Rapport Belder: toelichting

dinsdag 03 juni 2003 13:52

De aard en de doelstelling van het instrument macro-financiële bijstand aan derde landen zijn goed en nuttig. Over de beleidseffecten valt op te merken dat macro-financiële bijstand van de Europese Gemeenschap bijdraagt aan economische hervormingen en structurele veranderingen in de ontvangende landen. Een dermate zinvol instrument verdient dus een gedegen rechtsbasis.

Als rapporteur heeft Bas Belder zijn eigen rapport in een bijdrage in het Europees Parlement als volgt toegelicht.
___________________________________________________________________________

De aard en de doelstelling van het instrument macro-financiële bijstand aan derde landen zijn goed en nuttig. Over de beleidseffecten valt op te merken dat macro-financiële bijstand van de Europese Gemeenschap bijdraagt aan economische hervormingen en structurele veranderingen in de ontvangende landen. Een dermate zinvol instrument verdient dus een gedegen rechtsbasis.
Deze ontbreekt nu echter. De huidige wettelijke regeling inzake de opzet, voorwaarden inzake voorbereiding, tenuitvoerlegging, controle, transparantie en verantwoordingsplicht van de communautaire macro-financiële bijstand is omslachtig en ondoelmatig. De procedure op het niveau van de Raad is namelijk erg tijdrovend. De huidige regeling is evenmin doeltreffend omdat de uitkering van middelen tot twee jaar kan uitlopen. Tot slot ontbreekt een gedegen rechtsgrondslag omdat de Raad aan het gebruik van artikel 308 vasthoudt.
Welke rechtsgrondslag voorziet in de benodigde gedegen rechtsbasis? Artikel 181 A zou de meest logische optie zijn: economische, financiële en technische samenwerking met derde landen. Hierover verschillen we van mening met de Raad die niet graag ziet dat macro-financiële bijstand onder 181 A ressorteert.
Het Verdrag van Nice zal te Zijner tijd trouwens worden vervangen door een nieuw Verdrag waarover de Conventie momenteel beraadslaagt. Tot nu toe heeft de ontwikkeling van macro-financiële bijstand van de Gemeenschap meer geleken op begrotingssteun dan op betalingsbalansbijstand, voor wat betreft de wijze van voorbereiding, uitvoering van de besluiten, toezicht op de hulp en het afleggen van verantwoording. Macro-financiële bijstand zoals verleend door de Europese Instellingen onder de voorwaarden van het Constitutioneel Verdrag, zou vallen onder de bepalingen van artikel 28 inzake economische, financiële en technische samenwerkingsmaatregelen die bedoeld zijn om het hoofd te bieden aan economische, financiële of maatschappelijke crises.
Daarnaast dient macro-financiële bijstand van de Gemeenschap voorwerp te zijn van parlementaire controle. Medebeslissing door het Europees Parlement is dus noodzakelijk. Het ontwerp-artikel 28 voorziet met een normale wetgevingsprocedure in medebeslissing, dus hierbij heb ik geen kanttekeningen. Deze opvatting over de rechtsbasis wordt in het Europees Parlement breed gedragen. Ik hoop dat Raad en Commissie deze opinie delen en zo dit goede instrument de bijbehorende rechtsbasis verschaffen. We kunnen dan als instellingen gezamenlijk overeenstemming bereiken over transparante en effectieve criteria en hun implementatie.
Ten tweede is het van belang te onderkennen dat er een oplossing moet worden gevonden voor de huidige ad hoc-regeling totdat de lidstaten het nieuwe Constitutioneel Verdrag zullen ratificeren. Vandaar dat het Europees Parlement het van groot belang acht dat de Commissie een wetgevingsvoorstel voorlegt inzake de overgangsperiode tot de ratificatie van het nieuwe Verdrag. Deze zou een tweeledige rechtsgrondslag moeten hebben en aan twee criteria moeten voldoen:

A. de macro-financiële bijstand moet worden beschouwd als bijstand aan derde landen die worden geconfronteerd met een crisis die teruggaat op economische, financiële of maatschappelijke omstandigheden;

B. besluitvorming op basis van medebeslissing.
Het voorstel zal uiteraard criteria bevatten om te bepalen of een land in aanmerking komt voor steun. De conclusies van de Raad van 8 oktober 2002 inzake macro-financiële bijstand, de zogenoemde Genval-criteria, zijn nuttig en juist. Zij kunnen dienen als criteria binnen het toekomstig rechtsinstrument indien een aantal wijzigingen in acht wordt genomen.
Dat betreft onder meer het uitzonderlijke karakter. Zo dient de discontinuïteits-clausule te worden gehandhaafd.

Bij het criterium van de complementariteit zijn er drie kanttekeningen. Ten eerste: een onafhankelijke kwantitatieve beoordeling door de Commissie. Daarnaast een zorgvuldige coördinatie met andere communautaire instrumenten in het kader van een politieke dialoog met het ontvangende land. Ten derde is macro-financiële bijstand een aanvulling op de middelen die het IMF en andere multilaterale instellingen verstrekken.
Dit neemt vanzelf niet weg dat de EU een eigen standpunt kan huldigen.
Bij de conditionaliteit gaat het om de onderlinge afhankelijkheid tussen de economie van het ontvangende land en die van de EU. Tevens zijn meetbare macro-economische criteria en de hervormingen in het ontvangende land cruciaal.

Dat een verbetering van het instrument het Europees Parlement ernst is, mag blijken uit het gegeven dat het Europees Parlement zal overwegen de goedkeuring van begrotingskredieten in verband met macro-financiële bijstand op te schorten totdat een adequaat wetgevingsvoorstel is voorgelegd….We hopen natuurlijk allen dat het niet zover komt dat het Europees Parlement zijn steun aan dit instrument moet inhouden.
Tot slot wil ik met name de collega’s bedanken voor de constructieve samenwerking. Graag verneem ik van de Raad en de Eurocommissaris of we het eens kunnen worden over voornoemde aanpak.

Ik dank u!

Bas Belder

« Terug

Reacties op 'Rapport Belder: toelichting'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari