Gedoogbeleid geen exportproduct

maandag 05 mei 2003 11:38

In het Europees Parlement vindt van tijd tot tijd een heftig debat plaats over het beleid ter bestrijding van verdovende middelen.

In het Europees Parlement vindt van tijd tot tijd een heftig debat plaats over het beleid ter bestrijding van verdovende middelen. Het laatste debat ging over de drie verdragen van de Verenigde Naties: het verdrag inzake verdovende middelen van 1961, het verdrag over psychotrope stoffen uit 1971 en het verdrag over de sluikhandel in verdovende middelen uit 1988. Aanleiding voor het debat was de ministersconferentie in Wenen over dit beleid. Een dergelijke conferentie bood een buitenkansje om het drugsbeleid voor de komende periode op hoog niveau te beïnvloeden. Kathalijne Buitenweg deed namens de Europese Groenen een geraffineerde poging het VN-beleid te onderwerpen aan een 'evaluatie'. (Zie de Volkskrant van 28 april) Dat die evaluatie slechts één doel kende, namelijk het afzwakken van de VN-verdragen, was voor velen in het Europees Parlement gelukkig al vrij snel duidelijk. Niettemin werd haar eerslag in de commissie Openbare Vrijheden met 24 tegen 20 stemmen aangenomen.

VN-verdragen
De VN-verdragen streven ernaar om de maatschappij drugsvrij te maken en daarmee de verwoesting van vele mensenlevens te stoppen. 'Schadebeperking' kan een methode zijn om met drugsproblematiek om te gaan, het vormt evenwel geen alternatief voor de strijd tegen drugsgebruik en drugshandel. Het is hoogstens een aanvulling aan de zijlijn. Alleen op basis van de bestaande VN-verdragen kan de strijd tegen drugs worden voortgezet. En ondertussen blijkt er tot nu toe voldoende ruimte om bepaalde experimenten uit te voeren. Het maakt de evaluatie van de drugsverdragen zeker niet noodzakelijk, laat staan een wijziging ervan.

Coffeeshops
Tijdens de plenaire zitting in Straatsburg spaarde Buitenweg kosten noch moeite om de parlementsleden van haar gelijk te overtuigen. Dat de 'progressieve' Nederlandse leden van het EP steeds een prominente rol spelen bij het proberen af te zwakken van de VN-verdragen over drugsbestrijding, heeft alles te maken met het Nederlandse coffeeshopbeleid. De Nederlandse overheid gedoogt coffeeshops hoewel dat op gespannen voet staat met de voornoemde VN-verdragen. Onder de huidige VN-verdragen kan Nederland deze coffeeshops niet legaliseren. We zitten daardoor in de krankzinnige situatie dat de verkoop van softdrugs aan verslaafden in een coffeeshop 'officieel' gedoogd wordt, terwijl de levering van softdrugs aan een coffeeshop een ernstig strafbaar feit is en vervolgd moet worden. Terecht oefent de internationale gemeenschap forse druk uit op de Nederlandse regering om de coffeeshops aan te pakken. Vanwege de overlast die coffeeshops veroorzaken, wordt ook steeds vaker vanuit lokale gemeenschappen actie gevoerd om het gedoogbeleid terug te draaien. Het Rotterdamse gemeentebestuur bijvoorbeeld, heeft sinds een jaar een voortvarend beleid dat goede resultaten oplevert.

Nederlands beleid
Bovendien is het Nederlandse beleid puur gericht op schadebeperking. Verslaving wordt geaccepteerd als maatschappelijk verschijnsel en we kijken toe hoe een medemens zichzelf verwoest. Met schone spuiten dan weliswaar, maar toch. De strijd tegen drugsgebruik zelf lijkt helemaal opgegeven. Magistraten pleiten in ons land voor het verwijderen van drugshandel uit het strafrecht. Dit is een individualistisch gericht beleid dat in zijn ultieme vorm zal leiden tot legalisering van drugs en afschaffing van de huidige VN-verdragen. Natuurlijk zijn er ook goede aspecten te noemen van het Nederlandse drugsbeleid. De verslaafdenzorg die geboden wordt is over het algemeen goed. We hebben aan de vraagzijde veel lovenswaardige initiatieven ontwikkeld. Schone gebruikersruimtes, verstrekking van schone spuiten en meer van dit soort zaken. De zorg voor de verslaafde lijkt centraal te staan. Maar de benadering van het probleem is ongehoord eenzijdig.

Cruciaal
De 'progressieve' Europarlementariërs menen nog steeds dat we onze gedoogcultuur naar Europa en de rest van de wereld moeten exporteren. Voor de eurofractie ChristenUnie-SGP was direct duidelijk dat we met alle ons ten dienste staande middelen moesten trachten deze evaluatie tegen te houden. Want alleen met de bestaande verdragen kunnen we de strijd tegen de drugs voortzetten. Uiteindelijk bleek dit ook de eindconclusie van het Europees Parlement te zijn. Tijdens een spannende stemming over het verslag van Kathalijne Buitenweg bleek de meerderheid nog steeds achter de huidige VN-verdragen te staan. Een amendement van de ChristenUnie-SGP waarin een verzoek tot evaluatie werd geschrapt en steun werd gegeven aan de huidige VN-drugsverdragen werd met 223 stemmen voor en 222 tegen aangenomen. De inbreng van een kleine fractie bleek zowel met de amendering als in de stemming cruciaal. Reden genoeg voor GroenLinkser Buitenweg om tegen haar eigen rapport te stemmen. Daarmee bleek gelijk het ware motief achter haar verslag: druk uitoefenen op de ministerconferentie in Wenen om de wijziging van de VN-drugsverdragen in gang te zetten. Gelukkig werd het verslag verworpen. Daarmee werd het tegendeel bereikt van wat oorspronkelijk de bedoeling was en gaat de strijd tegen drugs onverminderd door.

Hans Blokland

« Terug

Reacties op 'Gedoogbeleid geen exportproduct'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari