeren en tuinders. De vrijstellingen voor overdrachtsbelasting zijn aanzienlijk ingeperkt. Onzin, vindt staatssecretaris Wijn. Dinsdag behandelt de Tweede Kamer een motie van ChristenUnie. Als die wordt aangenomen, zal Wijn zich toch in de knelpunten moeten verdiepen.

Vleesvarkenshouders Theo en Jan Gasseling uit Eersel (NBr) besloten vorig jaar een punt te zetten achter de maatschap die ze vijftien jaar eerder vol goede moed waren aangegaan. Met de varkenspestcrisis nog vers in het geheugen, waren de slechte prijzen en het ontbreken van een opvolger voor Theo redenen om de handdoek in de ring te gooien. Jan wilde nog wel verder, al was het maar om een overnamemogelijkheid open te houden voor zijn 15-jarige zoon. Maar hij werd door de Belastingdienst met een onaangename verrassing geconfronteerd: door een inperking van artikel 15,1,g van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wbrv), moest hij toch overdrachtsbelasting betalen over zijn broers aandeel in het erf en gebouwen. „Dat kwam hard aan, want elke euro die ik in deze magere jaren kan besparen, is er één”, verzekert de Brabander.
Artikel 15,1,g werd in 1995 ingeperkt. Toen Theo en Jan Gasseling een maatschap aangingen, gold de vrijstellingsmogelijkheid dus nog wel. Reden voor hun accountant om de kwestie aan te kaarten bij de Belastingdienst. Het werd een slepende kwestie, waarin Abab Accountants uiteindelijk in het stof moest bijten. Gasseling was het spoor op dat moment allang bijster. „Ik weet alleen dat ik over het erf en de bedrijfsgebouwen overdrachtsbelasting moest betalen en hoop maar dat ik dit jaar niet met één of andere naheffing wordt geconfronteerd.”
Doolhof
Hoewel staatssecretaris Wijn anders doet voorkomen, staat de kwestie-Gasseling niet op zichzelf. De Wbrv is zo complex, dat alleen een specialist als Bert van den Kerkhof van Abab Accountants niet verdwaalt in het doolhof van vrijstellingsmogelijkheden die luisteren naar duistere omschrijvingen als ‘artikel 15,1,b’ en ‘artikel 15,1,q’. „Als Jan Gasseling geen vleesvarkenshouder maar glastuinder was geweest, had hij nog meer overdrachtsbelasting moeten betalen”, zegt hij. „Een kas waarin op steenwol wordt geteeld, wordt namelijk niet beschouwd als cultuurgrond. Daardoor moet er bij een overname overdrachtsbelasting worden betaald over het gehele aandeel van de uittredend maat.”
Van den Kerkhof benadrukt dat de vrijstellingsmogelijkheden destijds zijn ingevoerd om overnames makkelijker te maken. „Maar omdat er misbruik van werd gemaakt, heeft de overheid een aantal belangrijke vrijstellingen de laatste jaren aanzienlijk teruggebracht. In de praktijk worden daardoor veel bedrijfsovername gefrustreerd door eindeloze discussies met de fiscus over de vraag of er wel of geen overdrachtsbelasting moet worden betaald."
Vast agendapunt
Net als Van den Kerkhof kan Arjen Sukkel, secretaris van de Vaksectie Recht van de Vereniging van Accountants- en Belastingadviesbureaus (VLB), zich nauwelijks voorstellen dat de staatssecretaris niet op de hoogte is van de knelpunten. ‘In het halfjaarlijkse overleg tussen LTO, VLB en het ministerie van Financiën is het een vast agendapunt’, schrijft hij in een recente brief aan Tweede-Kamerlid Arie Slob (ChristenUnie). Die wilde eerst zeker weten of er geen sprake was van een storm in een glas water, voordat hij een motie indiende.
Niet dus, verzekeren Sukkel en Van den Kerkhof. „Agrariërs zoeken door de inperking van de vrijstellingsmogelijkheden samen met hun accountant naar andere wegen om de bedrijfsovername in fiscaal opzicht zo pijnloos mogelijk te laten verlopen”, zegt Van den Kerkhof. „Daardoor lijkt het alsof er geen probleem is, maar dat is er wel.”
Voorportaal
Meest aansprekende voorbeeld is Wbrv-artikel 15,1,e, dat het tot de eeuwwisseling mogelijk maakte om de maatschap te gebruiken als voorportaal van de bedrijfsovername. Door een aanzienlijke inperking van de vrijstellingsmogelijkheden, behoort een dergelijke gefaseerde bedrijfsovername sinds begin 2000 tot het verleden. „Alleen als een bedrijf in één keer wordt overgedragen en de kapitaalrekening van de maatschap drie jaar lang alleen wordt aangesproken als er verlies wordt geleden, hoeft geen overdrachtsbelasting te worden betaald”, vat Van den Kerkhof de huidige regels samen. „In de praktijk wordt daarom nauwelijks gebruikgemaakt van deze vrijstellingsmogelijkheid. Nadeel van het meest voor de hand liggende alternatief, artikel 15,1,b, is dat er in feite geen weg terug is voor de bedrijfsopvolger. Als hij bij nader inzien toch geen heil ziet in de overname, moeten de ouders overdrachtsbelasting betalen over het gedeelte van het bedrijf dat hun zoon wil terugverkopen.”
Slob verwacht dat zijn motie dinsdag dankzij de steun van ChristenUnie, CDA, VVD en SGP kan rekenen op een meerderheid van de Tweede Kamer. „Het woord is vervolgens aan de staatssecretaris. Hopelijk ontdekt hij zelf ook dat er Wbrv-vrijstellingsmogelijkheden zijn die hun doel voorbijschieten.”
Cees de Geus

« Terug

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari