Gesteggel over stabiliteitspact

zondag 14 september 2003 10:49

De afgelopen weken is het stabiliteitspact veelvuldig in het nieuws. Politici uit verschillende lidstaten willen een soepele hantering van de regels. Zo pleit president Chirac nog voor een soepel toepassen van de regels van het pact.

Bron: Utrechts Nieuwsblad

door Hans Blokland en Jan Harm Boiten


De afgelopen weken is het stabiliteitspact veelvuldig in het nieuws. Politici uit verschillende lidstaten willen een soepele hantering van de regels. Zo pleit president Chirac nog voor een soepel toepassen van de regels van het pact. Eerder liet de voorzitter van de Europese Commissie, Prodi, al weten een strikte toepassing van de regels dom te vinden. Daarentegen laat de Nederlandse minister van Financiën in de regel als antwoord weten dat het spel volgens de regels gespeeld wordt. Zalm maakte dat dit weekend aan het Gardameer nog eens duidelijk. Het pact wordt zo een politieke speelbal voor nationale belangen wanneer politici miskennen waarom het pact een belangrijke basis vormt voor de Europese economie.
Nu de economie terugloopt neemt het beroep van burgers op sociale voorzieningen toe. Dat de economie niet voortdurend groeit is met het stabiliteitspact voorzien. Dat overheden dan wel eens meer willen besteden dan wat er wordt ontvangen ligt voor de hand. Om de uitgaven dan toch binnen de perken te houden stelt het pact regels. Regels die er toe leiden dat op dit moment in verschillende landen moet worden bezuinigd op bijvoorbeeld uitkeringen.
Op dit moment zijn twaalf landen van de Europese Unie gebonden aan de regels van het stabiliteitspact. Het stabiliteitspact is een pact dat gericht is op het in de hand houden van de overheidsfinanciën om een waarborg te leveren voor een solide muntunie. Drie lidstaten doen nog niet mee aan de euro. Groot-Brittannië, Denemarken en Zeden kennen nog een uitzonderingspositie. Wel leeft bij deze landen de intentie om alsnog aan het europroject mee te gaan doen, al denken veel burgers van deze landen hier anders over.
Voor de nieuwe lidstaten geldt een soortgelijke regeling. Om toe te treden tot de Europese Unie moeten ze aan verschillende eisen voldoen. De kandidaatlidstaten behoren een stabiele democratie te zijn die de mensenrechten eerbiedigt en minderheden beschermt. Ze zullen een competitieve markteconomie ontwikkelen. Tenslotte moeten de nieuwe lidstaten adequate bestuurlijke en juridische apparaten hebben. Om in aanmerking te komen voor toetreding tot het stabiliteitspact is er ook de zorg voor solide overheidsfinanciën. Daarover zijn afspraken gemaakt in de zogenaamde Maastricht-criteria. De toetreders verplichten zich te streven naar deze criteria. Voor het begrotingstekort geldt een maximumnorm van 3 procent en een overheidsschuld van maximaal 60 procent van het BNP. Daarnaast zijn er de vereisten van prijsstabiliteit en de rentevoet. Na de toetreding beslissen de EU-lidstaten met gekwalificeerde meerderheid of de munt van een toetredingsland kan gaan participeren in het Europees Monetair Stelsel (EMS). Op die manier wordt de munt van het toetredingsland gekoppeld aan de euro.
Wanneer een land voldoet aan de Maastricht–criteria, en de koers van de munt is in het EMS systeem twee jaar stabiel ten opzichte van de euro dan, breekt de derde fase van de EMU aan. In de derde fase wordt de euro geïntroduceerd. Ook hierover beslissen de lidstaten met gekwalificeerde meerderheid. Voor het besluit over de waarde van de nationale munt waartegen de euro uiteindelijk kan worden ingevoerd moeten de lidstaten met unanimiteit beslissen. Zowel voor de toetreding tot de Europese Unie als de participatie in de monetaire unie zijn de procedures vastgelegd.
Zo zorgvuldig als de fases zijn opgebouwd om deel uit te maken van de Europese munt, zo onzorgvuldig zijn de uitspraken over het pact. De meest genuanceerde uitspraken komen in de buurt van de roep om een flexibele en intelligente toepassing van het pact. Hoe dat moet worden ingevuld wordt er niet bij vermeld. Er blijft de roep om een andere toepassing terwijl niet wordt aangegeven hoe een andere toepassing een oplossing biedt voor lidstaten die op dit moment niet voldoen aan de regels.
Met het stabiliteitspact worden eisen gesteld aan de lidstaten, maar ook aan de nieuwe lidstaten. Zoals we de eisen over een goed functionerende democratische rechtstaat niet oprekken wanneer landen daar moeite mee hebben, zo moeten we ook de regels voor de economische stabiliteit niet te snel aanpassen op grond van de situatie. Ook de financiële markten verwachten dat het spel volgens de regels gespeeld wordt. Het veranderen van die regels komt het vertrouwen van de markten niet ten goede.
Zeker nu economische groei uitblijft is het van belang dat het herstel van die groei niet wordt verhinderd door politiek opportunisme. Politici die op korte termijn resultaat willen boeken komen op de lange termijn voor problemen te staan die nog grotere offers vragen van de burgers. In Nederland zien we dat we nu meer moeten bezuinigen omdat we in de jaren van grote groei niet voldoende van onze schulden afgelost hebben. Het is dan ook terecht dat minister Zalm toegeeft toen op te grote voet geleefd te hebben. Met die conclusie komt Zalm helaas te laat.
Door het pact niet voortdurende ter discussie te stellen, maar toe te passen in een periode van economische neergang kan het pact zichzelf bewijzen. Zo lang dat bewijs niet geleverd is zullen politici proberen om een soepeler toepassing van de regels voor elkaar te krijgen. Wat de eurofractie ChristenUnie-SGP betreft gaat de discussie dan ook over de manier waarop de overheidsfinanciën structureel op orde gebracht worden. Niet over het veranderen van regels om zo de werkelijke problemen te verdoezelen.

Dr. Hans Blokland is lid van het Europees Parlement voor ChristenUnie-SGP;
drs. Jan Harm Boiten is beleidsmedewerker Economische en Monetaire zaken voor de eurofractie ChristenUnie-SGP.

« Terug

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari