De veiligheidsstaat Nederland

zaterdag 02 oktober 2004 09:23

 

De schrijver Godfried Bomans wees er eens op dat iemand die zegt: 'ik vind een Jood ook een mens', een antisemiet is. Hij stelt namelijk iets ter discussie dat niet ter discussie kan en mag staan. Het resultaat ervan is dan ook dat het tegendeel wordt opgeroepen.

Deze scherpe observatie van Bomans schoot mij te binnen toen ik de dag na Prinsjesdag in een landelijk ochtendblad op één en dezelfde pagina de volgende uitspraken tegenkwam. Minister Donner: 'Geen afbraak van de rechtsstaat'. Minister Kamp: 'In Nederland zullen we niet snel militairen op straat zien die gewapend patrouille lopen'. Minister Remkes: 'In Nederland geen Stasi-methoden'.

Het oogmerk van al deze bezwerende uitspraken is vermoedelijk het geruststellen van de burger. Ik vrees dat het tegendeel wordt bereikt. Het beeld wordt namelijk opgeroepen van een land op de rand van oorlog met een kabinet dat steeds verdergaande maatregelen overweegt en neemt. Ik hoop dat ik niet de enige ben die zich afvraagt af dit nog wel gaat over Nederland.

Nu zie ik ook wel dat de diffuse dreiging van terroristische aanslagen een extra verantwoordelijkheid legt op een overheid, die immers tot taak heeft de veiligheid van de burgers te garanderen. Het onbehagen zit hierin, dat niet meer duidelijk is waar de grens ligt bij het nemen van passende maatregelen en dat alles voor zoete koek geslikt lijkt te worden.

Een recent voorbeeld is het ombouwen van het gebouw van de Tweede Kamer tot een soort 21e-eeuws Slot Loevestein. Van reces terugkerende Kamerleden sputterden wat, maar legden zich vervolgens gelaten neer bij de voldongen feiten, hoe lelijk en onaangenaam ook. In deze krant werd op 22 september uit de mond van onze minister van Binnenlandse Zaken de volgende geruststellende mededeling opgetekend: ,,Er is inderdaad een grens die we niet mogen overschrijden. Voor mij is dat de lichamelijke integriteit, in die zin dat een verdachte niet aan onmenselijke verhoortechnieken wordt onderworpen.''

Wat is dit voor taal? Moet de burger applaudisseren wanneer een minister stoer komt melden dat hij fundamentele mensenrechten niet zal schenden?

Zekeringen

Na de welvaartsstaat en de verzorgingsstaat schuiven we in rap tempo door naar de veiligheidsstaat. Bezweken de eerste tenslotte aan hun onbetaalbaarheid, de veiligheidsstaat zal tegen grenzen van politieke en burgerlijke vrijheden aanlopen. Dat valt tenminste te hopen.

Beter nog is om in de overheidsorganisatie zekeringen aan te brengen die aangeven wanneer veiligheidsmaatregelen te ver gaan of onvoldoende gerechtvaardigd zijn. Daar wordt mijns inziens onvoldoende aandacht aan gegeven.

Zo is het kabinet er wat mij betreft niet in geslaagd duidelijk te maken dat de nationale veiligheid is gediend met een algemene identificatieplicht. Dat zo'n plicht 'handig' is voor de politie, begrijp ik, maar dat is toch echt een te licht argument.

Zorgelijk is ook dat de minister van Justitie op het gebied van de terrorismebestrijding de eerstverantwoordelijke bewindspersoon is geworden. Ik mag dan om tal van redenen meer fiducie hebben in de heer Donner dan in de heer Remkes, vanouds is op goede gronden de verantwoordelijkheid voor de openbare orde, de binnenlandse veiligheid (denk aan de AIVD) en de rampenbestrijding gelegd bij de minister van Binnenlandse Zaken. Omdat dit ministerie bij de uitoefening van zijn taken op deze gevoelige terreinen het risico liep te weinig oog te hebben voor de eisen van de rechtsstaat en de vrijheden van burgers, was er daarnaast een minister van Justitie, die als juridische waakhond voor het noodzakelijke rechtsevenwicht moest zorgen.

De wijsheid van deze rolverdeling lijkt dus nu plots vergeten te zijn, hetgeen te betreuren valt. Een volgende stap is dan het ministerie van Binnenlandse Zaken maar op te heffen of te voegen bij dat van Justitie. Het eindproduct is een ministerie van 'Wet en Orde'. Heel geruststellend misschien voor sommige burgers die op hun nachtrust zijn gesteld, maar intussen is binnen de overheidsorganisatie wel een zekering verdwenen die moest voorkomen dat te gemakkelijk rechten van burgers op het altaar van veiligheid en orde worden geofferd.

Controle

Het behoort tot het ABC van de democratische rechtsstaat dat macht gecontroleerd wordt. En dat uitbreiding van overheidsbevoegdheden gepaard gaat met extra controle-instrumenten. Die wijsheid lijkt in onze veiligheidsstaat-in-aanbouw aan slijtage onderhevig.

Dat de AIVD in deze tijd van dreigingen meer geld, middelen en bevoegdheden krijgt, is vermoedelijk onvermijdelijk, maar zorg er dan wel voor dat de controle op dit instituut navenant sterker wordt. Daarvan is geen sprake. Tot er een parlementair onderzoek komt als dat naar de rol van de inlichtingendiensten in de Verenigde Staten op 9/11. Het is beter dat te voorkomen.

Onlangs uitte het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), een bestuurlijke waakhond op het terrein van onze privacy, felle kritiek op de nieuwste antiterrorismemaatregelen van het kabinet. Ik hoop dat ministers deze kritiek serieus nemen. Het CPB is er niet voor niets. Privacy is toch al een rechtsgoed dat laag scoort. Wie herinnert zich nog het verzet tegen algemene volkstellingen, tegen de invoering van het sofinummer, de camera's op straat? Natuurlijk, niet alle verzet was redelijk. Waar het om gaat, is dat de gevoeligheid voor het nemen van zorgvuldige afwegingen vrijwel verdwenen lijkt. De angst voor terreur en onveiligheid is overheersend geworden.

Preventief

De apostel Paulus heeft ons voorgehouden dat de overheid er is 'u ten goede' (Romeinen 13 vers 4). Dat betekent dat de burger dient te gehoorzamen. Maar het zegt ook dat de overheid moet motiveren en uitleggen waarom concrete maatregelen goed zijn voor de burger. Oftewel, dat een duidelijke relatie wordt gelegd tussen een veiligheidsprobleem en een vrijheidsbeperkende maatregel.

Ik vind het daarom prima wanneer er in een concrete stadswijk met veel veiligheidsproblemen (tijdelijk) preventief gefouilleerd mag worden. De relatie tussen probleem en bevoegdheid is dan helder. Echter, sluipenderwijs wordt heel Nederland gedefinieerd als een problematische stadswijk.

Het verbaast dan ook niet dat in de nieuwste begrotingsstukken zelfs gesproken wordt over het tijdelijk opschorten van grondrechten, zoals die van meningsuiting en bewegingsvrijheid. Dan zwijg ik nog maar over het wilde wetsvoorstel van de Tweede-Kamerleden Wilders en Eerdmans om de overheid de bevoegdheid te geven om redenen van handhaving van de openbare orde kerkgenootschappen te verbieden. Met dit soort voorstellen zijn we in een klimaat verzeild geraakt waarin de angst regeert en de zorgvuldigheid in het overheidsbeleid zoek raakt.

 

Eimert van Middelkoop is lid van de Eerste Kamer voor de ChristenUnie en schrijft op deze plaats maandelijks een column.

Bron: Nederlands Dagblad

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari