Redt de scheepsbouw met staatssteun

vrijdag 19 december 2003 21:28

DEN HAAG - De scheepsbouw moet snel nieuwe staatssteun krijgen. Gebeurt dat niet, dan verkwanselt Nederland opnieuw een stevige industriële traditie, waarschuwen ChristenUnie, SGP, LPF en PvdA. De coalitiepartijen vinden dat overdreven en zien andere mogelijkheden om de bedreigde bedrijfstak te redden.

De geschiedenis van Fokker en de Nederlandse vliegtuigbouw staat de politici in Den Haag nog helder voor de geest, evenals de recente megafusie die de oerhollandse KLM een grotendeels Franse toekomst verschafte. Vandaar dat coalitie en oppositie woensdag in een debat eensgezind ten strijde trokken om de traditioneel sterke, maar nu bedreigde scheepsbouw voor een vergelijkbare afgang te behoeden. Nog maar twee maanden geleden liet de werf Van der Giessen-de Noord, eigendom van IHC Caland, haar laatste schip te water. Zo’n 400 werknemers werden ontslagen. Ook bij IMTECH in Rotterdam en installatiebedrijf GTI in Bunnik staan banen op de tocht. De Koninklijke Scheldegroep (Vlissingen) en IHC Holland (Sliedrecht) houden het nog droog, maar ook zij vrezen de concurrentie uit landen als Frankrijk, Spanje en Zuid-Korea.


Die concurrentie is vals door alle staatssteun die, vaak in strijd met de afspraken, wordt gegeven. Tweede Kamer en kabinet zijn het erover eens dat het daarmee zo snel mogelijk afgelopen moet zijn. „In de kiem smoren”, stelt CDA-kamerlid Kortenhorst. „We moeten binnen de EU veel strakker aan de touwtjes trekken”, aldus zijn VVD-collega Snijder-Hazelhoff. „Sla maar eens met vuist op tafel”, vindt ChristenUnie-kamerlid Slob. Maar over wat er verder moet gebeuren, lopen de meningen uiteen. Met goedkeuring van de Europese Unie heeft Nederland tot 1 april aanstaande een tijdelijke subsidieregeling (de zogeheten TROS-regeling). Al bij de behandeling van de begroting van Economische Zaken riepen ChristenUnie en SGP het kabinet op die te verlengen en de lege kas aan te vullen. PvdA en LPF steunen die oproep, maar CDA, VVD en D66 niet.

„We moeten het niet zoeken in een subsidieregeling”, meent CDA’er Kortenhorst. „Er is een andere oplossing, die ook veel efficiënter is. Er moet een financieringsfaciliteit komen, naar Duits en Deens voorbeeld. Een groot probleem is namelijk dat banken te weinig financieringsmogelijkheden bieden. Daardoor kunnen veel schepen niet worden afgemaakt. Daarin kunnen we met een garantiefonds verandering brengen.” Ook VVD-politica Snijder zoekt het in zo’n garantiefonds. „Dat heeft niets met geldgebrek te maken”, zegt ze. „Het is voor ons een politieke keus. Het probleem is niet dat er geen orders zijn. Die zijn er volop sinds dit jaar via de TROS-regeling 60 miljoen is vrijgekomen. Maar ze worden door alle financieringsproblemen niet uitgevoerd. Ze moeten dus vlotgetrokken worden. Nog eens 10 miljoen erin pompen, daar heb je niks aan.”

Onzin, zeggen de kamerleden van de oppositie. LPF’er Van den Brink: „Het standpunt van de coalitiepartijen is toch van ”ons bin zuunig”. Als wij hier in Nederland na die 60 miljoen domweg stoppen met de subsidieverlening, doen we het ten opzichte van andere landen gewoon verkeerd. Dan hebben we straks een prachtige operatie gehad, maar is de patiënt overleden. Dat kunnen we toch niet laten gebeuren?” „De grote vraag is wat de scheepsbouw je waard is”, stelt ChristenUnie-kamerlid Slob. „De schitterende werven die we hebben, zien we nu achter elkaar leeglopen. Dan moet je niet roomser dan de paus willen zijn. Andere landen subsidiëren hun scheepsbouw. Natuurlijk, dat moet veranderen, maar in de tussentijd zullen ook wij moeten subsidiëren. Doen we dat niet, dan zetten we onze scheepsbouw op achterstand.”

Slob is het eens met CDA en VVD dat er een garantiefonds moet komen, waaruit werven kunnen lenen zolang ze met een order bezig zijn. Maar er moet meer gebeuren, vindt hij. Graag zou hij zien dat staatssecretaris Van Gennip (Economische Zaken) binnen het kabinet extra geld eist. „Als het echt nodig is, blijkt er altijd wel een potje te vinden. Het gaat niet eens om heel grote bedragen. Misschien is het een gebrek aan ervaring dat ze het niet doet.” RMU-bestuurder Baggerman, als vakbondsvertegenwoordiger betrokken bij diverse groepsontslagen in de scheepsbouwsector, kijkt net als Slob „met teleurstelling” terug op het debat van woensdag. „De staatssecretaris schuift de zaak op de lange baan”, luidt zijn kritiek. „Ze belegt rondetafelconferenties in plaats van het probleem echt aan te pakken. Natuurlijk moet er echt een vrije markt komen, maar dat hoor ik al vijftien jaar, terwijl de subsidies blijven bestaan.”

Waarom moet Nederland per se het braafste jongetje van de klas zijn, vraagt Baggerman zich af. „In de hele sector staan duizenden arbeidsplaatsen op de tocht. Dat bloeden moet gestelpt worden, en wel binnen enkele weken. Dan maar met een noodverband.” Te beroerd om creatief mee te denken is Baggerman niet. Via SGP-kamerlid Van der Vlies leverde hij woensdag een mogelijke opening. „Ik heb geadviseerd om eens uit te zoeken wat het de sociale fondsen kost als al die mensen straks daadwerkelijk in de WW komen. Dat geld zou je beter preventief kunnen besteden om de scheepsbouw te redden. De staatssecretaris heeft toegezegd dat ze die mogelijkheid nog zal bekijken.”

Peter van Olst

© Reformatorisch Dagblad

« Terug

Reacties op 'Redt de scheepsbouw met staatssteun'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari