Suikerklontje is niet zo zwart-wit

donderdag 18 september 2003 18:30

Het is niet moeilijk het Europees landbouwbeleid af te kraken. In het commentaar in het Nederlands Dagblad van 16 september krijgt het Europese landbouwbeleid weer eens zo'n veeg uit de pan. Ongenuanceerd en bezijden de waarheid.

Bron: Nederlands Dagblad

door Rijk van Dam en Leon Meijer


Het is niet moeilijk het Europees landbouwbeleid af te kraken. In het commentaar in het Nederlands Dagblad van 16 september krijgt het Europese landbouwbeleid weer eens zo'n veeg uit de pan. Ongenuanceerd en bezijden de waarheid.

Het commentaar zegt dat de Mexicaanse boeren niet op kunnen tegen de Nederlandse suikerboeren omdat die Europese subsidies krijgen waardoor ze goedkoop kunnen produceren. Was het maar zo eenvoudig. De suikerordening van de Europese Unie is ingewikkeld en heeft goede en slechte kanten. Boeren krijgen geen subsidie voor de productie, maar een gegarandeerde prijs, die inderdaad driemaal zo hoog is als de wereldmarktprijs. Daar staat tegenover dat de boer niet zomaar mag produceren. Hij is gebonden aan een bepaalde hoeveelheid, het quotum. Het gevolg is dat wij meer voor onze suiker betalen dan we zouden doen als we de suiker rechtstreeks van de wereldmarkt betrokken. Nu kopen we als consument die suiker altijd via de tussenhandel; het meeste zit verwerkt in onze frisdranken en ons voedsel. Verlaging van de prijs die de boer krijgt, is geen garantie dat de prijs voor de consument ook daalt.

De kwalijke kant van het Europese suikerregime zit hem in de overproductie. Als een boer meer produceert dan zijn quotum, wordt dat afgezet op de wereldmarkt, een deel van de overproductie (de B-suiker) zelfs met subsidie.

Om de Europese suikerboeren te beschermen gelden er hoge invoerrechten voor suiker van buiten de EU, zoals uit Mexico. Dat schaadt de export uit ontwikkelingslanden. Maar ook hier is het plaatje niet zo zwart-wit als het lijkt. De Europese Unie importeert jaarlijks 1,3 miljoen ton suiker uit de zogenaamde ACP-landen, voormalige koloniën. Deze landen ontvangen voor hun suiker dezelfde hoge prijs als de Europese boeren.

Wereldwijd wordt ongeveer 80 procent van de suikerproductie op een of andere manier beschermd; slechts 20 procent wordt op de wereldmarkt aangeboden. Een grote aanbieder is Brazilië. Dit land verbouwt veel rietsuiker om ethanol te winnen voor brandstof. Dat is alleen rendabel als de olieprijs hoog is. Dus zodra de olieprijs zakt, dumpt Brazilië grote hoeveelheden suiker op de wereldmarkt, waardoor de prijs keldert. Graag zouden we arme landen helpen zoals Mozambique, dat ook suiker poduceert. Als je de suikermarkt liberaliseert, worden we overspoeld met Braziliaanse suiker; de boeren in Mozambique hebben dan nog steeds het nakijken.

De eurofractie ChristenUnie-SGP is daarom voor het behoud van een gegarandeerde prijs voor de Europese suikerboeren, mits zij het quotum niet overschrijden. Een op de drie akkerbouwbedrijven verbouwt suikerbieten. De suikerbietenteelt zorgt voor vijftien tot twintig procent van het inkomen van de akkerbouwer. Suiker is daarmee een zeer constante inkomensfactor voor deze sector.

Een gegarandeerde prijs is echter ook een reden om overproductie en daarmee dumping op de wereldmarkt te voorkomen. Net zoals bij de melk, waar melkveehouders via de superheffing gestraft worden voor overproductie. Het is ruimhartig een land als Mozambique een quotum te gunnen om zijn suiker tegen een hoge prijs af te zetten op de Europese markt. Daarmee hebben we zowel oog voor de boeren in ontwikkelingslanden als de boeren in Nederland en kijken we met genoegen naar de bietencampagne op het platteland.

Mr. Rijk van Dam is lid van het Europees Parlement voor de ChristenUnie-SGP; dr. ir. Leon Meijer is beleidsmedewerker Landbouw en Visserij van de eurofractie

« Terug

Reacties op 'Suikerklontje is niet zo zwart-wit'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari