Europese Unie ongeloofwaardig richting Libanon

vrijdag 31 januari 2003 12:26

De Europese Unie weigert Hezbollah op de zwarte lijst van terroristische organisaties te plaatsen. Maar de EU sluit wel een associatieverdrag met Libanon, de thuisbasis van Hezbollah. In dit verdrag is een antiterrorismeclausule opgenomen, maar Hezbollah wordt daarin niet genoemd. Bas Belder en Marleen Bosman-Schouten zijn van mening dat de Europese Unie hiermee haar geloofwaardigheid op het spel zet.

De Europese Unie (EU) is van plan een associatieverdrag met Libanon te sluiten. In dit handelsakkoord komt een antiterrorismeclausule te staan. Deze clausule is echter een aanfluiting en op zijn best een doekje voor het bloeden. De islamistische en terroristische organisatie Hezbollah is immers heer en meester in het zuiden van Libanon. Zolang dit niet verandert en de EU weigert Hezbollah op de zwarte lijst van terroristische organisaties te plaatsen, ondergraaft ze haar eigen geloofwaardigheid door het sluiten van dit akkoord.
De EU wenst niet achter te blijven bij de Verenigde Staten in de wereldwijde strijd tegen het terrorisme. De Unie wil daarbij haar verdragspartners actief inschakelen. Een middel is het opnemen van antiterrorismeclausules in akkoorden met derde landen. Partners van de EU zouden zich moeten committeren aan de strijd tegen het terrorisme en ook moeten beloven geen steun aan terroristische organisaties te geven.
Als lichtend voorbeeld van deze nieuwe politiek wordt het reeds ondertekende associatieverdrag met de Republiek Libanon opgevoerd. In dit verdrag komt zo’n antiterrorismeclausule te staan. De daarover gevoerde briefwisseling tussen Brussel en Beiroet staat bol van de goede voornemens inzake een gezamenlijke bestrijding van “terroristische groeperingen” en “terroristische handelingen”.
De associatie-overeenkomst tussen de EU en de Republiek Libanon laat echter de groeiende macht en aspiraties van de sji’itische terreurbeweging Hezbollah op Libanees territoir ongenoemd en ongemoeid.
Wat ziet de EU dan welbewust over het hoofd? Om te beginnen dat Hezbollah een staat binnen de Libanese staat vormt. Na de terugtrekking van het Israëlische leger uit het zuiden van Libanon in mei 2000 zag de “Partij van Allah” - de betekenis van de naam Hezbollah - haar kans schoon. Sindsdien is de terreurorganisatie heer en meester in dit gebied. Geen wonder dat analisten spreken van “Hezbollahland”. Noch de Libanese regering, noch zelfs interventiemacht Syrië heeft echt greep op deze thuisbasis van Hezbollah. Van daaruit lanceert de islamistische groepering haar militaire annex terroristische operaties tegen de staat Israël, van daaruit ontplooit zij evenzeer haar politieke en sociale activiteiten in de rest van het land.
Iran, grootste militaire sponsor van de “Partij van Allah”, maande Hezbollah in het voorjaar 2002 schijnbaar met succes tot kalmte in de escalerende confrontatie met Israël. Natuurlijk liet de Islamitische Republiek zich daarbij primair door strategisch eigenbelang leiden. De woede van de VS mocht niet worden opgewekt. Daarnaast moest het aanzienlijke militaire vermogen van Hezbollah als strategisch wapen van Iran tegen Israël intact blijven.
Deze realiteit op de (Libanese) grond heeft het zelfbewustzijn van Hezbollah een forse impuls gegeven. Veelzeggend in dezen is de boutade van de secretaris-generaal van Hezbollah, Hasan Nasrallah: “Israël is met zijn nucleaire vermogen én sterkste luchtmacht van de regio toch zwakker dan een spinneweb.”
Over de centrale doelstelling van Hezbollah –“de vernietiging van Israël en de bevrijding van Palestina en Jeruzalem”– laat haar leiding geen enkele twijfel bestaan. Consistent met dit ultieme streven is de solidarisering van Hezbollah met de tweede Palestijnse intifada. De opstand die september 2000 uitbrak. “De intifada in Palestina van vandaag is onze frontlijn. Onze steun is niet slechts een plicht, maar een noodzakelijkheid. In woorden én daden”, zwoer Hezbollah-voorman Nasrallah.
Deze belofte is de Hezbollah stellig nagekomen. In woorden en beelden via haar populaire televisiestation Al-Manar. In daden door het aanvallen, vermoorden en ontvoeren van Israëlische soldaten. Denk ook aan het terroriseren van de Israëlische burgerbevolking of door het zeer actief werven van spionnen in Israël.

Deze strategie maakt de antiterreurclausule in een associatieverdrag tussen EU en de Republiek Libanon tot een regelrechte aanfluiting. In het verlengde daarvan verdraagt zich het ‘vredesideaal’ van Hezbollah voor het Midden-Oosten ten enenmale niet met dat van de EU. Hezbollah rept tekenend genoeg over Israël als “een illegale staat”, “een kankerachtige entiteit”.
Overigens is evenzeer tekenend voor de houding van de EU dat Hezbollah niet op de “terrorismelijst” van de EU staat. Dit omdat een aantal lidstaten, waaronder Frankrijk en België, daar niet mee wilden instemmen.
De houding van het Europees Parlement, de Instelling die zich toch ziet als hoeder van de mensenrechten, is in dit alles onthutsend geweest. In grote meerderheid stemden de afgevaardigden vorige week in met het associatieverdrag. In een begeleidende resolutie moffelde men de problemen onder de tafel. Pogingen van onze fractie en andere fracties om de tekst aan te scherpen, of de Hezbollah zelfs maar te noemen, strandden op de onwil van vele parlementariërs om de Libanese werkelijkheid te benoemen.
En dat terwijl geloofwaardig EU-optreden bovenal dringend behoefte heeft aan een heldere definiëring van internationaal terrorisme. Waarbij ook eindelijk eens voor waar wordt gehouden wat dat “internationaal terrorisme” in deze tijdsspanne mondiaal aan gevaar met name voor de westerse wereld inhoudt: het islamistisch terrorisme.
Van zulke conceptuele helderheid lijken de Europese Instellingen niet gediend. Begrijpelijk, want dan zouden logische acties moeten volgen. De (eigen) schijn bedriegt overigens altijd. En van deze Europese schijn is de staat Israël sowieso niet gecharmeerd. Terecht! Blijft de prangende vraag: Zal straks heel Libanon “Hezbollahland” zijn? Tegen deze desastreuze optie onderneemt de EU niets. Desastreus voor de Libanese christenen, levensbedreigend voor de Joodse staat.

Drs. Bas Belder, lid EP voor de eurofractie ChristenUnie-SGP
Mr. Drs. Marleen Bosman-Schouten, fractiemedewerker buitenlandse zaken

« Terug

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari