Europa moet christelijk erfgoed koesteren

donderdag 05 februari 2004 07:40

De vraag naar Europa's erfgoed is een vraag naar de waarden die ten grondslag liggen aan Europa. De Europese Unie pretendeert een waardengemeenschap te zijn. Wat verstaat zij daar echter precies onder? Om deze vraag te beantwoorden, willen wij nagaan welke geestelijke grondslagen, alsmede de daaruit voortvloeiende waarden en normen, identiteitsbepalend en richtinggevend zijn voor de Europese Unie en haar lidstaten.

Bron: Nederlands Dagblad De vraag naar Europa’s erfgoed is een vraag naar de waarden die ten grondslag liggen aan Europa. De Europese Unie pretendeert een waardengemeenschap te zijn. Wat verstaat zij daar echter precies onder? Om deze vraag te beantwoorden, willen wij nagaan welke geestelijke grondslagen, alsmede de daaruit voortvloeiende waarden en normen, identiteitsbepalend en richtinggevend zijn voor de Europese Unie en haar lidstaten. De Europese Unie als geheel heeft in zichzelf niet zozeer een eigen identiteit. De vraag naar de identiteit van de EU kan dan ook niet los worden gezien van de identiteit van de gezamenlijke lidstaten. Zij hebben ieder een eigen geschiedenis, een eigen cultuur en een eigen identiteit. Ondanks alle verscheidenheid in Europa is er één factor die alle huidige en toekomstige lidstaten van de Unie gemeenschappelijk hebben, namelijk de joods-christelijke waarden, die eeuwenlang een grote invloed hebben uitgeoefend in al deze landen en dat tot op de dag van vandaag doen. Toch zijn er velen die bezwaar hebben geuit tegen opneming van een verwijzing naar de joods-christelijke wortels van Europa in de concepttekst voor een Europese grondwet. Frankrijk heeft zich opgeworpen als de grootste tegenstander onder de huidige lidstaten. De Franse grondwet heeft een seculier karakter. Parijs beoogt een Europese grondwet op exact dezelfde leest. Een ander probleem is het bezwaar dat Turkije maakt tegen een verwijzing naar de joods-christelijke geschiedenis van Europa. De Turkse autoriteiten hebben aangegeven dat Europa een waardengemeenschap moet zijn, die openstaat voor meerdere religies. Een expliciete verwijzing naar de joods-christelijke geschiedenis van Europa is voor hen onacceptabel. Verschillende Europese leiders zijn dan ook terughoudend in het opnemen van zo’n verwijzing uit angst de Turkse regering voor het hoofd te stoten. Daarnaast zijn er mensen die vanuit principieel oogpunt tegen de opneming van een verwijzing naar de joods-christelijke grondslagen van Europa zijn. Zij betogen dat opneming getuigt van het niet respecteren van andersdenkenden. Europarlementariër Max van den Berg verwoordde het als volgt: Het verwijzen naar één of twee religies in de Grondwet brengt een democratischer, efficiënter en transparanter Europa, de doelstelling van de Europese Conventie, geen stap dichterbij. Sterker nog, daarmee sluit je onherroepelijk een groot aantal mensen in Europa buiten. Arrogant, want fundamentele waarden zijn er in principe voor alle Europese burgers. En nog belangrijker: waar is het principe van scheiding van kerk en staat, de basis van de moderne democratie, gebleven? Even verder in het artikel vervolgt hij zijn betoog als volgt: Vrijheid en pluriformiteit dreigen hier ingeruild te worden voor het eigen ethisch gelijk, opgelegd aan andere bevolkingsgroepen of andere landen. Ik wil in geen geval een Europese Grondwet die de Nederlandse burgers inperkt of regels oplegt die geen meerwaarde of noodzaak hebben in het Europees domein. Hij besluit zijn betoog met de volgende zinnen: Ieder individu in Europa heeft het recht op zijn eigen waarden en beginselen. God staat boven de wet. Een Europese Grondwet mag God niet verlagen tot de wet en daarmee de scheiding tussen kerk en staat aantasten. (Trouw, 11-10-2003) Waarom dan toch een verwijzing naar de joods-christelijke geschiedenis van Europa? In de eerste plaats biedt het een referentiekader, waarbij de bronnen die ten grondslag liggen aan de waarden, worden erkend. De waarden waar Europa voor moet staan, worden zodoende vanuit de juiste invalshoek belicht. Een humanistische visie op democratie is bijvoorbeeld van principieel ander gehalte dat de bijbelse visie op de overheid. In de tweede plaats biedt de joods-christelijke geschiedenis van Europa de mogelijkheid te spreken over een gedeeld erfgoed. Zij vormt zodoende de factor die alle huidige en toekomstige lidstaten van de Unie gemeenschappelijk hebben. Het ontbreken van een verwijzing naar de joods-christelijke geschiedenis is dan ook een miskenning van de geschiedenis van Europa. Dat geeft aan dat Europa dreigt los te raken van zijn oorspronkelijke wortels. In de derde plaats is het niet terecht om onder het verwijt van aantasting van het principe van scheiding van kerk en staat een verwijzing te weren. De scheiding van kerk en staat mag nooit gebruikt worden om geloof en politiek te scheiden. Door het geloof in de levende God naar de privé-sfeer te verdringen krijgt de antireligie van het socialisme en liberalisme in het publieke domein ruim baan. Dit droeve gevolg van een voortgaande scheiding van kerk en staat heeft Groen van Prinsterer op treffende wijze voorzien. In zijn boek “Grondwetherziening en eensgezindheid” (1849) betoogt hij dat deze scheiding in werkelijkheid een vereniging is: “Ze is vereeniging met onverschilligheid en ongeloof, ze leidt tot onverdraagzaamheid en vervolging van al wat zich naar de prakticale eischen van het ongeloof niet voegt.” Die voorspelling lijkt nu meer dan ooit gerechtvaardigd, concludeert ook historicus prof. dr. A. Th. Van Deursen (Zie het blad Ecclesia, 19 juli 2003). “Als het staatsgeloof zich volledig losmaakt van de boodschap die de christelijke kerk de mensen voorhoudt”, zo vervolgt de hoogleraar, “zal dat onvermijdelijk de kerk als haar vijandin gaan zien.” Uiteindelijk is het niet voldoende dat christelijke uitgangspunten inspiratiebron zijn voor de politiek. Nodig is dat de EU haar universele grondslag vindt in de Tien Geboden en dat deze een plaats krijgen in de Europese verdragen. Een verwijzing naar de joods-christelijke geschiedenis van Europa is echter een eerste stap op de weg naar het behoud, de revitalisatie en de overdracht van elementair Europees erfgoed. Drs. Bas Belder en drs. Dick Jan Diepenbroek

« Terug

Reacties op 'Europa moet christelijk erfgoed koesteren'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari