Lezing Arie Slob op congres bestuurdersvereniging ChristenUnie

zaterdag 15 maart 2003 09:30

Zien en gezien worden
Tijdens de Provinciale Statenverkiezingen ben ik meerdere malen met onze provinciale bestuurders mee op campagnepad geweest. Tijdens een bijeenkomst hoorde ik een Statenlid tijdens een discussie zeggen: en dan moeten we straks ook nog als volksvertegenwoordiger optreden? Hij had -zo vermoedde ik- de aanstaande dualisering van het provinciebestuur op het oog en liet verbaal en non-verbaal merken niet goed te weten hoe hij daar mee om moest gaan. Ik heb daar wel enig begrip voor.

Zien en gezien worden

Tijdens de Provinciale Statenverkiezingen ben ik meerdere malen met onze provinciale bestuurders mee op campagnepad geweest. Tijdens een bijeenkomst hoorde ik een Statenlid tijdens een discussie zeggen: en dan moeten we straks ook nog als volksvertegenwoordiger optreden? Hij had -zo vermoedde ik- de aanstaande dualisering van het provinciebestuur op het oog en liet verbaal en non-verbaal merken niet goed te weten hoe hij daar mee om moest gaan. Ik heb daar wel enig begrip voor. Hiet is goed om tijdens een congres als dit met elkaar eens nader stil te staan bij het fenomeen volksvertegenwoordigschap. Hoe doe je dat? En hoe verhoudt zich dat tot andere taken die je als raadslid- of statenlid hebt. Ik wil voor een discussie daarover graag de aftrap geven en doe dat onder de titel: zien en gezien worden. Dat zijn -plat gezegd- in de politiek de zaken waar het vaak om draait.

Het statenlid dat ik zojuist geanonimiseerd opvoerde was verlegen met zijn rol als als volksvertegenwoordiger. Dat verbaasde mij in die zin dat het volksvertegenwoordiger zijn volgens mij ook voor statenleden geen nieuwe taak is, maar dat terzijde. Ik heb wel begrip voor zijn verlegenheid als je bedenkt dat een statenlid als lid van een middenbestuur wat verder van de burgers afstaat dan bijvoorbeeld een raadslid. Dat merk je al aan de opkomstcijfers bij de verkiezingen. Maar in welke bestuurslaag je ook gekozen wordt, je bent volksvertegenwoordiger. En daar moet je mee aan het werk. Er is geen succesformule voor hoe je dat moet doen. Dat hangt van veel zaken af. Onder andere van de persoonlijke kwaliteiten die een volksvertegenwoordiger al dan niet heeft. Ik leg u een aantal erupties van mijn kant voor. Niet met de intentie u te vertellen hoe u dit allemaal zou moeten aanpakken. Maar wel om u mogelijk een bepaalde richting te wijzen en ideeen aan te reiken. Ik zal enkele voorbeelden noemen uit mijn tijd als raadslid (1993-2001).

Het begint naar mijn mening met een stukje bewustwording van het feit dat je volksvertegenwoordiger bent. Daar moet je - vind ik- een goed gevoel bij hebben. Zelfs enige trots, in de trant van: dat ik dat mag zijn, dat ik dat mag doen. Het is een eer en voorrecht dat je namens een x-aantal burgers mag spreken, dat je hen mag vertegenwoordigen. Als u dat nog nooit gedaan heeft, moet u dat gegeven maar eens goed tot u door laten dringen. Naast dat het een eer en voorrecht is, brengt het ook een verantwoordelijkheid met zich mee. Deze mensen hebben op jouw partij gekozen, staan achter het programma, verwachten dat je hen goed vertegenwoordigd. De mensen moeten op je kunnen rekenen. Als ChristenUnie-politicus komt daar nog bij dat we in onze naam de naam van Christus meedragen. Dat zijn verantwoordelijkheden die zwaar tellen. Daarom kan een christen-politicus naar mijn mening nooit met het minimum genoegen nemen. Hij of zij zal nauwgezet het politieke werk moeten doen. En daar hoort ook bij invulling geven aan het volksvertegenwoordigschap.

Hoe doe je dat? Je moet naar mijn mening allereerst een antenne hebben of ontwikkelen voor wat er in de samenleving leeft. Daar moet je je ogen voor open doen. Zien wat er gebeurt, zien wat mensen bezighoudt. In een kleinere gemeenschap gaat dat soms zomaar van zelf (overzichtelijk, ons-kent-ons). In grotere verbanden (steden, provincie) zal het vaak meer georganiseerd moeten worden. Maar of je nu volksvertegenwoordiger bent in een klein of groter verband, voor iedereen geldt dat je er tijd voor moet uittrekken anders schiet het er zomaar bij in.

En we weten allemaal hoe dat gaat. Wat schrok ik de eerste tijd als raadslid van de grote stapels post die op deurmat viel. Wat een papieren. En je wilt het allemaal zo graag goed doen. Vele uren zat ik achter mijn bureau te werken. En dan ging je met je huiswerk naar de commissie- of raadszaal. Druk, druk, druk. En voordat je het weet word je opgeslokt door de vergadercyclus in het stadhuis. Dat is een risico. Ik heb in de loop van de tijd geleerd mezelf altijd vier vragen te stellen bij het bestuderen van de raadsvoorstellen:

1. Waar gaat het om/wat is de kern. Soms al uiterst plezierig samengevat in beslispunten;
2. Wie zijn er bij dit onderwerp betrokken? Welke organisaties of groepen burgers horen hierbij?
3. Ken ik hun opvattingen, weet ik wat ze van deze voorstellen vinden?
4. Kennen ze mij als raadslid en de fractie waartoe ik behoor?

Zien en gezien worden. Deze vier vragen horen daar onlosmakelijk bij. En als je dan niet in vraag 1 blijft steken, maar ook de vragen 2, 3 en 4 gaat oppakken, dan moet je naast het bestuderen van de voorstellen (stop daar niet mee a.u.b.) in beweging komen. Dan klim je in de telefoon, gebruik je de mail, internet en ga je - dat kost de meeste tijd - de mensen opzoeken, situaties persoonlijk bekijken. Het laatste is het meest effectief: je vraagt, je luistert, je zuigt je bij wijze van spreken vol met informatie en beelden die je later weer kunt gebruiken als je in het raadhuis of provinciehuis met het college van B&W of college van CdK en gedeputeerden in gesprek gaat. Het kost tijd. Soms veel tijd. Het kan niet altijd. Maar het moet vaak wel. Organiseer het. En als ik uit eigen ervaring mag spreken: het is geweldig om te doen. het geeft een enorme dimensie aan je werk. Naast het vergaren van veel informatie, biedt het mogelijkheden je fractie te presenteren en te profileren in je woonplaats/provincie. Er ontstaan ook netwerken waar je later weer veel plezier van kunt hebben.

Bovenstaande principes kun je toepassen bij het voorbereiden op debatten, maar kan ook los van raads- of statenvoorstellen plaatsvinden. dat is ook aan te bevelen. Zoek de mensen op,snuif op wat er leeft, houdt lijntjes open, als er echt wat gebeurt zit je er dan vaak als eerste bij. De mensen weten je dan ook te vinden. Let maar op!

Een paar voorbeelden uit mijn eigen raadspraktijk:

Als kersvers raadslid kreeg ik welzijn in mijn portefeuille. Ik herinner me nog goed de eerste keer dat ik jaarverslagen en jaarplannen onder ogen kreeg van wat in mijn woonplaats Stad en Welzijn heet. Ik was daar uren mee bezig. Wat een papier. Het was machtig ingewikkeld allemaal. Ik ben toen op pad gegaan. Allereerst met een ambtenaar gesproken die het een en ander toelichtte. Maar ik ben ook een aantal organisaties gaan opzoeken die in de jaarplannen voorkwamen. Het gemeenteboekje erbij gepakt, namen en adressen opgezocht, gebeld en een afspraak gemaakt. De opmerkingen die ik kreeg te horen over het jaar dat voorbij was en de plannen voor het nieuwe jaar waren zeer verhelderend. Toen kreeg ik voorbeelden te horen van wat er achter bepaalde teksten voor wereld schuil ging, dingen die fout waren gegaan, zaken die men graag in het jaarplan opgenomen had gezien enz. enz. Ik kreeg een schat aan munitie mee voor de behandeling van documenten waar ik eerst niet zo heel veel mee kon dan instemmend knikken. Uiteraard moet je dergelijke aangeleverde informatie altijd door de zeef van je politieke visie halen, maar ik kon er wat mee. Dat soort bezoekjes smaakten naar meer. En daar is het ook van gekomen. En men wist na de eerste keer mij ook goed te vinden.

Tweede voorbeeld: in de Zwolse Courant stond op een zaterdag een uitgebreid interview met een moeder van een aan drugs verslaafde dochter. Zij gaf onder meer aan dat haar in een psychiatrisch ziekenhuis opgenomen dochter zelfs daar nog aan drugs kon komen. Ik speelde het interview door aan Eimert van Middelkoop, die er prompt Kamervragen over stelde. Ook zochten wij als fractie contact met deze moeder. We gingen op bezoek en kregen van haar veel informatie over de situatie van haar dochter en de coffeeshopwereld in onze woonplaats. Ze wist er bij wijze van spreken alles van. Ik bleef contact houden met deze moeder. Bij ons beiden was grote ergenis over het laagdrempelige coffeeshopbeleid dat al zoveel jonge slachtoffers had gemaakt. Juist op dat moment was Paars I bezig met het formuleren van een nieuw drugsbeleid. Ik heb toen met enkele buurvrouwen van deze moeder het Comite van Vier opgericht. We hebben een petitie tegen het Nederlands drugsbeleid opgesteld en zijn handtekeningen gaan verzamelen. Dat zijn er uiteindelijk zo'n 17.000 geworden, die we aangeboden hebben aan toenmalig staatssecretaris Terpstra van VWS. Voor deze acties was veel persaandacht. Ik wist deze aandacht ook mede te gebruiken om in de Zwolse politieke situatie druk uit te oefenen op het coffeeshopbeleid.

Een derde voorbeeld. In Zwolle kwam een man naar buiten met een persbericht waarin hij zijn zorgen formuleerde over het 'zinloze geweld'in de samenleving. Ik zag dat op teletekst van RTV Oost. Zijn pleidooi voor normen en waarden sprak mij aan. Ik zocht zijn naam op in het telefoonboek en zocht contact met hem. Om een lang verhaal kort te houden: ik heb in de raad unanieme steun weten te vinden voor een motie waarin we onze zorgen uitspraken over het toenemend geweld in de samenleving. Dat was de start van het opzetten van een lokaal platform tegen geweld. In dat platform participeerde o.a. de sportwereld en de horeca. We zijn een campagne gestart, die voor een deel (onderdeel sport) nog loopt. Ik heb de Zwolse informatie doorgespeeld naar de Tweede Kamerfractie en dat heeft als resultaat gehad dat er ook landelijk een platform tegen geweld is opgestart (o.l.v. burgemeester Deetman van Den Haag).

Laatste voorbeeld: perikelen rond het zwembad in mijn woonplaats. Ik had als raadslid de indruk dat we van de wethouder niet alle informatie kregen die er was. Kon dat niet hard maken. In de loop van de tijd had ik wel goede contacten opgebouwd met de directeur van het zwembad. Van hem kreeg ik uiteindelijk een afschrift van een brief die verstuurd was naar de wethouder waarin melding werd gemaakt van een forse schadepost (tegelschade). De brief was al maanden daarvoor verstuurd en als raad waren we hier nooit over geinformeerd. Ik heb het college daar vragen over gesteld en dat leidde tot behoorlijk wat commotie. Zonder als volksvertegenwoordiger mijn voelhorens in het zwemwater te hebben gestoken, had ik die informatie niet gehad en mijn controlerende taak minder goed kunnen uitoefenen.

Dit zijn zomaar 4 voorbeelden uit mijn eigen praktijk als raadslid. Inmiddels al weer wat gedateerd. Ik heb het altijd geweldig gevonden om op dit manier bezig te zijn. Zien en gezien worden kan uiteindelijk het volgende opleveren:

1. Je komt aan (vaak waardevolle) informatie die je anders niet zo snel te pakken kunt krijgen.
2. Deze informatie die vanuit de samenleving zelf komt kun je vaak goed gebruiken bij het uitoefenen van je raads- of statenwerk (bij behandeling van collegevoorstellen of bij het zelf op de agenda zetten van onderwerpen).
3. Het biedt je daarnaast vaak unieke kansen om je fractie op de lokale of provinciale kaart te zetten. je laat daarmee ook zien dat je als christelijke politieke partij oog hebt voor de samenleving en de mensen die deze samenleving vormen.

Ik wil u tot slot van deze aanzetten voor een discussie voor 2 valkuilen waarschuwen:

Allereerst het gegeven dat u volksvertegenwoordiger voor alle mensen bent. Neem deze taak breed. Beperk je niet alleen tot je eigen achterban. Hoe belangrijk die ook is.

Tweede punt: Wees altijd duidelijk over wie je bent en waar je voor staat. Bij de ChristenUnie geldt niet: u roept, wij draaien. Dat moeten burgers en instellingen weten. En daar hebben ze ook begrip voor. Als je maar helder bent. Als je dat niet bent, loop je het risico's verkeerde verwachtingen te wekken.

Als ChristenUnie willen we vanuit Bijbelse waarden politiek bedrijven. Daarbij hebben we oog voor de hele samenleving en voor wat daar leeft. We hebben een boodschap voor de samenleving en willen dat graag uitdragen. Daarom is het zo geweldig om daar als volksvertegenwoordiger voor de ChristenUnie mee bezig te zijn. benut de kansen die u krijgt en die u ook zelf kunt creeeren. Bij deze mooie en verantwoordelijke taak wens ik u Gods onmisbare zegen toe.

« Terug

Reacties op 'Lezing Arie Slob op congres bestuurdersvereniging ChristenUnie'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari