Hogere wiskunde

maandag 30 juni 2003 21:02

Wat mag dit parlement van een rapporteur in tweede lezing verwachten? Welke lijn behoort een vakcommissie te volgen als het gemeenschappelijk standpunt van de Raad niet strookt met het standpunt van het EP in eerste lezing?

Europarlementariër Hans Blokland uit in de plenaire vergadering vandaag forse kritiek op de Juridische Commissie. Het gaat hierbij over het rapport Zappala inzake overheidsopdrachten. Hans Blokland vertolkte zijn commentaar als volgt.
__________________________________________________________________________


Wat mag dit parlement van een rapporteur in tweede lezing verwachten? Welke lijn behoort een vakcommissie te volgen als het gemeenschappelijk standpunt van de Raad niet strookt met het standpunt van het EP in eerste lezing?
Voor de hand liggend is dat de belangrijkste amendementen gegeven de politieke visie van dit parlement opnieuw worden ingediend. Nu staat bevordering van een duurzame economische ontwikkeling hoog op onze prioriteitenlijst. Eveneens geldt dat we rekening houden met subsidiariteit. Dat betekent dat we niet onnodig gemeenten en regio´s hinderlijk voor de voeten lopen.
Kijkend naar de voorstellen van de juridische commissie heb ik wel even mijn ogen uitgewreven. Ik was veel gewend, maar het thans voorliggende product verdient een dikke onvoldoende. Sommige argumentaties zouden de lachlust opwekken als het hier niet om serieuze zaken zou gaan.
Wat te denken bijvoorbeeld van de toelichting op amendement 63: Ik citeer: `Weging van alle afzonderlijke criteria staat te ver van de praktijk af en is te wiskundig´ einde citaat. Kennelijk is vermenigvuldigen en optellen al hogere wiskunde voor de juridische commissie.
Kortom de juridische commissie heeft haar werk niet goed gedaan en het is aan de plenaire vergadering om de ontstane schade in de beeldvorming van dit parlement weg te nemen.
Een gemeente moet het recht hebben om milieucriteria mee te laten wegen bij de gunning van een overheidsopdracht. Terecht is Helsinki door het Hof van Justitie in het gelijk gesteld bij de aanschaf van schone bussen.
Het zou toch te gek zijn voor woorden als er geen onderscheid gemaakt zou mogen worden tussen op milieuvriendelijke wijze opgewekte elektriciteit en andere elektriciteit?
Lagere overheden moeten kunnen beschikken over mogelijkheden om duurzame producten aan te schaffen evenals duurzame diensten. Datzelfde geldt uiteraard voor de regeringen van de lidstaten. Juist de overheid moet met een marktaandeel van 16% van het BBP pleitbezorger zijn voor een beleid gericht op duurzame producten en diensten. Als we dit zouden laten lopen is dat een volstrekt verkeerd signaal naar het particuliere bedrijfsleven, juist in een tijd waarin daar begrip ontstaat voor de noodzaak van duurzame producten en diensten.
Met het pakket amendementen dat ik mede ondertekend heb wordt de richtlijn aanvaardbaar gemaakt vanuit ecologisch perspectief en wordt het subsidiariteits principe geëerbiedigd. Daarmee leggen we de verantwoordelijkheid voor een politiek van duurzaamheid direct bij de overheden die de concrete besluiten nemen zo dicht mogelijk bij de burger.
Ik zou als Europarlementariër niet graag met een burger geconfronteerd worden die van zijn wethouder te horen krijgt dat hij van ´Europa´ niet mag zorgen voor ecologisch verantwoorde overheidsopdrachten.

Hans Blokland

« Terug

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari