Beantwoording vragen over de Nederlandse opstelling in de IGC

donderdag 13 november 2003 23:35

Antwoorden op de schriftelijke vragen gesteld door de leden Platvoet (GroenLinks), Jurgens (PvdA), Van der Linden (CDA), Kohnstamm (D66), Broekers-Knol (VVD), Kox (SP), Ten Hoeve (OSF) en Van Middelkoop (ChristenUnie) over de Nederlandse opstelling in de IGC en de invloed van het Europees Parlement inzake het financieel en economisch beleid van de Unie. Deze vragen werden ingezonden op - 11 november 2003.


Vraag 1

Kunt u zich herinneren dat tijdens het debat over de Ontwerp Europese Grondwet in de Eerste Kamer op 4november jl. de regering de toezegging heeft gedaan dat er geen wijzigingsvoorstellen zullen worden gedaan cq. ondersteund die het budgetrecht van het Europees Parlement verminderen, cq. het recht van medewetgeving vervangen door het adviesrecht?

Antwoord

Zijdens de regering is aangegeven dat het pakket aanbevelingen waarvan de ECOFIN-ministers hebben kennis genomen tijdens hun informele bijeenkomst in Stresa (Italië) niet op consensus steunt. Nederland zal dat pakket aanbevelingen als zodanig dan ook niet steunen.

Vraag 2a

Bent u op de hoogte van stuk CIG 37/03 dd 24 oktober 2003 van het Italiaanse voorzitterschap van de IGC waarin onder de nrs. 20, 21, 22 en 27 voorstellen worden gedaan, gemarkeerd met een asterisk (*) die blijkens de toelichting door de EcoFin-ministers zijn besproken en door een of meerdere delegaties zijn ingebracht?

Antwoord

Ja.

Vraag 2b

Waarom heeft de regering het stuk van het Italiaanse voorzitterschap (zie vraag 2) niet ter kennisname aan de Eerste- en Tweede Kamer gezonden, aangezien er belangrijke, actuele informatie in staat die van belang is voor een volledige beoordeling van de gang van zaken binnen de IGC?

Antwoord

De stukken van het Italiaanse voorzitterschap over de IGC zijn steeds direct publiekelijk toegankelijk via het internet. Nederland hecht aan deze openbaarheid van de IGC en heeft er bij het voorzitterschap juist op aangedrongen maximale openbaarheid te betrachten voor de IGC. Nu deze informatie direct publiekelijk toegankelijk is lijkt actieve doorzending door de regering weinig zinvol.

Vraag 3

Kunt u zich herinneren dat de in vraag 1 gememoreerde toezegging betrekking had op de voorstellen, waarvan in vraag 2 sprake is en waarvan de regering enkele malen heeft gezegd 'dat deze van tafel waren'?

Antwoord

Neen.

Vraag 4

Hoe zijn deze toezeggingen en uitspraken van de regering te rijmen met de brief van de regering aan het Italiaanse voorzitterschap, dd 20 oktober 2003, die ons bij afschrift aan de Voorzitter van de Eerste Kamer dd 3 november 2003, pas op 4 november jl. onder ogen kwam, waarin m.b.t. de financiën van de Unie ('change the tiebreak mechanism in article III-310') wordt aangesloten bij het wijzigingsvoorstel van de EcoFin-ministers, wat een vermindering van het budgetrecht van het Europees Parlement inhoudt?

Antwoord

De regering heeft bij meerdere gelegenheden aangegeven dat besluitvorming over de financiële perspectieven bij unanimiteit zou moeten plaatsvinden. Binnen dat kader is de regering voorstander van een instemmingsrecht voor het Europees Parlement bij de vaststelling van de financiële perspectieven. Abusievelijk staat Nederland in een overzichtsdocument van het Italiaanse voorzitterschap vermeld als zou Nederland voorstander zijn van slechts consultatie van het Europees Parlement. Het instemmingsrecht voor het Europees Parlement bij de Financiële Perspectieven is een resultaat van de Conventie en Nederland zal zich ervoor inzetten deze verbetering te waarborgen in de IGC.

Ten aanzien van het budgetrecht is de Regering van mening dat een volledige medewetgevende rol voor het Europees Parlement over het complete budget geboden is, zonder dat daarbij het huidige onderscheid tussen verplichte en niet-verplichte uitgaven wordt gemaakt. De rol van het Europees Parlement wordt daarmee aanzienlijk uitgebreid.

De institutionele balans dient echter wel in evenwicht te worden gehouden bij de jaarlijkse begroting. Dat kan door meer gelijkwaardigheid tussen EP en Raad in te bouwen in het geval er geen akkoord tussen de Raad en het EP over (onderdelen van) de begroting tot stand komt.

Deze stellingname van de Regering staat volledig los van het pakket aanbevelingen waarvan de ECOFIN-ministers hebben kennis genomen. Het bovenstaande was de inzet van de Regering in de Conventie en vormt reeds geruime tijd de inzet van de regering voor de IGC. De opvattingen over de budgetprocedure, het multilaterale toezicht alsmede de opvattingen over de unanimiteit alsmede het instemmingsrecht voor het EP bij de financiële perspectieven zijn tijdens de Conventie en in aanloop naar de aanvang van de IGC in september reeds aan het parlement gezonden. (Kamerstukken 29 213, nr. 1, d.d. 16 september 2003)

Vraag 5

En idem dito m.b.t. het voorstel 'Economic governance' waarin de regering in navolging van het voorstel van de EcoFin-ministers voorstelt om de co-decisie van het Europees Parlement op dit gebied te vervangen door een raadplegingsprocedure?

Antwoord

De stellingname van de regering over 'economic governance' is eveneens een inzet die reeds geruime tijd ongewijzigd in de Conventie en inmiddels in de IGC wordt gehanteerd. Daarbij is de regering voorstander van het vergroten van de rol van de Commissie bij zowel de globale richtsnoeren economisch beleid alsmede bij het SGP. Nederland wenst de betrokkenheid van het Europees Parlement over het gehele economische beleid niet fundamenteel te wijzigen. Slechts ten aanzien van het multilaterale toezicht op het economisch beleid is de regering van mening dat kan worden volstaan met een adviserende rol voor het EP.

Vraag 6

Moeten de toezeggingen en opmerkingen van de regering zo worden geïnterpreteerd dat de in de brief van 20 oktober j.l. gedane voorstellen, zoals aangehaald in de vragen 4 en 5, van tafel zijn? Heeft u dat inmiddels bekend gemaakt bij het Italiaanse voorzitterschap?

Antwoord

Neen.

Vraag 7

Herinnert u zich dat u (staatssecretaris Nicolaï) tijdens het debat op 4 november jl. heeft opgemerkt m.b.t. de voorstellen uit de EcoFin-koker: "Het zijn dus geen voorstellen die wij in de IGC gedaan hebben. "?

Antwoord

Ja.

De voorstellen van de Regering ten aanzien van de financiële perspectieven, de jaarlijkse begroting en het economisch beleid staan volledig los van de aanbevelingen waarvan de ECOFIN-ministers hebben kennis genomen. Nederland heeft deze ECOFIN-voorstellen dan ook niet als zodanig in de IGC naar voren gebracht.

Vraag 8

Hoe verhoudt zich deze uitspraak dan tot de in vraag 4 en 5 genoemde punten uit de brief van de regering aan het Italiaanse voorzitterschap die ook blijkens het stuk van het Italiaans voorzitterschap (CIG 37/03) wel degelijk zowel door Nederland als de EcoFin-raad naar voren zijn gebracht?

Antwoord

De betreffende voorstellen zijn reeds geruime tijd staand beleid van de Nederlandse Regering.

Vraag 9

Herinnert u zich dat u (staatssecretaris Nicolaï) tijdens het debat op 4 november jl. heeft opgemerkt: "Wij delen de zorg van de geachte afgevaardigden en vinden dat het absoluut niet aangaat dat een vakraad IGC-tje gaat spelen. Het zou onwerkbaar zijn als elke vakraad iets leuks zou gaan bedenken dat dan weer onderdeel van de IGC zou worden. Zo kan de procedure niet zijn!"

Antwoord

Ja.

Vraag 10

Hoe verhoudt deze opmerking van de staatssecretaris zich tot de volgende passage uit de brief van de regering aan het Italiaanse voorzitterschap:

"Furthermore, we would like to draw your attention to the work that is being done in some of the sectoral councils on IGC-related issues. Unanimous recommendations from sectoral councils that are of a semi-technical nature may be presented to the IGC-presidency with a view to inserting them into the IGC process."?

Antwoord

De regering meent dat het spreken over onderwerpen die in de IGC aan de orde kunnen komen, niet exclusief is voorbehouden aan regeringsleiders en ministers van Buitenlandse Zaken. Ook het maatschappelijk middenveld, nationale parlementen, de Europese instellingen, alsmede alle betrokkenen in nationale regeringen hebben daarin een rol. Met het oog daarop meent de regering dat semi-technische punten uit vakraden kunnen worden aangeboden aan het voorzitterschap van de IGC.

De uiteindelijke onderhandelingen zullen echter binnen de IGC door de regeringsleiders en de ministers van de RAZEB op politiek niveau gevoerd worden. De vakraden hebben als zodanig in die onderhandelingen geen rol. Nederland is dan ook van mening dat de onderhandelingen in de IGC gevoerd moeten worden en niet in vakraden.

« Terug

Reacties op 'Beantwoording vragen over de Nederlandse opstelling in de IGC'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari