Dagboek Israel

zaterdag 24 mei 2003 10:41

Het Europese Parlement kent een flink aantal vaste delegaties voor relaties met landen buiten de Europese Unie. Sommige delegaties hebben betrekking op een heel werelddeel, zoals Zuid-Amerika, andere voor één land. Zo is er een delegatie voor de Verenigde Staten maar ook voor Israël. Sinds 1999 maak ik van laatstgenoemde delegatie deel uit. Een voorrecht, want Israël is - met name in het licht van de bijbel - een uniek land.

Bron: Nederlands Dagblad

door Rijk van Dam


Het Europese Parlement kent een flink aantal vaste delegaties voor relaties met landen buiten de Europese Unie. Sommige delegaties hebben betrekking op een heel werelddeel, zoals Zuid-Amerika, andere voor één land. Zo is er een delegatie voor de Verenigde Staten maar ook voor Israël. Sinds 1999 maak ik van laatstgenoemde delegatie deel uit. Een voorrecht, want Israël is - met name in het licht van de bijbel - een uniek land.


Normaliter gaan delegaties van het Europees Parlement jaarlijks naar het land of de regio en komen ook parlementariërs van daar eens per jaar naar Brussel. Zoniet de Israël-delegatie: de onrust in het land vanwege de Palestijnse intifada leidde de afgelopen jaren steeds weer tot uitstel. Sinds januari 2002 was de Portugese oud-president Mario Soares voorzitter van de delegatie, maar hij traineerde nog meer dan zijn voorganger. Toen met mij vele leden dat meer dan zat waren, stapte hij in oktober op. De Duitser Willi Görlach volgde hem op en deze ging voortvarend aan de slag. De delegatie sprak af na de Knesset-verkiezingen van eind januari de staat Israël te bezoeken. Deze maand waren alle Knesset-commissies bemand en bezochten 9 europarlementariërs het enige thuisland van het Joodse volk. Het programma besloeg vier dagen, ik bleef een dag langer. Een impressie van de ontmoetingen, voor het overgrote deel in de kleine uurtjes vastgelegd.

Vrijdag 16 mei.
Aan het eind van de middag arriveren adviseur Leon Meijer en ik op vliegveld Ben Goerion. Aangekomen in het King David Hotel in Jeruzalem verwelkomt een Amerikaanse vriendin ons. Het is Roberta Hromas, een krasse Joodse dame, die ik onlangs in Washington ontmoette. Zij leidt een Amerikaanse christelijke organisatie die Israël en de joden steunt. Ze is speciaal voor het bezoek van de delegatie overgekomen en nodigt ons uit voor de maaltijd deze avond.
Het is Sabbath geworden en in de eetzaal zijn we omringd door gezinnen die deftig gekleed de maaltijd gebruiken. Vooraf zingt de vader of de moeder staande enige liederen voor. We zien een veelkleurig gezelschap: Sefardische joden afkomstig uit N-Afrika en Askenazies uit Rusland laten zich bedienen door Arabieren.

Zaterdag 17 mei.
Graag hadden we een dienst bijgewoond in de Messias-belijdende Bat Tsion-gemeente van dominee Ben Zvi. Helaas is de kerkzaal, dichtbij de Jaffa-poort, nog niet voltooid. Ik wandel naar de Graftuin, een prachtige oase buiten de Damascus-poort. Nu er zo weinig toeristen komen, blijkt er ’s zondagsmorgens geen eredienst te zijn bij het graf, waar op de deur staat: ‘Hij is hier niet, Hij is opgestaan’. Een Brits vrijwilligersechtpaar, net aangekomen voor zes weken hulp in de Graftuin, stelt mij voor aan de beheerder. Hoewel de tuin pas om twee uur opengaat mag ik een uur lang alleen in de tuin vertoeven. De Britse stichting claimt niet dat dit de hof van Jozef van Arimathea is, niettemin maakt deze ongekunstelde plek een diepe indruk. In tegenstelling tot de pompeuze kerken die op de ‘heilige plaatsen’ zijn gebouwd. Hoe veelzeggend is die tekst op het graf: Hij is opgestaan!
Dat alles overdenkend wandel ik terug naar het hotel waar me een schaal fruit wacht. Met Leon bezoek ik een Nederlands echtpaar, dat gasten uit Nederland en van elders huisvest voor bijbelstudie en bezinningsweken. De gastvrouw blijkt uit IJsselmuiden te komen, net als mijn vrouw. Na een uitgebreide ‘Tea’ bij Roberta is er de voorbereiding van het programma van de delegatie. De leden krijgen een ‘briefing’ van de ambassadeur van Griekenland, dat momenteel voorzitter van de EU is.
Wat deze arrogante diplomaat ons twintig minuten lang wil inpompen, grenst aan het ongelooflijke. Het Israelische leger valt de Palestijnen aan, maar de intifada noemt hij niet. Er vallen burgerslachtoffers bij militaire acties, maar hij zwijgt over de honderden slachtoffers van zelfmoordbommen. De regering van Israël wil eerst veiligheid, welk Europees land zou dat niet doen? Als ik hem zo bevraag over zijn vooringenomenheid, reageert hij geringschattend. De schade door drie jaar afwezigheid van de Israël-delegatie is blijkbaar groot. In die tijd liep de delegatie voor de Palestijnse Autoriteit hier de deur plat. Als de vertegenwoordigers van de Europese Unie op deze eenzijdig manier met de regering van Israël spreken, is het geen wonder dat die weinig meer moet hebben van Europa. Bij het einde van de briefing horen we uit de zaal ernaast gezang: het einde van de Sabbath.

Zondag 18 mei.
Peter Wells van de Graftuin gaf gisteren plaats en tijd van protestantse diensten op zondag. Ik kies voor de presbyteriaanse Church of Scotland, tien minuten lopen van het hotel. Bij de deur verwelkomt dominee Witmer de kerkgangers, niet meer dan enkele tientallen. Op het liederenbord lees is meermalen ‘SGP’, het staat voor Songs of God’s People. De tekst is: Vrede geef ik U, Mijn vrede laat ik U.
Hoe schril is het contrast met het gruwelijke nieuws van deze morgen: een Palestijn blies zich op in een bus in Jeruzalem: zeven mensen gedood, twintig gewond! Onze delegatie besluit naar de plaats van het bloedbad te gaan om ons medeleven te betuigen.
Voor het avondeten zijn we te gast bij het Joods Wereld Congres dat morgen in de Gouden Stad vergadert.

Maandag 19 mei.
De delegatie ontbijt met Harry Kney-Tal, adviseur van de regering-Sharon, tot november de bevlogen ambassadeur van Israël bij de EU. Met een keur van argumenten schildert hij de gevaren voor het land. Bijzondere zorg is er over Iran, dat volop bezig is kernwapens te ontwikkelen.
Vandaag zijn we te gast in de Knesset. Eerst ontmoeten we leden van de commissie Defensie en Buitenlandse Zaken. Voorzitter Yuval Steinitz herinnert hoe ‘land for peace’ uitdraaide op ‘land for terror’: Nadat Israël zich in 1995 terugtrok van de Westelijke Jordaan-oever begonnen de zelfmoord-bomaanslagen.
In ons gesprek met de Knesset-delegatie voor de E.U. tracht voorzitster Naomi Blumenthal onze aandacht te verleggen naar samenwerking in landbouw, technologie en milieu. Ze kan echter het grote vraagstuk van het vredesproces niet ontlopen.
Er volgt een kort gesprek met minister van Binnenlandse Zaken Avraham Poraz. Hij is lid van Shinui, de D66-achtige partij die ook hier de regering aan een meerderheid helpt. Ik pleit voor visa voor Nederlanders die hier vrijwilligerswerk willen doen. Hij belooft een oplossing als hij concrete namen van ons krijgt. Woensdag ligt het eerste lijstje op zijn bureau. We lunchen met Knesset-voorzitter Reuven Rivlin, bondgenoot van premier Sharon.
Na de lunch ontmoeten we Minister Sivan Shalom van Buitenlandse Zaken op zijn ministerie. Hij legt uit dat Arafat irrelevant is geworden. De Palestijnse premier Abbas moet nu zijn gezag tonen en de terreur een halt toeroepen.
De vertegenwoordiger van de Europese Commissie in Tel Aviv heeft ons uitgenodigd voor het diner. Naast mij zitten de zaakgelastigden van Jordanië en Egypte. Vooral de laatste heeft weinig goede woorden voor Israël’s regering. Hij plaatst de plegers van zelfmoordacties op één lijn met militante bewoners van nederzettingen in de ‘bezette’ gebieden. Deze buurstaten doen dus volop mee met de psychologische oorlogsvoering.

Dinsdag 20 mei.
We rijden naar Haifa, twee uur met de bus. Arabieren vormen daar eenzesde deel van de bevolking, terwijl de verhoudingen redelijk ontspannen zijn. In centrum Beth HaGefen zijn Arabische en Israelische kinderen samen creatief bezig. Heel idealistisch, maar naar ik vrees niet te vertalen naar de gehele samenleving. Na een lunch met schrijver Sami Michael, een Irakese Jood, krijgen we in Herzliya een presentatie van Boaz Ganor, hoofd van het antiterreur trainingscentrum.
Met scherpe lijnen schildert hij het internationale islamistische terreurnetwerk. Terreur berust op twee pijlers: slagkracht en motivatie. Militair kan het eerste bestreden worden, maar minstens zo belangrijk is het tweede, Allah’s eis tot Jihad, te ontkrachten. Educatie en welzijnswerk kunnen die voedingsbodem wegnemen. In dit verband is het funest dat de Palestijnen nog steeds schoolboeken gebruiken waarin antisemitisme de boventoon voert. Deze vergiftiging van de jonge geesten brengt de zelfmoord-terroristen voort. Ganor waarschuwt dat na het uitroeien van deze wortels van terreur, het nog een generatie kan duren voor het gevaar is geweken.
Na een bezoek aan een centrum voor slachtofferhulp komen we terug in Jeruzalem. Net als gisteren is er slecht een kwartier om ons wat op te frissen. We dineren met de vertegenwoordigers van de Commissie in Israel en in de Palestijnse gebieden plus een hoge ambtenaar uit Brussel. De geschiedenis van zaterdag herhaalt zich: De Palestijnen hebben het zo moeilijk, zij aanvaarden de ‘road-map’, terwijl Israël voorwaarden vooraf stelt, met als eerste een eind aan het geweld. Net als de Jordaniër gisteren noemt de vertegenwoordiger bij de Palestijnen zelfmoordaanslagen en nederzettingen in één adem. De vertegenwoordiger in Tel Aviv wil dat Israël de road-map aanvaardt, nota bene ongeacht de Palestijnse terreur. Twee uur lang discussiëren we pittig, waarbij ik Israël gelijk geef niet te onderhandelen met een van bloed druipend mes op tafel.

Woensdag 21 mei.
Half acht, ontbijt met de voorzitter van de ‘nederzettingen’ op de Westoever en de Gaza-strook. De Joden in deze ‘settlements’ claimen op Bijbelse gronden die gebieden als onopgeefbaar voor Israel. Zij vormen vier procent van de Israelische bevolking, maar van de terreur-slachtoffers komt 28 procent daarvandaan. Zij lopen dus een zevenvoudig risico. Ze maken zich grote zorgen dat Israël deze gebieden bij onderhandelingen zal opgeven.
We gaan naar president Moshe Katsav, die weloverwogen spreekt over de zorgelijke situatie van zijn kleine land in de enorme Arabische wereld. Hij hecht veel belang aan een goede verstandhouding met Europa. Met een persconferentie in het hotel sluiten we het officiële bezoek af, het overgrote deel van de delegatie vliegt vanmiddag terug. Mij wacht nog een en ander. Op een Engelstalig radiostation leg ik een interview af en dan snel terug naar het appartement dat Roberta in Jeruzalem huurt. Ze heeft zo’n 25 Israeli’s uitgenodigd voor een ‘High Tea’ met een jonge musicus, waar ik als ‘eregast’ over mijn belevenissen mag vertellen. Twintig minuten zijn veel te kort, maar de mensen begrijpen dat het volk Israël nog vrienden in Europa heeft, ook in de politiek. Sommige komen me met tranen in de ogen bedanken. Het laat ook mij niet onberoerd als staande ‘Yerushalaim, sjel zahav’ (stad van goud) gezonden wordt. We praten na, ook met dominee De Vreugd en ir. Jan van der Graaf, die in Jeruzalem zijn wegens de sluiting van het Huis op de Berg.
We spoeden ons naar de studio van het Engelstalige journaal. Gezeten naast de nieuwsleesster mag ik vertellen waarom we drie jaar zijn weggebleven en over de controle op Europees geld voor de Palestijnen.

Donderdag 22 mei.
De laaste afspraak is met Minister Benny Alon van Toerisme, een orthodoxe Jood die veel waarde hecht aan contact met christenen die liefde voor Israël hebben. Een uur lang praten we over de eenzijdige voorlichting van de Europeanen met een pro-Palestijnse houding als gevolg en natuurlijk over de road-map of ‘road-trap’ zoals hij het noemt. Wat de normen en waarden van het Oude Testament betreft, vinden we elkaar geheel. Een bijzondere zoon van het Oude Verbondsvolk!
De hoogste tijd voor de terugvlucht; de controles zijn ongekend streng. Gelukkig zijn we op tijd aan boord en verloopt de terugvlucht probleemloos; Gode zij dank voor Zijn bewarende hand.

Het was de hoogste tijd voor dit bezoek; de vriendschap tussen Europa en Israël heeft al te veel geleden. Als we lezen dat Israël de road-map moet accepteren, weten we dat er alle reden is om beëindiging van het geweld als voorwaarde te stellen. We zullen deze dagen niet licht vergeten, hopelijk hebben ze ook de linkse leden in de delegatie aan het denken gezet. Mijn hoop is dat vele lezers zullen doen, wat ik tegen onze gesprekspartners zei: met de Heilige Schrift bid ik om vrede voor Jeruzalem.

Mr. Rijk van Dam is europarlementariër voor ChristenUnie-SGP en lid van de Israël-delegatie van het Europees Parlement

« Terug

Reacties op 'Dagboek Israel'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari