Bij christenen is de democratie veilig

zaterdag 04 december 2004 09:22

 

Eerder dit jaar werd de Erasmusprijs 2004 toegekend aan een drietal kritische schrijvers uit de wereld van de islam. Bij die gelegenheid verscheen een publicatie met een aantal artikelen van hun hand in het Nederlands. Mijn aandacht werd getrokken door een bittere observatie van de Syrische schrijver Sadik Al-Azm: ,,Inmiddels weten we allemaal dat noch homo islamicus, noch zijn vermeend eeuwige dogmatische NEE tegen secularisatie iets te maken heeft gehad met de val van de Sovjet-Unie (...) Terwijl de minuscule Baltische staatjes een belangrijke rol hebben gespeeld bij het uiteenvallen van het hele systeem, hebben de islamitische republieken juist tot het laatste moment geprobeerd de Communistische Unie te redden.''

Voor wie het niet meer zo paraat heeft: die Baltische staatjes met hun christelijke achtergrond zijn minuscuul vergeleken met de Centraal-Aziatische republieken met hun bevolking van tientallen miljoenen moslims.

Vrijwel gelijkertijd kreeg ik het antwoord onder ogen wat een Stasi-generaal uit de toenmalige DDR zei, toen hem werd gevraagd waarom het regiem in 1989 ineenstortte: ,,Inderdaad, we waren op alles, werkelijk op alles voorbereid en we hielden met alles rekening, aber nicht mit Kerzen und Gebete.'' Met kaarsen en gebeden - ziedaar de vastberaden, maar vreedzame strijdmiddelen van de christelijke actie.

Uit deze tegenover elkaar geplaatste observaties kan de conclusie worden getrokken dat er tussen het christelijke ethos, anders dan het islamitische, en het opkomen voor de waarden van politieke vrijheid, parlementaire democratie en rechtsstaat een innerlijk verband bestaat. Dat is natuurlijk een verstrekkende conclusie. Nu weet ik best dat ik als christelijk politicus schrijvend in een christelijke krant belanghebbende ben bij deze observatie.

Maatschappelijk handelen

Dat gezegd hebbend ben ik toch zo vrij op dit thema voort te borduren. Ik wil daarbij wegblijven van stellingen als zou de ene godsdienst aan de andere superieur zijn. Geestelijk gaat het allereerst om waarheid en leugen, maar er valt meer te zeggen dat relevant is voor de discussie van vandaag. Godsdiensten zijn gelijkwaardig voorzover het gaat om hun grondwettelijke beschermwaardigheid. Maar daarom zijn ze nog niet gelijk als het gaat om hun culturele, politieke en maatschappelijke betekenis.

Om dat in te zien is allereerst nodig dat wordt erkend dat een godsdienst, in elk geval de christelijke en de islamitische, meer is dan een zaak van het hart of de verticale relatie met God of Allah. Gelovigen stellen ook hun maatschappelijke en politieke handelen in dienst van de Heer van hun leven. Zij proberen Gods wet of de sharia, de islamitische wet, toe te passen op het bredere maatschappelijke terrein.

Dit is in onze tijd minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Immers, de heersende liberale ideologie schrijft voor dat godsdienst een privé-zaak is en moet blijven. Hier doet zich dus een eerste bron van spanning voor. Tegen de beoogde Italiaanse eurocommissaris Buttiglione werd door het Europees Parlement gezegd dat hij best bepaalde opvattingen mocht hebben over de man-vrouwrelatie, zolang hij die maar privé hield.

Meerderheidsregel

Nu is zo'n afgedwongen schizofrenie van private en publieke opvattingen niet alleen niet goed voor iemands' geestelijke gezondheid, ze is zeker ook geen vereiste om te kunnen functioneren in een parlementaire democratie. Daarin gaat het er slechts om of men bereid is opvattingen tot gelding te brengen op de manier als voorgeschreven. Dat wil zeggen of men bereid is ze onder kritiek te stellen en vervolgens te onderwerpen aan de meerderheidsregel. Welnu, men kan van christenen in dit land en elders zeggen wat men wil, maar niet dat zij die regel aan hun laars willen lappen.

Integendeel, de afgelopen decennia hebben zij nederlaag na nederlaag geleden, in het bijzonder bij wetgeving op immaterieel terrein. Nooit hoorde ik iemand, met verwijzing bijvoorbeeld naar de bijbelse vermaning dat men de meerderheid niet in het kwaad moet volgen, aan deze parlementaire beslisregel het vertrouwen opzeggen. Dat is begrijpelijk, want de meerderheid wordt in dat kwaad niet gevolgd, een christelijk politicus aanvaardt slechts dat het kwaad bij meerderheidssteun kracht van wet kan krijgen. Dat kan ongemeen veel pijn doen, maar het opzeggen van de loyaliteit aan die regel en dus aan de parlementaire democratie is een veel groter kwaad.

Ontspanning

De waarden van de parlementaire democratie zijn bij christenen dus veilig! Het is mijn overtuiging dat de erkenning van dit feit in het huidig opgewonden klimaat een stuk ontspanning kan geven. Wanneer het gaat om het bewaren van de interne vrede in de samenleving, het opkomen voor de belangen van de rechtsstaat, het najagen van harmonie in sociaal-economische verhoudingen enz. kan men rekenen op de inzet van politiek verantwoordelijke christenen. Meer dan anderhalve eeuw christelijke politieke actie heeft dat laten zien en ik mag dan ook van mijn medeburgers vragen dat bij hun oordeel over mijn christelijke strevingen in rekening te brengen.

In de strijd rond het opnemen van de islam in ons land zijn christenen bij de bewaking van de politieke arena om die redenen feitelijk bondgenoten van liberalen of sociaaldemocraten. Of men daar nu warm of koud bij wil worden doet er minder toe. Vervolgens mag van christenen worden verlangd dat zij een gevoeligheid hebben voor de betekenis van godsdienst in het leven van bijvoorbeeld moslims. Christenen in en buiten de politieke arena kunnen derhalve in de actuele spanningen rond het integratiethema een matigende en bemiddelende rol spelen.

Domheid

Ik ben daarom niet bereid om voor het forum van de publieke opinie voortdurend te verzekeren dat christenen met 'die Bijbel met z'n rare en af en toe gruwelijke verhalen' toch eigenlijk wel deugen. Niet aan elke domheid behoeft te worden toegegeven.

Als ik seculiere opponenten zover heb gekregen dat ze dit bereid zijn te erkennen, kan ik standaard rekenen op de laatste uitvlucht namelijk het beroep op het bedenkelijke karakter van de SGP, theocratisch, vrouwonvriendelijk enz. De seculieren in ons land, zo mag ik dan graag pesterig opmerken, boffen toch maar dat de SGP er is. Om vervolgens die uitweg af te snijden door eraan te herinneren dat enkele jaren geleden staatssecretaris Verstand (van emancipatiezaken en D66!), aan de Verenigde Naties, die om opheldering over het SGP-vrouwenstandpunt had gevraagd, antwoordde dat deze oudste partij van Nederland nooit een bedreiging is geweest voor onze openbare orde. En dat is toch echt het eerste dat telt. Als dat wordt erkend kunnen we elkaar vervolgens onbekommerd elkaars opvattingen bekritiseren, zonder iemand bij voorbaat uit te sluiten.

 

Eimert van Middelkoop is lid van de Eerste Kamer voor de ChristenUnie en schrijft op deze plaats maandelijks een column.

Bron: Nederlands Dagblad

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari