Inbreng EU in Navo moet wezenlijk zijn

vrijdag 21 november 2003 19:40

Wenst de EU een betrouwbare partner te zijn van ’s wereld enige supermacht, dan moet zij het hele spectrum van militaire missies in de 21e eeuw kunnen bestrijken. Dat schrijven Bas Belder en Henk Jan van Schothorst in een opiniërende terugblik op hun recente ontmoeting met het Amerikaanse Congres.

Bron: Reformatorisch Dagblad

door Bas Belder en Henk Jan van Schothorst


Wenst de EU een betrouwbare partner te zijn van ’s wereld enige supermacht, dan moet zij het hele spectrum van militaire missies in de 21e eeuw kunnen bestrijken. Dat schrijven Bas Belder en Henk Jan van Schothorst in een opiniërende terugblik op hun recente ontmoeting met het Amerikaanse Congres.

Een sterke, zich moderniserende Navo met een wezenlijke militaire inbreng van haar Europese lidstaten. Tot die afbakening kwamen eind vorige week Amerikaanse en Europese parlementariërs in de fraaie historische omgeving van Williamsburg (Virginia). Het was alweer de 57e interparlementaire ontmoeting tussen Congres en Europees Parlement. Op zich al een bewijs van de hechtheid van de transatlantische betrekkingen. Europese ambities
Van Amerikaanse zijde bestaat er grote ongerustheid over Europese defensieambities. Denk aan zelfstandige operaties buiten Navo-verband. Dus zonder enig teruggrijpen op de planningsfaciliteiten en middelen van de Navo. Of neem het denkbeeld van een eigen Europees militair hoofdkwartier in of even buiten Brussel. Ook het initiatief van Frankrijk, Duitsland, België en Luxemburg (29 april 2003) om Europa militair op de kaart te zetten, vindt geen sympathie aan de overzijde van de Atlantische Oceaan. Genoemde opties leiden in de Amerikaanse visie slechts tot verzwakking, of erger, ondermijning van de Navo.

Bij onze ontmoetingen met de Amerikanen is het de gewoonte eerst het meerderheidsstandpunt van het EP naar voren te brengen. Vervolgens komt eventueel het minderheidsstandpunt aan bod. En zo raakten we niet in gewetensnood bij de presentatie van het Europese denken over hoofdlijnen en keuzes van het eigen veiligheidsbeleid. Want de resolutie die het EP op 23 oktober daarover aannam, kon geenszins de goedkeuring wegdragen van onze eurofractie. Tegenstrijdigheden
Die resolutie bevat een aantal elementaire tegenstrijdigheden. Zo oogt het uitgangspunt goed (overigens pas in paragraaf 13): het internationale systeem is in cruciale mate afhankelijk van de kwaliteit, de doelstellingen en de wederkerigheid van de transatlantische relaties. De conclusie luidt dan ook dat de Europese Unie het als een van haar primaire strategische doelstellingen moet beschouwen om juist de band met de VS te versterken. Als „een partnerschap van gelijken” nog wel.

De resolutie vult deze visie ook concreet in. Europa en de VS moeten een fundamenteel strategisch debat aangaan over de wederopbouw van Irak, het urgente gevaar van de verspreiding van massavernietigingswapens (Iran voorop) en de houding tegenover repressieve dictatoriale regimes (Noord-Korea). Reëel is ook de constatering in de resolutie dat het Europees buitenlands en veiligheidsbeleid staat of valt met de kwaliteit van beschikbare militaire capaciteiten. En wat minstens zo belangrijk is, dat die ook in geval van een ernstig conflict daadwerkelijk ingezet kan worden.

Zweverig
Zweverig wordt het overigens alweer wanneer de toevoeging volgt: „onder respectering van het internationaal recht.” Dat klinkt bovenmenselijk onpartijdig, maar je kunt het eenvoudig niet losmaken van politieke visies respectievelijk belangen. Om nog maar niet te spreken over het verschuivende tijdsperspectief. Naar onze mening slaat de resolutie van het EP de volstrekt verkeerde weg in door „verdere consolidatie van de betrekkingen tussen EU en Navo als onderlinge complementaire organisaties” te suggereren. Hoezo complementair? De resolutie geeft nota bene zelf het antwoord. De huidige militaire mogelijkheden van de EU zijn niet toereikend voor vredesoperaties. En passant roept het EP wel op tot een „Europese collectieve capaciteit voor het uitdenken en uitvoeren van operaties.” Let wel, inclusief een „multinationaal hoofdkwartier.” Voor wat voor soort operaties dan? Waar de Navo zelf geen actie onderneemt of wanneer „de Europese Unie niet om Navo-middelen vraagt.” Die laatste optie bevordert de cohesie van de Atlantische alliantie totaal niet. Nog even afgezien van de klaarblijkelijke sinecures van Europese eensgezindheid en het eigen militaire potentieel. Bovenal is de beschikbaarheid van Navo-middelen voor louter Europese missies keurig geregeld in de zogenoemde Berlijn-plus-afspraak.

Met zo’n provocerende EP-resolutie maak je de Amerikaanse tongen makkelijk los. Dat bleek vorige week zaterdag. Daarbij kregen zij opmerkelijk veel Europese bijval. De oorzaak daarvan lag weer in de nationale samenstelling van de EP-delegatie. De meerderheid bestond uit nuchtere Britten, aangevuld met een even Atlantisch gezinde Hollander. Geen rivaliteit
Tot welke conclusies leidde deze transatlantische parlementaire dialoog? Op grond van de snelle ontwikkeling van de militaire technologie én de mondiale dreiging van islamistisch terrorisme moet de EU twee opties ondubbelzinnig laten varen: zij kan geen kopie zijn qua militaire macht van de VS, omdat het de Unie daarvoor simpelweg aan de financiële middelen ontbreekt. Evenmin moet de EU zich gaan opstellen als rivaal van de VS, alsof de meerderheid van de lidstaten daarvoor ook maar iets zou voelen. Of zoals een prominente Duitse militaire expert het onlangs kort en bondig samenvatte: „De EU moet de partner van de VS worden.” Met andere woorden: Partnerschap is geen automatisch gegeven. Dat dien je telkens metterdaad te bewijzen.

Wenst de EU een betrouwbare partner te zijn van ’s werelds enige supermacht, dan moet zij het hele spectrum van militaire missies in de 21e eeuw kunnen bestrijken. Daarvoor schiet de geplande Europese snelle reactiemacht schromelijk tekort. Tussen haakjes: opnieuw een voorbeeld van ongewenste duplicatie met de Navo (NATO Response Force). Daarnaast leveren de hoge Europese defensie-idealen van Frankrijk, Duitsland, België en Luxemburg alleen maar extra conflictstof op binnen de EU en, wat erger is, beschadigen zij de Navo. Openhartig kwam tijdens de transatlantische dialoog ook de grote weerzin aan Europese zijde tegen militaire interventies ter sprake. Zelfs op het denken daaraan lijkt al een taboe te rusten. Een onverdachte expert van deze zijde van de oceaan hield de Europeanen een spiegel voor: „De meeste Europese naties menen dat conflicten met vreedzame middelen moeten worden opgelost. Europa leerde zijn vredelievende lessen uit een bloedige historie van oorlogen en nationalistische rivaliteiten. Vandaar de Europese neiging om via uitputtende onderhandelingen naar compromissen te zoeken. Dit bewonderenswaardige model is echter eenvoudigweg niet toepasbaar op wereldschaal.”

Dubbel impopulair
Om als Europese lidstaten werkelijk een inbreng te hebben binnen de Navo rust op Europese politici een dubbele impopulaire taak. Zij moeten het aandurven om, eventueel tegen de publieke opinie in, steun te zoeken voor noodzakelijke militaire interventies. Zie de aanhoudende commotie in sommige EU-lidstaten -met de media in het voorste gelid- over de interventie in Irak. Even belangrijk is de politieke wil in Europa om meer geld te besteden aan defensie. Een uitnemend kenner van de materie, Klaus Naumann, spreekt van „een redelijke twee procent” van het bruto nationaal product. Het alternatief voor Europa is een volkomen afhankelijkheid van het militair vermogen van de VS. Op zulke partners zit Washington allerminst te wachten. Hoe verder met de transatlantische betrekkingen? De Amerikaanse en de Europese delegatie konden elkaar helemaal vinden in de formulering: „Wij Europeanen moeten er van doordrongen zijn dat de Irak-crisis de laatste ”wake-up call” is om het Europees-Amerikaanse huwelijk te redden. Een verbintenis die we vandaag even hard nodig hebben als in de donkere jaren van de Koude Oorlog. En op hun beurt moeten de Amerikanen begrijpen dat zij niet zonder bondgenoten kunnen. Bondgenoten die gezamenlijk de schouders willen zetten onder collectieve lasten. Die bereid zijn schouder aan schouder te staan wanneer gezamenlijke belangen in het geding zijn.”

Islamistisch terrorisme
Na Irak is de tweede serieuze test van het transatlantische bondgenootschap stellig de vorming van één front tegen de nucleaire ambities van de Islamitische Republiek Iran, alsmede een gezamenlijke strategie tegen het islamistisch terrorisme. Europese lidstaten van de Navo moeten daarbij niet opnieuw nationale en electorale belangen op de korte termijn laten prevaleren boven de cohesie van de transatlantische relatie op de lange termijn. Dit optreden is uiteindelijk desastreus voor de veiligheid van de lidstaten van de EU en hun burgers.

De auteurs waren afgevaardigd naar de interparlementaire ontmoeting tussen Amerikaans Congres en Europees Parlement, van 12 tot 16 november in Washington en Williamsburg.



« Terug

Reacties op 'Inbreng EU in Navo moet wezenlijk zijn'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari