Saddam Hoessein heeft zijn krediet al ruimschoots verspeeld

dinsdag 18 februari 2003 10:12

Saddam Hoessein mag een meedogenloos wrede dictator zijn, maar waarom wordt hij niét met rust gelaten en andere dictators wel? Waarom hameren de VS zo op ontwapening van Irak, terwijl landen als Pakistan en Noord-Korea nauwelijks serieuze tegenstand van Amerikaanse zijde ontmoeten? Deze Amerikaanse ´willekeur´ zal wel uit de zucht naar beheersing van de Iraakse olievelden, uit de domheid van Bush of anders uit imperialisme voortkomen, is in Europa een heersende opvatting.

Bron: Reformatorisch Dagblad

door Marleen Bosman- Schouten


Saddam Hoessein mag een meedogenloos wrede dictator zijn, maar waarom wordt hij niét met rust gelaten en andere dictators wel? Waarom hameren de VS zo op ontwapening van Irak, terwijl landen als Pakistan en Noord-Korea nauwelijks serieuze tegenstand van Amerikaanse zijde ontmoeten? Deze Amerikaanse ´willekeur´ zal wel uit de zucht naar beheersing van de Iraakse olievelden, uit de domheid van Bush of anders uit imperialisme voortkomen, is in Europa een heersende opvatting. Ook in het Europees Parlement denkt een meerderheid op deze manier.
Met deze visie wordt Saddam Hoessein in de kaart gespeeld en volgt men zijn methode van redeneren: het omdraaien van oorzaak en gevolg voor eigen voordeel.

Het Europees Parlement spreekt regelmatig over de situatie in Irak. De Europese Unie probeert een Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid van de grond te krijgen. Het EP heeft het recht van advies over dit beleid, en uit dien hoofde doet het uitspraken in allerhande internationale kwesties. Nadat vorig jaar in november een uitgebreid verslag over Irak aan de orde is geweest, heeft het parlement zich opnieuw uitgelaten over de actuele situatie in Irak. Wat staat er in deze resolutie? Het EP erkent de wenselijkheid van de vollege ontwapening van Irak, verwijt het regime van Bagdad gebrek aan medewerking met de internationale gemeenschap en de schendingen van de mensenrechten. Tegelijkertijd zegt het EP dat er nu nog geen rechtvaardiging is voor militair ingrijpen in Irak en dat alleen de Veiligheidsraad van de VN dat besluit mag nemen ´na een volledige evaluatie van de toestand´. Daarnaast ´is het EP gekant tegen elke unilaterale militaire actie´ en meent het ´dat een preventieve aanval in strijd is met het internationale recht en het Handvest van de VN´.

Het Europees Parlement onderschat met deze resolutie de ernst van de bedreiging, die van Saddam uitgaat. Sinds het officiële aantreden van Saddam in 1979 hebben door toedoen van ´de man van vele dagen´ honderdduizenden mensen het leven verloren. Onderdanen zoals de Koerden werden zonder genade uit de weg geruimd. Daarbij bleef het echter niet. De Iraakse alleenheerser is altijd uit geweest op expansie. Daarvan was de oorlog met Iran de eerste overduidelijke expressie, en de invasie in Koeweit de tweede. Van die laatste invasie heeft hij gezegd dat het een fout was. Niet vanwege de aanval zelf, maar vanwege het feit dat hij toen zijn nucleaire wapens nog niet had. In alle redelijkheid kunnen we aannemen dat zijn aspiraties verder reiken, en dat ook Saoedi-Arabië of zelfs de hele golfregio er onder vallen.
Dit kan nog met een schouderophalen of een glimlach worden afgedaan, ware het niet dat dat de Hoessein sinds zijn aantreden ijverig, en in het begin met steun van het Westen, bezig is geweest met het verzamelen van bij zijn aspiraties passend wapenarsenaal. Uiteraard vielen daar ook biologische, chemische en nucleaire wapens onder. Wapens van de eerste en tweede soort bezit Saddam en hij heeft niet geschuwd ze te gebruiken. Nucleaire wapens had hij bijna…totdat hij te snel Koeweit binnenviel. Het nuclaire program werd na de operatie ´Desert Storm´ ernstig vertraagd, maar gevluchte Iraakse wetenschappers getuigen dat hij er tot op de dag van vandaag ijverig aan doorwerkt.

Sinds 1990 heeft de Veiligheidsraad van de VN diverse resoluties over Irak aangenomen. Een aantal daarvan zijn aangenomen onder hoofdstuk 7 van het VN-Handvest. Dat betekent dat schendingen van die resoluties in principe gewapende tegenmaatregelen rechtvaardigen. Alle resoluties behelsden ´harde´ eisen. Deze hielden onder meer in dat Irak zijn voorraden aan chemische en biologische wapens moest melden en vernietigen. Het programma voor nucleaire wapens dienden de Irakezen met onmiddelijke ingang stop te zetten. Internationale wapeninspecteurs moesten ongehinderd hun controles uit kunnen oefenen. De resoluties bevatten ook ernstige bedreigingen aan adres van het Iraakse regime. Al tien jaar lang overtreedt Bagdad deze resoluties in het groot en in het klein. Dreigementen haalden niets uit. De sluwe Iraakse heerser wist zelf de zaken om te draaien, en de zaken zo voor te stellen dat de VS de boosdoener werd en hij het zielige slachtoffer. In 1998 achtte hij zich sterk genoeg om de wapeninspecteurs het land uit te zetten. De VN had geen overtuigend antwoord, en ruim vier jaar heeft het Iraakse regime geen controle op zijn grondgebied hoeven dulden. Terwijl de aspiraties van Saddam Hoessein niet veranderd zijn.
Tot op vandaag weigert Saddam Hoessein te antwoorden op dringende vragen naar ´oude´ voorraden chemische stoffen, of naar verklaringen voor pogingen technologie voor nuclaire wapens te verkrijgen. Ook klagen de huidige wapeninspecteurs over het feit dat ze geen stap kunnen verzetten zonder hun Iraakse begeleiders en over het gebrek aan medewerking van de zijde van Bagdad, een feit dat Colin Powell deze week heeft onderstreept.

Saddam Hoessein zaait verdeeldheid binnen de Veiligheidsraad. Door vertragingstactieken, beloften van medewerking als het echt niet anders meer kan, het breken van die beloften als het even mogelijk is, heeft hij deze raad al ruim tien jaar aan het lijntje weten te houden. En – dat moet ook gezegd – de Veiligheidsraad liet zich graag paaien. Men constateerde ernstige schendingen, dreigde …. en daar bleef het bij. Onder de regering-Clinton stemden de Amerikanen in met het toegeven aan Iraakse eisen voor wat betreft de wapeninspecties. Met als resultaat dat de inspecteurs nog geen jaar later alsnog het land uitgegooid werden. De andere permanente leden, met name Rusland, China en Frankrijk kwam deze vertraging goed uit. Deze drie leden vrezen voor hun positie in het Midden-Oosten na ingrijpen in Irak. Zij zien meer in het ´inbinden´ van Irak. Daarbij zien ze welbewust over het hoofd dat de regering in Bagdad met niets anders is beziggeweest dat de resoluties van de Veiligheidsraad permanent en waar maar mogelijk te ondergraven. Men denkt dat de dreiging, die van Irak uitgaat op termijn ook wel door resoluties en boze taal, ingeperkt kan blijven.

Inbinden van Irak werkt onvoldoende. Sluw als de dictator in Bagdad is, zal hij er ogenblikkelijk van profiteren als de wereldgemeenschap met andere problemen geconfronteerd wordt, en even de andere kant op kijkt. Hij zal ook profiteren van verdeeldheid en verschillende belangen van de wereldmachten.

In het licht van deze overwegingen, schiet de EP-resolutie ernstig tekort. Wie de Veiligheidsraad het alleenrecht op besluitvorming geeft, kiest ervoor om de Iraakse potentaat op zijn troon te laten. Wie zich beroept op het volkenrecht om zijn stelling te ondersteunen, moet begrijpen dat het Iraakse regime al velen malen resoluties - niet alleen die van oktober 2002 - van de Veiligheidsraad heeft geschonden. Die moet daarbij ook begrijpen dat het volkenrecht niet zo eenduidig is als het door tegenstanders van ingrijpen in Irak gepresenteerd wordt. Alle opinies ten spijt gaat het volkenrecht uit van soevereine staten, en niet van een wereldregering door de Veiligheidsraad.
Volkenrecht is nog steeds veel vager dan gewoon recht, en wordt in belangrijke mate bepaald door ongeschreven recht. Noties als rechtvaardigheid, proportionaliteit en vergelding spelen een grote rol bij het bepalen van de rechtmatigheid van optreden. Uiteraard spelen daarbij ook wereldbeeld, cultuur en geloofsovertuiging een rol. Internationale verdragen bieden belangrijke afspraken, die niet zomaar aan de kant geschoven dienen te worden. Tegelijkertijd is er ook de nuchtere constatering dat ze niet op iedere situatie en op iedere dreiging een passend antwoord hebben. Evenzo is de Veiligheidsraad een belangrijk orgaan, en dient aktie tegen Irak bij voorkeur via dat orgaan te lopen. Dat vergroot de legitimiteit en vermindert risico´s van ingrijpen. Maar de leden van dit orgaan laten zich al te vaak door andere belangen leiden, terwijl Bagdad daarvan profiteert. Wie in deze omstandigheden enkel een rol ziet voor de Veiligheidsraad, laat Saddam op zijn troon. Wie zich laat verleiden om te spreken in termen van ´een Amerikaanse oorlog tegen Irak´ doet hetzelfde. Eerder past het immers om te spreken van een bevrijding van het Iraakse volk.

Doorgeschoten pacifisme kan lijden tot een vertroebelde blik op de werkelijkheid. Een groep van Europarlementariërs vertrok naar Irak om daar tegen oorlog te protesteren. Zij zien niet dat ze voornamelijk nuttig zijn voor de propagandamachinerie uit Bagdad. Oorlog is iets afschuwelijks, iets waar we niet naar hoeven te verlangen. Maar de Nederlandse publieke opinie moet zich ook realiseren dat ´peace in our time´ in het verleden een verwoestende ramp tot gevolg heeft gehad.

Mr. Drs. Marleen Bosman-Schouten is werkzaam voor de eurofractie van ChristenUnie-SGP

« Terug

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari