Federalisme contra realisme

vrijdag 24 oktober 2003 12:02

Het betoog van eurocommissaris Frits Bolkestein in NRC Handelsblad laat aan duidelijkheid niets te wensen over: geef Europa niet te veel macht, beslis in Europa op een zo laag mogelijk niveau en maak van Nederland geen provincie van Europa.

Bron: Nederlands Dagblad

door Bas Belder en Dick Jan Diepenbroek


Het betoog van eurocommissaris Frits Bolkestein in NRC Handelsblad laat aan duidelijkheid niets te wensen over: geef Europa niet te veel macht, beslis in Europa op een zo laag mogelijk niveau en maak van Nederland geen provincie van Europa.
Het zijn allemaal facetten van een boodschap aan Europa die in de Nederlandse politiek zelden worden gehoord. Het is ten diepste een boodschap waar de Nederlandse politiek niet klaar voor is. Onze Nederlandse politici in Brussel en Straatsburg warmen zich nog behaaglijk op bij het federale vuur van de grote Europese fracties en dromen weg bij hun Europees luchtkasteel. De Haagse politici laten zich hierbij in slaap sussen om bij het ontwaken te ontdekken dat wederom bevoegdheden van Den Haag richting Brussel zijn verdwenen. Temidden van deze lofzang op het federale Europese project dissoneert de waarschuwing van Bolkestein: geef Europa niet te veel macht.
Heeft Frits Bolkestein de primeur met zijn kritische kanttekeningen bij Europa? Zijn er binnen de politiek dan nooit geluiden geweest tegen het streven naar een federaal Europa, waarin Nederland niet meer is dan Beieren of Catalonië? De boodschap van het inperken van de macht van Europa, het ageren tegen het streven van de federalisten en het wijzen op het beginsel van subsidiariteit als instrument om bevoegheden op een juiste manier te plaatsen op het niveau van gemeente, provincie, rijk of unie klinkt, zowel in Brussel als in Den Haag al jaren. Het zijn punten die de politici van ChristenUnie-SGP hun collegae al jaren voorhouden. Blijkbaar waren de laatsten er toen nog niet klaar voor. Het federalistisch standpunt van de grote Europese fracties heeft een heldere en realistische kijk op Europa vertroebeld.
Het is nog niet te laat om realistische standpunten inzake Europa een grotere plaats te geven. De onderhandelingen over een nieuwe grondwet zijn nog in volle gang. De Nederlandse overheid zal dan wel de rug moeten rechten en af moeten stappen van de halfslachtige en brave onderhandelingstactiek die tot op heden gevoerd wordt. Nederland wil als grootste kleine lidstaat de grote lidstaten niet voor de voeten lopen en zich niet verenigen met het blok van de kleine lidstaten. Daar is de grootste van de kleine nu net weer te groot voor. Het resultaat van een dergelijke tactiek is helder: de grote halen hun punten binnen en geven als compensatie de kleine ook enkele punten. Nederland valt vervolgens buiten de boot en kan in Den Haag geen fatsoenlijk onderhandelingsresultaat op tafel leggen. Dat hoeft ook niet want Nederland heeft de voortgang van het Europees project niet gehinderd. Een merkwaardige vergoeilijking, zeker gezien de visie op Europa van landen als Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. De één gebruikt Europa als multiplier, de ander wil graag “normaal” worden, terwijl de derde een politiek voert om Europa te verwateren. Binnen dit scala aan visies, strategiën en belangen is het niet blokkeren van het Europees project niet alleen braaf maar ook bijzonder naïef.
Bolkestein heeft recht van spreken. Hij opereert in het hart van Europa en constateert een ongewenste ontwikkeling bij een ongewijzigde tekst van de Europese grondwet. Op een duidelijke manier legt hij de vinger bij zere plekken als een vaste voorzitter van de Europese Raad, de Europese Commissie als gezelschap van eerste- en tweederangs commissarissen en een Europa dat veel te veel wil aanpakken. De Europese Commissie bijvoorbeeld zou een log college worden, wanneer alle lidstaten een eigen commissaris met stemrecht behouden. De oplossing van de Conventie heeft echter alle kenmerken van een kleurloos compromis, waar eigenlijk niemand zich in kan vinden en wat omwille van het compromis in stand wordt gehouden. De vrees voor een log college wordt toch echt niet verkleind door een gedeelte van de commissarissen geen stemrecht te geven. De leuk meepratende commissaris wil namelijk ook een portefeuille. Het zal toch niet zo zijn dat naast zijn stemrecht ook de invulling van zijn werkweek vervalt!
De realistische benadering van Europa, zoals verwoord door de Nederlandse eurocommissaris, wellicht in onbewuste navolging van de eurofracties ChristenUnie-SGP vraagt om duidelijke en werkbare keuzen voor de institutionele toekomst van de unie en voorkomt dat Europa verzandt in een bureaucratische chaos.
Overigens zijn er ook enkele kanttekeningen te plaatsen bij het betoog van Bolkestein. Hij constateert terecht dat het liberalisme met het streven naar beperking en decentralisatie ingaat tegen de hoofdstroom van de politiek. Deze visie is strijdig met zijn opmerkingen over buitenlandse politiek als instrument om gemeenschappelijke problemen op te lossen. De impasse rond Irak heeft zonneklaar aangetoond dat het heel lastig is het gemeenschappelijk probleem te definiëren. Terwijl het Verenigd Koninkrijk en Spanje de Iraakse leider Saddam Hussein en zijn wapenprogramma’s als probleem beschouwden, zagen Frankrijk en Duitsland de VS en en het paseren van de Veiligheidsraad als het probleem. Een knappe Europese minister van Buitenlandse Zaken die hieruit een gezamenlijk buitenlands beleid weet te destileren.
Een ander, meer principieel, bezwaar tegen de redenering van de heer Bolkestein is het feit dat hij niet aantoont dat het decentrale streven van het liberalisme leidt tot Europa als het podium van buitenlandse politiek. Buitenlands beleid raakt echter het hart en de identiteit van de lidstaten en is dan ook bij uitstek op zijn plaats op het nationaal niveau.
Een ander punt van politieke onduidelijkheid betreft de visie van de heer Bolkestein over de uiteindelijke omvang van de EU. Hij noemt Turkije, Oekraïne, Moldavië en Rusland. Een unie van een dergelijke omvang leidt tot een verdere bureaucratisering van Brussel of tot een verdere verwatering van het Europese project. Hij zal, gezien de toonzetting van zijn stellingname, opteren voor het tweede. Een optie die voor de federalisten een schrikbeeld vormt, maar die wel blijk geeft van een realistische visie. Een unie met een reikwijdte van de Azoren tot Vladivostok is niet te regeren vanuit Brussel.
De koorzang van het federalisme krijgt te maken met een geduchte tegenstem vanuit het hart van Europa, waardoor de heldere stem van de ChristenUnie-SGP bijklank krijgt.

Bas Belder is lid van het Europees Parlement voor ChristenUnie-SGP, Dick Jan Diepenbroek is beleidsmedewerker van de eurofractie van deze partijen.

« Terug

Reacties op 'Federalisme contra realisme'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari