forumdebat onderwijsvrijheid

zaterdag 06 maart 2004 16:25

Afgelopen donderdag (4 maart 2004) heb ik in Rotterdam deelgenomen aan een forumdebat over de vrijheid van onderwijs. Naar aanleiding van dit debat publiceerde het Nederlands Dagblad onderstaand artikel. Tijdens het debat heb ik desgevraagd gereageerd op een voorstel van prof dr. R. Kuiper (kort samengevat: reformatorische scholen en gereformeerde scholen zouden 10 procent allochtone leerlingen moeten opnemen om bijdrage te dragen aan het oplossen van de problematiek van zwarte scholen). Ik heb dit een ondoordacht plan genoemd. Niet omdat ik niet zou willen denken over mogelijkheden van gereformeerde en reformatorische scholen om een actievere bijdrage te leveren dan nu het geval is. In tegendeel zelfs. Alleen is de oplossing die Kuiper daarvoor aandraagt (quotering van 10 procent allochtone leerlingen voor deze scholen) geen oplossing. Zowel reformatorische als gereformeerde scholen (en ook Islamitische, Joodse en evangelische scholen) kennen een strikt toelatingsbeleid. Van ouders wordt gevraagd om de grondslag te onderschrijven. De reden dat men dit van ouders vraagt is gelegen in de opvatting dat de identiteit van de school actief gedragen moet worden door bestuur, docenten en ook ouders en leerlingen. Protestant-christelijke en katholieke scholen vragen meestal alleen respecteren van de grondslag. Daardoor kunnen er in deze scholen leerlingen binnenkomen (en met hen ook ouders) die geen actieve bijdrage leveren aan het praktiseren van de identiteit. Dat is een keuze. Feit is wel dat scholen die onderschrijving van de grondslag vragen, dit alleen mogen doen als ze consistent zijn in hun toelatingsbeleid. Het kan niet zo zijn dat ze bijvoorbeeld voor een klein percentage leerlingen van deze regel afstappen. Als je de deur openzet voor leerlingen en ouders die alleen de grondslag respecteren, dan kun je dat niet aan een bepaald percentage verbinden. In het voorstel van Kuiper zouden reformatorische en gereformeerde scholen als de tien procent vol is de deur weer dicht moeten doen. Zo werkt dat niet. Dat is enige tijd geleden ook gebleken in Ede waar het christelijk onderwijs (de zgn. CNS-scholen) een percentage van 15% anderstaligen wilde hanteren. Uiteindelijk werden deze scholen door de Commissie Gelijke Behandeling op de vingers getikt. Tijdens werkbezoeken aan Ede heb ik overigens gemerkt hoe gevoelig daar deze zaak ligt. Ik waardeer het dat Roel Kuiper de discussie over de zwarte scholen wil voeren, maar helaas komen we met zijn oplossing niet veel verder. Dat is een weg die dood loopt. Ik geef direct toe dat er best enige verlegenheid is wat scholen dan wel zouden kunnen doen. Tijdens het forumdebat heb ik gezegd dat scholen die de grootste problemen hebben (vaak zijn dat zwarte scholen omdat zij veel leerlingen met een (taal)achterstand kennen) ook recht hebben op extra financiering. Dat moeten scholen met minder ernstige problemen ook respecteren. Voor zover mij bekend is dat ook de praktijk in veel plaatsen. We moeten verder de mogelijkheden en competenties van scholen om de problematiek van zwarte scholen op te lossen niet overschatten. De hoofdoorzaken van zwarte scholen ligt buiten het onderwijs (falend volkshuisvestingsbeleid en keuzevrijheid van ouders bij het uitzoeken van een school voor hun kinderen). We overvragen scholen als we denken dat zij dan wel even het probleem zullen tackelen. Daar komt bij dat zwarte scholen niet per definitie probleemscholen zijn. Voormalig ChristenUnie-lijsttrekker Kars Veling, die nu voorzitter is van de centrale directie van een zwarte openbare school voor voortgezet onderwijs in den Haag, gaf kort geleden in Nova nog aan dat hij trots was op zijn school en de leerlingen die de school bevolken. Mijn ervaringen met zwarte scholen (onder andere een bijna volledig zwarte christelijke school voor voortgezet onderwijs in Rotterdam) bevestigen zijn opvatting.

Zwolle, 6 maart 2004   Arie Slob

 

Uit: Nederlands Dagblad, 6 maart 2004

Ruimer toelatingsbeleid helpt zwarte school niet

door onze redacteur Hilbert Meijer

ROTTERDAM - Een ondoordacht plan, noemt Slob het voorstel dat prof.dr. Roel Kuiper twee weken geleden in het Nederlands Dagblad ontvouwde. Kuiper stelde voor reformatorische en gereformeerde scholen open te stellen voor maximaal tien procent achterstandsleerlingen, eventueel ook als zij niet vertrouwd zijn met het christelijk geloof. Dat zou een mooi gebaar zijn, vindt Kuiper, waarmee de christelijke scholen laten zien zich niet te willen ontrekken aan de zwarte-scholenproblematiek.

 

Maar voor scholen die daaraan beginnen, is het einde zoek, meent Slob, die donderdagavond in Rotterdam zitting had in een forum van de gereformeerde studentenvereniging VGSR. ,,Als je drie leerlingen toelaat, kun je de vierde niet meer weigeren.'' Op den duur gaat het mis met scholen die afwijken van een consistent toelatingsbeleid, vreest de onderwijswoordvoerder van de ChristenUnie.

SP-Kamerlid mw. F. Vergeer, niet bepaald voorstander van gesloten scholen omdat daar geen ontmoeting tussen culturen plaatsvindt, bevestigt die lezing. ,,Scholen die geen consequent toelatingsbeleid voeren, komen in de problemen.'' Bovendien is het zeer twijfelachtig of een opener toelatingsbeleid van reformatorische en gereformeerde scholen echt bijdraagt aan de oplossing van de problematiek op zwarte scholen, stelt de Rotterdamse onderwijsjurist prof.mr.dr. D. Mentink. Hooguit tien procent van alle scholen is 'gesloten' en het komt maar weinig voor dat bijzondere scholen allochtonen weigeren, weet hij. ,,Ik betwijfel of je met een verplichte toelating de segregatie in het onderwijs tegengaat.'' Dat is Slob uit het hart gegrepen. ,,Het is een non-discussie om een kleine groep scholen open te gooien. Je moet de problemen aanpakken waar ze liggen.''

Belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van zwarte scholen, is volgens de Onderwijsraad de samenstelling van de wijken, en niet de orthodoxe scholen die allochtone achterstandsleerlingen van niet-christelijke komaf weigeren. Er is sprake van een maatschappelijk probleem door falend huisvestingsbeleid. Dat moet worden aangepakt, vindt Slob. Daarnaast pleit hij ervoor dat zwarte scholen ruimhartig financieel ondersteund worden. Dat betekent wat hem betreft ook dat orthodoxe scholen niet al te veel op hun strepen gaan staan bij de verdeling van onderwijsgelden.

Die werkwijze is onderwijsjuridisch goed te verdedigen, weet prof. Mentink. Orthodoxe scholen staan sterk met artikel 23 van de Grondwet, waarin de vrijheid van onderwijs is vastgelegd. Die vrijheid behelst een aanbiedingsrecht van onderwijs, niet het recht dat ouders hun kind naar elke school mogen sturen. Juist om die reden heeft SP-Kamerlid Vergeer bezwaar tegen artikel 23. ,,Als een school bepaalde kinderen mag weigeren, belemmert dit artikel juist de vrije schoolkeuze.''

Onzin, vindt Kamerlid Slob. ,,De vrijheid van onderwijs begint bij de mogelijkheid voor ouders een school te stichten. Daar vloeit uit voort dat ouders keuze hebben uit een groot aantal scholen.'' Het voorstel van de SP om de bekostiging van gesloten, orthodoxe scholen op termijn stop te zetten, kan de ChristenUnie niet volgen. ,,Deze scholen maken met hun toelatingsbeleid gebruik van een mogelijkheid die voortvloeit uit de Grondwet.''

Overigens signaleert Mentink na de 'witte vlucht' (Nederlandse ouders halen hun kinderen van zwarte scholen) in Rotterdam nu ook een 'zwarte vlucht': allochtone ouders willen niet dat hun kinderen op een school zitten zonder Nederlandse kinderen. Tramladingen vol allochtone leerlingen gaan nu naar scholen in 'witte' wijken. Geen verkeerde ontwikkeling, vindt SP'er Vergeer, die hamert op de ontmoeting op school tussen verschillende groepen. ,,Misschien lost zich het probleem zo op termijn vanzelf op.''

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari